Geroepen om de gemeente te leiden
DE KERKENRAAD EN DE PREDIKING [2]
De kerkenraad
Toch, hoe waar die eenzame momenten ook zijn, de dienst van de verzoening kan geen eenzaam avontuur zijn. Dat lijkt er wel op. Er is ook aanleiding voor om dat te denken. Daar zijn twee reden voor:
- Wat ik in het vorige artikel over de dienaar van het Woord heb gezegd, geeft alle aanleiding om tot die conclusie te komen. Bij nader inzien, gereformeerd inzien, ligt dat echter anders.
- Dat gevoel kan hij ook zelf in stand houden door het gesprek over de prediking uit de weg te gaan of af te doen met een glimlach. Vaak is dat een teken van innerlijke onzekerheid van een dienaar van het Woord. Dienaren kunnen ontzaglijk onzeker en kwetsbaar zijn. Onzekerheid, gebrek aan innerlijke geloofszekerheid, aan geestelijke volwassenheid kan ertoe leiden dat de weg van de dienaar al eenzamer en eenzamer wordt. Vooral als broeders in de kerkenraad daar niet op een goede en open manier op weten in te gaan of dat zelfs bevestigen.
Maar toch geen eenzaam avontuur. We zijn samen geroepen in het ambt. Daarom wil ik de ambtelijke verantwoordelijkheid van de kerkenraad voor de prediking nu ter sprake brengen.
Samen
De kerkenraad is geroepen leiding te geven aan het leven van de gemeente. Het formulier heeft daar een heel nuchtere en geestelijke reden voor. Aan de dienaren van het Woord worden mannen toegevoegd die mee regeren om elke vorm van tirannie en heerszucht te weren uit de gemeente van God. Want die kunnen des te gemakkelijker binnendringen, wanneer de leiding bij één alleen of zeer weinigen berust (Formulier voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen).
Daarom roept de Heere ons als broeders samen. Daar zit ook kruisiging van ons egoïsme in, van onze zelfzucht. We zijn samen geroepen. Het formulier zegt ook dat ouderlingen geroepen zijn om 'de dienaren van het Woord met goede raad te helpen.'
Leidinggeven
We zijn geroepen om de gemeente Gods te leiden. Er zijn verzoekingen op dat punt. De grootste verzoeking van de duivel is dat we leiding geven lezen als: alles goed organiseren, zodat het loopt als een trein. Onze vergaderingen zijn levendig en onze agenda's vol. We delibereren de hele avond. We zetten alles op de rails. De Geest werkt ook met orde. Een geordend gemeenteleven is van grote betekenis. Daar hebben we onze handen soms bijna vol aan.
Maar ... leidinggeven reikt veel dieper. De gemeente is geroepen bruid van Christus te zijn. Ze zoekt in twijfel en strijd, in zwakheid en kleinheid haar weg door de tijd. Ze gaat door de crises. Er wordt aan haar getrokken. Leidinggeven is weten waar de gevaren dreigen, het is 'weiden en hoeden van schapen en lammeren'. Dat heeft met de structuur van de gemeente te maken. Het heeft in de eerste plaats met de prediking en het pastoraat te maken.
De prediking geeft leiding aan het geestelijk leven van de gemeente in al haar facetten. Daarom dragen we die zorg ook samen. Op huisbezoek, in uw pastorale contacten, in uw diaconale contacten komt de ambtsdrager vragen tegen. Die vragen vormen niet het uitgangspunt van de prediking. De prediking is uitleg, verkondiging, toepassing van het Schriftwoord. Maar die vragen doen mee, ze krijgen een plaats. De hoorder doet er daadwerkelijk toe in de prediking.
Leidinggeven is deze vragen ter sprake brengen. Het is zoeken vanuit de Schrift om daarin een weg te wijzen.
Dienaren zijn niet geroepen om over de hoofden heen te preken. Ze zijn geroepen te zoeken naar de diepten van het hart. De ouderling die geroepen is om de gemeente te leiden, kent de harten, helpt de predikant de harten te kennen en te benaderen. De zorg voor de prediking is een heel bijzonder aspect van de ambtelijke verantwoordelijkheid die we samen dragen in het leidinggeven aan de gemeente. In de volgende gedachten wil ik proberen dat nader in te vullen.
In de consistorie
In de consistorie mag een zekere rust en een zekere orde heersen. Dat hoeft aan de spontaniteit van de ontmoeting niets af te doen. We beseffen dat we ons voorbereiden op de eredienst: ontmoeting tussen God en mens. Laat dat moment ook niet te veel ontsierd worden door het gesprek over alle mogelijke en onmogelijke afkondigingen. De voorbereiding daarvoor kan op de dag daarvoor zo veel mogelijk plaatsvinden. De meeste predikanten zullen vanwege de spanning voor de dienst niet zoveel behoefte hebben aan een gesprek over van alles en nog wat.
Het gebed
- Het tijdstip van aanvang van de dienst komt dichtbij. Het wordt stil in de consistorie. De ouderling van dienst gaat voor in gebed. Dat gebed kan kort en krachtig zijn. Het is geen voorbede voor land en volk. Dat doen we samen op de kansel. De ouderling draagt de dienst aan de Heere op. Hij draagt de dienaar aan de Heere op. Hij bidt om de opening van de Schrift, de opening van de harten, een ongestoorde dienst waarin het Woord vrucht zal dragen, waar de Heilige Geest uit de voeten kan. Hij bidt dat de dienst werkelijk een eredienst zal zijn. Vele keren was ik zelf getroost en bemoedigd, als door de ouderling van dienst eveneens tot God werd gebeden om de leiding van de Heilige Geest tijdens de dienst der gebeden.
- Na afloop van de dienst is er het dankgebed. We hebben tot God gebeden, we danken Hem aan het eind voor de dienst. Het goede van de dienst, van het Woord, van de preek, van wat we zongen, mag een plaats krijgen. Het is dus geen oordeel over de preek, geen aanvulling op de preek. We komen samen voor God, we spreken tot Hem de verwondering en aanbidding uit dat Hij weer wilde spreken tot ons door de dienst van de verzoening. Dat de Heere spreekt, dat Hij voortdurend spreekt is toch reden te over om Hem te aanbidden, te danken? In deze gebeden doorbreken we de eenzame gang van de dienaar van het Woord. We komen samen met hem voor Gods aangezicht. We dragen hem mee in de gebeden.
Handdruk
De meest zichtbare liturgische vormgeving is de handdruk die de dienaar ontvangt in de consistorie en aan de voet van de kansel. Er zit iets van overdracht in. Nu hij daadwerkelijk de kansel gaat beklimmen, komt het op zijn schouders. Nu voegen we ons samen onder zijn woorden. En de woorden van de verkondiging zijn de woorden van God. De schapen horen de stem van de Herder.
De handdruk na de dienst bevestigt dat. Dit waren de woorden van de Levende. We hoorden de stem van de Herder. Hier bloeide de Schrift open. De handdruk is geen formaliteit. De prediking is één en al gebeuren van Woord en Geest. De prediker is er helemaal bij betrokken, als klein mensje uit het stof verrezen. De handdruk als een 'amen' een 'ambtelijk amen' op de dienst van het Woord ervaar ik daarom soms als een wonder. Een 'amen' van de broeders in de dienst. Broeders als Aäron en Hur. Vanaf nu, vanaf de voet van de kansel dragen we de verantwoordelijkheid weer samen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's