Globaal bekeken
De lutherse hoogleraar P.J. Boendermaker meldt in Elkkwartaal (Evangelisch-Lutherse Synode) enkele ervaringen bij bezoeken aan gemeenten of classes binnen de Protestantse Kerk:
• Katwijk
Al kort na die cruciale 12e december 2003 - de datum van het verenigingsbesluit - kreeg ik een uitnodiging, nota bene uit Katwijk, niet bepaald bekendstaand als een van de meest progressieve streken van ons lieve land. Of ik wat zou willen vertellen voor de classis Katwijk over Luther en onze geschiedenis. Reden: degenen, die in deze regio meegegaan zijn, willen het serieus nemen dat de lutheranen nu meedoen en willen weten wat dat inhoudt. Zo'n uitnodiging sla je niet af en zo at ik die avond eerst bij dominee Blom en zijn vrouw. We waren meteen met elkaar in een intens gesprek gewikkeld: deze mensen waren vanuit hun traditie al intensief met Luther bezig geweest. Dat hoor je vaker, maar hier maakte het toch een extra diepe indruk op mij. Het gaf de avond voor mij een extra dimensie en dat moet gewerkt hebben. Het verhaal, waarin ik iets vertel over onze voor hen vrij onbekende geschiedenis, over onze traditie en vooral over Luther zelf, verscheen ook nog eens daar in het gemeenteblad, en dan vraag je je wei af: heb ik het goed gedaan, had ik het anders moeten zeggen, heb ik de zaak waar het om gaat recht gedaan? Nu ja, dat moet je dan maar een beetje overlaten. Luthers eigen teksten werken eigenlijk altijd nog het sterkst. Op zo'n woord als 'laat-mijn waardigheid maar thuis blijven', dat hij inzet tegen de avondmaalsbeduchtheid komt men vaak terug.
Een paar dagen later was professor Balke er voor een middagdienst (1500 mensen, o lieve medelutheranen!) en hoorde, dat het een goede avond was geweest. Moedgevend in een situatie met veel verdriet, nu een flink deel van de gemeente elders hun heil zoekt. Nog even terug naar de dominee en zijn vrouw. Ze reden mij langs de boulevard, ik keek met hun ogen mee naar de nog lichte horizon en hoor sindsdien de naam Katwijk anders.
• Dordrecht
Opmerkelijk was een bijeenkomst in Dordrecht van de lezers van het blad De Protestant. Voor een aandachtig gehoor sprak daar professor De Reuver, die in de Waarheidsvriend (blad van de Gereformeerde Bond) de Augsburgse Confessie zo goed behandeld heeft, over Luthers theologie van het kruis. In het laatste nummer van De Protestant wordt dat in zijn geheel weergegeven. We zaten in de Statenzaal naast de vroegere Augustijnenkerk, waar de Dordtse synode ooit werd gehouden, maar waar eerder Luthers biechtvader Von Staupitz Luthers latere aanhanger Hendrik van Zutphen, prior aldaar tot hij als ketter verjaagd werd, bezocht. Zo hoor je nog eens wat.
• En ten slotte
Professor Lindijer stuurde mij een knipsel uit de Waarheidsvriend, waar dr. J. van der Graaf schrijft over een Luthercitaat op het altaar van de rooms-katholieke kathedraal in Rotterdam. 'Het trof mij diep,' zegt hij. 'Niet alleen vanwege die plek, maar ook vanwege het citaat zelf: "Gott is ein gluender backofen voller Liebe, der da reicht von der Erde bis an den Himmel".' Je ziet Luther als jongen bij de bakker staan op het moment dat de oven opengaat! Prachtig en troostend. Dat citaat gaat mee naar een volgend verhaal.
Een fragment uit Ethica van Aristoteles (zie Boekbespreking), in de vertaling van Charles Hupperts en Bartel Poortman (uitgave Damon, Budel).
Over vriendschap: 'Alles wijst er dus op dat welwillendheid het begin van vriendschap is, zoals het genot van het oog het begin van verliefdheid is. Niemand wordt namelijk verliefd zonder eerst gecharmeerd te zijn van iemands schoonheid; maar wie zich door de schoonheid van een ander aangetrokken voelt, is daarom nog niet verliefd. Dit is pas zo, wanneer hij de betreffende persoon bij diens afwezigheid mist en naar diens aanwezigheid verlangt. Zo is het dus ook niet mogelijk vrienden te zijn als er geen welwillendheid aanwezig is, maar zij die welwillend zijn jegens elkaar, hoeven nog helemaal geen vrienden te zijn. Want als zij welwillendheid koesteren, wensen zij de ander uitsluitend het goede toe en zullen zij hem helemaal niet actief bijstaan of zich voor hem enige moeite getroosten. Wil men de naam vriendschap op welwillendheid toepassen, dan zou men haar een passieve vriendschap kunnen noemen, en als ze enige tijd voortduurt en het stadium van vertrouwdheid bereikt, gaat ze in vriendschap over; let wel, een vriendschap die niet op nut of genot is gebaseerd, want deze motieven brengen ook geen welwillendheid teweeg. Wie namelijk een weldaad heeft ontvangen, betoont zich in ruil voor wat hij heeft ondervonden, welwillend, en hij doet daarmee niets anders dan wat rechtvaardig is. Wie de verwachting heeft dat hij dankzij een ander erop vooruitgaat, en op grond hiervan de wens heeft dat het met deze goed gaat, is, naar alle waarschijnlijkheid, niet zozeer jegens hem welwillend, als wel jegens zichzelf; zo is men evenmin een vriend, als men de ander van dienst is omdat men van hem gebruik kan maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's