Eeuwige liefde
'De Heere is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een liefde, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.' [Jeremia 31 : 3]
Israël was weggevoerd in de ballingschap. Het was terechtgekomen in Babel. Dat was niet zomaar een stukje pech, nee, het was eigen schuld. De Heere had hen gewaarschuwd. Het zou verkeerd met hen aflopen, als ze door zouden gaan op de weg van de zonde. Maar ze hadden al die waarschuwingen naast zich neergelegd en waren doorgegaan op het pad van de zonde. Uiteindelijk bleef het oordeel niet uit. Ze werden weggevoerd. En wat was hun toekomst? Was er nog toekomst voor hen die in de ballingschap werden weggevoerd?
Dan komt Jeremia met de troost van God. Met dit dat de Heere ondanks de ontrouw toch trouw bleef. Israël zou uiteindelijk toch terugkeren naar het land van de belofte. Uiteindelijk zou de toekomst niet voor het machtige Babel zijn. Nee, uiteindelijk zou de toekomst voor Israël zijn.
Dan herinnert de profeet aan de geschiedenis van het volk. In vers 2 brengt de profeet de tocht door de woestijn in herinnering. Toen is het volk toch ook bij de Rode Zee aan het zwaard van de Farao ontkomen? Uiteindelijk zijn ze toen toch ook in het beloofde land terechtgekomen. De God van toen is nog steeds Dezelfde. Die God van wonderen zou ook nu wonderen doen. Dat zou gezien worden in Babel.
Zo mag de profeet moed putten uit het verleden. De Heere is mij verschenen van verre tijden. Daarmee doelt hij op dat verleden van het volk. Moed scheppen uit het verleden. Kan dat dan? Ja, dat zie je in de Bijbel wel meer. Denk maar aan Jakob, die op een gegeven moment bepaald wordt bij wat hij meegemaakt had in Bethel. Daar had de Heere hem bemoedigd door een ladder, met engelen, die naar beneden en naar boven klommen.
Zo is het uiteindelijk nog. Je kunt wel eens totaal moedeloos zijn, zó moedeloos datje bij jezelf denkt: volgens mij heb ik het me ingebeeld dat de Heere voor mij genadig is. In ieder geval heeft de Heere mij nu verlaten, misschien wel definitief. Dan kan het enorm bemoedigend zijn, als je teruggeleid wordt naar wat er in het verleden gebeurd is. Hoe de Heere er was in Zijn genade. Is er dan echt nooit wat geweest? Dan krijg je toch opeens weer zicht op die punten in je leven dat de Heere er wel degelijk was. Dat Hij er was in Zijn genade. Datje ook in het verleden met volle overgave belijdenis van het geloof mocht afleggen. Dat de Heere er ook was, toen je voor het eerst aan het Avondmaal ging. Er waren situaties in je leven, waarin je het nooit gered had zonder de kennelijke hulp van de Heere.
Waarom laat de Heere je dat allemaal zien? Hij doet dat om in situaties van moedeloosheid te bemoedigen. Hij laat niet varen het werk, dat Zijn hand begon. Dat moeten we altijd goed onthouden. Hij, Die eens in je leven begonnen is, Hij laat dat werk niet zomaar vallen. Nee, Hij gaat daarmee verder. Hij heeft ook Israël niet laten vallen. Hij is er mee doorgegaan. Hij eeuwige heeft dat volk thuisgebracht in het beloofde land. Zo mag de Heere ons bemoedigen in Zijn grote trouw.
Dat zoiets heel vast ligt, daar worden we bij bepaald in onze tekst, als de Heere zegt: Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde. Dat is voor ons in feite nauwelijks te bevatten. Maar, in feite zegt de Heere dan dat Zijn liefde niet zomaar een tijdelijke ingeving is. Nee, die liefde is eeuwig. Daar kan niets of niemand iets aan veranderen. O, denkt er misschien iemand bij zichzelf: dat is dus een zaak van verkiezing. Uitverkiezing. Inderdaad. Nu kan het zijn dat als je zo'n woord laat vallen, dat dan direct allerlei mensen ontmoedigd het hoofd laten zakken. Maar, het is opmerkelijk dat in de Bijbel het juist niet als iets óntmoedigends naar voren komt. Het is juist bemoedigend. Die liefde van God is geen tijdelijke ingeving. Nee, ze is er al van eeuwigheid. Niet te veranderen door iets, wat er in de tijd gebeurt.
Dat is nu liefde, die in Jezus Christus concreet gestalte kreeg. Juist ook toen Hij stierf voor de zonden van het volk. Die liefde krijgt in de Bijbel steeds concreet gestalte naar het volk Israël toe. Hij laat dat volk niet vallen, ondanks zijn ontrouw. Dat is iets wat we nog steeds mogen geloven.
Die eeuwige liefde blijft ook niet in de eeuwigheid hangen. Nee, die krijgt gestalte in de tijd. De profeet zegt dan ook: Daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. Dat is de concrete trouw en liefde van God, waarmee Hij mensen trekt vanuit het verderf tot Zijn wonderbaar licht. In dat woord goedertierenheid zit ook die trouw, die blijvende trouw. Want, laten we eerlijk zijn: als het van u en mij zou afhangen, dan waren we zo weer afgedwaald. Nee, waar de Heere eenmaal Zijn liefde bewezen heeft, daar blijft Hij trouw. En wie dat in zijn eigen leven ervaren heeft, die kan daar alleen maar heel blij om worden.
Soms kan het wel eens pijn doen, als de Heere je bepaalt bij je zonden. En toch, de Heere doet ons geen pijn tot ons onheil. Nee, Hij doet het om ons naar Zich toe te trekken. Dan voel je in dat alles toch de trekkende liefde. En je mag weten dat Hij, Die eens in je
leven begonnen is, je niet zal laten vallen. Hij houdt trouw. Nee, dan is het niet de bedoeling datje daardoor achteloos met de dingen omgaat. Datje bij jezelf denkt: het komt toch allemaal wel goed. Nee, Zijn trouw en lief-de, Zijn goedertierenheid, mag ons juist heel dicht bij de Heere houden. Het mag ons brengen tot een lofzang op de liefde van God.
H. BORN, BRAKEL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 augustus 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's