Genade is genoeg
'Mijn genade is u genoeg.' (2 Kor. 12:9)
Paulus is het na veertien jaar nog steeds niet vergeten. Dat wat hij meemaakte is onvergetelijk, is in feite niet in woorden uit te drukken. Een heel bijzondere ervaring. En de woorden, die hij toen te horen kreeg. Onbeschrijfelijk, zo'n ervaring. Het zal je maar gebeuren.
Wat overkwam hem? Hij probeert er in onbeholpen woorden iets van door te geven. Hij werd als het ware aan de aarde onttrokken. Hij werd opgetrokken tot in de derde hemel. De derde hemel was in de traditie de eigenlijk hemel, waar God woonde. Hoe is het mogelijk, dat hij dat mocht meemaken? Dat was nog eens een ervaring.
Waarom vertel je er niet meer over Paulus? Je zou het toch goed kunnen gebruiken? We moeten namelijk weten dat er tegenstanders waren van Paulus. Mensen die zijn roeping in twijfel trokken. Ze vonden hem in feite maar niets. Dan zien we hem in hoofdstuk 11 spreken over wat hij niet allemaal heeft meegemaakt. Hoe hij heeft moeten lijden voor het evangelie. En, zegt hij, als ik echt zou moeten spreken over wat ik heb meegemaakt, dan kan ik ook wel wat vertellen.
Maar is het verstandig? Is het goed? Komt daarmee niet een mens in het middelpunt te staan? Paulus ziet er liever vanaf. Maar als het er echt op aan zou komen, dan kan hij wel degelijk heel wat vertellen.
De vraag is natuurlijk hoe je met zulke ervaringen moet omgaan. Behoren ze tot het wezen van de zaak? Draait het om zulke ervaringen in het geloof?
Het is opvallend dat de apostel ons juist grote nuchterheid wil bijbrengen rondom deze openbaringen. Niet dat ze geen betekenis hebben. Ze kunnen nog wel voorkomen. De Heere kan zulke dingen geven om Zijn kinderen te bemoedigen. Te bemoedigen op de weg van het geloof. Die ervaringen zijn dan niet direct voor anderen bedoeld. Ze zijn er voor de gelovigen persoonlijk. Dan kun je het goed hebben als je weet, dat de Heere je persoonlijk in moeilijke omstandigheden bemoedigt. Hij is er, heel dichtbij.
Nee, dat zijn geen blijvende zaken. Je wordt toch weer midden in het leven geplaatst, met al zijn aanvechtingen, pijn en verdriet. Dat moest de apostel zelf in het bijzonder ervaren. Hij spreekt er dan van dat hij een scherpe doorn in het vlees ontving. Wat het precies is geweest, weten we niet.
Waarschijnlijk wel een of andere kwaal, die hem het werken in Gods Koninkrijk behoorlijk hinderde. Wat zou het voor kwaal geweest zijn? We weten het niet en dat is maar goed ook. Dan wordt die kwaal immers weer een soort van hoofdthema.
Maar, waarom moest Paulus dit overkomen? Hij krijgt er wel de reden bij. Opdat hij zich niet zou gaan verheffen op de uitnemendheid van de openbaringen. Dat kan dus, ook, dat je als mens trots wordt op wat je geestelijk hebt meegemaakt. Dan ga je er van buiten je schoenen lopen. Een scherpe doorn in het vlees. Maar zou Paulus dan hoogmoedig zijn geworden? Laten we maar heel eerlijk zijn naar onszelf. De hoogmoed zit er soms zo in.
De apostel werd door die doorn in het vlees aan de grond gehouden. Afhankelijk gemaakt van de Heere. Zo'n doorn in het vlees kan trouwens bij ieder iets anders zijn. Iets wat je naar de mens gesproken zwak maakt, maar wel afhankelijk van de Heere.
Nee, gemakkelijk was het niet geweest. Hij had de Heere zelfs herhaaldelijk gebeden om ervan verlost te mogen worden. Maar de Heere had hem gezegd:
'Mijn genade is u genoeg'. Daar zit de kern van de zaak. Wij zijn ook na ontvangen genade zo snel geneigd om weer op eigen krachten verder te gaan. Om niet afhankelijk van de Heere te leven. We vergeten de verborgen omgang met de Heere. We zijn geestelijk gesproken al zo snel tevreden over onszelf. En we vergeten dat we elke dag van genade moeten leven. Het is genade voor en genade na. En zo werd Paulus door die doorn in het vlees dicht bij de Heere gehouden.
'Mijn genade is u genoeg'. Het draait om de genade, die de Heere Jezus verworven heeft op Golgotha. Daar komen we ons leven lang niet boven uit.
Wie dat toch wil, die heeft het nog niet begrepen. Die heeft nog niet geleerd wat genade is.
Genade, oftewel gratie. Vrijspraak voor iemand die de dood heeft verdiend. Ik kan het niet begrijpen, toch schenkt de Heere nog steeds die genade. En dan niet, opdat je gaat zeggen: nu zijn we er. Nee, opdat je elke dag weer leert leven uit de gevende hand van God. De Heere voegt eraan toe: 'want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht'.
Het was voor Paulus niet gemakkelijk. Een engel van de satan, die hem met vuisten sloeg. En blijkbaar vond de Heere dit goed. Maar het wonderlijke is dat terwijl de satan denkt dat hij zo de evangelieverkondiging kan hinderen, die vuistslagen van hem juist diepe afhankelijkheid van de Heere uitwerken. Als Paulus immers zo afhankelijk is van de Heere, dan kan de Heere pas echt door hem werken. Dan is hij echt van dienst in Gods koninkrijk.
'Mijn genade is u genoeg'. Dat moeten we steeds weer Ieren. Het kon wel eens zijn dat dit ons grote gebrek is dat we nog zoveel weer in eigen kracht kunnen, dat we te weinig afhankelijk leven. We voelen ons in het geheel niet zwak. Ondertussen is er in christelijk Nederland overal afbraak. Zo sterk zijn wij dan zogenaamd. We zijn ondertussen een prooi voor de wereld geworden. En waarom? Omdat we niet meer restloos van genade leven, maar het toch zo vaak weer zelf kunnen.
Ons gebed mag wel zijn dat de Heere ons weer brengt tot die restloze afhankelijkheid van Hem. Genade is immers genoeg en dat blijft zo tot aan onze laatste snik.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's