Een mini-dogmatiek van dr. Brümmer
Vele dienstdoende hervormde predikanten hebben indertijd te Utrecht colleges gevolgd bij de uit Zuid-Afrika afkomstige prof. Brümmer. De meesten van hen bewaren daar volgens mij goede herinneringen aan. Dat kwam denk ik onder meer; doordat Brümmers belangstelling door de jaren heen verschoof van strikt wijsgerige problemen naar meer inhoudelijk-theologische thema's. En nu verschijnt er dan enkele jaren na zijn emeritaat een heuse mini-dogmatiek van zijn hand! Lang niet alle onderwerpen die in de dogmatiek aan de orde zijn, worden in dit boek besproken, maar wel de meest centrale. Ik noem ze in de weloverwogen volgorde waarin Brümmer ze aan de orde stelt: de schepping (toegespitst op de vraag wat het doel van ons menselijk leven is), zonde en verzoening, de christologie, de drie-eenheidsleer, en ten slotte de verhouding tussen christelijk geloof en andere godsdiensten.
Liefdevol verbonden
Het doel van ons bestaan is volgens Brümmer een leven in liefdevolle verbondenheid met God. Zo alleen kunnen wij 'ultiem geluk' vinden. Doordat we echter niet bereid zijn om Gods wil te doen, vervreemden we ons van Hem: dat is de zonde. Als gevolg daarvan ontglipt het ultieme geluk ons, en blijven wij mensen zonder uitzondering ongelukkig. Slechts wanneer we weer met God verzoend raken, kan dit veranderen. Vandaar dat Brümmer nu de verzoeningsleer aan de orde stelt. Voor verzoening is nodig: vergeving van Gods kant, en berouw en bekering van onze kant. Dat laatste gaat echter niet zomaar. Het kan er alleen van komen, wanneer God ons enerzijds onze zondige vervreemding van Hem doet beseffen, en ons anderzijds doordringt van Zijn eigen liefde en vergevingsgezindheid. Welnu, dat zijn precies de dingen die God in Jezus Christus gedaan heeft. Zo volgt de christologie dus op de verzoeningsleer. En zo hoort het ook, zegt Brümmer Melanchthon na: we moeten in de christologie niet speculeren over hoe de naturen van Christus in elkaar zitten, het gaat erom dat we ontdekken hoe we dankzij Christus met God verzoend kunnen raken. Pas vandaaruit wordt ons duidelijk, waarom Christus zowel waarachtig God als waarachtig mens moet zijn. Aan het kruis toont Christus ons Gods vergevende liefde - daar zien we Hem dus als waarachtig God; en tijdens Zijn omwandeling op aarde toont Hij ons hoe volmaakte verbondenheid met God mogelijk is - daar zien we Hem als waarachtig mens.
Drie-eenheidsleer
Maar als Jezus waarachtig God is, is Hij dat dan naast de Vader als een afzonderlijke persoon, terwijl de Heilige Geest de derde persoon is? Die vraag brengt ons vanuit de christologie bij de drie-eenheidsleer. Ook daarover heeft Brümmer grondig nagedacht. Hij wijst erop dat het woord 'persoon' als het over de goddelijke Personen gaat niet de alledaagse betekenis heeft. Anders zou immers niet aan de conclusie te ontkomen zijn dat Vader, Zoon en Heilige Geest drie afzonderlijke individuen, dus drie goden zijn! Maar dat verdraagt zich niet met het bijbelse geloof in één God. Daarom gaat het bij de drie personen in God volgens Brümmer meer om handelingswijzen - eeuwige handelingswijzen wel te verstaan, waarin de ene God Zichzelf bekendmaakt zoals Hij is, namelijk degene die ons geschapen heeft als Vader, die zich aan ons geopenbaard heeft in de Zoon, en die ons verlicht en inspireert als Heilige Geest. Voorop staat dus dat God één is, en dat er één God is.
Dat laatste blijkt ten slotte de kern te zijn van het geloof dat Joden, christenen en moslims met elkaar delen. Christenen kennen God slechts via Christus, en ze kunnen onmogelijk buiten Christus om over God spreken; maar zij hoeven niet te ontkennen dat ook andere monotheïsten echte kennis van God hebben - niet slechts verstandelijke kennis, maar vooral 'bevindelijke'. Immers, dat hadden ook Abraham en de profeten uit het Oude Testament, die toch ook Christus niet persoonlijk gekend hebben. Ondanks de verstrekkende onderlinge verschillen is het daarom voor joden, christenen en moslims toch mogelijk om het geloof van hun gezamenlijke voorvader Abraham bij elkaar te herkennen.
Verzoeningsleer
In de twee bovenstaande alinea's heb ik geprobeerd het betoog van Brümmer van stap tot stap weer te geven. Hier en daar heb ik wat klassiekere woorden gebruikt dan hijzelf, maar hem kennende, weet ik dat hij zich toch wel helemaal in deze bewoordingen herkent. En ik denk ook dat de gemiddelde lezer van de Waarheidsvriend (evenals ikzelf) een heel eind met dit betoog mee zal kunnen komen.
Toch staan er ook nog hele andere dingen in dit boek te lezen. Onderweg gaan er ten opzichte van de klassiek-gereformeerde theologie namelijk een aantal belangrijke wissels om. Daarbij moet met name Calvijn het enkele malen ontgelden. Zo maakt Brümmer nogal korte metten met diens verkiezingsleer. Maar nog gevoeliger lijkt me wat er gebeurt in de verzoeningsleer. Daar keert Brümmer zich namelijk tegen de zogeheten 'verzoening-door-voldoening'. Gods vergeving, zo stelt hij, is onvoorwaardelijk; om die mogelijk te maken hoeft er tevoren dus helemaal niets 'voldaan' te worden. Op Golgotha was Christus dan ook noch onze plaatsvervanger, noch droeg Hij er onze straf. Het gebeuren op Golgotha was wél noodzakelijk, aldus Brümmer (en daarin verschilt hij van theologen als C.J. den Heijer). Maar dat was het eigenlijk alleen, omdat God ons daar laat zien dat Hijzelf het leed dat wij door de zonde hebben aangericht, op Zich wil nemen. Zonder Golgotha zouden we nooit kunnen weten dat we aan Gods liefde niet hoeven te twijfelen.
Afwezige Bijbel
Ik heb me afgevraagd hoe het nu komt dat Brümmer, ondanks de echt christelijke hoofdlijn van zijn betoog, op bovenstaande punten zo nadrukkelijk afscheid neemt van de gereformeerde theologie (in dit boek trouwens niet voor het eerst). Mijn indruk is dat dat op twee dingen vastzit. Allereerst is de Bijbel in Ultiem geluk in hoge mate afwezig. Weliswaar wordt er regelmatig naar bijbelteksten verwezen, maar dan toch vooral ter illustratie van een visie waar Brümmer zelf los van de Bijbel al toe gekomen was. En als hij zich al rechtstreeks op de Bijbel beroept, is dat slechts om een hem onwelgevallige visie de pas af te snijden (m.n. de zogeheten 'sociale triniteitsleer', die hij strijdig acht met het bijbels monotheïsme). Wat mijns inziens ontbreekt, is een nauwgezet zoeken naar en aftasten van wat de Bijbel ons te zeggen heeft over de grote thema's die Brümmer bespreekt. Dat wreekt zich bijvoorbeeld in de verkiezingsleer. Wanneer Brümmer achter Calvijn en Augustinus teruggevraagd had naar Paulus, zou hij zich niet zo makkelijk van die twee af hebben kunnen maken.
In de tweede plaats gaat Brümmer er vanuit dat de relatie tussen God en mens er één is van liefdevolle verbondenheid, en derhalve niet één van rechten en plichten. Die twee onderscheidt hij nogal scherp van elkaar. Voor mij is het echter helemaal niet zo duidelijk dat die twee elkaar uitsluiten (in het huwelijk gaan beide bv. ook samen op). Het lijkt mij dat God, omdat Hij ons geschapen heeft, ook recht heeft op onze liefde en toewijding. Er zit in die zin dus ook een juridische kant aan onze relatie tot God. Zo alleen kunnen we begrijpen dat wanneer Gods recht door ons geschonden wordt, het ook door ons - of door iemand anders in onze plaats - hersteld zal moeten worden. Dat God ons uit liefde wil vergeven, sluit dan niet uit dat tegelijkertijd aan Zijn recht voldaan moet worden. Ook dit is wat naar christelijk besef Jezus voor ons op Golgotha gedaan heeft - en wordt het kruis daarmee feitelijk niet nog veel rijker en betekenisvoller voor de gelovige? De dimensie die Brümmer eraan toekent, hoeven we immers niet te ontkennen, om toch deze kant er óók aan te onderscheiden:
Welk een Vriend is onze Jezus, die in onze plaats wil staan!
Zo prikkelt dit boek op een aantal punten echt tot tegenspraak. Dat geldt wat mij betreft in mindere mate ook de triniteitsleer, en in het verlengde daarvan de verhouding tussen de drie monotheïstische godsdiensten. Wat Brümmer daarover schrijft, is echter wel zo grondig doordacht, dat ik althans er nog niet zomaar een vinger achter krijg. Ik moet er dus nog maar eens over nadenken in hoeverre ik me hier door hem laat overtuigen. Misschien is dat laatste - er nog eens goed over nadenken om te zien of het niet is zoals hij schrijft - trouwens wel precies wat Brümmer met dit boek bij zijn lezers wil bereiken.
N.a.v. Vincent Brümmer:
Ultiem geluk. Een nieuwe kijk op Jezus, verzoening en Drie-eenheid.
Uitg. Kok, Kampen; 221 blz.; € 17,90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's