Vier jongere zusters uit Ede
Een kerk bestaat uit de gemeenten die tot haar verband behoren. Soms komt dat tot uitdrukking in de naam, als die het meervoud 'kerken' of 'gemeenten' vermeldt. Maar ook als een kerk haar naam in het enkelvoud schrijft, bestaat zij nochtans uit alle gemeenten die haar vormen. Zo'n landelijk verband is niet zonder betekenis voor die gemeenten, willen zij niet als los zand aan elkaar hangen. Ook laat het landelijke verband in allerlei situaties en op verschillende manieren zijn licht schijnen en niet zelden zijn 'donkere' schaduw vallen over het plaatselijke gemeenteleven. Het hart van de kerk klopt niettemin in de gemeenten. Daar worden Gods grote daden tot verlossing geproclameerd en zoekt het heil zich een weg naar het hart van zondaren. Om hen te vernieuwen en te heiligen tot kinderen van God. Dat laatste is moeilijk verifieerbaar voor een historicus, die het van meet- en tastbare gegevens moet hebben. Zijn verhaal moet geverifieerd kunnen worden aan de hand van historische documenten of attributen. Terwijl Gods werk zich in het hart afspeelt, al blijft het daar niet verborgen, maar zoekt het zijn weg in het leven van alledag. In het getuigenis van wie God is met woord en daad. Niettemin is het heel persoonlijk, dus subjectief (liever: ondervindelijk) wat God in en aan mensen doet.
Lokale kerkgeschiedenis
De vraag die hieruit voortvloeit, is aan welke criteria de geschiedschrijving van (een) plaatselijke kerk/gemeente moet voldoen. Er is sprake van verifieerbare feiten, vastgelegd in notulenboeken, jaarverslagen en andere documenten, die de kerkelijke gang van zaken in een plaatselijke gemeente of kerk vastleggen voor het nageslacht. Daarin is, naar gelang de uitgebreidheid van notulen en verslagen, terug te vinden hoe de dingen in de veelkleurigheid van het kerkelijk leven zijn toegegaan.
Op die manier is drs. T. van 't Veld te werk gegaan met betrekking tot de geschiedschrijving van de kerken in zijn woonplaats Ede, waar hij als hervormd emeritus predikant woont, nadat hij er de hervormde gemeente vele jaren als predikant heeft gediend. In 2000 zag het eerste resultaat van zijn speurtocht door kerkelijke archieven en notulen het licht onder de titel De kerk als moeder (kerken en geloofsgemeenschappen in Ede in de twintigste eeuw). In dat deel, uitgegeven onder auspiciën van de Vereniging Oud Ede (met als ondertitel: De oudste drie), stonden de hervormde gemeente, de gereformeerde kerk en de rooms-katholieke kerk centraal. Vorig jaar verscheen onder dezelfde titel het tweede deel, opnieuw op instigatie van de genoemde vereniging, met als ondertitel: Vier jongere zusters. Waarmee zijn bedoeld de evangelisch-lutherse kerk, de christelijke gereformeerde kerk, de gereformeerde kerk (vrijgemaakt) en de nederlands gereformeerde kerk.
Om voor zichzelf en de lezer orde te scheppen in de veelheid van informatie die hij uit notulenboeken opdook, heeft de schrijver de stof chronologisch verdeeld over zeven thema's. Die thema's zijn: kerkdienst, pastoraat, kerkelijke tucht, diaconale zorg, zorg voor de jeugd, gemeenschap en inzet van gemeenteleden.
Dat geeft een boeiend, maar tegelijk een enigszins vermoeiend beeld van het verloop van de geschiedenis van de vier genoemde Edese kerken in de twintigste eeuw.
Boeiend, omdat in al die facetten het (vaak al te) menselijke aspect uitvoerig uit de doeken wordt gedaan.
Vermoeiend, omdat de herhaling van de zeven aspecten ook iets monotoons aan het geheel geeft. Uiteraard zal dat laatste beduidend minder het geval zijn voor wie in Ede woont of in ieder geval Ede kent. Herkenning van mensen en situaties zal bij het lezen spanning en nieuwsgierigheid oproepen, die de 'vreemdeling' moet ontberen. Voor de lezer die in Ede niet bekend is, geldt de herkenning uitsluitend op raakpunten van de landelijke en plaatselijke geschiedenis, bijvoorbeeld als landelijke synodebesluiten hun invloed uitoefenen op de plaatselijke gemeente. Dat laatste wordt ook genoemd, maar het grootste deel van de beschrijving geldt het kerkelijke leven van de vier genoemde Edese kerken, casu quo gemeenten in de plaatselijke context.
Verticale dimensie
Zoals gezegd, komt het menselijke aspect van het gemeenteleven uitvoerig aan de orde. Soms wel eens al te veel, bijvoorbeeld als gememoreerd wordt de reactie van een predikant op het cadeau van de gemeente bij de geboorte van zijn eersteling: een kinderwagen (blz. 49). Zo zijn meer voorbeelden te noemen.
Naar Kohlbrugges woord kunnen we Christus niet diep genoeg in het vlees trekken en uit de beschrijving van de lokale kerkgeschiedenis blijkt hoe diep Hij daarin neerdaalt. Maar die diepe neergang heeft als doel verloren mensen op te tillen naar de hoogte van het kindschap Gods. Als dat facet ontbreekt in de kerkgeschiedschrijving, mag de vraag worden gesteld of de historie van kerken en gemeenten niet te eenzijdig is belicht.
Ik begrijp dat een uitgave onder auspiciën van een vereniging als Vereniging Oud Ede schatplichtig maakt aan het doel dat deze nastreeft. Dat doel is ongetwijfeld het toegankelijk maken van de historie van de woonplaats door beschrijving van het gewone leven in Ede en van Edenaren in vroeger tijd. En naarmate historici er oog voor krijgen dat de geschiedenis zich niet uitsluitend hult in het deftige gewaad van grote wapenfeiten, maar meer in de alledaagse kleren van het gewone leven, zal de 'gewone' geschiedenis meer aandacht krijgen..Waar is ook dat van die geschiedenis het kerkelijke leven van dorp of stad een wezenlijk onderdeel vormt. Tegelijk geldt dat dit kerkelijke leven meer is dan een onderdeel van het leven in een bepaalde gemeenschap in een zekere tijd.
Behalve de horizontale dimensie, speelt hier ook de verticale dimensie mee. Weliswaar soms ogenschijnlijk begraven onder het (al te) menselijke, maar toch aanwezig. Waar het Woord verkondigd wordt in de context van tijd en leefgemeenschap, wil de hemel de aarde, de tijd de eeuwigheid raken. In die aanraking wil de Eeuwige God de vergankelijke mens ontmoeten. Dat blijft niet zonder gevolg. Die gevolgen zijn 'meetbaar' in de vruchten, in de getuigenissen die daarvan uitgaan. De aanwezigheid van de verticale dimensie in het kerkelijke leven leidt dan ook tot de vraag of er (plaatselijke) kerkgeschiedenis geschreven is, als deze niet boven het vermelden van allerlei plaatselijke en menselijke voorvallen uitkomt.
Uw Koninkrijk kome
Het probleem waarvoor deze vraag de geschiedschrijver stelt, is complex. Gods Geest waait immers waarheen Hij wil. Dat waaien waarheen de Geest wil, laat zich moeilijk, misschien wel onmogelijk, inpassen in de objectieve geschiedschrijving die de historicus voorstaat. Daarvoor heeft de schrijver zich intussen beijverd, getuige zijn opmerking: 'Uiteraard is getracht zo objectief mogelijk te schrijven, zonder waardeoordelen van mijn kant'. Toch is de schrijver, zijn goede voornemen ten spijt, aan enige subjectiviteit niet ontkomen. Regelmatig stuit de lezer op uitspraken, die niet uit de historie, maar van de auteur afkomstig zijn. Zoals de opmerking dat wat oudere heren plaats moeten maken voor een stel jonge honden (p. 50), of als de schrijver uitspreekt dat naar zijn mening een bepaalde, in het verleden genomen, beslissing, goed is (p. 63). Of als hij (aan het eind van de eerste alinea van p. 116) een woord van Salomo als commentaar neerschrijft.
Misschien zijn dergelijke opmerkingen bedoeld als een knipoog naar de geschiedenis van een bepaalde situatie. Niettemin kleuren ze de weergave van het feit, waaraan zo'n opmerking gekoppeld is, subjectief in. Als dan toch subjectieve noten worden toegevoegd, zou wellicht ruimte geboden kunnen zijn aan die andere 'subjectiviteit', die niet of nauwelijks vermelding vindt in notulenboeken, maar wel in Gods boeken: het werk van Gods Geest in mensenharten. Historisch is dat moeilijk te traceren en objectief nog moeilijker te verifiëren, maar niettemin het doel van de kerkgeschiedenis en dus ook van de beschrijving daarvan: Uw Koninkrijk kome!
Samengevat: voor de (oudere) inwoners van Ede heeft de schrijver veel uit de plaatselijke kerkelijke annalen opgediept en aan de vergetelheid ontrukt wat zeker de moeite waard is om er kennis van te nemen. De herkenning van wat beschreven is, zal ongetwijfeld gelijke tred houden met de bekendheid van de Edese situatie in de loop van de twintigste eeuw. Wie echter niet tot de Edese bevolking behoort en nog minder bekend is met Edese situatie, zal het boek niet snel ter hand nemen. Maar voor die doelgroep is het boek ook niet geschreven.
N.a.v. drs. T. van 't Veld:
De kerk als moeder (kerken en geloofsgemeenschappen in Ede in de twintigste eeuw), deel 2.
Uitg. onder auspiciën van de 'Vereniging Oud Ede'; 276 blz.; € 18,00 plus € 4,00 verzendkosten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's