Pre-embryonale bestemming
'Eer Ik u in moeders buik formeerde, heb Ik u gekend, en eer gij uit de baarmoeder voortkwaamt, heb Ik u geheiligd. Ik heb u den volken tot een profeet gesteld.' (Jer. 1:5)
Onlangs las ik een interview met een man die alleen door zijn moeder was grootgebracht. Op zijn zeventiende kwam hij er achter, wie zijn vader was. Hij vervoegde zich bij deze persoon. Maar die vader wilde niets van hem weten. En gaf ook meteen te kennen dat dit kind voor hem niet bestond. 'Voor mij ben jij niemand', zei hij letterlijk. Deze afwijzing heeft funeste gevolgen gehad in het leven van de jongen. Ook zijn latere leven bleef het negatief beïnvloeden tot op de dag van vandaag.
Jeremia was de zoon van Hilkia, een priester uit het geslacht van Anathoth. Zijn vader was hem bekend en zal hem erkend hebben. Toch zou Jeremia niet in de voetsporen van zijn vader treden. De Heere heeft een aparte bedoeling met hem. Jeremia is voorbestemd tot profeet. De Heere geeft dat aan deze jongeman te kennen. Dan valt ons meteen op dat de Heere hem wil kennen en hem altijd al gekend heeft. Jeremia ervaart niet zoals bovenstaande jongen een afwijzing voor altijd. Maar hij mag zich aanvaard weten voor immer. God heeft hem altijd gekend en wil hem altijd blijven kennen. Wat spreekt daaruit een liefde en een Vaderzorg.
De Heere heeft hem al apart gezet voor deze taak, voordat hij geboren werd. De roeping van Jeremia heeft diepe wortels. Zijn bestaan is verankerd in God. Wij zouden menen: Jeremia is in ieder geval niet iemand geweest die ooit gedacht kan hebben: Ik had er net zo goed of misschien zelfs beter helemaal niet kunnen zijn. Toch is ook hij door deze gedachten bestormd, toen het hem tegenzat in de uitoefening van zijn profetenambt. De mensen wilden niets van hem aannemen.
Zijn roepingsbesef drukt zwaar op hem. Soms wordt de last van het ambt voor hem te zwaar en breekt het hem op. Dan horen we juist hém klagen: Was ik maar nooit geboren. Of was ik maar meteen bij mijn geboorte gestorven of nog daarvóór in de moederschoot. Wat kan Jeremia vertwijfeld zijn en twijfelen aan de zin van zijn eigen bestaan. En dat alles staat op gespannen voet met het Woord van God dat tot hem gekomen is. Dat hij telkens weer van Godswege ontvangt en uit moet dragen.
Bij Jeremia zien we het spanningsveld, waarin de gelovige leeft. Enerzijds zijn er momenten van grote zekerheid. Dan weten we waarvoor we leven en wat we hier te doen hebben. Of beter gezegd: voor Wie we leven. Niet voor onszelf, maar voor Hem. Dat wilde die jongen uit dat krantenartikel, waarop ik zinspeelde aan het begin van deze meditatie zo graag: voor zijn vader leven. Maar die wilde niets van hem weten. Anderzijds zijn de echte gelovigen soms overgeleverd aan de grootste vertwijfelingen. Dan wordt het hen zwart voor de ogen en dan weten ze het werkelijk niet meer. Wat ze verder aan moeten met hun leven, is dan voor hen niet te overzien. Integendeel.
De Heere Jezus Christus is voorbestemd vanaf de stilte van de nooit begonnen eeuwigheid om Zijn borgwerk te verrichten. Voor Zijn geboorte bleek dat al, toen Johannes opsprong in de schoot van zijn moeder bij de ontmoeting met de moeder des Heeren. Jezus Christus, de Zoon van God, heeft werkelijk op aarde voor Zijn Vader in de hemel geleefd. Hij kende Zijn Vader door en door en heeft Diens liefde voor ons geopenbaard. Het was Zijn lust en Zijn leven om de wil van Zijn hemelse Vader te doen. Hij was werkelijk het evenbeeld van Zijn Vader. Zijn boodschap leidde, net zoals die van Jeremia, tot verzet. Uiteindelijk werd Hij overgeleverd aan de grootste Godverlatenheid om de toorn van God over onze zonden te stillen en om voor ons het kindschap van God te verwerven. Daardoor mogen wij ook een plaats in Gods gedachten hebben. En koestert de Heere gedachten des vredes over ons. Hij heeft om Christus' wil het goede met ons voor, als wij in Zijn Zoon geloven. Wij mogen delen in Zijn trouwe Vaderzorg van het begin tot het einde. Ons bestaan is helemaal ingebed in de voorkennis en de voorliefde van God. Dat is enkel vrije genade. De Heere heeft Jeremia niet uitgekozen met het oog op diens kwaliteiten. Jeremia moet zichzelf afkeuren voor het profeetschap vanwege zijn jeugdigheid.
Hij meent dat de mensen het Woord des Heeren van hem niet zullen aannemen, omdat hij nog zo jong is. Maar de Heere gaat juist hem gebruiken en neemt hem in Zijn dienst. Dat is zijn bestemming, zijn voorbestemming, zijn pre-embryonale bestemming.
Ooit las ik de beginwoorden van onze tekst op een geboortekaartje. Wat rijk als een mensenkind zo in dit bestaan verwelkomd wordt. Als ouders aan hun kind meteen deze bijbelwoorden meegeven. De Heere is een Waarmaker van Zijn Woord. Op Hem kunnen we aan. Hij wil van ons weten, nu en voor altijd. Hij wist ook altijd al van ons af. Deze wetenschap geeft zin aan ons bestaan en vertrouwen in de toekomst. Het is de basis, waarop we mogen staan en op grond waarvan we ons werk mogen doen. Het is de Heere die ons leven draagt en verdraagt vanaf het begin tot het eind. En nog ver daarvoor en lang daarna. Tegenslagen blijven ons niet bespaard. We stuiten ook op tegenstand als we uitkomen voor de Heere en Zijn dienst. Dat roept soms grote vragen bij ons op. Maar we hoeven niet te vertwijfelen. We kunnen op de Heere aan, Die er altijd voor ons zal zijn en voor Wie we er altijd mogen wezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's