Moeder natuur
'Als een, dien zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten; ja gij zult te Jeruzalem getroost worden.' (Jes. 66:13)
Het is me bijgebleven hoe na afloop van een teraardebestelling van een oude vrouw haar dochter, een aangenomen kind, in de aula niet de geëigende plaats vooraan innam die voor de familie bestemd is, maar zich begaf onder de andere aanwezigen en tussen hen in plaats nam, naast een dame. Omdat ik meestal aanschuif bij de naaste familieleden, wist ik niet goed waar ik mij nu moest neerzetten. Ik ging zitten tussen de kleinkinderen. Intussen vroeg ik me af wie die dame was, die blijkbaar van essentieel belang was voor die dochter. Een wat oudere vriendin? Een vroegere buurvrouw? Ik durfde het echter niet te vragen. Anders zou het lijken alsof ik het misplaatst vond dat de gebruikelijke indeling doorbroken was.
Tegen het eind van de nabegrafenis stapte de betreffende dame op me af en zei: 'Dominee, u zult zich wel afvragen, wie ik ben.' Nou, dat was inderdaad het geval. Ze vertelde me dat ze de natuurlijke moeder van de dochter was, die ze na de geboorte vanwege moeilijke omstandigheden had afgestaan. Later had ze contact met haar kind opgenomen en was ze zelfs door de adoptiemoeder aanvaard. Toen begreep ik het. Op dat moment besefte ik hoe sterk moeder natuur is. En dat het uniek is om na de begrafenis van je moeder nog een moeder te hebben bij wie je kunt uithuilen om je te laten troosten.
In onze tekst gaat het ook over de troost van een moeder. De Heere vergelijkt Zichzelf met een moeder, die haar kind troost. Een moeder is in staat om de pijn te verzachten en het verdriet te stillen. Een kind voelt zich meteen een stuk beter met een aai over zijn bol of een kusje op de zere plek. Moeders troost weegt op tegen het leed dat haar kind is aangedaan. Een moeder is bij uitstek de aangewezen figuur om haar kind te troosten. Ze kent haar kind door en door en weet hoe ze het moet opvangen. Het is een heel teer beeld, dat de profeet Jesaja hier voor ogen schetst.
Het is heel bemoedigend dat de Heere zo Zijn volk wil troosten. Israël heeft veel doorstaan. De wegvoering uit het beloofde land, de verbanning naar Babel. De verwoesting van Jeruzalem en van de tempel. Het is allemaal heel schokkend voor het volk Israël. Het is een straf van de Heere over de ongehoorzaamheid van Zijn volk. Het gaat er diep doorheen. Als de Joden in Babel denken aan Jeruzalem dat een puinhoop is geworden en aan de tempel die geruïneerd is, gaat hen dat aan het hart. Hoe moet het verder? Is er nog een toekomst voor de Joden of is het met hen gedaan?
In deze miserabele toestand mag Jesaja het volk troosten. Degenen die treurig geweest zijn over het verval van Jeruzalem, zullen zich over haar verheugen. Ja, gij zult te Jeruzalem getroost worden. We zouden denken dat dit niet kan. Dat is de plaats des onheils. Daar kun je niet anders dan wanhopig worden. Alleen al als je er aan denkt. Maar dat is nu juist het bijzondere van deze belofte van God, dat de plaats des onheils de plaats des heils zal worden.
Hoezeer is dat later gebleken op de Hoofdschedelplaats, die net buiten Jeruzalem gelegen was, Golgotha, de plaats waar het kruis van de Heere Jezus gestaan heeft. Een plaats van dood en ondergang werd de poort naar het leven. Juist daar werd de enige troost in leven en in sterven voor ons bereid. Dat hebt u misschien ook wel ervaren in uw leven. De plaats waar u zoveel pijn geleden had, werd uiteindelijk een plaats waar de Heere u met Zijn vertroostingen zeer nabij was. Een kamer in het ziekenhuis, waar u eigenlijk enkel maar leed te wachten stond, kon zo een heilige plek worden, waar het geestelijk goed toeven was.
U had het nooit voor mogelijk gehouden dat een dieptepunt in uw bestaan door de Heere God veranderd kon worden in een hoogtepunt. En dat op dezelfde plaats, op dezelfde locatie. Het rampgebied wordt de plaats, waar de Heere u opzoekt en weet te vinden. Soms wordt u er teruggeleid en is de Heere juist daar overstelpend goed voor u. Door uw tranen van verdriet heen kunt u weer lachen van vreugde. God is onvoorstelbaar goed. Een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedgunstigheid.
Wie kan er troosten zoals Jezus, anders toch niemand? We zien hoe Hij in de graftuin na Zijn opstanding verschijnt aan Maria Magdalena. Deze herkent haar Meester niet door haar tranen. De Heere roept haar tot Zichzelf door alleen haar naam te noemen.
Tegen de diep bedroefde weduwe te Naïn zegt Hij: 'Ween niet!' Zij weent om het heengaan van haar enig kind. De Heere roept haar zoon uit de dood terug in het leven. Voor Hem is geen ding onmogelijk en bij Hem zijn zelfs uitkomsten tegen de dood. En Zijn Heilige Geest is de Trooster bij uitstek.
Sommigen hebben zo'n band met hun moeder dat ze op hun sterfbed nog om haar roepen. Of verlangen om haar weer te zien. De Heere zal eenmaal voorgoed alle tranen van onze ogen afwissen. Hij troost ons, zoals een moeder troost. Dan zullen we nooit meer ongetroost wezen.
P.B. VERSPUIJ, OTTERLO
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's