De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Doorleefde zondekennis noodzakelijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Doorleefde zondekennis noodzakelijk

TOE-EIGENING VAN HET HEIL IN HET LICHT VAN DE REFORMATIE [1]

8 minuten leestijd

Actualiteit
Als wij nadenken over de toe-eigening van het heil, zijn wij bezig met een onderwerp dat het hart van de bijbelse boodschap raakt. Het gaat immers om de vraag, hoe wij deel krijgen aan het door Christus verworven heil. In de praktijk van het gemeentelijke leven kunnen zielzorgers met vele vragen in aanraking komen: Hoe kan ik zeker weten een kind van God te zijn? Mag ik mij het heil zomaar toe-eigenen? Het moet een mens toch maar gegeven worden, is een andere klacht. Soms zegt men: een mens moet maar afwachten!
Dan zijn er de kringen waar het verbondsautomatisme ingang heeft gevonden. We herinneren even aan het bestaan van de evangelische beweging. De wijze waarop hier de boodschap uitgedragen wordt, maakt op vele meelevende jongeren indruk, maar doet menig predikant beducht zijn voor arminianisme. Wat het geestelijke klimaat in de hervormd-gereformeerde gemeenten betreft werd een aantal jaren geleden een opmerkelijke constatering gedaan. Het aantal avondmaalsgangers neemt toe, maar tegelijkertijd is de kerkgang wat de tweede dienst afgenomen.
Deze stem is niet de enige. Ds. P.J. Teeuw schreef vorig jaar geleden in ons blad enige lezenswaardige artikelen over het verschijnsel van de polarisatie in hervormd-gereformeerde gemeenten. Een van de oorzaken, aldus ds. Teeuw, is het lage geestelijke gehalte. Helaas, zo zegt hij, is het geestelijke leven in vele gemeenten verschraald. De diepe tonen van zonde en genade worden steeds minder gehoord. In die zin dat gemeenteleden steeds minder vanuit de beleving daarvan spreken.
De vraag die zich als vanzelf aandient, is: Heeft dit alles ook te maken met de prediking? Zoals de lering is, is immers de bekering. In elk geval komt de vraag op ons af: Hoe reageren wij in de prediking op de ontwikkelingen? Om het allemaal nog ingewikkelder te maken, dit alles in een tijd van toenemende secularisatie. Daar is het moderne levensgevoel, dat met zijn hedonistische inslag aansluit bij de natuurlijke instelling van het menselijke hart, dat zich over alles druk maakt behalve over de vrede met God en de eeuwige bestemming.
Intussen hebben de dienaren van het Woord te midden van alle vragen en desinteresse een weg te wijzen. Meer nog: te wijzen op Hem Die de Weg is. De taak is niet eenvoudig. Wij moeten, om met B. Luttikhuis te spreken, mensen laten vinden wat zij van zichzelf niet zoeken (Predikant en Samenleving, jan./febr. 2003). Wij dienen hen te brengen op een plaats waar zij zelf niet willen zijn.

Reformatie
Dat wij in onze verlegenheid ons oor te luisteren leggen bij wat in de Reformatie is gezegd, zal weinig toelichting behoeven.
In de eerste plaats is er de overtuiging dat in de Reformatie met als centraal thema de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof de Schrift op een bijzondere wijze is opengegaan.
Verder weten wij dat de vraag naar de toe-eigening van het heil juist in de Reformatie met kracht naar voren is gekomen.
We denken als vanzelf aan de geestelijke worsteling van Luther. De Reformatie, is naar het woord van dr. Oorthuys, geboren uit een zielekreet: Wat moet ik doen om zalig te worden? (In: Kruispunten op de Weg der Kerk)

Prediking
Als wij concreet willen nagaan, wat de reformatoren over ons onderwerp hebben te zeggen, willen wij aandacht schenken aan verschillende aspecten. Het eerste aspect is dat van de prediking. Aan het geloof en dus ook aan de toe-eigening door het geloof gaat de prediking vooraf. Zo gezien is er bij de reformatoren een heilsorde. De prediking als instrument van de Geest kan naar bijbels gegeven en naar reformatorisch inzicht niet hoog genoeg worden aangeslagen.
Naar het inzicht van de reformatoren wordt in de prediking niet enkel iets bericht, maar ook iets verricht. Bij zijn

Op de predikantencontio van de Gereformeerde Bond sprak dr. P.H. van Harten, hervormd emeritus-predikant te Ridderkerk, begin dit jaar over het onderwerp De toe-eigening van het heil in het licht van de Reformatie. Zijn bijdrage plaatsen we in enkele afleveringen in ons blad.

RED. DE WAARHEIDSVRIEND

verklaring van Romeinen 1:16 zegt Calvijn: 'Ziet hoe grote betekenis Paulus hier toekent aan de dienst des Woords, wanneer hij ons verzekert dat God daarin Zijn kracht openbaar maakt om zalig te maken.'
In de prediking, wil zij werkelijk bijbelse prediking zijn, staat Christus centraal. Dit laat onverlet dat zij met twee woorden spraken. Zonde en genade. Wet en evangelie. In de ontmoeting met God, die onder en door de prediking plaatsvond, arbeidt God door beide aan de harten van zondaren. Tot ontdekking en vertroosting.

De wet
De reformatoren waren ervan overtuigd dat wij mensen zelf ook dienen te weten wie wij zijn voor God. Als het middel dat God daarvoor gebruikt, wezen zij naar Zijn wet. Luther heeft dit herhaaldelijk en met veel nadruk naar voren gebracht in zijn bekende commentaar op de Galaten. Door de wet worden wij uit onze schuilhoeken opgejaagd. Het geweten wordt verschrikt, geraakt en geoordeeld. Luther gebruikt zelfs het woord 'verdoemd' (In: Verhandeling over Paulus' brief aan de Galaten). Luther die een diep zondebesef had, zegt in zijn commentaar: 'we gaan door de wet zien dat wij niet enkel verkeerde dingen gedaan hebben, maar zelf een vloek zijn.'
Het gaat daarbij niet om een beschouwende kennis.of, zoals Luther dat noemt, een filosofische kennis, maar om een waarachtige smaak des doods. Wij moeten de zonde voelen. Wat opvalt bij Luthers spreken over de wet en de kennis van de zonde, is dat hij het woord 'eerst' gebruikt. 'De mens moet eerst door de wet leren kennen dat hij. een zondaar is,' zo zegt hij. Luthers sprankelende evangelieverkondiging heeft in het Gereformeerde Protestantisme grote weerklank gevonden, maar ten aanzien van dat wat hij gezegd heeft over de wet, met name over de volgorde van wet en evangelie, heeft men toch een zekere distantie in acht willen nemen.

Verootmoediging
Wij mogen echter niet uit het oog verliezen dat Calvijn, al legde hij soms andere accenten, eveneens op de betekenis van de wet in haar aanklagende functie wijst.
'Het is glashelder,' aldus de Calvijnkenner Paul Helm, 'dat deze aanklagende functie er ook bij hem is. Het feit dat hij ook oog had voor de functie van de wet als leefregel voor het christenleven, moet niet in mindering gebracht worden op de aanklagende functie van de wet. De wet toont ons,' zo zegt hij in zijn Institutie, 'Gods gerechtigheid en bepaalt ons zo bij onze eigen ongerechtigheid. Ze maakt ons ermee bekend, ze overtuigt en veroordeelt ons.'
Calvijn gebruikt het ook aan Luther en Melanchton bekende beeld van de spiegel. Wij aanschouwen in de spiegel van de wet onze onmacht en verder onze ongerechtigheden. Ten slotte uit beide onze vervloeking.
De kennis van eigen zonde en ellende is niet iets dat enkel een plaats heeft aan het begin van het geloof. Ze dient in het gehele christenleven aanwezig te zijn. Het is opmerkelijk hoe vaak bij Calvijn de oproep tot erkenning van zonde en de oproep tot verootmoediging plaatsvindt.
In dit opzicht overtreft hij mijns inziens Luther. We hebben onszelf te onderzoeken dat moet zover gaan dat het ons tot een volkomen verslagenheid gebracht heeft, en ons op die wijze toebereid heeft tot het ontvangen van Gods genade.
Men vergist zich echt als men denkt Gods genade te kunnen genieten, als niet eerst de hoogheid van het hart is neergeworpen.
Het kan als een cliché klinken, maar ik denk dat wij wat de Reformatie betreft er niet om heen kunnen te spreken van wet en evangelie. We moeten dan niet denken dat het naar hun inzicht een fifty-fifty-verhouding was. Wel was er het besef dat een doorleefde zondekennis in het licht van Gods heiligheid noodzakelijk was.

Niet wettisch
Hoe noodzakelijk Calvijn de kennis van eigen zonde en ellende achtte, blijkt bij zijn uitleg van Jesaja 55:1. Hij zegt hier dat wij de rechte dorst nodig hebben. We zijn er immers van onszelf op uit om ons buiten Christus te behelpen. We zijn opgezwollen van hoogmoed of van valse overtuiging van eigen gerechtigheid. Verder is daar de vleselijke verleiding. Zo wordt Gods genade afgewezen. Ja, men gruwt ervan. Laat ons er dan acht op slaan, zo zegt hij, wat de rechte voorbereiding is om deze genade te ontvangen. Ons treft hier het woord voorbereiding. We komen dit woord ook tegen in zijn commentaar op Handelingen 2:23. Het besef van schuld waartoe Petrus' Pinksterpreek de joden brengt, is een voorbereiding voor de bekering. Een uitspraak uit de Institutie: door het voorbereidende werk van de wet leren mensen te begeren wat ze reeds tevoren meenden te bezitten. Menigeen in orthodox-protestantse kring die nagedacht heeft over de prediking en getracht heeft predikers en gemeente verder te helpen, heeft - terecht - gewaarschuwd tegen allerlei eenzijdigheden en ontsporingen. Het gaat niet om een bepaald schema. Of om verzelfstandiging van de wetsprediking. Evenmin om een voorwaarde waaraan voldaan moet worden. Het gaat er niet om dat wij aangenaam voor God worden, maar dat de Heere Jezus aangenaam is voor ons. De prediking van de wet ontaardt, als ze wettisch wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 2005

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Doorleefde zondekennis noodzakelijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 2005

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's