Globaal bekeken
Het laatste nummer van het Contactblad (van de afdeling Gereformeerde Bond Amsterdam) is geheel gewijd aan de Opbouw van de gemeente. Uit een ervaringsverhaalvan Jan Chris Jansen met de titel Stilte en eenzaamheid een fragment waarboven stond:
Een bijzondere betovering
Mijn beleving van de stad is heel ambivalent. Ik kan genieten van haar schoonheid. Ook an haar bewoners. Maar ik heb intens verdriet om de verloedering die in toenemende mate om zich heen grijpt. Die uit zich in allerlei vormen van wetteloos gedrag. Ook in een verschraling van de omgangsvormen. Dat ervaar je dagelijks in het verkeer. Voorrang wordt genomen. Veel stadsbewoners lijken prettig te gedijen bij de wet van de jungle. Ze ervaren het als een vorm van vrijheid. De stad is een baaierd van alle mogelijke vormen van leven en bedrijvigheid. Overdag, 's avonds en 's nachts.
Als ik 's morgens vanuit het stille hart over de Prinsengracht richting Rozengracht naar mijn werk fiets komt de hectiek en de dynamiek van de stad mij onmiddellijk tegemoet.
Ook 's avonds, als ik na een bezoek of een koorrepetitie huiswaarts fiets, zie ik overal gezellige bedrijvigheid en volle terrassen. En natuurlijk gaat het leven ook 's nachts op de vertrouwde manier door. Een manier waar veel mensen zich waarschijnlijk geen voorstelling van kunnen maken, 's Nachts krijgt de stad een bijzondere betovering over zich. Maar die betovering heeft ook iets demonisch. Het nachtleven gaat helaas gepaard met veel geweldpleging en drankmisbruik. Een bont gezelschap van nachtvlinders, 'clowns', 'junkies', criminelen en morgensterren gaat nu geleidelijk het straatbeeld beheersen. In de kleine uurtjes kruipen ze tevoorschijn uit alle mogelijke hoeken en gaten. Voor gewone burgermensen is het nu heel erg oppassen geblazen. Op plaatsen waar je je overdag vrij kon begeven kun je 's nachts tegenover een kwaadwillend groepje komen te staan dat je met een mes bedreigt en je van je geld berooft. De volgende dag zie je nauwelijks meer sporen van wat zich de afgelopen nacht heeft afgespeeld. Hier en daar ligt een losgeknipte fietsketting of een leeggeroofde portemonnee. Zo gaat elke nacht in deze stad zwanger van incidenten die het daglicht niet kunnen verdragen. Ondertussen speelt op elk uur het carillon van de Westertoren trouw zijn psalmmelodie.
Zo onderga ik de stad. 't Is een oord vol bizarre contrasten. Er is maar een manier om hierbij geestelijk het hoofd boven water te houden. Dat is door deel uit te maken van een geestelijke gemeenschap, een vergadering van gelovigen. Ik ervaar het als een grote zegen dat ik na een geestelijke omzwerving van ruim twintig jaar mijn weg naar de Noorder heb gevonden. Een omzwerving langs de wereldgodsdiensten en langs alle mogelijke vormen van geloven en denken. Gedurende al die jaren was ik hier in de stad wel min of meer betrokken bij de kerk. In het bijzonder bij de kerkmuziek en de liturgie. Als lid van een cantorij hielp ik de eredienst muzikaal gestalte te geven. Maar de verkondiging ging goeddeels langs mij heen. Mijn komst naar de Noorder voelde in veel opzichten als een thuiskomst. De traditionele eredienst vond ik een verademing.
Nu geniet ik alweer ruim twaalf jaar van de avonddiensten, in het bijzonder de leerdiensten. 'Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.'
Onder dat wonder kan ik niet uit. Als puber en als adolescent voelde ik de kerkgang vaak als een straf maar nu mag ik er keer op keer intens van genieten. Ik ervaar het als een kostbare wijn die lang in een donkere kelder heeft liggen rijpen. Hoe kan ik mijn medestadgenoten attent maken op die schat? Moeten ook zij eerst een lange omweg beschrijven voordat zij die schat in hun leven mogen vinden? Hoe zal het de jeugd in onze gemeente vergaan te midden van alle verleidingen die hen omringen? Is hun ziel momenteel net zo onrustig in hen als ooit bij mij het geval was? Tot mijn grote geruststelling komen ze trouw naar de dienst. Ik hoop en bid dat ook bij hen diezelfde geestelijke rust en ruimte in hun hart wordt gegoten. Een innerlijke rust waar ze in hun latere leven op kunnen bouwen. Mogen ze zo elk op hun eigen manier en op hun eigen tijd Gods verborgen omgang vinden.
In het Nederlands Dagblad schreef Willem Bouwman een lezenswaardig artikel over de vermaarde Haagse dominee D.A. van den Bosch (1884-1942). Twee fragmenten:
• Uitgeverij Zomer & Keuning werd aangetrokken door de woordkunst en de naamsbekendheid van Van den Bosch en nodigde hem uit voor een boek over het laatste bijbelboek. Tijdens het schrijven van 666 Het getal eens menschen kwam Van den Bosch geregeld van zijn studeerkamer om zijn gezin een passage voor te lezen. 'Kan ik dat zo schrijven zonder de volgende dag de Duitsers aan mijn deur te krijgen?' Zo las hij ook de passage voor over het getal 666, dat door 'Vlijtige puzzelaars' op 'den naam van de Rijkskanselier van Duitsland betrokken werd. Van den Bosch vond het maar 'goochelarij met bijbelteksten'. Hij zei tegen z'n huisgenoten dat de Duitsers wel blij met zijn oordeel zouden zijn: 'Als ze dit lezen krijg ik 't kruis van verdienste of zo.'
Nooit had Van den Bosch zich zo vergist. Op woensdagmorgen 11 december - het boek vloog inmiddels de winkel uit - werd er aangebeld. Twee Duitsers en een Hollander kwamen binnen, doorzochten de studeerkamer en namen hem mee voor verhoor. Van den Bosch kreeg nog even gelegenheid om afscheid te nemen van zijn vrouw, die met een hartkwaal te bed lag. Ze zouden elkaar nooit meer zien. Hij werd ondergebracht in cel 399 van de gevangenis van Scheveningen, het 'Oranjehotel'.
Volgens zijn ondervragers had Van den Bosch zich schuldig gemaakt aan belediging van de Führer. Hij had geschreven dat het Beest uit de zee 'nooit, nooit' de overwinning zou behalen en dat de antichrist de laatste tijd tot volle ontwikkeling kwam, 'en daarmee tot volle openbaring van zijn vreselijk karakter'. Van den Bosch had die woorden niet zelfbedacht, maar ze geciteerd uit een populair exegetisch werk van J. Willemze, De openbaring van Johannes uit 1924.
• Van den Bosch heeft zich voortreffelijk gedragen in kamp Amersfoort, 's Zondags leidde hij clandestiene samenkomsten, in het begin voor tachtig, later voor honderdvijftig mensen - het kamp telde toen achthonderd gevangenen. Zaterdag 6 december 1941 werd een werkploeg gruwelijk mishandeld, zondag 7 december preekte Van den Bosch over Handelingen 8:1: 'En er geschiedde in die dagen een grote vervolging tegen de gemeente die te Jeruzalem bijeen was.' Niemand hield de ogen droog; velen zaten te snikken uan smart en aandoening'
J. VAN DER GRAAF
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's