Als je jezelf maar bent
PREDIKANTSVROUW ANNO 2005 [3, SLOT]
Eindpunt of nieuw begin
Zie de pastorie niet als eindpunt maar als nieuw begin. Wat bedoel ik hiermee?
Jullie kunnen nu zo bezig zijn met de studie die al jaren duurt. Je leeft onder een zekere spanning. Het is druk. Je man is altijd bezig en bezet. Er komt veel op jouw schouders neer. Je verlangt naar het moment dat de studie afgerond zal worden en jullie de pastorie in kunnen trekken. En je denkt: dan wordt alles weer normaal en dan hebben we alles achter de rug.
Dat is aan één kant natuurlijk ook zo. Het is het eindpunt van de studie. Maar tegelijk is het ook een nieuw begin. En dat nieuwe begin zal veel van jullie vergen. Zeg ik dat om je af te schrikken? Nee, zeker niet. Maar om je voor te bereiden. Wees hierin wel reëel. Onlangs hoorde ik van een predikantsvrouw die het hier in het begin moeilijk mee had gehad. Haar man was ook iemand met een late roeping. Jaren van studie lagen achter hen. Nu zaten ze eindelijk in de pastorie. Ze hadden een opgroeiend gezin. Maar 's avonds moest haar man vroeg de deur uit naar catechisatie of vergaderingen. Nu stond ze er 's avonds met naar bed brengen en huiswerkbegeleiding weer alleen voor.
's Zaterdags werd er nog aan de preek gewerkt en soms schoot de nachtrust er bij in.
's Zondags was er het preken en de voorbereiding daarop. Ze kreeg het gevoel dat het nooit meer ophield. Ze had zich te veel gericht op een einddoel.
Wees realistisch in je verwachtingen. Predikant zijn is een dienstbaar beroep. Je zult je altijd moeten geven. Als vrouw moet je daar ook van doordrongen zijn. Dat wil niet zeggen dat je man een slaaf van zijn werk moet zijn. Je moet samen zoeken naar momenten van rust. En soms zal dat echt zoeken zijn. Aan de andere kant moet je ook weten dat dienen geen draven is. Het blijft zoeken. De ene keer zal je meer kunnen hebben dan de andere keer. Vooral als je kinderen in verschillende leeftijden hebt en er veel van je gevraagd wordt als moeder, kan het je wel eens te veel worden. Zeg dat dan ook. Probeer samen oplossingen te zoeken. Vaak helpt het al als je het weer eens hebt uitgesproken. Probeer er een paar uur tussenuit te gaan.
Spreek iets af voor een zaterdag. Zoek als man naar een tijd dat je de kinderen bij hun huiswerk kunt helpen. Laat je vrouw merken dat ze niet alleen voor het gezin staat. Vaak helpt het om gewoon iets af te spreken. Je kunt er op aan werken en naar toeleven.
Leven in de pastorie
Als je in de pastorie woont, word je betrokken bij het werk van je man. Daar ontkom je niet aan. Er kunnen zich op allerlei momenten van de dag onverwachte situaties voordoen. Dat kunnen ook ernstige situaties zijn. Waar je emotioneel bij betrokken wordt. Ook je kinderen kunnen dingen opvangen die ze eigenlijk niet moeten weten. Ze zien mensen de pastorie binnenkomen en uitgaan. Zien mensen soms huilen of krijgen geëmotioneerde mensen aan de telefoon.
Zij moeten weten dat de gemeenteleden bij hun vader terecht kunnen met zorg en verdriet. Dat hun moeder daar soms ook bij betrokken is en dat zij als ze iets opvangen daar niet over mogen praten. Zorg ervoor dat je niet alles aan tafel bepraat. Kinderen hoeven niet alles te weten. Vertel wel de vreugde van het werk. Leuke dingen die gebeuren. Let ook op de zegeningen die er zijn. Laat je kinderen ook merken dat het mooi is om in de dienst van God bezig te zijn en dat je daar zelf ook vreugde aan beleeft.
Soms komt het voor dat door het werk van je man bepaalde plannen die je als gezin hebt gemaakt niet door kunnen gaan. Dit moeten echt uitzonderingen blijven. Maar er kan altijd door een sterfgeval bv. geschoven moeten worden in je eigen plannen. Probeer dit op een positieve manier op te pakken en gelijk iets anders af te spreken.
Misschien zul je er aan moeten wennen dat de woon- en werksituatie één zijn. Vooral als je man tot nu toe een baan had waarvoor hij 's morgens vroeg de deur uitging om
's avonds weer binnen te komen. Je zult eraan moeten wennen dat hij veel thuis is. In principe is hij bij alle maaltijden aanwezig. Verder zal hij thuis al zijn werk voorbereiden. Zo is hij heel wat dagdelen in huis. Als je altijd gewend bent de hele dag alleen te zijn, is dat best wennen. Je dagindeling wat koffie drinken en eten betreft wordt er misschien wel anders door. Je zult eraan moeten wennen dat je van elkaar ziet hoe je de dag indeelt en je werk doet.
Privé-leven
Soms zul je gastvrouw moeten zijn of aan de telefoon mensen moeten opvangen. Je zult moeten wennen aan het feit dat je door de woon-werksituatie 24 uur per dag bereikbaar bent. Het gevoel altijd beschikbaar te moeten zijn kan je gaan beheersen. Dat is niet de bedoeling. Om goed te kunnen functioneren heb je een privé-leven nodig. Je zult je weg moeten zoeken tussen betrokkenheid en afstand nemen. Elk predikantsgezin heeft daarin zijn eigen verantwoordelijkheid.
Je ziet niet alleen hoe je man zijn werk indeelt in huis, maar je ziet hem ook bezig in de gemeente. Je hoort hem 's zondags preken. Je kinderen zitten bij hun vader op catechisatie. Je bent daardoor veel meer betrokken bij het functioneren van je man in zijn werk. Bij zijn vorige baan zag je niets van zijn bezig zijn. Wist je niet hoe hij omging met collega's en mensen boven of onder hem. Nu zie je hoe hij het doet. Je ziet en hoort hoe anderen op zijn werk reageren. Dat kan je kwetsbaar maken.
Je bent waarschijnlijk gewend dat iedereen jullie bij de naam noemt. Straks zul je dominee en mevrouw zijn. Dat is voor je gevoel misschien afstandelijk. Dat hoeft niet zo te zijn. Als je jezelf maar bent. Laat je niet te snel bij je voornaam noemen. Wees daar voorzichtig in.
Probeer er altijd voor iedereen te zijn in de gemeente. Niet alleen voor een select groepje waar je goed mee op kunt schieten.
Om betrokken te zijn bij het werk van je man hoef je niet alles te weten. Je man heeft ook zijn ambtsgeheim. Jij hoeft niet van alle pastorale contacten te weten wat er speelt. Ook van alle kerkenraadszaken hoef je niet het fijne te weten om te kunnen meeleven. Wees niet al te nieuwsgierig, en ga zorgvuldig om met de dingen die je wel weet.
Wat doe ik wel, wat doe ik niet
Moet ik alles doen wat er van me gevraagd wordt? Nee. Bepaal zelf wat je wel en niet wilt doen. Je hoeft niet hetzelfde te doen als je voorgangster. Doe niet iets wat je eigenlijk niet ziet zitten. Je moet niet bij elke vraag denken dat je het meteen moet doen. Soms wordt er iets aan je gevraagd om jou tegemoet te komen. Wees daarom eerlijk in je antwoord. Zeg waarom je het wel of niet doet. Zelf heb ik het in alle gemeenten ook weer anders ingevuld. Al zijn er ook wel dingen die ik overal heb gedaan.
Denk niet in termen van moeten. Als je de intentie hebt om naar Gods eer en voor zijn dienst te leven gaat het niet om moeten maar om mogen. Samen met anderen mogen we het goede voor de gemeente zoeken. Binnen de kerkenraad en onder gemeenteleden zijn ook mensen met die intentie. In de gemeente gaat het niet alleen om ontvangen maar ook om geven. Dat is iets wat we in deze tijd (een tijd van ieder voor zich) als predikanten en als gemeenteleden weer opnieuw moeten leren.
Maar dat is wel de houding waar zegen op rust.
Wat jullie mee hebben
Jullie hebben al heel wat mensenkennis opgedaan. Dat is een pluspunt. Jullie zullen je ook goed kunnen verplaatsen in gemeenteleden, omdat je nu zelf gemeentelid bent. Je kunt je verplaatsen in het onbegrip dat er soms bestaat naar pastoriebewoners. Maar je weet ook van het meeleven en het meebidden van de gemeente.
Misschien kennen jullie ook het kerkenraadsleven van binnenuit. Dan weet je hoe zwaar het soms is om kerkenraadslid te zijn naast een drukke baan. Dat kan je behoeden om jezelf zielig te vinden. Er zijn meer gezinnen waar de vader het druk heeft met kerkenwerk. Denk aan ouderlingen en kosters bijvoorbeeld. Er zijn meer gezinnen die de gemeente op het hart dragen en er onder lijden als het niet goed gaat met de gemeente. Samen met anderen mogen we het goede voor de gemeente zoeken. In een dienende houding. Zoek daarom naar verbondenheid met de kerkenraadsleden en hun vrouwen.
2005
We leven in een individualistische tijd. We merken dat de ik-gerichte mentaliteit de kerk niet voorbij gaat en ook ons eigen leven beïnvloedt. Gods Woord zegt dat in de eindtijd de liefde van velen zal verkouden. Daar leven we middenin. Wat wordt er dan van ons verwacht als predikantsvrouw? Geloof, hoop en liefde. Deze drie maar de meeste van die is de liefde. Dat brengen we zelf niet op. En er kunnen tijden zijn dat het strijd kost om tot liefde te komen. Maar de Heilige Geest is uitgestort en de Opgestane deelt ook nu nog Zijn gaven uit.
Daarom bidden we: O Vader, dat Uw liefde ons blijk'; O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk; O Geest, zend Uwen troost ons neer; Drie-enig God, U zij al d'eer!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's