De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

God met ons

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

God met ons

6 minuten leestijd

'Want Ik ben met u, spreekt de Heere, om u te verlossen.' (Jer. 30:11a)

Kunt u het zich voorstellen dat mensen wel eens denken dat God hen verlaten heeft? Iemand die heel ernstig ziek is, zegt het tegen je dat ze denkt dat God haar verlaten heeft. Waar heb ik het aan verdiend? Waar is God? Is Hij nog wel bij ons? Wil Hij ons nog wel helpen? Vanwege de ernstige ziekte of de grote problemen wordt er gedacht dat God hen verlaten heeft. Wie zal het op een of andere manier niet mee kunnen voelen? Maar, is het terecht, dat je dit zegt bij ziekte of bij andere nood?
Ik denk dat het een onbijbelse zaak is, om zo te redeneren. Dat blijkt uit onze tekst, genomen uit het zogenaamde troostboek in Jeremia. (Jer. 30-31) De profeet Jeremia staat bekend om zijn directe oordeelsprediking.
Maar, is er dan alléén maar oordeel? Dan blijkt juist in dat troostboek van Jeremia dat er ook de heerlijke tonen van de genade doorklinken.
Waarschijnlijk is dit troostboek geschreven toen de laatste ballingen werden weggevoerd uit Israël. Je ziet ze daar als het ware troosteloos bij elkaar staan. Het is gebeurd. Ze worden straks weggevoerd naar Babel. God ziet niet meer naar hen om. Het is voorbij. De stad ligt in puin. Ze gaan een onbekende en niet zo mooie toekomst tegemoet. Je moet zelfs zeggen: de toekomst lijkt voor hen wel toegesloten. Geen hoop, geen verwachting meer. Zo kun je jezelf soms voelen. En waar is God?
Op dat moment mag de profeet Jeremia spreken van Gods reddende liefde voor zijn volk. Heeft God hen verlaten? Nee, want, de Heere spreekt van mijn knecht Jakob. En er wordt zelfs duidelijk gezegd: vrees niet! (Jer. 30:10) God heeft Zijn volk niet verlaten.
Nee, de profeet ontkent de werkelijkheid niet. Ze worden weggevoerd. Dat is een teken van de straf van God over de ongerechtigheid. Dat moeten ze niet uitvlakken. Maar het houdt met die straf niet op. De Heere verkondigt een nieuwe toekomst voor dat volk, dwars door het oordeel heen. En Hij zal dat volk niet verlaten. Hij blijft er altijd bij. Wat dat betreft moeten we het voor onszelf ook altijd zo zien.
Hoe donker ook Gods weg mag zijn, je moet nooit tot de conclusie komen: de Heere heeft mij dus en wel onverdiend verlaten.
Jeremia neemt zijn volksgenoten volstrekt serieus in hun pijn. Middenin die pijn verkondigt hij hun de nabijheid van God. Is dat dan geen dooddoener?
Nee, toch niet. We moeten hier opmerken dat Jeremia in vers 11 heel eerlijk omgaat met zijn hoorders. Het gaat hier om kastijding, om straf van God. Maar, het is met mate. 'Hij straft ons, maar naar onze zonden niet'. De Heere slaat nooit van Zich af. Zo zijn wij wel. Maar zo is de Heere niet. Hij wil door het oordeel heen naar Zich toetrekken.
Hoe is het mogelijk? Dat is mogelijk geworden door Jezus Christus, de Zoon van de Vader. In Hem wilde de Heere echt met ons zijn. Hij werd dan ook genoemd Immanuel, dat wil zeggen God met ons. Die liefde van God ging zelfs zover dat deze Immanuel buiten Jeruzalem stierf aan een kruis. De toorn van God over de zonde daalde op Hem neer. Daarom is er genade. Daarom kon Jeremia toen al spreken van Gods genade.
Zo is de Heere nog steeds. Wij kunnen de Heere in Zijn handelen soms niet begrijpen. Dit weet ik wel dat het Gods diepste intentie is om mensen te redden van de ondergang. Het is Gods diepste verlangen om mensen te behouden. Dat mocht de boodschap van Jeremia zijn tegen de mensen die in ballingschap werden weggevoerd. Dat mag nog steeds de boodschap zijn. Zeg dan maar nooit te snel dat God je verlaten heeft. Eens heeft Jezus Christus aan het kruis geroepen: 'Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij Mij?' (Matth. 27:46) Toen werd Hij van God en mensen verlaten. En waarom was dat? Opdat wij tot God genomen en nimmermeer door Hem verlaten zouden worden.|
De Heere wil door alles wat wij meemaken ons alleen maar naar Zich toetrekken. Hij wil ons aan Zijn voeten hebben, ja aan Zijn hart drukken. Dat moeten we in alle vragen die we kunnen hebben, heel goed begrijpen.
Nee, Jeremia, belooft hen niet een gemakkelijke tijd in de ballingschap. Het joodse volk heeft het nooit gemakkelijk gehad in de landen waarheen ze getrokken zijn. Het zou moeilijk worden. Maar, door alles heen zou God Zijn volk niet in de steek laten.
Israël werd gestraft. Ja, maar er zaten toch ook vrome mensen tussen? Gelovige mensen? Jazeker, en ook die zullen vol met vragen gezeten hebben. Misschien tot op het allerlaatste nog gehoopt dat het oordeel zou worden afgewend. En nu moesten ze ook zelf mee. Maar, nu werden ze toch bemoedigd. God slaat nooit van Zich af, maar altijd naar Zich toe. Ik ben met U. Ja, maar wat hebben we daaraan? Jeremia zou zeggen. Ik weet wat dat is, als God belooft met je te zijn. Dat heeft de Heere namelijk ook tegen Jeremia gezegd: 'Ik ben met u, om u te redden'. (Jer. 1:8) Jeremia was soms heel eenzaam onder zijn volksgenoten, maar de Heere was bij hem. Zo zal de Heere met die Israëlieten zijn in Babel. En Hij zal hen weer terugbrengen. Jeremia zou zeggen. Mensen, je kunt op de Heere aan. Als Hij belooft dat Hij met ons is, dan maakt Hij dat ook waar.
Nog is de Heere Dezelfde. Misschien zit u wel met heel veel vragen, over de weg die u moet gaan in uw leven. Soms vragen mensen zich wel eens af, waaraan ze bepaalde dingen in hun leven verdiend hebben. Als het erop aankomt, hebben wij echter niets verdiend. Het gaat erom dat we leren leven van genade. Elke dag leven van genade. Dan zeg je niet zo snel meer: waaraan heb ik dit of dat verdiend? Nee, dan mag je al je nood voorleggen aan de Heere. En wat zegt de Heere dan? Ik ben met u, om u te verlossen. Hij is nabij om te bevrijden. Zo mag ik in deze wereld staan, in het besef: Hij is met ons tot aan het einde van de wereld. (Matth. 28:16-20)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 2005

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

God met ons

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 2005

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's