Uit de pers
Siebelink in gesprek
De laatste roman van Jan Siebelink Knielen op een bed violen heeft heel veel lezers getrokken. Daar zal de als altijd bescheiden schrijver zelf misschien wel het meest verrast door zijn. Op dit moment staat zijn boek al 23 weken in De Bestseller 60 van de CPNB. Ook is hij genomineerd voor de NS Publieksprijs 2005. In Transparant (tijdschrift van de Vereniging van Christen-Historici; jaargang 16 - juli 2005 - nr. 3) staat een interessant interview met hem te lezen.
Dr. Beatrice de Graaf maakte 'een sentimental journey naar Siebelinks velden van weleer': Lathum, Duiven en de Bergweg in Velp. Boeken als Nachtschade (1975), De overkant van de rivier (1993) en dan nu Knielen op een bed violen (2005) hebben in Velp en in de streken eromheen, hun historische en autobiografische setting. De scheiding tussen fictie en werkelijkheid is in deze boeken uiterst dun. Ik citeer:
Knielen op een bed violen is het leven van mijn ouders, maar op zo'n manier verteld, dat het boven de eenvoudige geschiedenis van een kweker uitstijgt. Hun worsteling met het geluk krijgt mythische proporties.'
Begrijpelijk gaat de belangstelling van Beatrice de Graaf als historicus uit naar de vraag in hoeverre Siebelink zichzelf ziet als 'erflater van een heel bepaald segment van het calvinistische Nederland'. Zoveel romans waarin op epische manier het leven van streng orthodoxe protestanten integer en empatisch verteld wordt, zijn er immers niet. (...) Ziet Siebelink dan niet dat hij met De overkant van de rivier en Knielen een monument voor een uitgestorven vorm van Veluwse orthodoxie heeft opgericht? En was dat ook zijn bedoeling?, zo vraagt Beatrice de Graaf aan hem.
Nee, daar heb ik helemaal niet aan gedacht. Dat heb ik echt niet beoogd. Ik wilde doorstoten tot het geheim van mijn vader. En daarvoor had ik de precieze beschrijving van zijn Werdegang nodig. Ik moest inzichtelijk maken aan welke invloeden hij blootstond. De 'religieuze folklore' van de oefenaars, de taal van de predikaties was niet alleen de achtergrond van een liefdesverhaal tussen een man en een vrouw dat ik wilde vertellen. Het was een mysterie op zich. Daarbij ging het mij niet om de maatschappelijke relevantie van dat soort geloof in Nederland als zodanig, maar om de repercussies die zo'n intense en mystieke geloofsbeleving op een man, op een gezin hadden. Ik wilde een klassieke held, met een klassiek geheim scheppen. Dat geheim zat hem zowel in de liefde tot zijn vrouw, als in de liefde tot God, die hij op zo'n vreemde manier beleefde.
Maar heeft Siebelink niet stilgestaan bij de vraag of niet-gelovigen, of Nederlanders die volslagen argeloos, of onwetend ten opzichte van het orthodoxe calvinisme staan zo'n problematiek wel kunnen begrijpen?
Nee, ook daar heb ik me geen zorgen over gemaakt. Ik wilde gewoon een heel goed boek, over algemeen menselijke gevoelens schrijven. Ik wilde een archetypisch verhaal vertellen, over een vader die alles weggeeft, die liegt en zijn vrouw in de steek laat, voor iets heel groots. Hans Sievez (de hoofdpersoon in Knielen) jaagt het heil achterna. Hij zoekt het geluk. Dat dat geluk iets met de Paauweanen te maken heeft, is in dit geval een biografisch toeval. Mijn vader kwam namelijk in aanraking met schippers uit Emden die op Antwerpen voeren en hun boten op de zaterdagavond ter hoogte van Lathum voor anker legden. Emden was al sinds de zeventiende eeuw een bolwerk van het calvinisme geweest. De Emdense schippers brachten die oeroude vorm van calvinisme weer mee terug naar Nederland, waar het zich overigens ook in een aantal orthodoxe huisgemeenschappen had gehandhaafd. Hans (de autobiografische vaderfiguur van Siebelink) raakt in hun netten verstrikt en gaat voortaan niet meer naar de kerk, want die verloochende Gods waarheid, in de Tachtigjarige Oorlog zo zwaar bevochten. Er zit dus wel een duidelijk historisch element in de beschrijving van Hans' geloof. Dat heb ik zo goed mogelijk willen opschrijven. Ik heb zelfs nog oude preekboekjes van mijn vader bestudeerd en daar zinnen uit overgeschreven. Maar nogmaals, het ging me vooral om het inzichtelijk maken van de fascinatie, van de verleiding die daarvan voor Hans uitging en die hem van zijn familie en normale leven bevreemdde. Hij zocht een duister soort geluk.
Had dat geluk dan ook een andere vrouw kunnen zijn, bijvoorbeeld? Of was het boek dan minder indringend geworden, minder historisch geladen, en ook minder exotisch wellicht?
Ja, dat is wel zo. Hans zoekt God. En in dat 'God zoeken' stijgt hij boven zichzelf uit. Het jargon van de oefenaars is onbegrijpelijk archaïsch, en daardoor zo meeslepend en zelfs uitermate poëtisch. Dat gaat veel dieper. Een 'gewone' affaire, zoals er zo veel in de wereldliteratuur zijn beschreven, heeft Hans niet. Hij heeft ook een ander, naast zijn vrouw, maar dat is zijn persoonlijke God, die in een visioen tot hem is gekomen. In feite beschrijf ik een soort vreemdgaan met God. En Hans' vrouw, Margje, accepteert dit. Ook zij gelooft, maar zij kan daar een gewoon en praktisch getoonzet leven naast voeren. Daarin slaagt Hans niet. Margje wordt daarvan het slachtoffer.
Siebelinks roman moet ook gelezen zijn door velen die deze orthodoxe geloofswereld totaal niet kennen. Daar school toch eigenlijk wel een risico in? Kon 'de setting van romans in Velp in een familie waar een vreemd soort godsdienstig floers over hangt', wel op de juiste manier begrepen worden? Siebelink is zich van dat gevaar bewust geweest, merkt hij op.
Ik heb dit boek in een roes geschreven. Het lag in mijn hoofd klaar om uitgepakt te worden. Technisch hoefde er niet meer veel aan veranderd te worden. Er zat evenwicht in. En daarom is het acceptabel om zo'n onbekende vorm van geloofsbeleving als uitgangspunt te nemen. De mensen voelen wel dat het hier om iets authentieks gaat. In deze tijd is God zoeken een algemeen tijdverdrijf geworden. Ik laat zien dat de wereld niet plat is, dat er nog mysteries bestaan die wij niet kunnen ontrafelen. Hoe dicht ik het geloof van mijn vader ook genaderd ben, ik kan het niet doordringen. En dat spreekt blijkbaar veel mensen aan.
De Graaf wijst erop dat in Knielen veel wordt geschreven over schaduwen op de muur, over licht dat wegtrekt achter de bomen en over rottende bloemen. 'Er zit een dreigende ondertoon in Siebelinks beschrijvingen van de natuur en van het menselijke samenleven.'
Ja, ik herken dat. Ik zie ook dat er een bijna morbide fascinatie met aftakeling in mijn romans te vinden is. Aan de aftakeling lijd ik. Maar ik vind het ook fascinerend. Het oude katholieke kerkhof, dat nog steeds aan het voormalige terrein van de kwekerij aan de Bergweg grenst, is zo'n plek waar ik die fascinatie beleef. De schots en scheve grafstenen maakten op mij altijd de indruk alsof ze al een voorschot op de jongste dag namen, alsof de graven al aan het waren opengaan. En ook die colporteurs zien er ziekelijk bleek en ongezond uit. Waarschijnlijk is dat toch een echo van mijn ongemakkelijke beleving als kind geweest. Ik walgde van die eivormige uitstulping in de nek van een van de broeders.
Siebelinks beschrijvingen zijn barok en zinnelijk. Zijn romans krioelen van leven; van insecten, planten, geuren, kleuren en smaken. Zelfs transcendente ervaringen worden door hem in termen van lichamelijk beleving van angst, vuur, hitte of eenzaamheid beschreven. Maar we keren nog even terug naar de eerste vraag.
Zijn Siebelinks 'Heimat-romans' niet ook een hommage aan een bepaalde cultuur of aan een bepaald soort geloofsbeleving'?
Ik wil niet pretenderen dat ik een historisch juist portret van dit soort calvinisten heb geschilderd. Ik heb wel bronnen gebruikt, maar mijn uitgangspunt was het leven van mijn vader, en het archetypische daarin. Daarom heb ik zijn verhaal juist 'hors de temps' gezet. Het verhaal speelt zich af tussen 1920 en 1970, maar alle verwijzingen naar jaartallen of historische gebeurtenissen heb ik verwijderd. Ik wilde Hans en zijn visioen namelijk buiten de tijd plaatsen. Het is een episch drama, maar dan op kleine schaal. De locatie wordt samengevat in vier straatjes, een kwekerij en een huis. Dat is het universum dat ik beschrijf.
Twee dingen hielden Siebelink bezig toen hij deze roman schreef: de worsteling van Hans met de zoektocht naar God en de liefde tot zijn vrouw. Hoe moeten lezers Knielen verstaan? Wat is de intentie van de schrijver ermee geweest?
Knielen is niet een zedenschets, of een historische streekroman, maar een worsteling met het raadsel van het leven, met het menselijk tekort enerzijds en met het jagen naar geluk of heil, of hoe je het ook wilt noemen, anderzijds. Maar naast een vorm van persoonlijke therapie is het ook bedoeld als een boek dat vrucht voort moet brengen. Voor de lezers, en hopelijk ook voor mezelf. In calvinistisch jargon: stel dat ik ooit nog verschijn voor Gods troon, dan hoop ik dat dit boek mij wordt toegerekend.
Het geloof van mijn vader was een levend geloof. En er waren nog meer mensen die op die manier hun religie beleefden. Daarom vind ik het een mooie gedachte dat zij met mijn roman nu inderdaad toch een soort eerbetoon ontvangen. Tegelijkertijd heb ik daarmee een blik willen werpen op' la Hollande profonde'. Ik heb een regionale, grootmoederlijke geloofsbeleving uit de historie opgediept en voor niet-gelovigen uitgewerkt. De Nederlandse calvinisten van de zeventiende eeuw hadden noch een puurheid van denken en van geloofsbeleving. En de 'oefenaars' 'waren hun afstammelingen. In zekere zin koesterden zij nog de meest zuivere vorm van de Reformatie: de volstrekte verering van het woord. Daar kan ik niet anders dan bewondering voor voelen.
Siebelink heeft respect willen kweken voor de vorm van geloofsbeleving die zijn vader was toegedaan. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zijn boek zo niet op iedereen is overgekomen. Ik heb tenminste uiterst verontwaardigde reacties gelezen juist vanuit de kring der Paauweanen. Die voelden zich onheus bejegend en hun grote voorganger ds. J.J. Paauwe onrecht aangedaan. Maar een kleinzoon van Paauwe, ds. N.J.P. Sjoer, herkende in veel opzichten het beeld dat Siebelink gaf in zijn boek. Samen met L.D. Dros schreeft hij een. biografie over ds. Paauwe onder de titel Als een eenzame mus op het dak. Onbevooroordeeld lezen blijft kennelijk lastig.
P.S. Wie het gesprek met Jan Siebelink in zijn geheel wil lezen kan een los nummer van Transparant bestellen voor € 7,00 inclusief verzendkosten bij Boekencentrum Uitgevers in Zoetermeer, telefoon 079-3628628.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's