Geloof als werk? Romeinen in de NBV
INGEZONDEN
Terecht stelt dr. G. van den Brink (de Waarheidsvriend nr. 25, 23 juni 05) dat de brief van Paulus aan de Romeinen behoort tot de meest invloedrijke geschriften in de kerkgeschiedenis. Telkens opnieuw is het in de geschiedenis der kerk de stem van Paulus geweest, die voor een bevrijding uit de vastgelopen situatie van kerk en theologie heeft gezorgd. Met name de Reformatie is ondenkbaar zonder deze brief. Maar waaróm is dat nu zo? Wat is dan de evangelische, bevrijdende kracht van de Romeinenbrief? Volgens Paulus zelf en volgens de reformatoren die zich op hem beriepen, is die kracht gelegen in wat Paulus noemt 'de rechtvaardiging door het geloof'. In de bijbelse teksten getuigen profeten en apostelen telkens weer van deze geweldige ontdekking: dat God de mensen rechtvaardigt niet vanwege alle menselijke inspanningen maar door 'het geloof'-, door de trouw Gods, en het vertrouwen dat de mens op die trouw stellen mag. Juist op die momenten in de geschiedenis dat men de God van de Bijbel dreigde te vereenzelvigen met het eigen menselijk project, de eigen werken, kon de in de Romeinenbrief verkondigde 'rechtvaardiging door het geloof' fungeren als kritische instantie, temidden van een wetticistisch geworden jodendom (Paulus), een door aflaathandel gedomineerde kerk (Luther) of een verburgerlijkt cultuurchristendom (Barth). Een bijbelse 'uittocht' bleek het, uit de beklemmende algemeenreligieuze gedachte dat het heil Gods zou afhangen van het menselijke werk (de wet, de aflaat, de rede).
Uit geloof tot geloof
In deze bevrijdende boodschap van de Bijbel speelt het woord 'geloof' (pistis: vertrouwen, trouw, ook: trouw Gods, zie Rom. 3:3) dus een belangrijke rol. Het is jammer dat dr. Van den Brink niet specifiek op de vertaling van dit gewichtige woord in de NBV is ingegaan. Opvallend is namelijk dat de Nieuwe Bijbelvertaling op veel van de plaatsen waar Paulus spreekt van 'geloof' of'het geloof', dit woord pistis vertaald heeft met 'ons geloof', 'uw geloof' of'omdat wij geloven' (bijv. 4:20; 5:1; 9:30; 11:20). De vertaling van Romeinen 1:17, ook wel de kern van de brief genoemd, is daarvoor exemplarisch. Letterlijk luidt de tekst: 'Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof. Deze uitdrukking van Paulus, 'uit geloof tot geloof' (het doet denken aan Ps. 84:8, 'van kracht tot kracht gaan zij steeds voort'), wordt in de NBV als volgt weergegeven: 'In het evangelie openbaart zich dat God enkel en alleen uue gelooft als rechtvaardige aanneemt'. De uitdrukking 'uit geloof tot geloof', waarbij door Paulus op z'n minst in het midden wordt gelaten van wie dat geloof uitgaat, wordt nu tamelijk eenzijdig vertaald met 'enkel en alleen wie gelooft'.
Levensgevoel
Deze subjectiverende tendens is in de gehele NBV-vertaling van de Romeinenbrief schering en inslag. Met name in de hoofdstukken 9-11, over de vraag naar Israël, wordt dit goed zichtbaar. Vers 11:20 'door het ongeloof zijn zij afgebroken en gij staat door het geloof' wordt vertaald met: 'ze zijn afgebroken vanwege hun ongeloof en u dankt uw plaats aan uw geloof'. Het geloof wordt door deze vertaling ontdaan van haar objectieve karakter, ten gunste van het subjectieve deel-aspect van dit woord (óns geloof). 'Geloof' wordt geheel en al gereduceerd tot een mogelijkheid binnen het veld van de menselijke mogelijkheden, ja welhaast tot een menselijk werk. Het springende punt van de Reformatie, dat het geloof nu juist géén mensenwerk is, maar dat het geschonken wordt door genade alleen, voortkomend uit de trouw (pistis) Góds, dreigt hier achter de horizon te verdwijnen. Deze 'vertaling' sluit wellicht moeiteloos aan bij ons levensgevoel en ook bij onze geloofsbeleving, in een tijd, waarin alle nadruk ligt op het subject en op zijn daden en belevingen. Niet voor niets wordt steeds vaker het onderscheid tussen het belijden van
óns geloof en het doen van'belijdenis des geloofs' verzwegen of vergeten. De subjectieve zijde lijkt het enige dat telt. Helaas verstomt zo, ook in deze vertaling, de kritische stem van Kohlbrugge, en van de reformatoren, en ten slotte ook die van Paulus zelf. Voor hen was de bevrijdende kracht van het evangelie nu juist gelegen in 'het geloof' als een geschenk dat geborgen en verankerd is in de trouw Gods, niet in óns geloof.
Wanneer deze bevrijdende 'wet van het geloof' in de NBV wordt weergegeven met 'de u> et die eist dat u gelooft' (Rom. 3: 24, een vertaling die Van den Brink juist zeer aanspreekt), dan is die reformatorische boodschap niet langer hoorbaar. Dan is het geloof weer een werk geworden, dat wij zelf kunnen en moeten verrichten. Hoe deze vertaling de harten heeft kunnen winnen van zovele, ook op streng gereformeerde leest geschoeide protestanten én van de bestuurders der Protestantse Kerk in Nederland, is mij een raadsel.
M. ELBERS
PREDIKANT TE RANSDORP/HOLYSLOOT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's