Paasappèl Christus, onze Hoop
IMPRESSIE VAN DE SYNODE [2]
Met de liturgische opening van de vergadering op 30 september werd de toon gezet. Ds. J. Stelwagen (visitator-generaal) schilderde aan de hand van Filippenzen 2:1-11 het geheim van Christus. Dat is niet de ontrafeling van de zogenaamde Da Vinci Code. Het werkelijke geheim is dat de Allerhoogste zich vernederde tot het allerdiepste. Dat in Jezus God Zelf naar ons toegekomen is. Wij zijn dus niet met ons aanklagende geweten aan onszelf overgeleverd, maar in Christus gekend en met huid en haar bemind. Dan is er hoop. Zelfs voor de kerk in Nederland en zelfs voor ons eigen leven. Dit werkelijke geheim te doorgronden en omvattend te beschrijven gaat onze mogelijkheden te boven. We mogen Hem bezingen. Dat gaat pas goed, als Zijn gezindheid de onze geworden is. Dan zullen we het geheim van Jezus niet misbruiken als meetlat voor anderen of middel om jezelf te profileren, maar er liever zingend van genieten. Hetgeen we ter synode ook deden met de woorden van Gezang 232.
Getuigen en lofprijzen
Na deze goede woorden werden we uitgenodigd om in groepen met elkaar in gesprek te gaan over de inhoud van het appèl, dat met Pasen 2005 werd uitgegeven door de Confessionele Vereniging, de Gereformeerde Bond, het Confessioneel Gereformeerd Beraad en het Evangelisch Werkverband. De tekst ervan is destijds ook integraal afgedrukt in de Waarheidsvriend. Voor de groepsgesprekken werden ons door het moderamen drie goede gespreksvragen aangereikt.
De eerste vraag sloot aan bij het sterk getuigende karakter van het appèl. Herkennen we dat als de voornaamste roeping van de kerk om van Hem te getuigen in een wereld vol nood? En kunt u - vanwege dat getuigenis naar buiten - zeggen wat de persoon van Jezus Christus voor uw eigen leven betekent?
De tweede vraag nodigde de synodeleden uit na te denken over de tegenkrachten in onze samenleving, zoals individualisme en de genotscultuur.
Herkennen we dat en kan de kerk hier iets tegen doen?
In de derde vraag wordt verwezen naar het sterke accent op de lofprijzing in het appèl. Vindt u ook dat deze een grotere plaats moet hebben in het leven van de kerk en van de gelovigen?
Van hart tot hart
Het was jammer dat de groepen zo groot waren en de tijd voor het gesprek zo gering was. Daardoor bleef wat genoemd werd 'een oefening in kerkelijk gesprek' toch wat oppervlakkiger dan bedoeld. Uiteraard besef ik ook dat synodetijd kostbaar is. Met vele anderen ben ik al heel dankbaar dat er ruimte gegeven is om synodebreed over het appèl te spreken. Bovendien kon in de middagvergadering rond het rapport Leren leven van de verwondering. Visie op het leven en werken van de Protestantse Kerk in Nederland in haar geheel de gedachtewisseling over de meest wezenlijke vragen nog indringend verder gaan. Het doel van de bespreking was niet, zoals preses ds. J.G. Heetderks aangaf, om het appèl zin voor zin te beoordelen, maar om het te gebruiken voor een gesprek van hart tot hart over het hart van het evangelie.
Zelf maakte ik deel uit van een gespreksgroep onder de goede leiding van ds. A.H. van Veluw, die telkens als ergens enige allergie oprispte tegen alles wat van 'rechts' komt, ons weer recht zette door het gesprek terug te buigen naar de inhoud. Velen uit onze groep van ongeveer twintig mensen herkenden zich in het appèl. 'In een wereld na de zondeval is het getuigenis aangaande Christus inderdaad het voornaamste.
Verlorenheid vraagt om verlossing. Laten we een lichtend licht en zoutend zout zijn.'
Voor een ander ging wat zij benoemde als het 'wij-zij'-denken van het appèl te ver. 'De harde tegenstelling tussen waarheid en niet-waarheid, daar kan ik weinig mee. Zullen we juist niet moeten leren om dankbaar te zijn voor de veelkleurigheid in onze kerk? Waarom zou een orthodoxe manier van geloven de beste zijn en waarom zou een veel kritischer omgaan met de Bijbel en de traditie minder goed zijn?'
Een ander voegde daaraan toe: 'Wie anders denkt en gelooft dan in dit stuk wordt verwoord, mag eigenlijk niet meedoen. Ik voelde mij al lezend wel bedreigd. Het hele bombardement van bijbelgegevens maakte mij bijna murw. Wij hebben toch de waarheid niet in pacht?' Toen dacht ik: nee dat is waar. Het is gelukkig juist andersom. Gods Waarheid heeft ons in pacht. Juist daarom zijn er grenzen aan wat we binnen de kerk van onze Koning wel en niet zullen zeggen. Misschien had ik dat in de groep moeten neerleggen. Maar dat deed een ander al, die benadrukte: 'Toch komen we er niet onderuit om op een gegeven moment te zeggen: hier staan we voor en hier gaan we voor. De kernen van de belijdenis aangaande Christus zullen we hoog houden dwars tegen allerlei tegenstemmen in.'
Het was jammer dat we in onze groep niet aan de persoonlijke vraag naar onze eigen relatie met de Heere Jezus toekwamen. Ik hoorde er in de wandelgangen nog wel wat over. 'Zoiets vraag je elkaar toch niet? ', reageerde iemand zacht en verbolgen. De door hem aangesprokene vond dat ook. Dat is verdrietig. Want zonder goed antwoord op die vraag is ons leven niet goed.
Geen andere naam
In het plenaire deel van het gesprek werd het grote belang van een helder getuigenis aangaande Christus door velen benadrukt. Misschien kan het appèl voor het gesprek met niet-gelovigen en anders-gelovigen nog eens hertaald worden in ook voor hen begrijpelijke woorden, stelde een synodelid voor.
'Ik hoop dat dit appèl ons zal verenigen', zei een ander, 'dan kunnen bijzaken ons nauwelijks meer verdelen.'
Dat is inderdaad te hopen en het mag ons gebed zijn, want er klonken ook andere woorden. Zoals de aanbeveling om in onze interreligieuze gesprekken minder over Jezus te spreken en zeker niet zoals dat in het appèl gebeurt. Dat hoge spreken zou alleen maar extra verwijdering geven. Laten we het meer over God hebben. Ik hoop van harte dat die aanbeveling niet wordt overgenomen. Het is precies de verleiding waarvoor Petrus gelukkig niet bezweek. 'Want,' zei hij, 'er is onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten zalig worden dan de Naam van Jezus' (Hand. 4). Hij zij geprezen tot in eeuwigheid!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's