De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Recent werd op het (verwaarloosde) graf van dr. J.J. Buskes op Zorgvliet in Amsterdam een nieuwe steen geplaatst. Bij die gelegenheid werden in de aula herinneringen opgehaald door de biograaf van Buskes, dr. E.D.J. de Jongh, en door diens wijkpredikant ds. G.H. Lensink. Uit beide toespraken een fragment:

• Dr. de Jongh bracht in herinnering twee stukjes van Buskes in diens Terzijde in In de Waagschaal over ervaringen in Amsterdam:

Het eerste. Ik moest erachter komen hoe de man die ik bezocht tegenover de kerk stond. Het lukte niet erg. Het werd niet meer dan wat vragen en antwoorden. Bent u gedoopt? Ik mag doodvallen als ik het weet. Was uw vader gedoopt? Voor zover ik mij herinner is die z'n leven lang gedoopt geweest. Hoort u bij de kerk? Zeker, meneer. Komt u geregeld? Om u de waarheid te zeggen, ik heb er nooit misbruik van gemaakt.

Dan: een oploopje ergens op het Singel bij het Koningsplein. Een wat aangeschoten man was in het water terechtgekomen en is er inmiddels weer uitgehaald. Hij staat druipnat op de kant en geeft zijn redder een hand. 'Wel bedankt, ik heet Jansen.' 'Mijn naam is Paulus,' zegt de ander. Hij wil het liefst maar direct verdwijnen. Jansen roept hem na of hij soms die Paulus van de brief aan de Romeinen is. Paulus - om eraf te zijn - zegt 'ja'. Jansen: 'heb je nog wel eens antwoord gehad?' Paulus verdwijnt in het publiek. Amsterdam, grote stad van God.

• Ds. Rensink over een laatste bezoek in het ziekenhuis:

Toen ik hem in zijn beschermde ziekenhuiskamer weer mocht bezoeken lag hij te slapen. Ik weet nog dat ik toen aarzelde of ik hem wakker zou maken. Dat heb ik toen toch maar gedaan - met een rustig handtikje - en daar bleek hij mij dankbaar voor: Goed, dat je me wakker gemaakt heb, want alles smaakt naar de dood.
Op zijn nachtkastje lag onder andere een bloemlezing van Jan Luyken, samengesteld door Schulte Nordholt. We kwamen dus aan de praat over kernbewapening. En in dat verband ook over het theologisch spraakgebruik van die dagen, nasleep van Het Getuigenis. Rechtzinnigheid werd toen getypeerd met 'verticaal denken' want gericht op de hemel. En vrijzinnigheid met  'horizontaal' want te veel op de aarde en te weinig op de hemel betrokken. Buskes moest niets van die termen hebben. Van dat bezoek bewaar ik één van zijn kostelijkste, van hem persoonlijk opgevangen uitspraken: 'Ach, al dat theologisch gezift. Als ik hier horizontaal op mijn bed lig, denk ik verticaal. Maar als ik morgen weer verticaal op de gang mag lopen, denk ik horizontaal.'

De Gáspar Károli Universiteit heeft een bloeiende faculteit Nederlands met ongeveer honderd studenten. Uit Karolie Studies ('Hongaarse bijdrage tot de Neerlandistiek') een fragment uit een bijdrage van Willem Frijhoff over 'Hongaarse studenten in Nederland in de 17e en 18e eeuw:
Vermoedelijk gaat het in totaal om enkele duizenden in een periode van twee eeuwen, en dat terwijl nog bijna nergens in Europa meer dan één procent van de mannelijke bevolking naar de academie ging. Aan de Leidse universiteit zijn in de vroegmoderne tijd minstens 650 Hongaren ingeschreven, de meeste in de zeventiende eeuw. Sommigen van hen kwamen niet als student maar in het gevolg van een edelman. Dat sloot echter niet uit dat ze wel degelijk zelf colleges konden volgen. Naar Groningen kwamen er zeker 280 met duidelijke toppen in de decennia rond 1650 en in het tweede kwart van de achttiende eeuw. In Deventer vinden we 36 Hongaren, maar uitsluitend in het decennium 1640-49. Harderwijk had een klein maar gestaag stroompje van in totaal veertig Hongaarse studenten, vooral in de achttiende eeuw.
Utrecht trok bijna vanaf het begin van die instelling als universiteit in 1636 een aanzienlijk aantal Hongaren aan: 61 in het decennium 1640-49, reeds 124 in het volgend decennium daarna. Helaas zijn de Utrechtse cijfers voor de perioden daarna zeer onbetrouwbaar aangezien daar in januari 1657 de vrijdom op bier- en wijnaccijns voor de studenten werd afgeschaft hetgeen het praktische voordeel van de
immatriculatie (inschrijving, v.d.G.) bijna tot nul reduceerde en een dramatische val van het aantal inschrijvingen tot gevolg had. Niet dat er geen studenten waren, maar ze worden slechts sporadisch zichtbaar in de bronnen. Desondanks komen nog heel wat Hongaren in het album studiosorum voor, vermoedelijk omdat inschrijving onontkoombaar was voor wie van faciliteiten zoals een beurs of de mensa wilde profiteren. De Hongaren kwamen graag naar Utrecht vanwege de onvervalst rechtzinnige theologie die daar sedert de colleges van de prestigieuze hoogleraar Gisbertus Voetius werd onderwezen. De ongeveer achthonderd ons bekende Hongaarse studenten te Utrecht vormen dus slechts een deel van de groep. Dankzij de beurzen die in Utrecht bestonden, bleef de stroom vloeien. In 1722 kregen de Hongaarse studenten er een aparte kerkruimte voor de zondagsdienst. Ze mochten voortaan de medisch-chirurgische gehoorzaal gebruiken die boven op de kloostergang van de dom was gebouwd. Sedertdien heette deze de Hongaarse kerk (Kernkamp, 1836; Banki, 1940).
De concentratie van Hongaarse studenten was naar verhouding het grootste in Franeker, de Friese universiteit die na haar stichting in 1585 al snel uitgroeide tot een van de meest gewilde polen van de
peregrination academica (Bots & Frijhoff, 1985). Vanaf de aankomst van de eerste Hongaarse studenten te Franeker in 1623 was tot 1659 ongeveer een vierde van de buitenlanders daar van Hongaarse herkomst. Hoewel het aandeel van de buitenlanders te Franeker na 1650 voortdurend daalde, bleef de toevloed van Hongaren tot ver in de achttiende eeuw gelijk. Er werden 1147 studenten als Hungarus ingeschreven terwijl ook nog enkele tientallen zich als Transsylvanus opgaven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's