Wat is een kudde zonder herder?
HET KERKELIJK AMBT ALS ARBEID IN VOLMACHT [3]
Het getuigenis van de Geest
Ondertussen heeft de bovengenoemde vrije vrijmoedigheid ten diepste te maken met het zogenaamde getuigenis van de Heilige Geest, waarin de Geest in de weg van restloos vertrouwen op Gods Woord, ons dat Woord doet verstaan als een kracht Gods. We zijn dan ook niet van dat Woord af te brengen, omdat de Geest al maar blijft medegetuigen dat we bijbels bezig zijn. Hierin brengt het getuigenis van de Geest tevens een zeker weten mee dat zekerder is dan elk wetenschappelijk bewijs, terwijl het toch geen enkel bewijs in handen heeft. Het is de Geest Zelf die dit unieke waarheidsbewijs meebrengt, waarin we mogen medeweten met de Geest en daarin met God Zelf. Of dit besef van deze onomstotelijke zekerheid er altijd even sterk is, dat is een heel ander verhaal. Het kan er ook toegaan vanuit het zogenaamde 'nochtans van het geloof'. Dus dat we tegen de klippen op van strijd en bestrijding in ons eigen hart en rondom ons, toch in de taaiheid an het geloof stug vasthouden aan het Woord en daarin aan de mening van de Geest. Want in het vasthouden aan het Woord klopt het hart van de ambtsvolmacht. De Geest komt er bijw ijze van spreken automatisch in mee, omdat de Geest per definitie Zich bindt aan Woordgetrouwheid. Wel sluit dat uiteraard het voortdurend bidden om de verlichting met en de herschepping door de Heilige Geest niet uit maar in.
Sleutelmacht
In dit verband moet ook genoemd worden de ambtelijke sleutelmacht, zoals die met name in de prediking functioneert. Een sleutelmacht die Rome helaas bindt aan het Petrusambt van de paus en daarin aan de Rooms-Katholieke Kerk. De Reformatie bindt het echter aan de zuivere Woordverkondiging. Iets dat aan de prediking een gigantische geladenheid geeft, want 'wie U hoort, die hoort Mij,' zegt Jezus. De prediking staat dan ook in het spanningsveld van leven of dood, van hemel of hel. In de prediking vallen eeuwige beslissingen waarin het er hard aan toe gaat in de strijd tussen de Heilige Geest en de geesten uit de afgrond. Een strijd waarin de prediker niet zuiver kan staan door alle accent te leggen op waarschuwing en vermaan. Met name dient alle accent te liggen op de verkondiging van het heilig evangelie zelf.
Dat evangelie dient in de prediking uitgestald te worden in alle toonaarden van lieflijkheid en ernst. Dus dient Christus gepredikt te worden, uitgeschilderd in de taal die de Geest, mede vanuit het tekstverband, geeft uit te spreken. Christus Zelf dient in de prediking huizenhoog verheven te worden in al Zijn zondaarsliefde. Zo hoog dat ieder Hem kan zien en zo laag dat ieder zondaar er bij kan. Dat voorkomt ook dat preken routineachtige sleur wordt. Het blijft een voortdurend worstelen met het Woord, waarin de prediker duizend doden sterft en duizend levenswonderen beleeft. Zo gaat de sleutelmacht functioneren en daarin de ambtsvolmacht zowel van de prediker, als ook die van de ouderling en de diaken. Immers, de ambtsvolmacht van de ouderling en de diaken zal des te beter tot zijn recht komen naarmate de prediking meer plaatsvindt in betoning van Geest en van kracht. Er komt iets van bijbelse toonhoogte in de ambtelijke arbeid, wat weer zal doorwerken in het geloofsniveau van de gemeente en daarin in de bereidheid om in het ambt te staan.
Naar ons gevoelen scharniert hier een van de hoofdoorzaken van de huidige zorgen in de kerken. We hebben nodig, opnieuw, het op bijbelse toonhoogte komen van de ambtsvolmacht. En dat kan maar op één manier, namelijk door volstrekte geloofsgehoorzaamheid aan Gods Woord. Geen geloofsgehoorzaamheid in wettische verkramping, maar in de kracht van de Geest, die Heere is en levend maakt.
Actualiteit
Het zijn de Dordtse Leerregels die op ongekend indrukwekkende wijze met name het ambt van predikant verwoorden in 1.3. Daar staat: 'En opdat de mensen tot het geloof gebracht worden, zendt God goedertierenlijk verkondigers van deze zeer blijde boodschap, tot wie Hij wil en wanneer Hij wil; door wier dienst de mensen geroepen worden tot bekering en geloof in Christus de gekruisigde.'
In deze omschrijving wordt de oorsprong van het ambt prachtig gelegd bij God die zendt (de missio Dei). Daarom speelt het woord apostel en apostolisch ook zo'n grote rol in de ambtsleer, want apostel betekent gezondene. In dat opzicht heeft elk ambt een apostolische trek. Hier hangt ook mee samen dat Christus ons oproept om tot God te bidden dat Hij arbeiders in zijn wijngaard zal uitstoten.
Het is dan ook een ramp voor de kerk wanneer God zou stoppen met het zenden van arbeiders. Dan komt de kerk als het ware droog te staan. Het houdt op. De stroom van de Geest stopt. God houdt het voor gezien, want we hebben Zijn Geest zozeer bedroefd dat die Geest Zich terugtrekt. Je moet er niet aan denken als dat zou gebeuren. Terugloop van het aantal studenten theologie mag dan ook uitermate verontrusten en opnieuw tot gebed en verootmoediging uitdrijven.
Toekomst
In dit verband willen we ook noemen de huidige inschattingen van het aantal toekomstige predikanten, althans binnen de Protestantse Kerk in Nederland. De inschattingen duiden immers op een grote afname. Nu is het weliswaar zo dat inschattingen, vaak gebaseerd op enquêtegegevens, geen profetische functie hebben. Want God gaat Zijn ongekende gang. (In de Dordtse Leerregels hierboven aangehaald, heet het 'dat Hij Zijn verkondigers zendt wanneer Hij wil en tot wie Hij wil'.) Bovendien is Hij een God die Zich laat verbidden. De Bijbel is er vol van dat Hij gebeden hoort en verhoort, wanneer mensen door de nood gedreven God aanroepen om ontferming.
Aan de andere kant kunnen inschattingen zeker ook een bepaalde realiteitszin hebben. Het is dus goed om ze te evalueren. Wel is het ons persoonlijk niet geheel duidelijk of de momentele inschattingen werkelijk gebaseerd zijn op nood, omdat het kerkelijk leven zozeer zal teruglopen dat gemeenten geen fulltime predikanten meer kunnen betalen of dat er iets anders aan de hand is, namelijk een bewust beleid dat het ambt van predikant naar de marge van de kerk wil dringen. Met als reden de opvatting dat dit ambt niet meer kan functioneren in deze tijd van beeldcultuur. Dat er daarom meer in teamverband van gespecialiseerde deskundigen gewerkt moet worden. Nu hoeft er op zich geen bezwaar te zijn om te onderzoeken of enig teamverband en een bepaalde vorm van specialisatie zegenrijk zouden kunnen werken, zeker als dat de onderlinge collegialiteit zou kunnen bevorderen en het de volle werkverdeling van het ambt geen schade toebrengt. Doch als dat ten koste zou gaan van de gewone predikant als herder en leraar, dan is dat beslist afbraak van de kerk.
Het herderlijke van het ambt
Het is immers niet voor niets dat in de Schrift de christelijke gemeente wordt voorgesteld als een kudde schapen. Dat is een diep bijbels beeld met zeer diepe bijbelse implicaties. Immers, wat is een kudde zonder herder? Zo'n kudde blijft nergens, want is uitgeleverd aan het satanische roofgedierte van alle machten uit de afgrond die vandaag meer dan ooit er op uit zijn alle werk van Christus tot de bodem af te breken.
Zeker waar, Christus Zelf is de Opperherder van zijn kudde. Doch het behaagt Hem wel om Zijn eigen Herdersfunctie gestalte te geven via ambten door mensen vervuld. En natuurlijk blijven er de ouderling en ook de diaken. Doch waar met name het ambt van predikant het herdersambt bij uitstek is, is met geen woorden te beschrijven hoe groot de schade voor de kerk zou zijn wanneer dit ambt ging wegkwijnen. Ook noodoplossingen van parttime predikantschap, hoe sympathiek en nodig ook als het niet anders kan, blijven noodoplossingen die de kerk in haar beleid des te meer dienen te dringen tot verootmoediging en gebed, opdat de noodoplossing van parttime predikantschap zal kunnen komen tot de oplossing van fulltime vervulling.
Want een herder hoort voortdurend beschikbaar te zijn voor zijn schapen. Hij hoort zijn schapen te kennen, hen voor dwalen te behoeden, hen tegen roofgedierte te beschermen. Van hem mag verwacht worden dat hij geen huurling is die bij naderend gevaar de schapen in de steek laat. Hij dient de Opperherder na te volgen die de Zijnen heeft liefgehad tot in de dood van het kruis.
Op de ziel gebonden
Dat betekent dat de predikant als herder zijn tijd dient te kennen en de geesten van de tijd dient te beproeven of ze uit God zijn. Dat hij dus alle signalen op rood dient te zetten wanneer satan óf als een engel des lichts óf als een brullende leeuw, de gemeente als kudde wil verleiden of verslinden. De predikant zal dan in tijdbetrokken prediking, als ook in catechese, in kringwerk en in verenigingsarbeid de volle wapenrusting dienen te hanteren en de gemeente zelf op die wapenrusting dienen te attenderen. Opdat de kudde veilig zal mogen blijven grazen in de grazige weiden van Gods Woord. Als herder zal de predikant de schapen van de kudde op zijn ziel gebonden weten en voortdurend zal hij het allerbeste voor hen willen zoeken. Want een goede herder, die geen huurling is, kan het niet verdragen dat er één schaapje verloren zou gaan. Dat snijdt hem door zijn ambtelijke ziel heen, te meer daar hij weet dat God eenmaal het bloed van de schapen van zijn hand zal afeisen.
Dat alles nu en nog veel meer maakt het nodig dat in principe elke (wijk)gemeente een fulltime predikant heeft. Laat het beleid van de kerk daar dan op gericht zijn. Laat de kerk daartoe alles uit de kast halen om dit te bevorderen en mogelijk te maken. En als we het tij tegen hebben vandaag - en dat hebben we - laat de kerk dan desnoods bidstonden organiseren van verootmoediging en gebed waarin gebeden wordt of de Geest, in plaats van Zich terug te trekken, weer opnieuw krachtige wind in de zeilen zal willen geven. Immers, we staan als kerk midden in de frontlinie van de strijd tussen licht en duisternis, tussen Christus als het Licht der wereld en satan als de vorst der duisternis. Dat vraagt van ons dat we niet ingedommeld zullen raken en zeker niet dat we in slaap zullen sukkelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's