P. van Geest en J. van Oort (red.): Augustiniana Neerlandica. Aspecten van Augustinus' spiritualiteit en haar doorwerking. Uitg. Peeters, Leuven: 530 blz.; € 45,-.
Vorig jaar was het 1650 jaar geleden dat Augustinus is geboren. Deze gedenkwaardige geboortedag werd voor de hoogleraren J. van Oort en P. van Geest aanleiding tot het publiceren van een gedenkboek waarvan inhoud en uitvoering van gewicht zijn. Het boek beoogt het denken en de spiritualiteit van de kerkvader toegankelijk te maken voor een brede kring van Nederlandslezende lezers. Deze verrassende bundel biedt meer dan dertig wetenschappelijke artikelen die samen niet alleen een veelkleurig beeld van Augustinus bieden, maar ook een indruk geven van het hedendaagse Augustinus-onderzoek, zoals dat ook in onze lage landen nog springlevend is.
Het boek, dat in de inleiding getypeerd wordt als gedenkboek, werkboek en inleidend handboek, is verdeeld in vier delen.
Als eerste de periode tot A.D. 400, nader aangeduid als: apologie, introspectie, mystagogie en hermeneutiek.
Het tweede hoofddeel omvat de jaren 400-420, waarin de aandacht uitgaat naar Augustinus' preken, traktaten, commentaren op de Heilige Schrift en theologie.
Het derde deel omvat de thema's geschiedenis en genade, voorbestemming en vrije wil (410 tot 430).
Het vierde deel concentreert zich op de doorwerking van deze sleutelfiguur in latere eeuwen.
Het is onmogelijk in deze recensie recht te doen aan de vele verschillende bijdragen. Wel wil ik proberen iets van het grote geheel te laten 'proeven'.
In het eerste artikel vraagt Augustinus-kenner prof.dr. J. van Oort aandacht voor de zogenaamde hidden years van Augustinus. In zijn jonge jaren is Augustinus niet alleen gestempeld door zijn vrome moeder. Hij groeide op in een omgeving waarin het heidendom nog springlevend was, en hij doorliep een lesprogramma dat volkomen seculier was. De Nijmeegse hoogleraar laat zien dat deze jaren meer dan veelal wordt vermoed van belang zijn om de spiritualiteit van de latere kerkvader te verstaan. Dat geldt nog meer voor de jaren waarin Augustinus als manicheeër door het leven ging. Negen jaren lang heeft hij zich diepgaand laten beïnvloeden door het gnostische manicheïsme, waarvan hij zich later hartgrondig heeft afgekeerd.
De lezer vindt bijdragen over de houding die Augustinus innam tegenover het antieke scepticisme en over het kennen van zichzelf, wat in de dagen voorafgaand aan zijn ambtelijke loopbaan nog een neoplatoonse invulling had, in onderscheid van latere jaren. Dr. M.J.H.M. Poorthuis biedt een interessante vergelijking tussen Augustinus en het manicheïsme, waarmee hij het fundamentele verschil tussen beide aantoont. Een verschil waarvan de auteur de actualiteit aanstipt. De manichese (gnostische) religiositeit die gebaseerd is op vloeiende overgangen tussen het goddelijke en het geschapene, is immers aantrekkelijk voor het levensgevoel van de hedendaagse mens. Des te meer is het voor de kerk van nu belangrijk om te begrijpen hoe en waarom Augustinus hiertegen stelling neemt door het onderscheid tussen Schepper en schepsel te benadrukken.
Ook vanuit de literaire wetenschappen worden de werken van de kerkvader bestudeerd. Pennenvruchten hiervan zijn onder andere de mooie bijdragen van dr. V. Hunink en prof.dr. I. Sluiter. Dr. H. Geijbels gaat in op de vraag in hoeverre je Augustinus een mysticus zou kunnen noemen. Het is veelzeggend dat hij tot de conclusie komt dat de gevoelvolle en 'bevindelijke' kerkvader de subjectieve ervaring niet wil erkennen als middel tot Godskennis! Alleen, de Heilige Schrift, vergezeld van de kerkelijke traditie, acht hij hiervoor betrouwbaar.
Prof.dr. T.J. van Bavel opent het tweede hoofddeel van de bundel. Op meesterlijke wijze presenteert hij iets van de spiritualiteit in De Trinitate (Over de Drie-eenheid). Ik vond het verrassend hoe hij laat zien dat dit diepzinnige geschrift dieper afsteekt dan dogmatische hoogdenkerij. Het is allermeest een weergave van Augustinus' persoonlijke zoektocht naar Hem over Wie we niet mogen zwijgen, al is Hij niet in woorden te vatten.
Wie meer van Augustinus' visie op het huwelijk wil weten, vindt meer dan het nodige in het artikel van prof.dr. P. van Geest.
Interessant is ook de bijdrage van drs. H. van Reisen over het verschil tussen Ambrosius en Augustinus in hun uitleg van Petrus' verloochening. Ambrosius probeert de apostel vrij te pleiten. Augustinus volgt zijn leermeester hierin niet. Hij weigert van Petrus een onaantastbare heilige te maken. Liever legt hij de vinger bij de zwakheid van deze heilige apostel, opdat zijn gehoor zich des te beter met hem zou kunnen identificeren. Zo brengt hij, prekend over Petrus' verloochening, het wonder van Gods genade zo dicht mogelijk bij het hart van de zondaar.
Dr. M. Schrama richt zich op Mattheüs 25:31-40, een perikoop waarvan Augustinus zegt dat deze hem diep heeft geraakt. De kerkvader bedoelt dan met name het ongelooflijke dat Christus Zich wil identificeren met de minsten van de Zijnen. Dat de kerkvader zich zo aangesproken wist door dit Schriftgedeelte, illustreert hoezeer deze begaafde denker wars was van hoogdravende theologie vanuit een ivoren toren. De ware liefde van God krijgt handen en voeten in het bewijzen van praktische barmhartigheid.
De Zuid-Afrikaanse bijdrage van prof.dr. J.H. van Wyk heeft iets van de parel van grote waarde. Hij schrijft dan ook over geloof, hoop en liefde: sleutelbegrippen bij de kerkvader, en niet alleen bij hem. Wat we hier vinden over de wijze waarop Augustinus omging met de spanning tussen eenheid en waarheid, is nog steeds actueel voor het doordenken van het wezen van de Kerk!
Dhr. A. Dupont wil wel een lans breken voor Pelagius. Van hetgeen hij aandraagt ter verdediging van Pelagius, zal Augustinus weinig hebben ontkend. Ondertussen komt niet uit de verf wat de kerkvader nu werkelijk op zijn tegenstander tegen had, namelijk de synergistische wijze waarop deze Gods genade en de menselijke vrijheid wilde harmoniseren. Het eerherstel voor Pelagius waar deze jonge onderzoeker warm voor loopt, is symptomatisch voor veel van de recentere literatuur. Naar mijn besef heeft het meer te maken met de theologische voorkeur van veel onderzoekers dan met wezenlijke wetenschappelijke vondsten.
Augustinus blijkt nog steeds een buitengewoon brede kring belangstellenden te boeien. Dat opgemerkt hebbend, legt dr. M. Smalbrugge de vinger bij de hardste steen des aanstoots: de predestinatie. Hijzelf kan er niet mee uit de voeten. Aan de hand van zijn eigen onderzoek concludeert hij dat Augustinus' predestinatieleer alle menselijke verantwoordelijkheid de pas afsnijdt. Maar hiermee doet hij geen recht aan het feit dat Augustinus in bijvoorbeeld zijn sermones niet van ophouden weet om zijn gehoor te wijzen op hun verantwoordelijkheid voor hun daden, juist met het oog op het komende gericht. Evenwichtiger lijkt mij prof.dr. M. Lamberigts in hetgeen hij schrijft over Augustinus' visie op genade en vrije wil.
Het vierde hoofddeel gaat over de ontvangst van Augustinus in latere eeuwen. In diverse lezenswaardige artikelen komen onder andere ter sprake: Gregorius van Rimini, Hugolinus van Orvieto, Erasmus van Rotterdam, Maarten Luther, Luthers roomse bestrijder Johannes Driedo, Martin Heidegger, Martha Nussbaum, Hannah Arendt, en in een afzonderlijk artikel Anna Maria van Schurman.
Boeiend is de bespreking die drs. F. Verstappen biedt van een schilderij waarop Augustinus met zijn moeder te Ostia worden afgebeeld.
Bovengenoemde bundel biedt veel voor relatief weinig geld. Ondertussen is het laatste woord over Augustinus nog niet geschreven noch gesproken. Ook dit boek prikkelt tot verdere studie. Dat is precies de bedoeling van de samenstellers. En daarom: Lees de kerkvader zelf!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's