De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uitstraling ten koste van inhoud

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uitstraling ten koste van inhoud

HET SPANNINGSVELD VAN DE PREDIKANT [2]

10 minuten leestijd

Als ik wijs op de individualisering en het consumentisme als trekken van onze samenleving, klinkt dat als een cliché. Ik zal er daarom niet over uitweiden, maar dat maakt de ernst ervan niet minder. Ze tasten immers ook het bindweefsel van het gemeentelijk leven aan, de bereidheid dingen te verdragen en niet eerst te denken 'wat heb ik er aan?', in plaats van 'wat kan ik betekenen?'
Gewoonlijk vormen de volgende factoren een probleem in werksituaties:
- Er kan te veel werk zijn (ik kom nooit klaar), te weinig werk (er zit geen uitdaging in), of te moeilijk werk (ik kan dit niet meer aan).
- Een slechte balans tussen doelen en middelen (veel taken en weinig bevoegdheden, tegenstrijdige taken, onvoldoende randvoorwaarden e.d.).
- Onzekerheid over de toekomst.
- Conflicten met collega's, leidinggevenden en andere relaties.
- Slechte arbeidsomstandigheden (bv. blootstelling aan veel lijden, agressie, herrie ed.).
- Onbalans tussen werk en privé.

Positieve kenmerken
Als we de werkomstandigheden van een predikant invullen vanuit de factoren die hiervoor genoemd zijn, dan vallen een paar dingen op. Een predikant heeft om te beginnen in beginsel een grote mate van vrijheid om zijn werk in te delen. Dit is in zijn algemeenheid een belangrijk positief gegeven. De meer mensgerichte predikant kan zich meer op het pastoraat richten, iemand die graag studeert, kan een promotiestudie ter hand nemen en een predikant die gaven heeft op organisatorisch gebied, kan zich richten op bestuurlijke taken binnen de kerk. Matineuze en avondmensen, ze kunnen tot op zekere hoogte hun ritme zelf bepalen.
Het is niet zo dat een predikant zelf uit kan maken wat hij wel en niet doet. Prediking en pastoraat blijven de hoofdopdracht en er wordt van veel kanten een beroep op hem gedaan. Hier wordt slechts aangegeven dat er betrekkelijk veel ruimte is om zelfstandig werkzaam te zijn en talenten te benutten. Daar moet wel aan worden toegevoegd dat een predikant die zijn werkzaamheden en dagindeling niet goed kan structureren, het met deze vrijheid moeilijk kan hebben. Zo iemand is geneigd tot uitstellen en komt door planningsproblemen en het niet nakomen van afspraken onder druk te staan.
Binnen de gereformeerde gezindte is de positie van de predikant nog redelijk duidelijk en geaccepteerd. Tevens maakt een predikant uit die kring veelal deel uit van een min of meer hecht verband van gemeentelijke en kerkelijke structuren. Die bevestigen hem in zijn positie en taken. Tot zover is de werksituatie van een predikant positief te noemen.
Als het gaat over de belasting van het werk, behoeft het gevoel van te weinig werk niet zo snel op te treden. Eerder zal het gevoel van te veel en/of te moeilijk werk aan de orde zijn. Het maken van een preek vraagt veel studie (al krijg je er ook veel voor terug), het pastoraat is nooit klaar en het kerkelijk leven vraagt eveneens veel tijd en aandacht. De positieve keerzijde hiervan mag niet onvermeld blijven. Het werk van een predikant is zeer veelzijdig en bevat veel stimulansen om zich te blijven ontwikkelen.

Verschillen van ligging en visie
Verschillen in ligging binnen een gemeente, uitlopend op discussies over inhoud en vorm van de eredienst, brengen vaak veel stress met zich mee. Ds. P.J. Teeuw wijdde er vorig jaar in de Waarheidsvriend enkele artikelen aan. Hij wees daarbij op liturgische kwesties, al dan niet ritmisch zingen, de keuze voor een bijbelvertaling en formulieren, de inrichting van de eredienst. De prediking zelf kan onderwerp worden van discussie.
Denk voorts aan de invloed van het evangelische denken. Nu is dit een begrip meer meerdere betekenissen. In het buitenland staat het vooral voor bijbelgetrouw. In ons land heeft het ook die bedoeling, maar door gereformeerde ogen gezien gaat het ook om een mix van bijbelse, charismatische, arminiaanse en eigentijdse opvattingen en stijlen. Denk slechts aan verschijnselen als praise-avonden, een andere visie op de ambten en de kerk, een ervaringsgerichte, zo niet gevoelsmatige inslag en een neiging tot biblicisme. Enerzijds een sterke nadruk op persoonlijk geloof en de omgang met de Heere en tegelijkertijd een minder kritische omgang met de hedendaagse cultuur.
Ten slotte zijn er ethische vragen, bijvoorbeeld over hoe om te gaan met gescheiden mensen, hertrouwen, kleding tijdens de dienst en de bediening van de sacramenten.
De onderwerpen die hier slechts in het voorbijgaan worden aangestipt, kunnen gemakkelijk aanleiding geven tot onrust, splijtende discussies en hoogoplopende conflicten.

Communicatieproblemen
Het predikantswerk heeft verder als kenmerk dat je veel met mensen omgaat. Dergelijke beroepen blijken relatief vatbaar voor stress. Werken met mensen is zowel het mooiste als het moeilijkste werk dat er is. Het mooiste, vanwege de gemeenschappelijkheid. Vreugde en moeite kun je met elkaar delen. Dat geeft bevestiging, verbondenheid en een besef van zin in het werk. De keerzijde is dat er zo heel gemakkelijk belangentegenstellingen, communicatiestoornissen en conflicten ontstaan.
Conflicten zijn energievreters en vreugdebedervers. Daar moet je alert op zijn. Naarmate de verschillen van inzicht en opvatting groter worden, wordt het belangrijker en moeilijker om het communicatieklimaat zuiver te houden. Ook al ben je het niet met elkaar eens, blijf naar elkaar luisteren, treed de ander correct tegemoet en houd de argumentatie zuiver. In de praktijk is dit een heel moeilijke opgave, waarin gemakkelijk veel fout gaat. En als het een keer fout gaat, vermijd elkaar niet, maar zoek elkaar op en probeer kwesties zoveel mogelijk uit te praten. Blijf bovendien voor elkaar bidden. Wie bidt, gaat als het goed is als het ware door Gods ogen kijken naar de ander en de kwestie die aan de orde is. Dat kan veel onheil voorkomen.

Kaders
Een andere complicerende factor is dat de kaders voor het functioneren van een predikant niet altijd even duidelijk zijn. In een gemeente heb je verschillende taken en verantwoordelijkheden, maar er is afgezien van de prediking en de bediening van de sacramenten geen formele verdeling van taken over de predikant, andere ambtsdragers en gemeenteleden. In het bijzonder speelt dat als er leiding gegeven moet worden in problematische omstandigheden. Dan kunnen er al dan niet onderhuidse machtstwisten ontstaan. Verder is er in een gemeente geen duidelijke organisatiestructuur. Om misverstanden te voorkomen: ik zeg dat niet met het doel om voor zo'n structurering te pleiten. Integendeel, dat zou alleen maar meer stress geven. Wel dienen ambtsdragers en gemeenteleden zich rekenschap te geven van de mogelijkheden en beperkingen van de ambtelijke positie. Als gemeenteleden en ambtsdragers kun je elkaar geen formele werkopdrachten geven. Je moet het als predikant menselijk gesproken hebben van je gezag en natuurlijk overwicht en van de loyaliteit en integere inzet van ambtsdragers en gemeenteleden met bepaalde taken. Juist het ontbreken van een arbeidsorganisatie, legt veel accent op het aanvaarden van het ambtelijk gezag, het maken van goede afspraken en je daaraan houden. Dit is een subtiel punt. Gezag vanwege de uitoefening van het ambt mag en behoort er te zijn. Naar twee kanten kan er grensoverschrijding ontstaan: autoritair optreden of een gebrek aan duidelijk optreden. In de praktijk is dat evenwicht niet eenvoudig te bepalen (vgl. Ezra en Nehemia in hun beleid t.a.v de vreemde vrouwen). Als het gaat over bronnen van stress in de werkomgeving van een predikant, liggen daar alles bij elkaar nogal wat aandachtspunten en valkuilen.
In verband met het werk speelt ook de verhouding tussen doelen en middelen een rol. Er kunnen financiële zorgen zijn en die geven bijna altijd spanningen. Uit onderzoek blijkt dat dit voor nogal wat predikanten een probleem is.

Werk en privé
Ten slotte is het ambt van predikant kwetsbaar voor onbalans tussen ambtelijk werk en privé. Het werk wordt veelal vanuit de thuissituatie gedaan, er zijn geen vaste werktijden en in veel gevallen 'werkt' de vrouw van de predikant mee. Ze neemt de telefoon op, gaat mee bij bepaalde bezoeken enz. Meestal gaat dat goed en wordt dat door het gezin als verrijkend ervaren. Maar het risico op te weinig afgrenzing van het persoonlijk en gezinsleven is zeker aanwezig en dat verdient tijdig de aandacht.
Al met al zijn de werkomstandigheden van een predikant zeer divers. Er zijn heel veel positieve kenmerken te noemen, maar de mogelijke complicaties mogen niet veronachtzaamd worden.

Veranderende ambtsopvattingen
Een volgend thema betreft de ontwikkelingen in de visie op het ambt. Er zijn binnen de breedte van de kerken ingrijpende wijzigingen in de ambtsopvatting gaande. Met name denk ik hierbij aan wat de professionalisering of de functionalisering van het ambt genoemd kan worden. Het betreft hier het onderscheid, niet alleen tussen persoon en ambt, maar ook tussen beroep en ambt. Bij professionalisering gaat het vooral over specialisatie door deskundigheidsbevordering. Het ambt wordt vooral als een vak gezien met een bijbehorend systeem van functiebeschrijving, opleidingseisen, competenties en beoordelingen.
Bij de voorbereiding van deze bijdrage liep ik aan tegen het boekje Inzetbaarheid en inzet. Het beroepsprofiel van een academisch opgeleid theoloog werkzaam in een kerkelijke gemeente van De Jager en Veldman. Een heel technisch stuk, dat zo model kan staan voor een seculiere instelling of een kennisintensief bedrijf. Het is bepaald geen onzin wat daar allemaal in staat. Veel van wat wordt aangegeven kan dienstbaar zijn aan verdieping van het ambtelijk werk. Maar de opvattingen die hieraan ten grondslag liggen, ondermijnen het wezen van de bijbels genormeerde ambtelijke bediening. De schrijvers komen er eerlijk voor uit dat hun gedachten zijn gestoeld op de volgende moderne trends:
- Van ambtsdrager met de naam dominee naar theoloog als beroepsbeoefenaar. Het gezag is niet meer gebonden aan het ambt, maar aan deskundigheid en persoonlijke vaardigheden.
- Van een kerkelijke gemeente van ambtsdragers en gemeenteleden naar 'een organisatie waarin de kerkenraad zich met beleidsvoorbereidende en beleidscontrolerende taken bezig houdt en het uitvoerende werk in en door werkgroepen plaatsvindt.' Daarin is de dominee niet de herder en geen lid van de kerkenraad, maar meer een adviserend lid dat vanuit zijn deskundigheid adviezen geeft.
- De verschuiving van verkondiging vanuit een vastgestelde confessie naar communiceren over geloofs- en levensvragen van mensen van nu, het daarin God ter sprake brengen. Men meent dat zo mondige gemeenteleden serieus worden genomen, die via de media en eigen contacten met nieuwe vragen komen. Deze verschuiving, zo gaat het verder, vraagt van de pastor vooral hermeneutische en communicatieve vaardigheden.

Kritische kanttekeningen
De bijbelse notie van de ambtelijke volmacht van Christus' wege wordt hier losgelaten. Dat is de belangrijkste bijbelse kritiek die je hier op kunt hebben. Vanuit de insteek van dit artikel kun je daar nog andere kritische kanttekeningen bij maken.
Niet alleen in de samenleving, maar ook in de kerk groeit de aandacht voor persoonlijke uitstraling ten koste van die voor de inhoud. Je ziet dat sterk in de politiek. Met name bij de laatste verkiezingen speelde de beeldvorming via de tv een enorme rol. Mensen kiezen op uitstraling. Deze personalisering zie je ook in het kerkelijk leven. Er gaat een zekere aantrekkingskracht uit van bekende christelijke persoonlijkheden met een flitsend optreden. Boeiende sprekers die de gevoelens en harten van de mensen weten aan te spreken, trekken mensen. In vergelijking daarmee is de eigen predikant dan al gauw een saaie figuur. Men vergeet dat het gemeenteleven niet gebouwd kan worden op eenmalige toppresentaties en boeiende optredens van enkelingen. Intussen kan ook dat spanningen geven in de gemeente. Voorts is de klerikalisering te noemen. Daarbij wordt de ambtelijke bevoegdheid in zaken als handoplegging en de sacramentsbediening sterk benadrukt. De groeiende aandacht voor de biecht en ziekenzalving ook in gereformeerde kring, duiden er op dat deze trend ook de gereformeerde gezindte beïnvloedt. Daarbij vallen ambt en persoon samen.
Professionalisering, personalisatie en klerikalisering maken een predikant kwetsbaar. Een predikant die het gevoel heeft zijn ambtsbediening op zijn persoonlijke kwaliteiten en vaardigheden te moeten waarmaken, is kwetsbaar voor persoonlijke kritiek, tekortschieten en zelftwijfel. Ook eenzaamheid ligt op de loer. De eerder genoemde profielschets plaatst hem buiten de kerkenraad en het accent op deskundigheid schept afstand tot de gemeente. Iets dergelijks geldt voor de klerikalisering. Dat leidt gemakkelijk af van het Woord dat hij uitdraagt, dat hem draagt en waar anderen hem op mogen aanspreken.

J. VAN DER WAL, DORDRECHT

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uitstraling ten koste van inhoud

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's