De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Scherpe spiegel van de tijdgeest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Scherpe spiegel van de tijdgeest

IS ONS GELOOF GEBASEERD OP WAT WE ERVAREN? [2]

8 minuten leestijd

In het vorige artikel gaven we in eigen bewoordingen de rode draad weer van het essay Reiken naar God, van de hand van de wijsgerig psycholoog C. Sanders.
Wanneer we nu in tweede instantie daarop proberen te reageren, is het eerste wat gezegd moet worden dat Sanders heel fascinerende lijnen trekt. Dat geldt zeker, wanneer we het boekje lezen vanuit de context van de Gereformeerde Bond. De Gereformeerde Bond stond en staat immers bekend om zijn accent op het bevindelijke karakter van het geloof. Daarin werd (en wordt nog altijd) vaak zelfs het eigene, het onderscheidend kenmerk van de hervormd-gereformeerde prediking en geloofsbeleving gezien.
De synodaal-gereformeerden daarentegen (de traditie waarin Sanders staat), stonden juist bekend om hun sterk verstandelijke en leerstellige benadering van het geloof. Het boekje van Sanders maakt nu echter nog weer eens duidelijk, hoezeer die laatste benadering inmiddels volstrekt tegen haar grenzen is aangelopen. Wie alle nadruk legt op het verstandelijk onderschrijven van geloofswaarheden, houdt uiteindelijk een dood geloof over. Men is daar inmiddels ook in van huis uit synodaal-gereformeerde kringen zelfs zozeer van overtuigd geraakt dat men van de weeromstuit het net helemaal over de andere zijde van het schip is gaan uitwerpen. Dan wordt het dus juist één en al ervaring (zo u wilt: bevinding) wat de klok slaat.

Kuiterts uitverkoop
We zagen deze tendens zich al eerder aftekenen in het werk van H.M. Kuitert. Bij hem werd de ervaring zelfs de enige norm voor wat nog in de bagagemand van de kerkelijke traditie mag blijven liggen. En dat bleek bij Kuitert hoe langer hoe minder te zijn. Sanders wil die kant duidelijk niet op. Hij keert zich tegen Kuiterts 'uitverkoop', door mijns inziens terecht te benadrukken dat het nooit zal gaan zonder een min of meer welomschreven leer (of in zijn terminologie: zonder conceptuele kennis). En hij vult die leer ook zoveel mogelijk vanuit de Bijbel in.
Maar het grondpatroon bij Kuitert en Sanders is niettemin gelijk: niet het voorwerpelijke, maar het onderwerpelijke geeft de toon aan; niet de objectieve heilsgeschiedenis, maar de subjectieve geloofservaring bepaalt de inhoud van ons geloof. Trouwens, er zouden in dit verband ook heel wat van huis uit hervormde theologen te noemen zijn bij wie zich dezelfde tendens aftekent. Om nu maar één voorbeeld daarvan te noemen: de voormalig hervormde theoloog J.J. Suurmond probeert in zijn recente Kleine gids van het christelijk geloof de hele Apostolische Geloofsbelijdenis restloos door te vertalen in psychologische termen, waarbij de feitelijke inhoud er geheel bij inschiet.

Er staat geschreven, er is geschied
Bezien we dit vanuit het Anliegen van de Gereformeerde Bond, dan moeten we zeggen dat het noodzakelijke evenwicht hier opnieuw zoek dreigt te raken, maar nu naar de andere kant. Verwaarloosde men in het midden van de Protestantse Kerk vroeger het bevindelijke aspect van het geloof, omdat men alles op de kaart zette van het voorwerpelijke, nu dreigt precies het omgekeerde te gebeuren. Datgene wat buiten ons staat - de Bijbel, de concrete geschiedenis van Gods daden, de objectieve heilsfeiten - wordt nog slechts voor betekenisvol gehouden voorzover het weerklank vindt in ons. In de hervormd-gereformeerde theologie (voorzover we daarvan kunnen spreken), is altijd bepalend geweest dat de prediking 'voorwerpelijk-onderwerpelijk' dient te zijn. Of met een ander motto waarmee men hetzelfde bedoelde: Schriftuurlijk-bevindelijk.
Daarbij stond het eerste begrip met opzet voorop. Eerst gaat het om de werken die God in het openbaar verricht heeft, in de geschiedenis van Israël en in Zijn Zoon Jezus Christus. Die daden mogen en moeten verkondigd worden. En van daaruit gaat het om de bevinding daarvan.
Wanneer we van hieruit de strekking van het boekje van Sanders op ons in laten werken, zouden we ons kunnen verheugen over de grote waarde die hij aan de bevinding toekent Krijgen 'we' zo niet achteraf alsnog gelijk? Toch zou dat een kortzichtige reactie zijn. Want het heeft: er veel van weg dat bij Sanders van de weeromstuit het objectieve karakter van het heil tekort komt. Heil is voor hem pas heil en geloof pas geloof als het ervaren wordt. Maar wat als ik nu helemaal niets ervaar? Als het mij, bijvoorbeeld vanwege hoe ik psychisch in elkaar zit, niet lukt om vanuit mijn kennis van de 'leer' te komen tot bevindelijke kennis? Hier wreekt zich dat Sanders (zoals helaas zovelen in Nederland) als niet-theoloog slechts kennisgenomen lijkt te hebben van één vorm van theologie, namelijk die van Kuitert.

Het tegoed van Luther en Kohlbrugge
Had hij de moeite genomen zich op dit punt te verdiepen in bijvoorbeeld Luther en Kohlbrugge, dan was zijn boek ongetwijfeld veel spannender geworden. Want juist deze theologen hebben benadrukt dat het geloof zo vaak tegen alle ervaring ingaat. Ja, dat het juist dan zijn echtheid en kracht bewijst, wanneer we niets ervaren en nochtans geloven. Puur op grond van het naakte Woord van God, op grond van het 'er staat geschreven, er is geschied'. Ik denk dat Luther, Kohlbrugge (en hetzelfde geldt trouwens voor Karl Barth) daar gelijk in hadden. Het geloof rust uiteindelijk niet op de menselijke mogelijkheid om tot religieuze ervaring te komen. Dan zou het alleen iets zijn voor mensen met een soort speciaal religieus zintuig (tegenwoordig wel een 'reli-lobje' genoemd). Het christelijk geloof is echter niet gebaseerd op wat we ervaren, maar rust 'op de vaste grond van Gods beloften en van Zijn verbond' (Ps. 90). Dat dat niet zonder ervaring gaat, dat het er in het geloof niet kil en gevoelloos aan toe gaat, zal waar zijn. Maar mijn zaligheid zoek ik niet daarin, niet in mijzelf, maar in wat mij van buitenaf gratis wordt toegezegd en geschonken, in het Woord van God dat spreekt van oordeel en genade.
Sanders wijst ergens (p. 122) op de mystieke ervaring waarover Paulus komt te spreken in 2 Korinthe 12:2. Het lijkt me echter niet zonder reden dat Paulus daar zelf al aangeeft deze persoonlijke ervaring niet op de voorgrond te willen stellen. Paulus was kennelijk veel te bang dat men het eigenlijke van het geloof zou gaan zoeken in zulke uitzonderlijke ervaringen. Terwijl het geloof volgens hem juist niet bestaat in sterke religieuze staaltjes, maar in het onder alle omstandigheden genoeg hebben aan Gods genade (vs. 9).

Psychologisch inzicht gevraagd
Nu zou ik Sanders geen recht doen, als ik zou suggereren dat het geloof volgens hem uit de mens opkomt. Hij ontkent namelijk niet dat onze geloofservaring geheel en al afhankelijk is van Gods openbaring. Maar dat ons 'reiken naar God' (vgl. de titel) daarom alleen maar op kan komen vanuit Gods 'reiken naar ons', blijft in zijn essay toch sterk onderbelicht.
Dat is wat mij betreft echter geen vrijbrief om me van Sanders' betoog af te maken! Daarvoor bevat dit te veel elementen waaraan we slechts tot ons nadeel voorbij kunnen gaan. Dan denk ik om te beginnen aan het feit dat Reiken naar God een scherpe spiegel vormt van de huidige tijdgeest met haar enorme hang naar beleving en ervaring (zoals we die op een heel andere manier bv. ook in de evangelische beweging aantreffen). Verder toont Sanders zich terecht kritisch jegens de pretenties van de hedendaagse wetenschap. Uit het hart gegrepen is me zijn pleidooi voor een fundamentele herbezinning op de status, methode en vooronderstellingen van de diverse vakwetenschappen, en voor een popularisering van de resultaten daarvan (p. 96V.). Dat zou inderdaad de papieren van het heersende gesloten wereldbeeld wel eens danig kunnen relativeren, zoals we dat trouwens al enigszins zagen gebeuren in de recente discussie over ontwerp ('ID').

Geloofsoverdracht
Vooral moeten we misschien wel van Sanders leren dat we niet te benauwd moeten zijn om de woorden van God door te vertalen in wat ik nu maar even noem psychologische categorieën.
Daarmee bedoel ik woorden en beelden die mensen van vandaag diep kunnen raken, tot op de bodem van hun ziel. Het is misschien wel de opdracht van onze tijd om vanuit de 'objectieve' Schriftwoorden juist daarnaar te zoeken. Die opdracht ligt dan helemaal in het verlengde ligt van wat in de hervormd-gereformeerde traditie de jaren door heel bepalend is geweest, namelijk het accent op de bevindelijke zijde van het geloof.
Anders dan Sanders en anderen meen ik dat het om aan deze bevindelijke zijde recht te doen niet nodig is de objectieve inhoud van het geloof in andere vormen te gieten. Wel komt het eropaan dat we in de geloofsoverdracht het accent niet leggen op feitelijke bijbelkennis en allerlei informatieve weetjes, maar op een 'spreken naar het hart van Jeruzalem'. Wil het evangelie werkelijk ons hart raken, dan moet duidelijk worden hoe het ingaat op de diepste levensvragen die mensen van vandaag bezighouden. Natuurlijk 'moet de Geest dat doen', maar de Geest schakelt ons daarbij niet uit. De predikanten, ouderlingen enz. die in het verleden het meest zegenrijk waren, waren vaak mensen met diep psychologisch inzicht. Dat is vandaag vast niet anders. Laten we daarom in alle vormen van kerkenwerk onverminderd staan naar de bevindelijke doorleving van het geloof, naar oude en verrassend nieuwe wegen om leer en leven, Bijbel en gevoelservaring op elkaar te betrekken.

N.a.v. C. Sanders:
Reiken naar God. Over de mogelijkheid en onmogelijkheid van godskennis. Een wijsgerig-psychologische verhandeling.
Uitg. Kok, Kampen; 122 blz.; € 14,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 2005

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Scherpe spiegel van de tijdgeest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 2005

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's