Globaal bekeken
'Naar aanleiding van' (van H. Florijn) in De Wachter Sions blijft een lezenswaardige rubriek. Hier opnieuw een aflevering nu over Het kerkje van Den Oever:
Dat kerken leeg staan tegenwoordig is niets bijzonders, het heeft alles te maken met de toenemende ontkerkelijking in Nederland. Dat kerken tot musea worden omgebouwd is evenmin iets nieuws, voorbeelden daarvan zijn er te over, neem bijvoorbeeld maar de Buurkerk in Utrecht, waar het museum'"Van Speelklok tot Pierement' in onder is gebracht. Dat echter in een museum een hele kerk wordt tentoongesteld, is wel uniek. Maar ook dat komt voor en wel in Enkhuizen, in het Zuiderzeemuseum. Het betreft de kerk van het Noord-Hollandse dorpje Den Oever.
De toelichting van het museum bij de ingang zegt niet zoveel over het gebouwtje, alleen dat het in 1968 steen voor steen is afgebroken en daarna in Enkhuizen weer is opgebouwd. Maar over de geschiedenis voor die tijd wordt de bezoeker iri het ongewisse gelaten, toch stamt het bedehuis af uit de vijftiende eeuw en hoewel het ook lange tijd dienstgedaan heeft als dorpsschool, heeft hierin de gemeente van Den Oever vele jaren kerk gehouden. Nu is dat voorbij. In het gebouw zijn een paar voorwerpen opgehangen die iets te maken hebben met het kerkelijk verleden. Zo hangt er een oud predikantenbord met een naamlijst van voorgangers die ooit in Knollendam en Marken-binnen hebben gestaan. De bekendste van hen is zonder twijfel Everardus van der Hoogt geweest. Hij diende Knollendam van 1669 tot 1680. Van der Hoogt was een groot kenner van het Hebreeuws; hij was ook een krachtig bestrijder van allerlei nieuwe filosofieƫn in zijn tijd. Toch kent men hem tegenwoordig eigenlijk alleen nog maar vanwege zijn uitgave van preken van Jodocus van Lodenstein. Van der Hoogt had grote bewondering voor deze Utrechtse predikant, die hij tijdens zijn leven vaak gehoord heeft. Ook met Van Lodensteins ambtsgenoot Johannes Teellinck had hij veel op. Het was tijdens een preek van deze Teellinck in de Utrechtse Buurkerk, dat Van der Hoogt 'in bet hart geraakt' werd. Goed dat er in het kerkje van Den Oever nog naar hem verwezen wordt, misschien heeft hij er ooit wel eens gepreekt. Beter is dat er in het kerkje ook andere verwijzingen zijn, zoals door de grafstenen die hier liggen, maar die voor een deel ook uit andere plaatsen komen, want er is een zerk onder van Claes Willemsoon, die van 1601 tot zijn dood in 1627 predikant in Lutjebroek was. Opvallend is een grafsteen met een Griekse inscriptie en twee initialen. De museumgids blijft ook hier in gebreke en heeft er geen vertaling van gegeven; toch is dat niet zo moeilijk, want er staat alleen: 'Er is een tijd om te sterven'. Heel toepasselijk dus. En dat zijn de woorden die op de oude galerij geschilderd zijn ook. Ze zijn voorzien van het jaartal 1841 en luiden:
' Die door Gods Geest in Christus geloven, Is plaats bereid hier en hierboven.'
Zo klinkt hier toch nog een preek, in dit oude gebouw, dat opnieuw werd opgebouwd om toeristen een indruk te geven van het verleden. Ja, want dergelijke taal hoorden de mensen vroeger in preken van voorgangers zoals Everardus van der Hoogt. Die hebben ze stellig ook in het kerkje van Den Oever vernomen, honderden jaren geleden.
Zonder twijfel is dit alles ouderwets te noemen, maar tegelijk heeft het een boodschap voor de bezoekers vandaag. En dat niet alleen, het heeft ook waarde voor de toekomst.
Goed dat bet kerkje van Den Oever in een museum te bezichtigen is.
Abusievelijk meldde ik vorige week dat het boek van prof. van Rhijn over A.J.Th. Jonker de dissertatie van Van Rhijn was. Van ds. B.H. Weegink te Katwijk aan Zee kreeg ik onderstaande brief, die qua inhoud de moeite waard is om hier geheel te worden weergegeven:
In je hierboven vermelde rubrieksbijdrage in de Waarheidsvriend van 10/11 schrijf je dat het boek Aart Jan Theodorus Jonker de dissertatie was van prof.dr. Maarten van Rhijn. Dit is niet juist. Van Rhijn promoveerde al in 1917 op Wessel Gansfort.
Het boek over Aart Jan Theodorus Jonker - een prachtig boek en voluit een harmonische samenvoeging van authentieke vroomheid en levensbeschrijving - is de biografie die M. van Rhijn in 1929 als hommage ter nagedachtenis aan Jonker schreef. Jonker was op 6 juni 1928, dus is in het jaar ervoor, in Heerde overleden. Voor Van Rhijn is Jonker een vaderlijke vriend en hooggewaardeerd godgeleerde geweest.
Maarten van Rhijn leerde Jonker vooral kennen als huisvriend in de jaren dat zijn vader dr. C.H. van Rhijn en dr. A.J.Th. Jonker beiden in Groningen hoogleraar waren. Van Rhijn sr. was hoogleraar Nieuwe Testament en Jonker kerkelijk hoogleraar. Jonker heeft bij de aanvang van zijn professoraat in 1905 nog een poosje in huize Van Rhijn aan de Oosterstraat in Groningen gewoond. De jonge Maarten was meer dan eens aanwezig bij de gesprekken die zijn ouders met Aart Jonker op zondagavond in de huiselijke sfeer voerden. Van Rhijn heeft voor het schrijven van zijn biografie tal van brieven van Jonker aan anderen gelezen, zo bleek me bij mijn doctoraalstudie over Jonker. Ik wijdde daaraan aandacht in mijn boek 'Dagmens en nachtmens tegelijk (1999), een praktisch-theologische biografie over Jonker.' Terecht dat je opmerkte dat Jonker zijn tijd ver vooruit was en meer dan driekwart eeuw geleden al proefde hoe leeg de cultuur zou worden en hoe het op het Christusgeloof alleen aankwam. Dat getuigenis hebben we vandaag weer sterk nodig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's