Een wending naar mondigheid
DR. LOONSTRA'S VISIE OP HOMOSEKSUALITEIT
Het kort voor de zomer verschenen boek Hij heeft een vriend behandelt een gevoelig onderwerp. Het heeft ook in de kerkelijke kring waartoe de auteur behoort, te weten de Christelijke Gereformeerde Kerken tot de nodige opschudding aanleiding gegeven.
Kort en goed: het is een boek over homofilie en homoseksualiteit alsmede over de plaats die homofielen in de christelijke gemeente dienen in te nemen. De auteur is dr. Bert Loonstra, predikant van de christelijke gereformeerde kerk te Emmeloord. De reden dat dit boek voor de nodige verwarring heeft gezorgd, is dat de schrijver uiteindelijk pleit voor de aanvaarding van praktiserende homofielen binnen de christelijke gemeente. Althans, indien hun relatie een duurzame relatie is in liefde en trouw.
Verlegenheid
De schrijver begint ermee zijn verlegenheid te schetsen, wanneer hij in aanraking komt met gemeenteleden die een homofiele geaardheid hebben, en daarmee ernstig te worstelen. Daarna gaat hij de teksten na die in de Heilige Schrift over dit onderwerp handelen. Vervolgens zet hij uiteen wat het belang is van de scopus, dat wil zeggen, de bedoeling van de tekst. Daarna zet hij uiteen wat volgens hem behoort tot de christelijke gehoorzaamheid vanuit het geloof. Centraal staat daarbij wat Paulus zegt in 1 Korinthe 6:12 en 10:23. Dan volgen enkele hoofdstukken waarin hij aandacht schenkt aan de wijze waarop Paulus spreekt over de wet; en het beroep dat Paulus doet op de geschapen natuur. Vervolgens laat hij zien hoe in de christelijke gemeente praktisch tegen homofilie wordt aangekeken en hoe mensen met een homofiele geaardheid benaderd worden. Hierbij geeft ds. Loonstra ook zijn eigen opvattingen weer. Hij eindigt met een oproep tot een gesprek in de christelijke gemeente over dit beladen onderwerp.
Onthullend vond ik wat de auteur op pagina 86 zegt, wanneer hij spreekt over de discussie ten aanzien van dit onderwerp in orthodox-christelijke kring: 'Wat ontbreekt is de bereidheid werkelijk open te staan voor argumenten die de aanvaardbaarheid van een ruimere praktijk verdedigen. Ik bedoel niet dat dit zou moeten leiden tot de aanvaarding van deze argumenten. Wel moet het komen tot een houding waarin de inbreng van andere argumenten wordt geaccepteerd.' Een bladzijde verder schrijft hij over orthodoxe gelovigen: 'Voor hen dient kenmerkend te zijn dat zij hun eigen mening niet verabsoluteren maar onderwerpen aan het Woord van God.' Onthullend zijn deze opmerkingen nu juist in deze zin dat de auteur nergens heeft kunnen aantonen dat de Schrift positief spreekt over de homoseksuele praxis. In plaats daarvan probeert hij de teksten die daarover handelen te relativeren, onder ander door hen te verstaan tegen de decadente achtergrond van de tijd en de cultuur waarin ze geschreven zijn. Hij pleit hij voor een toelaten van de homoseksuele praxis vanuit de eerder aangehaalde woorden uit 1 Korinthe 6:12 en 1 Korinthe 10:23: 'Alle dingen zijn mij geoorloofd.'
In de sfeer van vrijheid
Op welke manier legt dr. Loonstra nu de woorden van 1 Korinthe 6:12 en 1 Korinthe 10:23 uit? Wel, hij gaat er terecht vanuit dat met deze woorden niet gezegd wil zijn dat alles toegestaan is en dat het voor geestelijke mensen niet meer uitmaakt hoe zij leven, want dat zij toch op het niveau getild zijn waarop ze immuun geworden zijn voor de machten van het kwaad (p. 27). Dat zou ook niet mogelijk zijn, want de apostel Paulus geeft direct al een beperking aan de regel: 'Alle dingen zijn mij geoorloofd' door in het vervolg hoererij te veroordelen. Maar, zo stelt de auteur: 'Wat Paulus bedoelt, is: het leven.behoeft zich niet af te spelen in de sfeer van wat moet en niet mag.'
In welke sfeer dan wel? Dat blijkt telkens uit het vervolg: van wat nuttig is, wat opbouwend is in het Koninkrijk van God en in de sfeer van vrijheid: 'Dat ik niet verslaafd raak aan de een of andere manier van leven' (p. 28). Volgens ds. Loonstra voltrekt zich hier voor een christen een wending van onmondigheid naar mondigheid. En dan maakt hij een sprong die ik absoluut niet mee kan maken: Als alles geoorloofd is, is ook homoseksuele gemeenschap geoorloofd. Althans, in integere homoseksuele relaties die duurzaam zijn en doortrokken van dienende liefde (p. 30 en 31). Homoseksualiteit immers geldt voor Paulus niet als uitzondering op de regel 'Alles is mij geoorloofd', zoals hoererij wel. De teksten uit Romeinen 1:26 en 27 en 1 Korinthe 6:10 over homoseksuele praktijken staan in een ander verband' volgens de auteur.
Grens overschreden
Hier passeert dr. Loonstra een grens die niet overschreden mag worden. Hij legt de apostel woorden in de mond die Paulus nergens gesproken heeft. Immers, zijn criterium voor de woorden 'Alles is geoorloofd', namelijk wat opbouwend is en nuttig voor Gods Koninkrijk, is in die zin subjectief dat de apostel bedoelt 'met inachtneming van de richtlijnen die Gods Woord eii Gods Wet ons voorhouden'. Want de apostel laat in al zijn brieven duidelijk zien dat de vrijheid van een christen in het geloof gebondenheid inhoudt aan Gods inzettingen. We denken daarbij met name aan de brieven aan de Galaten en de Romeinen. Als ds. Loonstra zegt dat Romeinen 1:26 en 27 en 1 Korinthe 6:10 handelen over homoseksuele praktijken waarin schandelijke, schadelijke en verslavende begeerten worden nageleefd (p. 31), is dat zijn interpretatie van de bewuste teksten. Het staat er namelijk niet bij.
Terecht heeft de vorig jaar overleden prof.dr. C. Graafland zich in een discussie over het Schriftberoep in de ethiek terzake van de homoseksualiteit in zijn veroordeling van de homoseksuele praxis zonder meer beroepen op Romeinen 1. (Eén bijbel, twee gedachten, prof.dr. K.A. Deurloo en prof.dr. C. Graafland, Ten Have, Baarn, 1976, p. 49).
Duidelijk
Als wij de Schrift nagaan, kunnen we niet anders dan de homoseksuele praxis afwijzen. De teksten in de Bijbel die daarover handelen, zijn volstrekt duidelijk. Ik noem Leviticus 18:22; 20:13; Romeinen 1:26 en 27; 1 Korinthe 6:10 en 1 Timotheüs 1:8-10. Dat neemt niet weg dat wij met bewogenheid vervuld dienen te zijn met onze homofiele naaste en we met hem of haar zoveel mogelijk dienen mee te leven. Dat is de roeping van de christelijke gemeente.
Dr. Loonstra zegt ten slotte dat het niet zijn bedoeling is om homofiele gemeenteleden die met hun geaardheid worstelen, in de kou te zetten. Evenmin wil hij hen die hun geaardheid in een duurzame relatie uitleven, een legitimatie geven voor die levenswijze. Mijn vraag is dan: beseft hij welke impact zijn publicatie heeft, juist in de Christelijke Gereformeerde Kerken, waarvan hij als predikant deel uitmaakt? Hij kan de aanzet geven voor een ontwikkeling die een volstrekt negatieve invloed zal uitoefenen. Het is niet vanuit een triomfalistisch of farizeïstische houding dat ik dit constateer, maar met verdriet in het hart.
N.a.v. Dr. Bert Loonstra:
Hij heeft een vriend. Homorelaties in de christelijke gemeente.
Uitg.: Boekencentrum, Zoetermeer; 95 blz.; € 11,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's