De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Karikatuur van het ethische denken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Karikatuur van het ethische denken

INGEZONDEN

7 minuten leestijd

Met belangstelling las ik het drietal artikelen van de collegae M.A. Kuyt en N.M. van Ommeren onder de titel Ethisch of gereformeerd? Zij voeren een pleidooi voor het waarachtig verstaan van het Woord Gods. Met hen onderschrijf ik dat de Schrift getuigt van onze enige zekerheid: Jezus Christus en Dien gekruisigd! God geeft aan verloren zondaars genade. We willen staan op deze grond van Schrift en belijdenis.
Toch plaats ik een kritische kanttekening bij de door hen gegeven beschrijving van de zogenaamde ethische theologie, die overigens slechts in het eerste deel van hun drieluik aan de orde kwam. Ik vind het spijtig dat zij een karikatuur leveren van het ethische denken. Dit is een eeuwlang richtinggevend geweest voor de theologiebeoefening in het Nederlandse protestantisme in de bedding van de vaderlandse kerk. En opmerkelijk: thans herleeft de ethische theologie. In de verlegenheid van de tijd - een volk los van christelijk geloof en kerk - roepen we om een nieuwe inculturatie van het evangelie. We komen weer uit bij een beproefde theologie van de levende Christus voor een van God afgevallen schare, en een geloof dat harten zoekt en gewetens raakt. Alleen die theologie is relevant die bruggen kan slaan.
Te zeer laten beide schrijvers zich in hun kenschets leiden door afgeleide bronnen. In hun weergave beperken zij zich tot het citeren van hen die destijds kritisch afstand namen van de ethischen. Vandaag kunnen we ons in de kerk die luxe van een klakkeloos opgevoerde richtingenstrijd niet meer veroorloven. Beter was het geweest wanneer de schrijvers zich ad fontes hadden begeven, om zich te verdiepen in de geloofs- en bijbelbeschouwing van de ethische vaderen zelf. Dr. D. Chantepie de la Saussaye en dr. J.H. Gunning jr. waren godvrezende, vrome mannen die stonden voor de waarheid Gods waarvan de Schrift getuigenis geeft. Zij bleven Christusmensen en zij durfden het gesprek aan met de modernen en ongelovigen van hun tijd. Ethischen waren 'de halven' en gereformeerden beschouwden zichzelf als 'de heelen'. Maar de laatsten waren in zichzelf uitgepraat, terwijl de eersten mensen trokken voor het Koninkrijk Gods en ze week maakten voor de eeuwigheid. 

Teloorgang van het ethische
Ik weet wel dat de ethische richting als zodanig na de Tweede Wereldoorlog is verdwenen. Dat kwam door het verbleken en verdampen van het geloofsgoed. Het tere geheimenis van God (ontzag en lieflijkheid) werd ontmanteld en omgezet in rationele nuchterheid en liturgisch gedoe. Onder de bekoring van Barth kwamen sommigen niet verder dan een gevecht met de cultuur. Zij lieten het gesprek los en leefden van de antithese. Ethisch werd een maniertje, een uiting van elitair gedrag, Schöngeisterei, zoals de Duitsers dat noemen. De nalopers bloedden dood in een versje, een gedichtje, in 'esthetisch'. De zielen werden niet langer met Christus gevoed en de kerk werd niet langer gebouwd.
Naast de teloorgang van het ethische in de vale hervormde middenorthodoxie (uitzonderingen daargelaten), bleven er uitlopers. Ook in de kringen van de Vrienden van Kohlbrugge, de confessionelen en de gereformeerde-bonders bleef het ethisch depot bewaard. Dr. A. van Brummelen, destijds GB-voorzitter, wees in de kolommen van dit blad meermalen op de onschatbare waarde van de zogenaamde gereformeerd-ethischen. Zij vormden een categoriale roep aan de rechterflank van de bruggenbouwers. Van Brummelen (met zijn 'leeringen' zelf exponent van de ethische vaiant van het gereformeerd protestantisme) vroeg bijvoorbeeld aandacht voor het werk an dr. M.J.A. de Vrijer. In dit verband is het ook van belang om namen van jongere rechts-ethischen te noemen, zoals de gebroeders dr. A.J.Th. en ds. G.J.A. Jonker.
Zij behoren tot de gereformeerde orthooxie, geloofden de Bijbel, stonden op de belijdenis, preekten catechismus, zonder letterknechten te worden of voor de formulierdwang als hoogste staat van heiligheid te buigen. Deze ethischen zijn niet de mensen van de historisch-kritische bijbelwetenchap. Ook niet de mensen van Het verhaal gaat. Ze zijn aanspreekbaar op de tekstwoorden van de Schrift en ze ervaren die tussen de polen van zonde en genade.

Schriftkritiek en Schriftgeloof
Over de vraag naar het Woord Gods beslist een wetenschap. 'Er is geen onzinniger eisch dan die van te moeten bewijzen langs den weg van verstandelijke redeneering dat de Bijbel Gods Woord is, en dat men dat er in hoort en aanvaardt', schreef dr. J.J.P. Valeton jr. in zijn Het Oude Testament en de 'Critiek'. Schriftkritiek droeg bij tot het dieper indringen in de tekst en het zuiverder verstaan ervan. Schriftkritiek tast Schriftgeloof niet aan. Valeton wees de verdenking af dat in de ethische Schriftopvatting een van aanstootgevende plaatsen ontdane en afgeroomde Bijbel zou worden gebruikt. Licht wordt door de collegae Kuyt en Van Ommeren de indruk gewekt dat de teloorgang van het ootmoedig luisteren naar de Schrift en bijkomend het verlies van kerk en christendom op het conto van de ethischen kan worden geschreven. Die indruk is een gevolg van onzorgvuldigheid.
Overigens is de uitdrukking Niet de leer, maar de Heer'- toegedicht aan de ethischen - feitelijk van de vrijzinnigen afkomstig. Zij vochten tegen de 'rechtzinnige' leer en namen er afstand van. De ethischen bleven pogen de Heilige Schrift en de leer van de kerk verstaanbaar te maken en aan de man te brengen. Het ging hun om een waarachtig ervaren belijdenis die door het hart en de consciëntie van een mens zou trekken, een orthodox beleefd geloof. Beide auteurs geven zelf het probleemveld aan, wanneer zij in hun derde aflevering schrijven: 'Al raken wij - ook in de gereformeerde bijbelwetenschap - nooit helemaal uitgedacht over de vragen rondom de preciese letterlijkheid' van het Schriftgegeven. Naar ethische opvatting is de Schrift waar en is het geloof waar, omdat tot ons komt het getuigenis van de levende Christus. De letter is belangrijk, van de Schrift en in mindere mate van de kerkelijke belijdenis, maar we hangen niet aan de letter, omdat we hangen aan de levende Persoon Jezus Christus die ons overmachtig van God is geopenbaard en gegeven. Het Eeuwig Evangelie, was jarenlang de naam van een ethische serie overdenkingen. Naar ethische beleving gaat het objectieve steeds aan het subjectieve vooraf. In het onderwerpelijke zit het voorwerpelijke. Spreken over het geloof, buiten de beleving om, is eigenlijk onmogelijk.

Orthodoxie en modern debat
Hoe belanden we vandaag niet in de valkuil van een verstarde en vastgelopen orthodoxie? Wanneer Christus het licht der wereld is, kunnen we er toch niet tevreden mee zijn dat de orthodoxie in het moderne debat is uitgepraat en dat ze alleen nog in de krimpende kring van het eigen gelijk iets te zeggen heeft? Willen we gereformeerd blijven, dan zullen we welzeker iets van de ethische durf nodig hebben! Die durf gaat verder dan het hoerageroep voor de evangelicalen, waaraan Kuyt en Van Ommeren blijkbaar ook hun stem geven.
Overigens ontdek ik een dubbelheid in hun waardering. Eerst wordt het al te evangelicale gebons op de deur afgewezen, maar vervolgens worden de 'evangelicals' toch omhelsd. Het evangelicale fundamentalisme, dat ik van de zomer op bezoek in de USA in actu zag, zie ik in de Nederlandse volksaard nooit echt landen. Het is een tijdelijke hype van een grote portie feeling en een klein beetje knowledge. In de weerbarstige (aan de Here God vijandige) West-Europese cultuur hebben de evangelischen onder ons helaas geen intellectueel verweer tegen de geest van de tijd. Het succes kon nog wel eens tegenvallen. We konden de ethische theologie - een gelovig hoofd en een gelovig hart - over een poosje nog wel eens nodig hebben. Om staande te blijven in de wereld, terwijl we niet van deze wereld zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Karikatuur van het ethische denken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's