Aannemen vanuit een gevende hand
TOE-EIGENING VAN HET HEIL IN HET LICHT VAN DE REFORMATIE [2]
In de eeuwen die volgden op de Reformatie, had men oog voor het feit dat God zondaren op verschillende wijzen tot Zich kan trekken. Met name willen wij hier het Puritanisme noemen. Men kan op een evangelische wijze toegebracht worden, zoals Zacheüs. Op een, zoals William Guthrie het noemde, vrijmachtige evangelische wijze, a sovereign gospel way. Tegelijk benadrukte men de betekenis van de prediking van de wet in haar ontdekkende betekenis. Het uitgangspunt was, zoals het in het Puritanisme geformuleerd werd: geen evangelie zonder wet.
Het mag duidelijk zijn dat er ook bij hen geen sprake was van een verzelfstandiging van de wetsprediking. Zij is bedoeld om uit te drijven tot Christus. Zoals de naald uitgaat voor de draad, zo gaat de naald van de wet voor het evangelie uit (Ralph Erskine).
Dit bepaalt ons ook bij de mate van zondekennis. Die maat is voldoende die ons onze behoefte aan Christus doet zien en ons tot Hem de toevlucht doet nemen.
Als er mensen waren die klaagden over gebrek aan zondekennis, was er de oproep om dan maar zonder zondekennis tot de Heere Jezus te komen. Als men maar tot Hem kwam.
Genade
Naast of tegenover de wet mag in de ontmoeting met God het woord van Gods genade klinken. Dezelfde God Die toornt over onze zonde, is ook de God Die ons in Christus Zijn ontferming betoont. In de Heere Jezus Christus openbaart God Zich. Dit was de diepgewortelde overtuiging van de reformatoren. God zou voor ons verborgen zijn, als de heerlijkheid van Christus ons niet bestraalde. Ter vergelijking stellen we hiernaast de visie van Calvijn op de islam. De Turken, zoals de reformator van Genève de islamieten noemt, hebben de mond vol van de Schepper, maar in de plaats van de ware God, stellen zij een afgod. De reden is: zij zijn afkerig van Christus.
Door Zijn komst op aarde is Christus onze Broeder geworden. Hij is vlees van ons vlees en been van ons been. Het beeld van de Heere Jezus is er een vol liefelijkheid. Hij is alleszins toegankelijk voor ons. Soms zijn mensen bang voor de Heere Jezus. Hij zal toch eenmaal als Rechter komen. 'Maar het is echt van de duivel, om zo een mens bevreesd te maken voor Hem,' weet Luther. Hij is immers de allerzoetste Verlosser en Hogepriester, de Vertrooster van verbrijzelden. Geen eiser, geen strafoefenaar, maar een Schenker van genade, gerechtigheid en leven. Zijn persoon en werk zijn nauw verbonden. God heeft in Hem Zijn grote daden gesteld. Christus heeft de toorn van God gedragen en zo aan de gerechtigheid van God voldaan (Calvijn). Hij heeft de duivel, de dood, de wet en de zonde overwonnen (Luther). Op indrukwekkende wijze hebben de reformatoren dan ook gepredikt over de heilsfeiten. Zoals wij dat ook vinden in de brieven van de apostelen, leefden ze uit de heilsfeiten.
Beloften
Het is in het gewaad van de beloften dat de Heere Jezus en het heil in Hem tot ons komt. Wij hebben hier een typische trek in het onderwijs van de reformatoren. Terwijl men in de middeleeuwse theologie wees op de sacramenten als middelen waardoor het heil werd toebedeeld, wezen de reformatoren op de betekenis van de beloften en van het evangelie. In de beloften klopt de oneindige liefde van God. De eerste belofte deed God aan Adam na de zondeval. Vervolgens aan Abraham. M. van Campen spreekt van een 'voortgaande stroom waarvan de beloften aan Adam en aan Abraham de bron waren.' Zij vertolken de eigenlijke inhoud van de Schrift.
De 'voortgaande stroom van beloften' is in de Nadere Reformatie, nog wel in haar natijd, verder in kaart gebracht. Ging het bij Calvijn om de vergeving der zonden en de gerechtigheid die voor God kan bestaan, Ralph Erskine weet in zijn zwangere belofte en haar vrucht een indrukwekkende rij van beloften te noemen, die laten zien hoe breed en wijdvertakt de stroom van Gods beloften is.
God Zelf en Christus zijn er de inhoud van, alsmede de Geest met al Zijn bewegingen, invloeden en werkingen, met al Zijn genaden en vruchten, de Geest van het geloof, van de liefde, van de bekering, van de genade van de gebeden, dan de Geest van overtuiging, van vertroosting en licht. 'Ik zou,' zo zegt hij, 'de stof van de beloften in ontelbare bijzonderheden kunnen uitbreiden. Daar zijn beloften van vergeving, van vrede met God, van bekering van heiligheid enzovoort.'
Aan de beloften zijn de deugden van God verbonden. Daar is niet alleen Zijn barmhartigheid die Hem bewogen heeft tot het geven van de beloften, daar is ook de trouw van God. 'We hoeven niet te denken dat wij bedrogen zullen uitkomen, als wij op Hem vertrouwen,' zo hield Calvijn de gemeente voor. Verder is daar de almacht van God. Hij is machtig te doen wat Hij heeft beloofd.
Ruime evangelieprediking
De reformatoren stonden een ruime evangelie- en belofteprediking voor. Wat Luther betreft is dit zonder meer duidelijk. Iemand die zalig wil worden, moet doen als golden alle beloften in de Schrift hem alleen (geciteerd bij ds. K. Exalto, De roeping). 'De belofte Gods,' zo zegt hij, wordt ieder aan de deur gelegd, de een zowel als de ander, wie het slechts wil aannemen.'
Hoe serieus Luther de belofteprediking tot een ieder zag komen, zien wij bij zijn visie op de doop. Bij de doop waarin de belofte de eerste plaats inneemt, wordt een schat en medicijn aan de deur gelegd die de dood verslindt en alle mensen in het leven houdt. Juist om de verslagenen van hart te bereiken, werden de beloften van het evangelie zo ruim en breed mogelijk gebracht. 'Het is,' zo verklaarde hij met enige nadruk, 'Gods ernstige wil en mening, en ook Zijn bevel, van eeuwigheid af al besloten, om alle mensen uit te nodigen zalig te worden en van de eeuwige vreugde deelgenoot te worden.'
Een ander voorbeeld van zijn ruime evangelieverkondiging vinden we in zijn preek over Johannes 3:16. God heeft Zijn Zoon aan deze wereld, de bruid van de duivel, gegeven. Daarom mag ieder mensenkind zich deze gave toe-eigenen. 'Gelooft u,' zegt Luther, 'dat u een mens bent? Neem je zelf eens bij de neus (letterlijk!). Bent u een mens? Dan is het ook voor u!'
Hoe direct Luther het evangelie bracht, wordt duidelijk uit een ontmoeting die hij in Wittenberg had met een oudere man die terneergeslagen was over zijn zonden. 'Zeg, arme man, waar ben je mee bezig? Heb je niets anders om aan te denken dan aan je zonde, je dood en veroordeling? Richt je blik er snel van af en zie op naar deze mens, naar Christus, van Wie geschreven staat dat Hij ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, geleden heeft, gestorven is en neergedaald ter helle, en opgevaren is naar de hemel. Denkt u, dat Hij dit alles voor niets gedaan heeft? Troost uzelf tegen zonde en dood. Wees niet bang om te komen, want daar is geen reden toe. Christus heeft voor u de dood ondergaan en overwon tot uw troost en behoud.'
Aangeboden
Calvijn, de man van de predestinatie, maakt er geen geheim van dat naar zijn verstaan van de Schrift de beloften in het bijzonder voor de uitverkorenen bestemd zijn. In hun leven zullen ze dan ook gerealiseerd worden. Maar tegelijk kan hij spreken van de algemeenheid der beloften.
Als predikant placht Calvijn op een nodigende manier het evangelie te brengen. God lokt ons zacht en vriendelijk tot Zich, horen wij hem tot de gemeente zeggen. Wij moeten het oor lenen aan het evangelie, verstaande dat God ons daarin met vriendelijke stem tot Zich nodigt.
Opvallend is hoe vaak Calvijn het woord aanbieden gebruikt. De genade en de vergeving worden door de prediking van het evangelie aangeboden. Christus biedt Zich aan door het evangelie en wij ontvangen Hem in het geloof. Wij hebben onze Heere Jezus Christus aan te nemen als ons door de hand van de Vader aangeboden. Hij spreekt ook van het aanbieden van Gods beloften .De belofte der zaligheid die aan Abraham is gegeven, strekt zich uit tot al zijn nakomelingen. Zij wordt zonder uitzondering allen aangeboden. Het geldt dus ook Ismaël en Ezau.
Een enkele keer brengt Calvijn in zijn prediking de doop ter sprake als getuigenis van Gods genade. In de doop hebben wij getuigenis dat Christus ons gewassen en gereinigd heeft van al onze onreinheden, en wel zo dat God ons in genade aanneemt, alsof wij zuiver en rein voor Hem kwamen. Maar het doopwater zelf doet het niet. Calvijn wekt de gemeente op tot het geloof in Christus. Gaan wij dan tot Hem, Die voor ons gekruisigd is, wanneer wij willen dat de doop ons tot nut is. Richte ons geloof zich op de Heere Jezus Christus.
Oproep
De prediking van het heil in Christus is allerminst vrijblijvend. Gods beloften dringen tot geloof. 'Wij moeten niet aarzelen,' zo houdt Calvijn de gemeente voor, 'om onze Heere Jezus Christus aan te nemen als onze Verlosser. De Heere roept ons door het evangelie en wij geven aan Zijn roepen antwoord door het geloof. Ongeloof is ongehoorzaamheid. Rebellie.'
Samenvattend kunnen wij zeggen dat bij het licht van de Reformatie het confronterend element in de prediking niet mag ontbreken, zeg de Nathan-figuur: 'Gij zijt die man.' Of om het op de wijze van Calvijn te zeggen: wij hebben zwaar tegen God gezondigd en hebben Zijn toorn opgewekt. Tegelijk koepelt zich boven de hoofden van deze zich al of niet schuldig wetende mensen de ontferming van God. Het aanbod van genade en de prediking van de beloften mag voluit klinken. Het mag zo zijn dat er delen van de gereformeerde gezindte, waar het allemaal problematisch ligt. Ik zeg niet dat dit onder ons ook zo is. Maar het kan goed zijn tot onderlinge opscherping elkaar er weer op te wijzen. De prediking van het evangelie mag bewogen en indringend, concreet en persoonlijk gebeuren. Wat van Godswege ons geschonken en aangeboden wordt, mogen we ons toe-eigenen, of bijbels gezegd: we mogen het aannemen. Aannemen is geen woord met een bedenkelijke klank. Het aannemen geschiedt vanuit een gevende hand.
Daar is een recht van toegang, wel te onderscheiden van een recht van bezit. Door het geloof leren wij leven uit Gods gevende hand. Het is door de Geest 'amen' zeggen op het evangelie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's