Wat is de mens? (2b)
'Kinderen Gods...' [2 Kron. 20:1 - 19 en Ps. 46:12b]
Wat kon Maarten Luther uitrichten, toen hij omringd werd door zielsbenauwdheid en gevaar? Vogelvrij verklaard? In de ban gedaan? Deed hij niet hetzelfde als Josafat? Juist toen werd in zijn hart dit lied geboren: Ein feste Burg ist unser Gott, ein gute Wehr und Waffen.
Aardse wapens vermogen niets. 'Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden', spreekt de Heere. 'Het geschiedde nu na dezen, dat de kinderen Moabs, en de kinderen Ammons, en met hen anderen naast de Ammonieten, kwamen tegen Josafat ten strijde.'
Josafat kwam in deze strijd tot een heerlijke ontdekking, waarvan het geheim in twee woordjes ligt: 'Na dezen'. Voordat de oorlog uitbrak, heeft er in Juda een reformatie plaatsgevonden. Koning Josafat heeft de eredienst aan God weer in ere hersteld. Dat zou je niet verwacht hebben van een goddeloze vlerk als hij, die spotters en haters van de Heere onder zijn vriendkring telde.
Maar er kwam verandering. Hervorming. In Juda wordt het weer op de straten en in de huizen gehoord: De Heere is in ons midden. Dan volgt het beste, want de Heere zegt niet tegen Jakob: 'Zoek mij tevergeefs!' Josafat zoekt en Josafat vindt genade in Gods ogen.
Als dit voor het kleine Juda van toen al gold, mogen wij dan juist in onze bewogen tijd niet op dezelfde God van Juda terugvallen? Niet mogen, moeten! Juist waar de Heere ons geplant heeft in de kerk der Reformatie, moet zij steeds weer her-vormd, ge-reformeerd worden.
Als dat niet gebeurt en de kerk verslapt, verflauwt en lauw wordt, moeten we ons niet verbazen, wanneer er over ons land en volk een oordeel komt te liggen. In welke vorm dan ook.
De één roept wel om een opwekking, en de ander houdt zich krampachtig vast aan een bepaalde traditie. Maar het zal niemand baten, wanneer wij niet met Josafat de Heere opnieuw gaan zoeken en ons leven werkelijk in Zijn dienst besteden.
Juist dan mogen we het gaan ervaren: 'Alzo zegt de Heere: Vreest gij niet, en wordt niet ontzet vanwege de grote menigte; want de strijd is niet uwe maar Gods.'
Als er bij iemand een zekere strijd gestreden moet worden, waarom strijdt u dan niet met God? Laat Hem uw zaak waarnemen. Geef u in goed vertrouwen aan Hem over. Ongereserveerd en zonder voorbehoud. Dan wordt het ogenschijnlijk onzienlijke zichtbaar: 'Staat en ziet: het heil des HEEREN met u.'
Met u. Zo persoonlijk is de Heere. Zijn Naam is Immanuel: 'Het heil des Heeren is met ons. De Heer', de God der legerscharen, is met ons ...'
Dat God strijdt heeft ook Maarten Luther mogen ondervinden. Hoe trefzeker komt dat in het (Duitse) Lutherlied naar voren? Es streit für uns der rechte Mann, Den Gott hat selbst verkoren. God Zelf heeft Zich een Man verkoren, Die zal strijden én overwinnen.
Fragst du, Wer der ist? Er heiszt Jesu Christ! Wat kon Luther uitrichten zonder de God van Josafat? Met Christus terzijde kun je het - niet triomfalistisch, maar gelovend en belijdend uitroepen: Hier sta ik, ik kan niet anders.
Die strijd is nog niet voorbij. We staan aan het front. Niet alleen in de wereld wordt dat zichtbaar, ook in de kerk van Christus wordt het front soms onverwacht zichtbaar en klinkt de roepstem: 'Kerk, kerk, kerk, hoort des Heeren Woord.'
Niet het woord van pausen en concilies. Niet het woord van ministers en koningen. Niet het woord van synodes, classes of kerkenraden. Maar het Woord van God alleen. Dat alleen zal ons werkelijk van binnenuit reformeren, hervormen, bekeren naar Gods Beeld, naar Gods bedoeling, maar dan ook naar Gods belofte! Waar de Heere meekomt in de strijd, is voor vijand en vijandigheid geen ruimte meer.
'De HEERE der heerscharen is met ons. De God van Jakob is ons een hoog vertrek.'
De Heere der heirscharen is de God van macht, Die legioenen engelen om Zich heen heeft tot Zijn dienst. Maar de God van Jakob is de God, Die een verbond heeft gemaakt met mensenkinderen.
Zo schrijft Johannes Calvijn over Psalm 46: 'Met enkel de Heere der heirscharen redden wij het niet. Staan wij, net als alle goddelozen, als schepsel tegenover onze Schepper. Maar met de God van Jakob worden wij van schepselen gemaakt tot kinderen Gods. En van Gods kinderen zal God niet toe laten dat er ook maar één onder komt te liggen.'
Wie de God van Jakob kent, bouwt zijn huis op goede grond.
Ik denk daarbij aan die merkwaardige woorden op het toegangsbewijs van de Wartburg. In het jaar 1067 reed Graf Ludwig der Springer door Saksen, op zoek naar een geschikte plaats om zijn burcht op te bouwen. Bij Eisenach vond hij een plek en hij riep uit: Wart' Berg, du solst mir eine Burg werden. (Wacht, berg, totdat je voor mij een burcht wordt!) Maar Eisenach was toen kroondomein van de koning van Saksen. Toen Ludwig de koning vroeg of hij daar zijn kasteel mocht bouwen, zei de koning: 'Nee, bouw jij je kasteel maar op eigen grond.'
Wat deed graaf Ludwig? Hij ging terug naar huis en nam driehonderd wagens, getrokken door driehonderd paarden. In drie dagen reed hij terug naar Saksen. Bij 'zijn' berg aangekomen, stortte hij alle wagens leeg op de heuveltop. Toen na enkele maanden het kasteel de Wartburg verrees, liet de koning de graaf ontbieden. Hij vroeg hem, waarom hij - tegen het woord van de koning in - zich land had toegeëigend wat hem rechtens niet toekwam.
Toen gaf graaf Ludwig het meesterlijke antwoord: 'Maar koning, ik heb precies gedaan wat u zei. Ik heb dit kasteel gebouwd op eigen grond.'
Zó werd de berg tot een burg. Niet minder vinden wij op de goede grond van het verbond een Burcht, een Hoog Vertrek. Door Hem, Wiens Naam is: HEERE DER HEEREN.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's