Christus loochenen of Hem belijden
DS. PLAISIER EN DE RUIMTE VOOR VRIJZINNIGHEID
Het septembernummer van het blad VrijZicht kondigt zijn eigen teloorgang aan, ingaande in de maand december. Het tijdschrift voor levensbeschouwing, religie en cultuur, dat in zijn artikelen de mens centraal stelt, trekt het in financieel opzicht niet langer. Al leeft bij de redactie de overtuiging dat de vrijzinnige velden wit zijn om te oogsten - remonstranten en vrijzinnig protestanten dienen zich wel te melden, wil VrijZicht mee blijven spreken in levensbeschouwelijk Nederland. De scriba der kerk, dr B. Plaisier, steekt de vrijzinnigen in deze fase van hun bestaan echter een hart onder de riem. En daarom is het tijd voor een protest!
Binnen de vrijzinnigheid zijn schakeringen. Zo vrijzinnig als voorzitter ds. F. Brinkman van de in 1948 opgerichte Zwinglibond, zijn er weinigen. Tegen dagblad Trouw zei deze predikant uit Odoorn onlangs: 'Na de pinksterdienst gaven twee dames, dertigers, me een hand. 'Gods zegen,' zeiden ze, 'met de nadruk op God, want ik had dat woord de hele ochtend nog niet gebruikt.'
Een kerkdienst zonder God - als hier niet op schrijnende wijze de kerkelijke malaise aan het licht kwam, zou je nog kunnen glimlachen om de gevatheid van beide vrouwen.
'De afkalving is hard gegaan', erkent ds. Brinkman. Het ledental van zijn Zwinglibond is sinds 1997 gehalveerd tot 150 mensen.
Van kaft tot kaft
Vorige week zondag herdacht de Remonstrantse Broederschap haar 375-jarig bestaan. Ook hier is vergrijzing een actueel issue. Daaruit zou geconcludeerd kunnen worden dat vrijzinnigen die staan voor verdraagzaamheid en ondogmatisch geloven, hun idealen in Nederland gerealiseerd hebben. Mevr. Jansje Sick, zeven jaar geleden als ouderling lid van het hervormd moderamen, zei bij haar aantreden als voorzitter van de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden echter dat het 'verrassend is te zien hoeveel mensen nog steeds vastzitten in het idee dat de bijbel van kaft tot kaft waar is', waardoor ze bang zouden zijn om zaken als de opstanding en de verzoening ter discussie te stellen.
En het was deze vereniging die aan de vooravond van de definitieve besluiten over de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland de synode liet weten dat 'wij door Jezus niet rond zijn dis samengeroepen zijn om het fijn met elkaar eens te zijn, maar om de vonken ervan af te laten spatten in het debat over het geheim van het Koninkrijk. God verhoede dat we het met elkaar eens worden in de kerk.'
Elkaar nodig?
In VrijZicht laat dr. Plaisier geen onduidelijkheid bestaan over de vraag of de vrijzinnigheid in 'de nieuwe kerk met een nieuw elan' nog aan bod komt: 'Welzeker'. Waar de scriba eerst opmerkt dat 'we een kerk willen zijn die voortkomt uit een heel aandachtig luisteren naar de Bijbel en we staan in de belijdende traditie van deze kerk', geeft hij ook als zijn mening dat 'we elkaar werkelijk nodig hebben, als orthodoxen en vrijzinnigen'.
Waarom?
'Die twee kunnen niet zonder elkaar. Je kunt niet zomaar zeggen dat de vrijzinnigen Jezus Christus loochenen. 'In deze belijdende kerk is juist plaats voor de vrijzinnigen. De orthodoxen hebben de vrijzinnigen nodig voor de vragen van deze tijd over de cultuur en bij het debat erover'.
Dr. Plaisier geeft ons vast zijn antwoord, voor het geval we als hervormde protestanten hiertegen nadrukkelijk ons protest laten horen. 'De bonders vragen ons wel hoe het mogelijk is met de Christus-loochenende vrijzinnigen te kunnen praten. (...) Mijn antwoord is dan: in de hervormde traditie hebben wij al eeuwen met elkaar geleefd.'
Ja, dr. Plaisier heeft gelijk als we ons uitgangspunt nemen in onze geschiedenis - maar dat doen we niet! We kunnen ons toch niet spiegelen aan de negentiende-eeuwse vrijzinnigheid, de jaren van de Afscheiding en de Doleantie, een eeuw waarop onze kerk niet zonder schuld kan terugzien? Wie deze argumenten aandraagt, maakt de kerk tot een stuurloos schip, omdat het anker geworpen wordt in een tijdperk dat het schip in zwaar weer zwabberde. Juist in onze hervormde traditie hebben we met de publieke loochening van Christus' naam geworsteld, heeft ons voorgeslacht eraan geleden. Van aanvaarding kon geen sprake zijn, ter wille van het werk van de Zaligmaker.
Jaren van moeizaam kerkordelijk overleg hebben we achter ons. Ligt het dan niet voor de hand dat de scriba ook vrijzinnige kerkleden wijst op het centrale artikel, namelijk dat 'de kerk belijdt in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst'? Of dat hij hen wijst op de functie van de belijdenis van de kerk, die immers ook voor vrijzinnigen betekenis heeft?
Kerkverlating
We voeren hier maar niet een theoretische discussie, waarin 'belangengroepen' binnen de kerk hun zegje mogen doen. Zo lijkt het wel, als dr. Plaisier opmerkt dat 'de gesprekken met de Gereformeerde Bond en met het Evangelisch Werkverband gewoon worden voortgezet, net als met de vrijzinnigheid'. Nee, hier raakt de kerk haar eigen identiteit, haar voortbestaan, haar toekomst en hier is de naam en eer van haar Heere in het geding. En daarom vragen we onze scriba niet minder dan op zijn woorden terug te komen! Het is geen theoretische discussie, want het gaat ook om de redding van mensen, voor wie de kerk herderlijke zorg te bedrijven heeft.
De remonstrantse theoloog dr. E.P. Meijering heeft er terecht op gewezen dat waar de kerk de loopplank naar de wereld uitlegt, er vooral sprake is van eenrichtingsverkeer. Zijn het dan geen aangrijpende cijfers die vorige week bekend werden inzake de ledentallen van de verschillende kerkgenootschappen?
Tussen 1990 en 2000 verloor de Nederlandse Hervormde Kerk 41 procent van haar leden? Sinds 2000 kwam daar twaalf procent bij, al is dit een vertekend cijfer vanwege het ontstaan van de Hersteld Hervormde Kerk. Zien we echter achter deze cijfers honderdduizenden mensen, die vervreemd raken van de boodschap van het evangelie? Voor enige euforie vanwege de verkoopcijfers van de Nieuwe Bijbelvertaling lijkt geen enkele plaats.
Niets afdoen
De kerk kan en mag niet anders dan Jezus Christus belijden. En daarom is het zo helder als glas dat zij geen gesprekken kan voeren met 'Christus-loochenende vrijzinnigen', behalve om hen terug te roepen tot de gehoorzaamheid aan het evangelie. Dat is geen verzoek van bonders, geen uiting van onverdraagzaamheid, maar levensnoodzakelijk.
Deze bonders zeggen overigens niet 'zo maar' dat Christus geloochend wordt, maar zien wat er verschijnt van de hand van theologen als H.M. Kuitert en G. Manenschijn, wat bovengenoemde ds. Brinkman en anderen in diverse bladen schrijven. Zij denken daarbij aan het woord van Paulus uit 1 Korinthe 9: 'En wee mij, indien ik het evangelie niet verkondig!' En geldt dan ook niet het woord van Johannes, de apostel van de liefde, die in het laatste bijbelboek aangeeft dat niemand - dat geldt vrijzinnigen en orthodoxen in de kerk - mag afdoen van het boek van deze profetie? Waar de kerk belijdend wil spreken, zal ze tegelijk voor de dwaalleer in haar midden geen ruimte kunnen geven.
Gaat het immers niet om 'een ander evangelie', omdat het leven van Jezus niet los gezien kan worden van Zijn verzoenend lijden en sterven? Wie dat laatste ontkent, verduistert het evangelie. Paulus spreekt daar heldere woorden over, waarvan de kracht natrilt in het hart van ieder die de Heere liefheeft. Er is geen ander evangelie dan dat van Hem die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader. In de aanhef van zijn brief aan de Galaten zegt de apostel dat wie een ander evangelie brengt, vervloekt zij.
Boer-Berkhof
Bij de verschijning van een levensbeschrijving van ds. G. Boer is diens discussie met dr. H. Berkhof weer voor het voetlicht gehaald. Ds. Boer gaat hier in op de geuite beschuldiging dat de Gereformeerde Bond onverdraagzaam is, waar hervormd-gereformeerde gemeenten in de plaatselijke situatie geen ruimte geven voor minderheden. 'De GB gedraagt zich, waar hij heerst, als de wettige gestalte van de kerk', klinkt het uit de mond van dr. Berkhof.
In zijn antwoord zegt ds. Boer dat 'wij niet tevreden zijn met een rechtmatige plaats in de kerk, maar een totale herbouw van deze kerk voorstaan. (...)
Wij zitten met allen die in de loop der eeuwen de kerk zijn binnengedrongen en de fundamenten der kerk hebben ondermijnd.' Waar gemeenten die zich rekenen tot de Gereformeerde Bond niet meer dan de belijdenis van de kerk handhaven, heeft dit, schrijft ds. Boer, met intolerantie niet van doen, maar moet deze positie bezien worden binnen het raam van het gereformeerd belijden.
En hebben de orthodoxen de vrijzinnigen echt nodig voor de vragen van onze cultuur? Dr. Plaisier denkt van wel. In deze uitspraak ligt de gedachte opgesloten dat orthodoxen te weinig bezig zijn met de vragen die het klimaat in de samenleving ons stelt. Het is een opmerking die vaker aan het adres van gereformeerde belijders gericht is geweest. Mogen we nog een keer ds. Boer aanhalen in zijn gesprek met dr. Berkhof? 'Ook ons is de cultuurcrisis van deze eeuw niet bespaard, al is het waar dat wij veel kritischer staan tegenover de cultuur dan u'. Ds. Boer noemt de gemaakte opmerking 'een overwaardering van het denkend deel der natie, waaruit een individualisme spreekt, dat zich ook in de kerk groot en breed maakt en zich distantieert van de gemeente.' Binnen de eenheid van belijden in de gemeente worden problemen van gemeenteleden ook doorworsteld. Maar wel vanuit de levende Christus!
Met al de heiligen
De kerk is geen debatclub, geen optelsom van religieuze stromingen, samen zoekend naar de waarheid. De kerk draagt de schat van het evangelie mee en ontvouwt deze schat, waarvan Christus Zelf de inhoud is. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven. Voor het verstaan van de rijkdom van het leven met Hem hebben we inderdaad al de heiligen nodig. Dat vraagt het geloofsgesprek, maar dan wel vanuit een eerbiedige luisterhouding naar de Schrift.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's