De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Is het nog erger?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is het nog erger?

REACTIE DR. VAN DEN BRINK

3 minuten leestijd

Ds. Eibers is van mening dat er met de NBV-vertaling van de Romeinenbrief meer mis is dan ik in mijn tweeluik van eind juni jl. aangaf. Wat zij schrijft over een 'subjectiverende tendens' in de NBV, herken ik wel - en trouwens niet alleen in de Romeinenbrief. Wanneer zij daartegenover wijst op het objectieve karakter van het heil, dat wil zeggen op de verankering ervan in Gods trouw en niet in enig werk van mensen, is me dat uit het hart gegrepen. En inderdaad doen wij in belijdenisdiensten geen belijdenis van ons geloof maar van het geloof - het ene, algemeen-christelijke geloof waarin we mogen delen; het is goed dat ds. Eibers daar nog eens op wijst. Wanneer zij echter stelt dat de NBV daarom bekritiseerd moet worden wanneer deze regelmatig spreekt over 'ons geloof' en 'uw geloof' waar de grondtekst dat niet (letterlijk) doet, meen ik dat zij doordraaft. Want:

1. Men moet de NBV beoordelen op haar eigen vertaalprincipes, dus óók op haar doeltaalgerichtheid. Dan is duidelijk dat men een minder toegankelijke formulering als 'uit geloof tot geloof' niet woordelijk uit de grondtekst kon overnemen, maar geprobeerd heeft de bedoeling ervan weer te geven. En die bedoeling houdt m.i. in dat Paulus in teksten als Romeinen 1:17 in elk geval óók iets zegt over het geloof uan mensen.

2. Wanneer er in de NBV sprake is van 'ons geloof' en 'uw geloof', is daarmee natuurlijk niet bedoeld dat het geloof van eigen makelij is, welhaast 'geheel en al gereduceerd ... tot een menselijk werk', en dat het dus niet uit genade geschonken zou worden. In Romeinen 1:8 spreekt Paulus zelf bijv. ook onbevangen over 'uw geloof'. Daarmee bedoelt hij toch ook niet dat dat geloof een eigen werk van de Romeinen was? De uitdrukking 'uw geloof' komt in de NBV 39X voor, maar in de letterlijker Statenvertaling toch ook al 29X. Het geloof, dat geheel uit genade van Godswege geschonken wordt, is kennelijk tegelijk zó persoonlijk dat het Nieuwe Testament er persoonlijke voornaamwoorden bij kan plaatsen.

3. Ook wanneer er sprake is van 'de wet die eist dat u gelooft' (3:24), is daarmee niet gezegd dat het geloof een werk van mensen zou zijn, of dat de reformatorische boodschap niet langer hoorbaar is. Volgens die reformatorische boodschap is het geloof namelijk niet alleen een gave, maar ook een opgave. Dat hadden de reformatoren weer bij Paulus vandaan, zoals bijv. blijkt uit Romeinen 10:4, 9-11, 13-14 (vgl. eventueel ook de oproep die Paulus volgens Lukas deed aan de gevangenbewaarder te Filippi:

Hand. 16:31). Het is m.i. de barthiaanse theologie die altijd moeite heeft gehad om deze opgave-kant (zo men wil: deze subjectieve, persoonlijke zijde) van het geloof theologisch recht te doen. Daarmee dreigt deze de fijnzinnige nieuwtestamentische balans tussen gave én opgave van het geloof uit het gelid te trekken.

G. VAN DEN BRINK, WOERDEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 augustus 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Is het nog erger?

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 augustus 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's