De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een bloem in de wildernis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een bloem in de wildernis

Ds. KAMPHUIS SCHRIJFT OVER CHRISTELIJKE HOOP

7 minuten leestijd

Een bloem in de wildernis. Zo luidt de fraaie titel van het elfde deel in de reeks Gereformeerd Belijden, uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Het is geschreven door onze voorzitter, ds. G.D. Kamphuis. Met die bloem is de christelijke hoop bedoeld, een bloem die bloeit in de wildernis van het aangevochten leven. Ik heb dit boekje in één adem uitgelezen en ervan genoten en geleerd.
De eerste zinnen van de Inleiding zetten al direct de toon. Daarin constateert de auteur dat de christelijke hoop meer dan eens als een illusie wordt afgedaan. Ze zou 'een wissel op de eeuwigheid' trekken. Kamphuis' reactie is trefzeker: 'Ja, dat dóet de hoop ook. Ze zet de wissels van ons leven in de richting van Gods toekomst'. Dit betekent echter allerminst dat daarmee het huidige bestaan tot een bagatel wordt. Integendeel, die wissels liggen immers in het hier en nu van het aardse leven. Wie zich hier een vreemdeling weet en aankoerst op de heerlijkheid, die weet de koers van zijn levenswandel door de hoop geheiligd en gestempeld. Adeldom verplicht.

Geloof en hoop
Meteen laat ds. Kamphuis zien dat de hoop onlosmakelijk met het geloof is verstrengeld. Ze zijn tweelingzusters. 'De christelijke hoop is geen bijlage, geen aanhangsel, maar hoort bij het hart van de bijbelse theologie en daarom ook bij het hart van het geloofsleven'. Om het met de woorden van Simon Oomius uit zijn Troostfontein (1666) te zeggen: 'Het geloof is de ziel van de hoop, zoals ook Gods belofte de ziel is van het geloof'. Oomius grijpt dan naar een treffende beeldspraak: 'Het geloof is het vuur van de hoop, en de hoop is de vlam van het geloof'.
In deze geest onderstreept ds. Kamphuis het kardinale belang van de hoop. 'Zij vormt geen geïsoleerd onderdeel van het christelijke leven, maar is er veeleer richtinggevend voor'. Sterk is daarbij zijn trinitarische motivatie: 'De hoop vindt haar houvast in Gods verkiezing, zij leeft uit het volbrachte werk van Christus en zij wordt ontstoken en brandend gehouden door Gods Geest'. Zo heiligt de hoop het leven in de verwachting van Christus' komst en koninkrijk. Heel het geschrift vormt een uitwerking van dit fundamentele uitgangspunt.

Hoop op God
De compositie van het boekje is doordacht. In tien hoofdstukken wordt het thema van de hoop ontvouwd. Zoals het in een serie over gereformeerd belijden past, komt eerst van al de Schrift ter sprake, en vervolgens de confessie. Ds. Kamphuis begint met het Oude Testament. In beknopt bestek schetst hij hoe de scheppingsgave van de hoop door de breuk met God teloorging en hoe de Heere onmiddellijk na de zondeval de hoop weer deed herleven door het wonder van Zijn genadige belofte. In deze belofte was het God Zélf op Wie de vromen van de oude bedeling hun hoop en verwachting vestigden. 'Gij zijt mijn verwachting'. (Ps. 71) Het is een hoop die telkens door de crisis gaat, zoals blijkt uit het leven van Abraham, Job, de psalmisten en de profeten. Ze leefden van de Naam en kleefden eraan vast. 'In de naam JHWH klinkt de hartslag van Zijn trouw', schrijft ds. Kamphuis heel mooi. Gods naam is immers één en al belofte: 'Ik zal zijn'. Deze naam wekt hoop. Zelfs en uitgerekend in de diepste misère en malaise.
Hier heeft de hoop het gehalte van het nochtans-geloof. Die twee zijn nauwelijks te onderscheiden. Hoop en geloof vormen samen dat wonderlijke, paradoxale vertrouwen dat zich dwars door het ongerijmde en tegenstrijdige op God verlaat. 'Op hoop tegen hoop' (Rom. 4). Zoals Job: 'Zo Hij mij doodde, zou ik niet hopen?' Of zoals Habakuk. Ook al worden alle levensvoorwaarden afgesneden (geen vijg aan de boom, geen druif aan de rank, geen olijf aan de tak, geen voedsel op het veld, geen rund in de stal!), dan nog zal hij in de Heere opspringen van vreugde en zich verheugen in de God van zijn heil. Van dit nochtans-geloof, dat de wanhoop trotseert, is Jezus de Grondlegger en Voleinder. Toen er niets te hopen scheen en alles wees in de richting van mislukking en ondergang, riep Hij: 'Volbracht!'

Reeds en nog niet
Inmiddels zijn we bij het tweede onderdeel van Kamphuis' geschrift beland: de gegevens uit het Nieuwe Testament. In Christus is de verwachting van de oudtestamentische vaderen vervuld. In Hem zijn al Gods beloften ja en amen. Christus is onze hoop. Maar, zo vraagt de auteur, waarom zou men dan nog hopen? Deze vraag geeft hem de gelegenheid om te wijzen op de tweeslag van het 'reeds' en het 'nog niet', die voor het nieuwtestamentisch getuigenis zo typerend is. Reeds gered, maar nog niet thuis. In Christus reeds in de hemel gezet, maar toch nog steeds onderweg. Reeds verzegeld door het' onderpand en de eersteling' van de Geest, maar door diezelfde Geest nog zuchtend en hunkerend naar de dag der verlossing. Reeds is de beslissing gevallen, maar de bevrijdingsdag brak nog niet aan. Men zou het ook zo kunnen formuleren: terwijl alle beloften in Christus zijn vervuld, 'zijn ze toch nog niet onthuld'.
'Wij leven 'tussen de tijden'. Tussen de eerste en de tweede Verschijning van onze Heiland en Koning. Het is de laatste ure, de fase van het hopen op de uiteindelijke onthulling van al wat ons is toegezegd en wat als erfenis is weggelegd. Tot zolang mag de christelijke hoop zich laven aan de bron van Goede Vrijdag en Paasmorgen, en houdt de Heilige Geest het vuur van de verwachting brandend, om uit te zien naar de Dag van Christus' glorie, zo schrijft ds. Kamphuis. Het anker ligt stevig ingeslagen, muurvast in de hemel, omdat Christus zelf als onze Voorloper daarheen is voorgegaan. Christus is het geheim van de hoop. Hij is er niet alleen het voorwerp van, maar ook de bron en de bewaarder. De ankergrond van Zijn heilswerk is hecht en het ankertouw van Zijn belofte te sterk.

De confessie
Na de Schrift komen de belijdenisgeschriften aan de orde. Bij herhaling wordt daarin de hoop expliciet ter sprake gebracht, veelal ook impliciet. Ds. Kamphuis spreekt hier terecht van 'een rode draad' die door de confessie heen loopt. Wat mij vooral trof, was het exposé over de Dordtse Leerregels. In dit verband gaat hij in op de suggestie dat de hoop door de gedachte van Gods voorbeschikking zou worden geblokkeerd. Wat valt er nog te hopen als de dingen toch al van eeuwigheid vastliggen? Op een overtuigende en vertroostende manier toont de schrijver aan dat het juist Gods verkiezende genade in Christus is die een verrassend perspectief biedt. Wie anders zou de hopeloosheid van het menselijk bestaan doorbreken dan Hij, Die de Eerste en de Laatste is? Door de hand van Christus gaat Zijn welbehagen gelukkend voort. Gods verkiezing vormt geen blokkade, maar juist de levenwekkende bron waaraan het geloof ontspringt en waaraan de hoop haar garantie ontleent dat de uitkomst niet onzeker is. 'Inherent aan Gods verkiezing is Zijn eeuwige trouw'.

Totdat
Na deze confessionele verkenningen volgt nog een viertal hoofdstukken. Ze gaan over de hindernissen die het leven uit de hoop bedreigen (het anker van de hoop is bij uitstek daar in werking waar ons levensschip door nacht en ontij vaart), over de voedingsbodem van de hoop in Woord en sacrament (met een prachtige passage over de doop als teken en zegel van de hoop), over de onverbrekelijke band tussen hoop en heiliging en over de vervulling waar de hoop naar hunkert. 'De hoop is het voorportaal, straks wacht de bruiloftszaal'. Het wachten kan ons lang vallen. Maar één ding staat vast: we wachten niet af óf de Heere komt, maar totdat Hij komt. Dan zullen we verkrijgen waarop we hoopten en mondt het hopen uit in eindeloos genieten. We zullen Hem zien gelijk Hij is.
Graag zou ik nog meer citeren. Maar laat het voorgaande voldoende zijn om u een voorproefje te geven van wat dit fijnzinnige boekje heeft te bieden. Het is het lezen en overdenken waard. Doordat aan ieder hoofdstuk zeer zinnige gespreksvragen zijn toegevoegd, leent het zich ook heel goed voor gebruik in kringverband.
Wij zijn dankbaar dat onze voorzitter bij al zijn veelvergende taken de gelegenheid en energie ontving om ons dit pastorale en waardevolle geschrift te presenteren.

N.a.v. Ds. G.D. Kamphuis:
Een bloem in de wildernis. Over de christelijke hoop.
Uitg. Kok, Kampen; 88 blz.; € 10,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een bloem in de wildernis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's