Bezinning over de kerntaken
OVER HET PARTTIME PREDIKANTSCHAP [SLOT]
Wanneer we als hervormd-gereformeerde gemeente voor het feit komen te staan dat we niet meer een voltijds predikantsplaats kunnen bekostigen, is dat soms zeer moeilijk te verwerken. Zeker als we de oorzaken in gedachte houden, waar ik vorige week over schreef. Wat een onbeschrijfelijke pijn kan er gevoeld worden, wanneer je van het Provinciaal Dienstencentrum (PDC) te horen krijgt: u kunt maar voor 50, 60 of 80% een predikant onderhouden. Wat nu?
Winst uit verlies
Als ik het afgelopen jaar overzie en in een aantal (gescheurde) gemeenten hoor hoe er met een kleine gemeente toch weer verder gegaan kan worden, word ik verwonderd stil. Ondanks de gebrokenheid waarmee we geconfronteerd zijn en de ernstige ziekte waaraan onze kerk lijdt, wil de Heere God doorgaan. Ik krijg het idee dat door de confrontatie met het feit van de onvanzelfsprekendheid dat er fulltime beroepen kan worden, er meer christelijke gemeenschap is ontstaan. We komen er achter dat we elkaar nodig hebben. Dit brengt teweeg dat er in sommige gemeenten ineens geofferd kan worden voor de dienst van de Heere. Dit kan er zelfs voor zorgen dat een PDC versteld staat dat een verkleinde gemeente zo veel kan opbrengen, dat er toch fulltime of bijna fulltime beroepen kan gaan worden. Winst uit verlies.
Wanneer dit echter niet kan, is er desondanks nog een winstpunt te ontdekken. We blijken namelijk niet alleen gemeente te zijn, maar we behoren bij een kerk. Ik bedoel: er zijn ook buurgemeenten. In sommige gevallen is het daarom mogelijk een combinatie van gemeenten te vormen, een verschijnsel dat we al veel langer kennen, maar nu nog meer noodzakelijk blijkt te zijn. Als verschillende gemeenten hebben we elkaar nodig. Winst uit verlies. Maar als dit niet onze praktijk is? Er is geen andere mogelijkheid dan een deeltijd predikantsplaats, zijn er dan ook nog winstpunten? Ik meen van wel. Al blijven er ook de nodige moeiten.
Toenemende bezinning
Juist wanneer het parttime predikantschap in een gemeente speelt of de laatste tijd is gaan spelen, krijgt een gemeente inclusief kerkenraad meer en meer inzicht in het werk van een predikant. Het voordeel van het parttime predikantschap is dat je in onze kerk een werkplan moet invullen. Hierin wordt door de kerkenraad samen met de betreffende predikant vastgelegd welke tijd er op jaarbasis gebruikt wordt voor de verschillende arbeidsvelden. Aan de ene kant is dit ter bescherming van de predikant, zodat hij niet toch 150% aan het werk is en maar voor 75% wordt betaald. Aan de andere kant geeft het ook duidelijkheid naar de gemeente en de kerkenraad: dit is de tijd die onze predikant heeft voor dat werk.
Een voorbeeld. Een volle weektaak van een predikant omvat 12 halve dagen (zes dagen zult gij arbeiden ...!). Voor een preek voorbereiden en houden wordt 3 halve dagen gerekend. U begrijpt wel welk gevolg dit heeft voor een parttime predikant. Eén preek per week is een hele aanslag op je tijd. Wanneer je bijvoorbeeld een benoeming voor 75% hebt, dan blijven er naast die preek nog maar 6 halve dagen over voor catechese, kringwerk, kerkblad, rouw en trouw, pastoraat, vergaderingen enzovoort,. enzovoort. En moeten er twee preken gemaakt worden, dan hebben we helemaal een probleem. Het afbakenen van de beschikbare tijd is altijd voor een predikant een moeilijk punt, maar in een deeltijd benoeming is dit dubbel moeilijk. Niet alleen voor je zelf, maar ook voor de gemeenteleden en soms zelfs een kerkenraad. De gemeente is immers blij dat er soms na lange tijd weer een predikant is, maar ze zien hem eigenlijk veel te weinig, zowel op de preekstoel als in de gemeente. Hij is zelfs ook nog hele dagen ergens anders aan het werk.
Financieel
De afgelopen jaren is er (eindelijk) meer duidelijkheid gekomen over de stille armoede in sommige pastorieën. Met name in plaatsen met een monumentale pastorie blijkt deze ambtswoning een financieel blok aan het been van het predikantsgezin. In onze kerk zijn er (nood)oplossingen gezocht en de tijd zal ons leren of ze werkelijk gevonden zijn. Een deeltijd predikant met een ambtswoning heeft hier dubbel last van. Hoe zit het met de financiën? Bij een deeltijd predikantschap wordt alles naar rato uitbetaald. Dat begrijpen we allemaal. Echter, een ambtswoning wordt niet parttime bewoond en dat weet de belastingsdienst ook. Zelfs in de nieuwe regelgeving van de Protestantse Kerk moet de parttime predikant de volledige huur voor de ambtswoning afdragen aan de kerkvoogdij. Alle tegemoetkomingen, zoals de tegemoetkoming ziektekostenverzekering, worden naar rato uitbetaald, maar een verzekeringsmaatschappij vraagt wel het volle pond. En zo geldt dat voor gemeentelijke belastingen, energiekosten enz.
Voor een predikant die kostwinner is, is het daarom eigenlijk noodzakelijk om er nog iets naast te gaan doen. Tenten maken. Hiervoor is het dan wel nodig dat de werktijd in de gemeente goed afgebakend wordt en dat kerkenraad en gemeente daar ook rekening mee houden. Ik wil daarom tot slot enkele handreikingen doen voor de bezinning op het parttime predikantschap.
Handvatten
1. Voor de deeltijd predikant is het belangrijk dat hij openheid geeft over zijn beschikbare tijd. Geef vanaf het begin aan welke tijd er beschikbaar is voor de verschillende taken. Vanaf het begin heb ik bijvoorbeeld aangegeven dat ik geen tijd had voor kennismakingsbezoeken. En wanneer de gemeenteleden toch met mij wilde kennis maken, was men van harte welkom op een van de kringen of op mijn verjaardag. Wellicht is het nodig deze afbakening later nog eens te herhalen.
2. Als het maar even mogelijk is, raad ik parttime predikanten aan een andere taak buiten de gemeente te vervullen. Hetzij binnen de kerk of zelfs een ander soort baan. Tenten maken bijvoorbeeld. Voor zowel de gemeente als voor jezelf is het dan duidelijk dat je er een bepaalde dag of dagen gewoon niet bent.
3. Dit is het grootste handvat: voer een inhoudelijke bezinning over de kerntaken van een predikant. Waarvoor is hij geroepen? Verbi Divini Minister, dienaar van het Goddelijke Woord. Is het noodzakelijk dat die dienaar bij alle bejaarden op de koffie gaat of kan hij die tijd beter gebruiken voor tien extra preken per jaar?! Vanaf het begin dat ik in Yerseke kwam, ben ik geen eindredacteur van ons gedeelte in het ringblad en ons eigen maandelijks contactblad. Mijns inziens ben ik daar niet voor geroepen en kunnen anderen dat zéker zo goed. Dit scheelt wel veel werktijd! Waar gaat onze meeste tijd aan op? Ik zal nooit vergeten dat ik ergens elders voorging en er na de dienst een ambtsdrager zei: 'Met een dag studeren op zo'n tekst bereik je volgens mij meer dan een hele dag bezoekjes afleggen.' De betreffende man was in een pastorie grootgebracht..
Verbi Divini Minister
Wanneer ik zo om mij heen de kerkelijke geluiden beluister, krijg ik het idee dat er steeds meer de bezinning op gang komt rond de vraag: Wat zijn de kerntaken van de predikant? Dit geldt dan alle predikanten, maar zeker in een parttime positie is dit nodig. Er moeten nu eenmaal prioriteiten gesteld worden. Want is het niet vaak zo dat de meeste energie verbruikt wordt met conflictbestrijding of - begeleiding? En het is maar de vraag of dat de hoofdtaak van een Verbi Divini Minister is. Vandaar dat kerkenraden en gemeenten met een (a.s.) deeltijdpredikant goed moeten overwegen, welke werkzaamheden zij het belangrijkste vinden. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft de afgelopen ambtsdragersvergaderingen in het teken van de kerkenraad en de prediking gesteld. Daarin kwam sterk tot uitdrukking dat het opzienersambt niet door de predikant, maar door de ouderlingen bekleed wordt. Evenwel is de weerbarstige praktijk dat de meeste predikanten toch voor die opzieners de lastigste kastanjes uit het vuur mogen halen. Is dit terecht?
Een predikant behoort een herder te zijn. Wanneer je op de Ginkelse hei de schaapskudde ziet rondlopen, dan loopt die herder voorop, roept wat en de schapen volgen hem en verder verzorgt hij met liefde de zieken. Pastoraat als liefdevolle verzorging van de kudde is noodzakelijk. De hoofdtaak voor een predikant is echter: voorop gaan, het Woord spreken, en verder de blik op de Eindbestemming gericht houden. Die kudde volgt wel, als het goed is. En als het niet goed is, dan is dat een mooie taak voor de opzieners. Al wil ik onze ouderlingen niet direct vergelijken met een herdershond.
Kortom: in de bezinning rond het parttime predikantschap is het nog meer nodig om na te denken over de kerntaken van de dienaar van het Woord. Laat hem allereerst en allermeest dienaar van het goddelijke Woord (V.D.M.) zijn! Zoals Timotheüs door zijn geestelijke vader Paulus opgeroepen werd: 'Predik het woord; houd aan tijdelijk en ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer. Wees wakker, lijd verdrukkingen; doe het werk van een evangelist, maak, dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij.' (2 Tim. 4:2, 5) 'Alzo houde ons een ieder mens, als dienaars van Christus, en uitdelers der verborgenheden Gods.'(1 Kor. 4:1)
En de resterende tijd? Mijn ervaring is: De oogst is wel groot, zelfs in een zieke kerk, maar de arbeiders weinige. Er zijn nog vele schapen die de stem van de Goede Herder moeten horen. AI is het dan misschien via de stem van een tentenmaker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's