Thuiskomst
'Want wij weten dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen'. [2 Kor. 5:1]
De laatste zondag van het kerkelijk jaar ligt achter ons. Vanouds is dit de zondag waarop de namen genoemd worden van hen die uit ons midden zijn heengegaan. Deze zondag confronteert ons met de vergankelijkheid van ons leven. Maar wij richten ons ook op de komst van het Koninkrijk van God.
Voor die beide aspecten heeft de apostel Paulus ook aandacht. Hij is zich de broosheid van ons lichamelijk bestaan bewust. De apostel vergelijkt ons lichaam met een tent. Je hebt hem zo opgezet, maar wat is zo'n tent kwetsbaar. Er kunnen scheuren in komen.
Een tent zit met haringen in de grond, maar bij één rukwind raakt hij los. Bij een storm scheurt het tentdoek aan flarden. Zo is nu ons aardse bestaan. Ons lichaam lijkt op een tent. Daar lopen de breuklijnen doorheen. Donkere en bedreigende machten als ziekte, ontluistering en dood kunnen ons bestaan aantasten. Dat alles is het gevolg van het feit dat wij uit de relatie met God gevallen zijn. Dat duidt de apostel aan met het werkwoord 'gebroken'. Wij zijn breekbare mensen. Ondanks alle aandacht die er in onze tijd is voor de gaafheid en perfectie van het menselijk lichaam, is dit de realiteit. Wij kunnen de definitieve aftakeling, ziekte en de dood niet tegenhouden. Dit afbraakproces is een tegenstander waar wij niet tegen opgewassen zijn. Ondanks de kundigheid en de kennis van de medische wetenschap valt over ons leven de slagschaduw van de gebrokenheid en de vergankelijkheid. Maar dat is niet het enige dat de apostel te zeggen heeft, wanneer hij geconfronteerd wordt met de ontluistering van dit aardse bestaan. Paulus mag meer zeggen. Dit leven is niet alles. Met ons sterven is het niet uit. Paulus weet van de broosheid van dit bestaan. Maar daar eindigt hij niet mee. Die tent is niet het laatste. Er is toekomstverwachting. Er is uitzicht voor ieder die door het geloof verbonden is met de Heere Jezus. Een machtig uitzicht! Na het sterven vallen we niet in een donker gat. Nee, wij hebben een gebouw van God. Die tent is broos en vergankelijk, maar dat gebouw is vast en duurzaam. Dankzij God Die de levende God is. En dat gebouw is van Hem. Dat gebouw is niet met handen gemaakt. Het is een gebouw van God uit, eeuwig in de hemelen.
De Heere Jezus bemoedigt er Zijn discipelen mee als Hij zegt: 'In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen ... Ik ga heen om u plaats te bereiden'. Er is woonruimte voor u en mij bij God. Die woonruimte is er dankzij de Heere Jezus Christus, Die plaats bereidt. Hij is naar deze aarde gekomen. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Jezus heeft onder ons in een tent gewoond. Hij heeft de broosheid en vergankelijkheid van ons leven op Zich genomen. Op Goede Vrijdag werd Zijn leven aan het kruis afgebroken. Dan houdt Hij niets meer over. Maar het is Pasen geworden. De Heere Jezus is opgewekt en heengegaan naar Zijn Vader. Dankzij Zijn volbrachte werk is er nu woonruimte voor ieder die in Hem gelooft. Zonder de geloofsband met Hem blijft ons leven een tentenbestaan. Dan is het broos en vergankelijk. Maar voor wie in Christus gelooft, is er uitzicht op een onvergankelijk en eeuwig leven bij God. Dan wordt ons leven niet langer getekend door de bittere gevolgen van de zonden. Dan zijn wij de ziekte, het lijden, de tranen en de dood voorbij. Dan hebben wij een vast gebouw bij God in de hemel.
Wij hébben, zegt Paulus. Hij spreekt echter over iets dat hij niet in handen heeft, maar dat in de toekomst zal plaatsvinden. Hij spreekt dus over een toekomstig hebben. Hoe kan Paulus zo overtuigend spreken? Hij mag weten dat Jezus Christus Zijn Geest gegeven heeft als een onderpand (vs. 5). Dat betekent je kunt er op aan. Je mag dat woord van God vertrouwen. In deze woorden ligt een bemoediging voor u die te maken hebt met de ontluistering van uw leven. U die elke dag geconfronteerd wordt met beperkingen wat betreft uw gezondheid. Wat kan dat veel strijd en aanvechting geven.
Maar dan richt de apostel onze aandacht op dat gebouw van God en op een stralende toekomst bij de Heere. Dat neemt de moeite en pijn van dit moment niet weg, maar mag ons te midden van de gebrokenheid toch kracht geven om de pijn en wonden in ons leven te dragen.
Er ligt ook een enorme troost in voor u die de ander zo mist, omdat een geliefde is heengegaan. Het graf en de bittere werkelijkheid van de dood hebben niet het laatste woord. In het geloof mag je weten van een werkelijkheid die al ons denken te boven gaat. Dat is het perspectief van de toekomst van de Heere Jezus Christus. Een gebouw, een steeds nauwere gemeenschap met Christus. Voorgoed thuiskomen bij de Heere en altijd met Hem zijn. Dat wéten we, zegt Paulus. Wij weten dat de aardse tent wordt afgebroken en dat wij een gebouw bij God hebben. Dat is een geloofswetenschap, die de Heilige Geest in je hart werkt. Weten wij dat ook? Daar komt het wel op aan in ons leven. Zo alleen kunnen wij zonder schrik en angst voor de rechterstoel van Christus verschijnen. En zullen we in Hem niet alleen onze Rechter ontmoeten, maar vooral onze Redder. Dat laat de Heilige Geest ons nu weten, opdat u, nu verbonden met de Heere Jezus, zult thuiskomen in het Vaderhuis met de vele woningen. Dan zullen we altijd met de Heere zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's