Openheid naar Woord en Geest
HET KERKELIJK AMBT ALS ARBEID IN VOLMACHT [4]
We eindigden de vorige aflevering met een krachtig pleidooi voor het fulltime predikantschap. Immers, werk is er genoeg. Als we enkel al bedenken hoe belangrijk het is dat een predikant zijn eigen spiritualiteit van verborgen omgang met God niet verwaarloost, komen we reeds aan een behoorlijke tijdsvulling. We kunnen dan vooral denken aan gebed. Gebed voor eigen geloofsleven en gebed voor de aan hem toevertrouwde kudde, opdat het God zal behagen daar krachtig te werken door Woord en Geest. Het is bekend dat Luther en vele andere Godsmannen uren aan gebed besteed hebben. Predikanten zullen dus niet gauw tijd over hebben.
Daarom is het een goede zaak dat er kerkelijk werkers komen die de predikant verlichten in zijn taak. Niet om daarmee een soort hulpje van de predikant te worden. Wel om daarmee er aan mee te mogen werken dat de predikant zijn taak als herder en Ieraar optimaal zal kunnen vervullen.
God zendt verkondigers
In dit verband willen we er ook op wijzen het geen goede zaak te achten wanneer de kerkelijk werker de predikant gaat vervangen. Ja, in noodsituaties mag er dankbaar gebruik van gemaakt worden. Doch laat de nood nood blijven en als nood gevoeld word, en heendringen naar het oplossen van die nood. Opdat het via gemeentegroei moge komen tot het fulltime predikantschap. Want het gaat om de missio Dei, ons beschreven in het begin van de Dordtse Leerregels, namelijk dat het God in Zijn goedertierenheid blijft behagen verkondigers van de zeer blijde boodschap van het evangelie te zenden, ook naar gemeente x en y.
Het zou immers een teken aan de wand zijn wanneer ook voor onze tijd zou gelden wat in de Schrift gezegd wordt van de tijd van Samuel, namelijk 'dat het Woord van God schaars was'. In de hervormde nota Kerk-zijn in een tijd van Godsverduistering uit 1988 wordt ernaar verwezen (blz. 4). Deze schaarste aan Gods Woord zou een Godsoordeel zijn en armoe troef in de kerk, want ploegen op rotsen. Het is dan ook een niet genoeg te waarderen rijkdom dat God door blijft gaan met het zenden van verkondigers van de zeer blijde boodschap van het evangelie. Laat de spits van elk kerkelijk beleid daar op gericht zijn, tot en met de opleiding op de universiteiten toe.
Geen bisschop
Het moge ondertussen duidelijk zijn dat ons pleidooi voor het fulltime predikantschap niets van doen heeft met het willen vormen van een soort domineeskerk, waarin dominees domineren. Er valt in de kerk niets te domineren. Want het gaat om het Woord van God, om de doorwerking van dat Woord. Daarin gaat het om geloof in Jezus Christus, de ene Naam onder de hemel gegeven om zalig te worden. Vandaar ook dat we allerminst gelukkig zijn met enkele stemmen vandaag die het bisschopsambt zouden willen invoeren. Weliswaar niet in de zin van pauselijk domineren, want meer als eenheidssymbool waar ook in collegialiteit steun verleend zou kunnen worden aan medeambtsdragers. Toch is dat een gedachte die het paard achter de wagen spant. Immers, de Schrift kent nergens een eenhoofdig ambt dat bovenplaatselijk is. De les van de geschiedenis is dat het gaat uitglijden naar aandacht voor de persoon, met als gevolg functieverlies van het Woord. De huidige buitensporige aandacht voor de persoon van de paus mag ons tot waarschuwend voorbeeld zijn. In dit verband willen we wijzen op de evenwichtige wijze waarop dr. P.van den Heuvel in Kerk en Theologie van januari 2002 blz. 62 e.v. tot de conclusie komt dat we de kant van het bisschopsambt niet opmoeten. Wel komt het bisschopsambt hier en daar in reformatorische kerken voor. Doch het ontstaan ervan was meer een kwestie van aanpassing, vaak aan dwang van de overheid. In die zin heeft bijvoorbeeld iemand als Calvijn het in bepaalde gevallen niet ronduit afgewezen. Toch kunnen we bij hem nergens enig pleidooi voor invoering ervan vinden. Veelzeggend is dan ook dat onze Nederlandse Geloofsbelijdens in artikel 31 spreekt over Christus de enige algemene Bisschop. Een andere bisschop hebben we niet nodig.
Open gemeente
Ondertussen mag dit alles ons er des te meer van overtuigen hoe wezenlijk het is dat de ambten werkelijk functioneren in de context van gehoorzaamheid aan het Woord en geleid worden door de Geest. Daardoor wordt weliswaar aan de ene kant de volle zwaarte van de ambtslast helder verstaan, aan de andere kant geeft het ook juist de beste basis voor volle vreugde in het ambt. De ambtslast wordt niet te zwaar, want de ambtslust blijft de boventoon voeren. De draaglast kunnen we aan, want Christus geeft ons draagkracht.
Het staat dan ook als een paal boven water dat het ambt geheel wordt uitgehold als geloofsgehoorzaamheid aan de Schrift gaat afkalven en het zich laten leiden door de Heilige Geest gaat wegebben. Dit kan zelfs gaan betekenen dat we het ambt geheel gaan verliezen. Prof. A. van de Beek suggereert ergens dat de Reformatie het ambt heeft laten vallen. Dat zeg ik hem zeker niet na. Doch het kan wel ver in die richting gaan, als we het Woord en de kracht van de Geest kwijt raken. Dat zou niets minder dan het startpunt voor gemeente-afbraak zijn. Allerlei pogingen om malaise te boven te komen, zoals bijvoorbeeld de zogenaamde 'open gemeente', zullen hier niet baten. Trouwens, wat bedoelt men met 'open gemeente'? Bedoelt men openheid naar Woord en Geest of allereerst openheid naar de wereld? En wil men met die openheid naar de wereld dan zondaren bereiken met het evangelie? Is men zich voldoende bewust van het risico de wereld binnen de kerk te halen met het gevolg dat allerlei Demasfiguren de tegenwoordige wereld weer lief gaan krijgen?
Ons gevoelen is dat prioriteit voor openheid naar Woord en Geest de beste garantie biedt voor ook goede openheid naar de wereld om zondaren te winnen voor Jezus. Immers, het kan niet anders dan dat het werkelijk functioneren van de rechtvaardiging van de goddeloze ons tegelijk met ontferming bewogen doet zijn voor ieder zondaar die buiten Christus ten dode wankelt.
Aan de ene kant zal de gemeente des Heeren een gesloten gemeente zijn, onder de ambtelijke bediening hecht gegroepeerd rond haar Opperherder. Aan de andere kant zal ze als een open gemeente functioneren, waarin de liefde van Christus dringt om bekend te maken dat Christus gekomen is om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.
Ambten cruciaal
In alle gevallen zal echter de spanning gekend worden waarin we het gevaar lopen om door te vloeien, zodat het geloof verwatert. Want satan zit niet stil. Voor we het beseffen, hebben we zijn invloed in de huidige cultuur onderschat. Al blijft ook waar dat we zijn invloed niet moeten overschatten, want Jezus is Overwinnaar. Vandaar dat het gaat om bewaren en bouwen, om verdedigen en verbreiden. En de ambten nemen daar in gehoorzaamheid aan Gods Woord en in geleid worden door de Geest, een cruciale plaats in.
Daarom moet de kerk de ambten hoog houden, want die herinneren ons er aan dat het heil niet uit onszelf opkomt, doch dat we het van Hogerhand ontvangen. Het is dan ook zaak om zuinig te zijn op ambtsdragers. We dienen voorzichtig te zijn met kritiek op hen. Nodig is dat we in ieder geval eerst in gebed gaan, alvorens wij overgaan tot kritiek. Laat er vooral ook veel gebed voor hen zijn en veel liefde tot hen vanwege hun ambt. Het is niet goed dat kerkenraden al te vlot negatief worden afgetekend in hun beleid.
Toerusting
Van belang is ook dat ambtsdragers toegerust worden vanuit de Schrift, opdat er een halt wordt toegeroepen aan het vandaag teruglopende bijbelkennisniveau onder ambtsdragers. Al mag er wat ons betreft daarbij wel een zekere matiging worden betracht in het aanbod van cursussen en conferenties. Op zich zijn die uiteraard goed en zeker goed bedoeld, doch laat het aanbod wel met mate zijn. In ieder geval is het niet goed dat het aanbod zo groot is dat er gevaar bestaat dat het eigenlijke werk in het gedrang komt.
Bovendien mag van een ambtsdrager verwacht worden ook zelfstandig initiatieven te kunnen nemen om via studie thuis toerusting te zoeken in goede lectuur die wordt aangeboden. Het ambt heeft immers ook een eigenstandigheid die niet te kort mag worden gedaan. Mensen die toch al een overvolle agenda hebben mogen niet al te zeer onder druk gezet worden van vormingsachtige activiteiten. Laat daarentegen alles er op gericht zijn dat de ambten via de ambtsdragers optimaal kunnen functioneren vanuit het Woord en in de kracht van de Geest. Zonder het Woord heeft een ambtsdrager in wezen niets te zeggen. De ware ambtsdrager zal bij wijze van spreken weg willen kruipen achter het Woord, opdat niet hijzelf, maar het Woord centraal zal staan. Vandaar dat ambtsdragers niet optreden in een kerkdienst, ze vervullen er geen rol. Ze doen er dienst in naam van God en treden terug, opdat het Woord voorop zal gaan. Want het ambt staat in dienst van het Woord en het Woord laat zich bedienen door het ambt. Het is niet voor niets dat de Reformatie de hoge greep heeft gedaan naar het sola scriptura, alleen het Woord. De Calvijnse Reformatie heeft dat zelfs doorgetrokken naar het kerklied, door alle accent te leggen op het zingen van de psalmen.
Niet gauw klaar
Ambt en Woord, Woord en ambt, ze horen bijeen. Waar ze bijeen gehouden worden, zal de Geest Zich niet onbetuigd laten. Dat betekent dat ambtsdragers in de kerk niet zo gauw klaar zijn met hun werk, zodat ze veel tijd en energie kunnen besteden aan allerlei niet wezenlijke vernieuwingen. Immers, het gaat Christus erom dat zijn aardse bruid, de kerk, zonder vlek of rimpel voor Hem zal verschijnen. Het zal een hele toer zijn voor ambtsdragers om daar enigszins mee klaar te komen. Immers, de heiliging is, in tegenstelling tot de rechtvaardiging, nooit af. Vandaar dat we Paulus ergens horen zuchten dat hij door blijft werken totdat Christus (opnieuw) gestalte in de gemeente zal krijgen (Gal. 4:19). Zo houden ambtsdragers handen vol dagwerk om in de gemeente te arbeiden, opdat Christus er optimaal gestalte zal krijgen in zijn vernedering en in zijn verhoging.
Ambtswerk blijft doorgaan, want het Woord moet zijn loop blijven houden. En de Geest rust niet tot door het Woord de laatste genade van Christus is uitgedeeld. In die setting van Woord en Geest zal ook de ambtsvolmacht het beste functioneren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's