Uit de pers
Psalmen
Het Oude liedboek van Israël blijft mensen aanspreken. Dichters raken er door geïnspireerd en maken er bewerkingen van. In 2003 verscheen bijvoorbeeld De psalmen in de bewerking van Lloyd Haft. De psalmen ondergingen onder zijn handen wel een radicale verandering. Het is geen nieuwe berijming, maar eerder poëzie die zijn inspiratie vindt in de bijbelwoorden. In een interview liet Haft merken dat hij dit project had ondernomen om te laten zien dat religie helemaal zo dwaas niet is. Ik citeer: 'Veel mensen die ik ken, doen smadelijk over religie. Als mens van deze tijd die op zijn manier religieus is, vind ik het niet leuk om zo gemarginaliseerd te worden. Dat is ook een van de redenen dat ik dit wilde doen. Ik dacht: als dit de dingen zijn die mij bezighouden dan moet ik daar ook voor uitkomen' (in: Marjoleine de Vos Dichtersgesprekken). Van het resultaat werd op de VPRO-radio gezegd: 'Je zou er vanzelf gelovig van worden.' Het wonder van de psalmen die iedereen kunnen boeien, zowel de gelovige als de heiden. In 2004 kreeg Lloyd Haft er de Ida Gerhardt Poëzie Prijs voor.
Onlangs verscheen een eerste proef van een ambitieus project van theologen, dichters en componisten onder de titel Psalmen voor nu. Ik vermeld enkele gegevens uit de Inleiding van het projectboek: 'Het team van Psalmen voor Nu werkt aan een nieuwe psalmberijming. Een berijming in eigentijds Nederlands, op nieuwe melodieën in de traditie van de lichte muziek van de afgelopen halve eeuw.' De uitgave van een boek inclusief een cd wil een eerste tastbaar resultaat zijn van drie jaar studeren op de grondtekst, berijmen en componeren. 'De psalmen staan in onze tijd onder druk,' vindt de werkgroep. 'Nieuwe liedtradities verdringen het zingen van de psalmen. In veel gemeenten zijn ze bijna de kerk uitgewaaid. Waar ze in ere gehouden worden, is dat bijna alleen nog in de kerkelijke setting. In de kerk zingen mensen ze mee, thuis draaien ze wat anders.' Volgens de medewerkers aan dit project is het probleem voor een belangrijk deel een vormkwestie. Het heeft niets met de inhoud te maken.
Psalmen blijven om hun weergave van de omgang van gelovigen met hun God mensen aanspreken. Alleen de taal van de psalmen in hun huidige vorm begrijpen mensen van vandaag niet meer. Ook past de muziekstijl niet meer bij mensen van deze tijd. Daar liggen dan ook de ambities van de werkgroep Psalmen voor Nu. Taal en muziek van de psalmen zodanig wijzigen en aanpassen dat jonge mensen die in hun kerk nog psalmen zingen weer begrijpen waar die psalmen over gaan en ze mee kunnen zingen op een melodie die dicht bij hun eigen muziekcultuur staat. De werkgroep heeft het gelijk aan zijn kant als men stelt: kiezen voor een andere muziektraditie (en dus niet langer voor een compleet psalmboek dat alleen maar voorhanden is in de muziektraditie van het zestiende-eeuwse Genève) betekent bijna onvermijdelijk dat je geen of veel minder psalmen gaat zingen. 'Wij geloven dat een kerk die de psalmen verliest, een verliest lijdt dat met geen rijkdom aan andere liedteksten helemaal te compenseren is.'
Ten slotte wil men ook door deze nieuwe psalmen mensen aanspreken die niets van de Bijbel, kerk of christendom afweten.
Een indrukmakend project, moet ik eerlijk bekennen, ook al zie ik nog niet goed hoe een en ander valt in te passen juist in delen van de kerk waar men zozeer hecht aan de psalmzangtraditie. Het verdient in ieder geval wel voortgaande bezinning, ook onder ons. We zingen in onze diensten nog steeds de psalmen in een op veel punten ronduit achterhaalde en hier en daar zelfs bijbels onverantwoorde berijming, terwijl we in samenkomsten naast de officiële erediensten van alles en nog wat zingen, teksten die soms ook haaks staan op wat we in onze gereformeerde belijdenis verwoord vinden en waar we voor zeggen te staan in de kerk.
Ik kwam onlangs in het weekblad De Reformatie (30 juli 2005) de tekst tegen van de lezing die dr. J. Smelik (hymnoloog-musicoloog en post-doc-onderzoeker aan de Theologische Universiteit Broederweg Kampen) hield bij de presentatie van zijn boek Gods lof op de lippen. Boven zijn verhaal schrijft hij Levenslang psalmen. Hij gaat uitvoerig in op de psalmen in de gereformeerde traditie en kiest als insteek zijn eigen leven met de psalmen. Hij vertelt hoe zijn vrouw als kleuterjuf de goede gewoonte had om kinderen regelmatig een psalm te leren.
In toenemende mate kreeg zij echter te maken met verontwaardigde moeders die vonden dat je kinderen toch niet met zulke moeilijke en gevoelloze liederen kon opschepen. Intussen hadden de kinderen nergens last van. Integendeel. Net als ik in de jaren zestig vonden zij het prachtig om 's zondags mee te kunnen zingen. Dat bleek keer op keer wanneer 's zondags de psalm gezongen werd. Je zag dan de kleuters enthousiast zingend zich in alle bochten wringen om maar contact met juf te krijgen: 'Kijk eens, juf, hoe goed ik mee kan zingen!'
Natuurlijk is het goed dat er veel geestelijke kinderliederen bestaan en gezongen worden. Maar het is niet waar dat kinderen uit zichzelf problemen hebben met teksten en melodieën van kerkliederen. In de meeste gevallen ligt het probleem bij de ouders die ten onrechte hun eigen luisterervaring ('smaak'), hun muzikale onmacht of frustraties projecteren op hun kinderen.
Daarentegen is het juist belangrijk dat je kinderen liederen leert, waar ze later wat aan hebben. Dat je ze liederen leert die een levenlang mee kunnen gaan. Liederen waarvan de tekst en inhoud wellicht op jonge leeftijd nog niet voldoende begrepen worden, maar die gaandeweg het leven steeds meer doorleefd worden. Nu ik sinds een paar jaar als ouderling de gereformeerde kerk in mijn woonplaats mag dienen, valt me opnieuw op hoe essentieel het is dat je kinderen niet alleen eendagsvliegen aanleert, maar vooral ook liederen die naar inhoud en vorm de tijd kunnen verduren en die hun duurzaamheid al bewezen hebben.
Want in het pastoraat zie ik hoe oudere mensen die hun gezichtsvermogen verliezen, die doof worden, die vrijwel niets meer kunnen, hoe die mensen juist een houvast vinden in de psalmen die ze vroeger op school al geleerd hebben en die al hun hele leven met hun meegaan. Als je als ouderling wekelijks bij een demente zuster of broeder op bezoek komt, loop je kans dat je bij elk bezoek jezelf moet voorstellen en moet vertellen wie je bent en wat je komt doen. Ook al heb je dat vorige week nog gedaan. Maar even later zingt ze feilloos hele psalmenverzen die ze als kind geleerd heeft.
En dan ervaart de ouderling wat de muziekwetenschapper weet: de teksten die gezongen worden dringen dieper door in de mens dan gesproken teksten. Ze beklijven veel beter. Ze hebben een actieradius die vele male groter en sterker is dan gesproken woorden.
'Psalmen,' aldus dr. Smelik, 'gaan over de hele breedte van het menselijke leven met al zijn ups en downs. Psalmen zingen over alle facetten van het geloof.' Hij citeert Calvijn die in 1558 het psalmboek typeerde als een 'anatomie van alle delen van de ziel'. Maar als wij ons in onze keus voor het zingen van alleen maar psalmen in de eredienst plegen te beroepen op de man uit Genève, dan moeten we hem wel helemaal uit laten spreken:
'En nu moeten we hier wel even opletten: want Calvijn heeft in zijn uitspraken over de waarde van het psalmboek altijd de psalmbundel als een geheel voor ogen gehad. Van oud-testamentici heb ik begrepen dat vandaag de dag ook steeds sterker de overtuiging doordringt dat het Boek van de Psalmen een zorgvuldig samengestelde compositie is met een inleiding (psalmen 1 en 2) en afsluiting (psalmen 146 t/m 150). Calvijn had het in zijn tijd dus al goed in de gaten.
Hij was van oordeel dat je niet kon volstaan met een selectie uit de psalmen: ze moeten dan ook allemaal berijmd en gezongen worden. In Geneve werden dan ook alle psalmen daadwerkelijk gezongen.
Die praktijk heeft ook in Nederland lange tijd bestaan. In de negentiende eeuw kreeg de praktijk de overhand dat de predikant psalmversjes ging uitzoeken die naar zijn oordeel bij de preek pasten. En sindsdien zingen we gezangen. Dat wil zeggen: sindsdien stellen we onze eigen gezangen samen met flarden uit de psalmberijming. En dan nog zijn er mensen die denken vol te kunnen houden dat ze dan 'psalmen' zingen, dat Calvijn hun grote voorbeeeld is en dat gezangen de kerk van het recht pad afvoeren. Wie met een beroep op Calvijn beweert dat je in de kerkdiensten vrijwel uitsluitend psalmen mag zingen, moet ook consequent zijn en moet zorgen dat alle psalmen ook daadwerkelijk gezongen worden. En ook dat je zoveel mogelijk héle psalmen zingt, of anders in ieder geval afgesloten gedeelten uit de psalmen. Wat ik maar wil zeggen: de gereformeerde traditie heeft zich vooral de afgelopen eeuwen wat dit betreft wel erg selectief beroepen op de Geneefse reformator.'
Smelik is niet tegen de pogingen die we hierboven vermeldden van de werkgroep Psalmen voor Nu, ook al noemt hij de werkgroep niet met zoveel woorden. Alleen wil hij de grote waarde blijven onderstrepen van de Geneefse melodieën. 'We moeten ze niet kwijtraken of bij het straatvuil zetten. (...) Ze zijn nog springlevend, ondanks hun hoge ouderdom.'
Mij trof in de laatste aflevering van Kerk en Theologie (juli 2005) de meditatie van dr. Willemien Otten, hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht over wat ze noemt De zin(tuigelijkheid) van de psalmen. Ze vertelt in korte tijd twee begrafenissen te hebben bijgewoond, die van haar schoonmoeder en die van prof.dr. M.J.G. van der Velden. Beiden waren georiënteerd op de Gereformeerde Bond, aldus dr. Otten. Een traditie die ze zelf vanuit haar eigen opvoeding niet kent.
'Bij mijn schoonmoeder klonken alleen psalmen in de oude berijming, in de Utrechtse dienst ook enkele gezangen. Maar centraal in beide diensten stonden toch de psalmen, ook in de overdenking. Waar gemeentezang en orgelspel de gemeente dragen, daar vormen de psalmen de steigers onder het protestantse geloof. In Psalm 62: (bij God is mijn redding en eer, mijn machtige rots en schuilplaats is God) en Psalm 84: berijmd (mij is een schuilplaats toebereid in het paleis van U, mijn koning) doordesemden beide overdenkingen. Mooie psalmen met kernachtige teksten. Maar het hadden ook andere psalmen kunnen zijn. De psalmen zijn immers een corpus, een lichaam dat alvoedend is.
Waar de katholieke auteur Frans Kellendonk in zijn gelijknamige roman spreekt over het Mystieke Lichaam, daarmee verwijzend naar de reële presentie in eucharistie of avondmaal, daar zijn in het protestantisme de psalmen als poëtisch corpus de spijs van de gemeente die onderweg is. Zij voeden individuele gelovigen op hun reis van geboorte naar dood, in afwachting van de opstanding, zij verenigen bekenden en onbekenden op een doordeweekse dag in een Utrechtse rouwdienst, en zij vormen een verbindingsschakel in de geschiedenis van de kerk van Augustinus tot nu.
De betekenis van de psalmen is dat zij zin aan zintuiglijkheid geven. Een ieder die ze zingt of anderszins bij zich draagt, zal er na afloop van tijd door worden gedragen. Als vanzelf. Tot het einde toe.
Mooi gezegd en diep aangevoeld. Of, zoals ik in het werkboek van Psalmen voor Nu, 'er staat geen regel in deze psalm of hij heeft een lange geschiedenis in de emotionele huishouding van heel veel mensen' (hij bedoelde psalm 25).
Rien van den Berg (red.): Psalmen voor Nu inclusief cd
Boekencentrum € 13,50
Marjoleine de Vos:
Dichtersgesprekken,
Prometheus/NRC Handelsblad, € 17,95
Kerk en Theologie:
Boekencentrum, los nummer € 14,95 incl. porto te bestellen via www.kerkentheologie.nl of door overmaking op giro 610252 o.v.v. gewenste exemplaar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's