Leef uit brandpunt van je bediening
HET SPANNINGSVELD VAN DE PREDIKANT [3]
Predikantsgezin
Het maakt veel uit of er in het predikantsgezin begrip is voor het werk van een predikant, dan wel of de echtgenote en/of kinderen daar niet helemaal, of zelfs helemaal niet achter staan. Het is heel belangrijk voor een predikant dat hij zich door zijn vrouw gesteund voelt. Mannen zijn over het geheel genomen in sociaal en emotioneel opzicht niet bijzonder zelfredzaam. De vrouw is hen niet voor niets gegeven als hulp tegenover hen, niet hij aan de vrouw. Tegelijk is het van belang dat een vrouw verstandig en vertrouwelijk met de dingen weet om te gaan. Gaat het goed, dan is dat een rijke ervaring en een krachtige ondersteuning voor het ambtelijk werk.
Gaan er in een predikantsgezin dingen niet goed, dan geeft dat vaak niet alleen zorgen en verdriet, maar ook bijzondere druk omdat je als predikant en gezin zo'n kwetsbare positie hebt in de gemeente. Men heeft soms het gevoel in een glazen huis te zitten en moeilijk zichzelf te kunnen zijn.
Overigens heeft dit alles ook te maken met de vraag of de predikant en zijn gezinsleden het ambt werkelijk van harte aanvaarden. Ik bedoel dit niet in de zin van een zich grenzeloos geven, maar of men de consequenties van het ambtelijk leven op een volwassen wijze voor zijn rekening wil nemen. Waar dat niet het geval is, geeft dat blijvend spanning en onvrede.
Los daarvan komen er uiteraard ook in predikantsgezinnen problemen voor. In mijn werk ben ik wat dat betreft van alles tegengekomen. Ernstige huwelijksconflicten, predikanten die hun vrouwen sloegen, predikanten met drank- en seksverslavingen, incest in predikantsgezinnen, grote financiële problemen, enzovoort. In zulke gevallen heb je het als predikantsgezin extra moeilijk om daarmee naar buiten te treden en hulp te vragen. Toch doen en hoe eerder hoe beter. Van een hulpverlener mag vertrouwelijkheid worden verwacht, mede omdat dit wettelijk is bepaald.
De persoon van de predikant
Als laatste noem ik de persoon van de predikant zelf als bron van stress. Ieder heeft zijn sterke en zwakke kanten. In milde vorm denk ik hierbij aan:
- Moeite om nee te zeggen (behalve tegen vrouw en kinderen, als die er mogen zijn).
- Neiging tot perfectionisme, beter willen zijn dan een ander.
- Een idealistische toewijding waarbij grenzen gemakkelijk worden overschreden.
- Meer doen dan je kunt in weerwil van signalen die op rood licht wijzen.
- Moeite met samenwerken en delegeren, dus om dingen over te laten aan een ander. In dat geval bepalen onze grenzen hoever gewenste ontwikkelingen in een gemeente kunnen komen. Een aantal van de genoemde trekken hebben met elkaar gemeen dat een predikant zeker aan het begin van zijn ambtswerk vaak hogere doelen en verwachtingen heeft dan in werkelijkheid waar gemaakt kunnen worden. Daarbij komt dat uit onderzoek blijkt dat predikanten zich vaak laten leiden door altruïstische motieven. Dat is niet zo opmerkelijk en evenmin verkeerd. Er ligt wel een gevaar in, namelijk dat er grenzen worden overschreden. Je loopt dan het risico dat je jezelf oneigenlijke lasten gaat opleggen. Het gevolg is in eerste instantie nog meer inspanning, soms door de predikantsvrouw extra mee in te schakelen, maar later teleurstelling, spanningen in het predikantsgezin, demotivatie, zelftwijfel of zelfs burn-out.
Persoonlijkheidsproblemen
Ernstiger zijn persoonlijkheidsproblemen bij een predikant. Autoritaire of juist afhankelijke persoonlijkheden, dwangmatige en narcistische, ze geven zichzelf en anderen veel spanning. Deze stoornissen zijn niet zo gemakkelijk te onderkennen. Vaak ervaar je zo iemand simpel gezegd als een min of meer moeilijk persoon. Er kan sprake zijn van humeurigheid, wisselende stemmingen, onberekenbaarheid in reacties variërend van poeslief tot agressief, manipulerend of zelfs sadistisch. Soms is er een dubbelleven, mensen kunnen onbetrouwbaar zijn en door hun verschillende verhalen veel onrust zaaien.
Het probleem van persoonlijkheidsproblemen is nu juist dat degene die ze heeft, dit zelf meestal niet onderkent en de problemen juist bij een ander legt. Bij ambtsdragers zie je nog wel eens dat men dit geestelijk overdekt. Dan is er nauwelijks realistisch over te praten. Elke kritiek wordt dan afgeweerd met een beroep op Gods spreken en leiding en de ander wordt als ongehoorzaam aan God weggezet. Van C.S. Lewis is deze uitspraak: 'Als een man ten goede verandert, ziet hij steeds scherper hoeveel slechts er nog in hem is. Als een man ten kwade verandert, ziet hij zijn eigen slechtheid steeds minder.'
De onderzoeksliteratuur wijst er op dat de stress van het predikantschap in de praktijk vooral te maken heeft met drie hoofdbronnen van spanningen:
- te hoge verwachtingen;
- interpersoonlijke problemen en conflicten;
- spanningen die te maken hebben met het leiding geven aan de gemeente.
Hoe met spanningen om te gaan Gelet op de insteek van deze bijdrage geef ik een aantal suggesties om met spanningen in het predikantswerk om te gaan. Dat zijn niet die welke wellicht worden verwacht en die in de literatuur over omgaan met overspannenheid en burn-out vaak worden genoemd. Denk daarbij aan de noodzaak van ontspanning, zowel lichamelijk als psychisch, tijd voor sociale contacten, grenzen stellen, delegeren, etc. Niet dat die onbelangrijk zouden zijn, integendeel. Maar daar is genoeg over geschreven of dat is gemakkelijk vindbaar op internet. Ik geef enkele suggesties die vaak onderbelicht blijven. Overigens zijn die vooral preventief bedoeld. Wie al over de grens van overspannenheid heen is, heeft veelal andere, intensievere begeleiding en maatregelen nodig.
Concentratie op en aanvaarding van de kern van de bijbelse ambtsopdracht lijken me een eerste vereiste. Daar liggen zowel de roeping als de beloften voor een predikant. Als de stress waar het eerder over ging, wordt beleefd als iets dat daar los van staat, gaat dat een eigen leven leiden. Dat geeft verwarring. Dat beneemt ook het zicht op waar het om moet gaan en waar in essentie de mogelijkheden liggen om op een bijbelse manier met stress om te gaan die op de weg van een predikant komt.
Staan op en schuilen in het Woord
Tegenover de trends van personalisering, klerikalisering en professionalisering, is het van vitaal belang dat de predikant niet alleen weet heeft van, maar metterdaad leeft uit het brandpunt van zijn ambtelijke bediening. Dat is het door God geroepen zijn om het Woord te verkondigen. Aan dr. J.D.T. Wassenaar, die een artikel over dit onderwerp schreef in het blad Confessioneel, ontleen ik het volgende citaat van dr. O. Noordmans: 'Gelukkig als ze (de moeilijkheden die een beginnend predikant ervaart; red.) niet als sneeuw voor de zon verdwijnen, als het ambt niet een routine wordt, een gemakkelijk, luchthartig, een beetje brutaal uitgeoefende betrekking, waarin men succes heeft. Gelukkig als er iets van de schroom van de eerste dag overblijft, als men de spanning tussen ambt en persoon blijft gevoelen. Maar wel moet het ambt, Christus, wassen en wij moeten minder worden (Joh. 3:30).
Het zijn geen particuliere meningen, die wij verkondigen. Het is de boodschap der kerk, van de gemeenschap, de leer der apostelen en profeten. Het is het Woord Gods uit de Heilige Schrift. Het is het evangelie van Jezus Christus. De predikant die vanuit deze motivatie in de bediening der verzoening mag staan, behoeft niet zelf te strijden voor zijn positie en aanzien.
Een liefdedienst
In zijn boekje Hier beneden is het ..., gebruikt ds. J. Overduin onder andere deze hoofdstuktitels: Wie is Hij (Christus)? Wat geeft Hij? en ten slotte: 'Wat vraagt Hij? Het valt op dat wat Hij vraagt achteraan komt. De Heere begint niet met het opleggen van lasten, maar met Zichzelf te openbaren. We zien dit in de bekende woorden uit Mattheüs 11: 'Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, noch iemand kent de Vader dan de Zoon, en dien het de Zoon wil openbaren. Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vonden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.' Eerst is er de openbaring van Christus als Gods Zoon, aan wie alle dingen zijn overgegeven. Dan roept Hij ons tot zich en belooft rust. Pas dan neemt Hij ons in Zijn dienst en legt Hij ons een last op.
Ook 1 Korinthe 1 en 2 zijn in dit verband zeer de moeite waard om te overdenken. Daar gaat het over de opdracht om het evangelie te prediken, waartoe Paulus door Christus gezonden is. 'Gij ziet uw roeping broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen. Maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen. En het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is te niet zou maken; opdat geen vlees zou roemen voor Hem.' In onze armoede zijn we rijk, en sterk in onze zwakheid.
Als we Hem zien en opmerken hetgeen Hij geeft, wordt hetgeen ons wordt opgelegd een lichte last en een liefdedienst.
Ons hart, denken, kunnen
En wat vraagt Hij? Niet in de eerste plaats dat we van alles en nog wat voor Hem doen. Hij vraagt eerst onszelf, ons hart, ons denken, ons kunnen, ons bezit, ons hele bestaan. Als we niet eerst onszelf hebben overgegeven, zullen we er nooit toe komen Hem zonder reserve te dienen in allerlei concrete omstandigheden. Zijn last is licht, maar intussen vraagt Hij meer dan de farizeeën. 'Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij dan van de schriftgeleerden en de farizeeën, dat gij in het koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.' (Matth. 5:20). Hij vraagt alles en toch zegt Hij dat Zijn geboden niet zwaar zijn. Hoe kan dat? Ds. Overduin zegt het zo: 'Waar geen liefde is, is ook het te weinig wat de farizeeër vraagt een ondraaglijke last. (...) Een moeder die haar zieke kind liefheeft, offert zichzelf op zonder te praten over een offer. De liefde is de vervulling der wet, de bezieling, het leven, de zin en de waarde. Zonder liefde komt een mens niet verder dan wat formele plichtplegingen, die halt houden waar de zelfverloochening in het verschiet komt.' Hij noemt dit het eerste geheim, namelijk de liefde die de vervulling is van de wet.
Eigenlijk wordt het daardoor alleen maar nog moeilijker, want wie kan die liefde volbrengen? Zeker waar Jezus vraagt om liefde voor vijanden, om te zegenen hen die ons vervloeken. Wij kunnen dat onmogelijk volbrengen. Daarom moeten we ook weet hebben van het tweede geheim, namelijk dat Christus de vervulling is van de wet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's