De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vernedering en glorie treffend vertolkt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vernedering en glorie treffend vertolkt

DE PREDIKING VAN DE VERZOENING BIJ BACH [2]

7 minuten leestijd

Hohe Messe
Hoe vertolkte Bach de boodschap van de verzoening in zijn muziek? We beginnen met de bespreking van enkele fragmenten uit zijn Hohe Messe. Hoogmis: het zou me niet verbazen als u dat wat rooms in de oren klinkt.
Noemde zijn zoon trouwens dit werk later niet 'die grosse catholische Messe'? Toch moeten we ons niet op een dwaalspoor laten brengen. Bach heeft dit werk niet geschreven voor de rooms-katholieke eredienst. Integendeel, zijn werk is doortrokken van een reformatorische geloofsbeleving. Het werk is trouwens helemaal niet bestemd voor de eredienst. De lutherse eredienst kende alleen de zgn. missa brevis, korte mis, namelijk het Kyrie, het gebed om ontferming en het Gloria in excelsis Deo, de lofprijzing die begint met de woorden van de engelenzang uit Lukas 2. Ook de lengte van het werk - ongeveer twee uur - is van dien aard dat het zich moeilijk laat invoegen in de liturgie. Het werk dateert uit 1747, enkele jaren dus voor Bachs dood. De componist was toen bezig op verschillende wijze zijn werk te bundelen en te verzamelen. Voor de Hohe Messe gebruikte hij deels bestaande stukken, deels nieuw materiaal. W. Blankenburg noemt het een samenvattende belijdenis van het geloof. Het is een kathedraal in muziek, een imponerend stuk. Persoonlijk vind ik het 't mooiste wat Bach gecomponeerd heeft. Na een driedelige aanroeping om Gods ontferming Kyrie Eleison, Christe eleison, Kyrie eleison volgt een Groot Gloria voor koor en solostemmen en daaraan aansluitend: de vertolking van de geloofsbelijdenis, de zgn. Belijdenis van Nicea (het Credo), een van drie oecumenische oud-christelijke belijdenissen. De laatste delen zijn het Sanctus (Heilig, heilig, heilig, Jes. 6:3), het Benedictus (Gezegend Hij die komt in de naam des Heeren) en het Agnus Dei (Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt), uitmondend in een gebed om vrede.

Twee-eenheid van kruis en opstanding
De eigen aard van het werk komt heel sterk naar voren in het middendeel, het Credo. Het is opgebouwd uit negen delen. Het midden wordt gevormd door de woorden Crucifixus est (die ook voor ons gekruisigd is); daaraan gaan vooraf de belijdenis aangaande de menswording (Et incarnatus est) en daarop volgt het Et resurrexit (en Hij is opgestaan).
In het Et incarnatus est hoor je zowel in de zangstemmen als in de begeleidende violen de afdalende beweging. Bij de woorden 'uit de maagd Maria' hoor je opklimmende tonen, evenals bij de woorden: die mens geworden is. De diepte van de vernedering van de Zoon vindt zo een treffende vertolking. Tegelijk klinkt er iets door van de glorie van Gods werk. Heel bijzonder is het Crucifixus. Het heeft de vorm van een chaconne, een reeks variaties op een thema in de bas. Twaalf maal klinkt een klagende melodie, waarbij de fluittonen boven de violen uit dit klagende aspect versterken. De dertiende keer zwijgen de instrumenten en zingt het koor - heel zacht en heel laag - : sepultus est (Hij is begraven). Ik ken nauwelijks een ander stuk dat zo intens het kruisevangelie vertolkt als dit stuk. Hier in dit middenstuk van de Hohe Messe klopt, zo heeft men niet ten onrechte gezegd, het hart van Bachs geloof.
Op dit punt voltrekt zich ook de omslag in de muziek. Na de lage tonen van het sepultus volgt een stralende lofzang in majeur: 'En Hij is ten derde dage verrezen' (Et resurrexit). Trompetten en pauken omspelen de koorstemmen. Het ritmische karakter van de muziek heeft iets fanfare-achtigs. Wie deze jubelende muziek hoort, kan zich alleen maar verbazen over het oordeel van Maarten 't Hart dat de paasjubel Bach niet aangesproken zou hebben. Kruis en opstanding vormen bij hem een twee-eenheid.

Kerstfeest en de verzoening
Ook in de vele werken voor de kersttijd klinkt het thema van de verzoening door. Ik heb als voorbeeld gekozen enkele fragmenten uit de eerste cantate van het Weihnachtsoratorium, een reeks van zes cantates die de kersttijd vanaf de eerste kerstdag tot het feest van Driekoningen (6 januari) omspannen. Bach gebruikt in die eerste cantate een strofe uit Luthers beroemde kerstlied Gelobet seist du JesuChrist (in vertaling Gez. 142 van het Liedboek voor de Kerken). Op kunstige wijze verbindt Bach in zijn vertolking drie elementen: Ingebed in een driestemmige instrumentale melodie, zingen sopraanstemmen de melodie van de koraalstrofe Er ist auf Erden kommen arm, onderbroken en afgewisseld door een recitatief, waarin een basstem mediteert over de liefde van Christus: Hij heeft zich voor ons zo diep vernederd dat Hij in de armoede van de kribbe en de stal geboren wilde worden, om ons in het hemelrijk aan de engelen gelijk te maken. Zozeer gaat het heil der wereld Hem ter harte, zingt de bas.
De vleeswording van het Woord is hier verbonden met de verzoening, de blijde ruil van kribbe en kruis. Opvallend is hoe in de muziek de instrumenten als het ware telkens van positie wisselen. Maar ook in de zangstem. Bij de woorden So will er selbst als Mensch geboren werden (Zo wil Hij zelf als mens geboren worden) gaat de melodie bij het 'als Mensch' een octaafsprong omhoog. Je zou een dalende reeks tonen verwachten. Maar dat gebeurt niet. Bach plaatst ons voor de paradox van het geheimenis: In de vernedering van Gods Zoon openbaart zich Gods glorie. Het is de Heer der heerlijkheid die Knecht wordt (vgl. Filipp. 2).
Daarom vormen recitatief en koraal de opmaat voor de daaropvolgende bas-aria: Grosser Herr und starker König. (Grote Heer en sterke Koning, liefste Heiland, ach hoe gering acht Gij de aardse pracht! Hij die de hele wereld behoudt, die al haar pracht en sier heeft geschapen, moet nu in een harde kribbe slapen). Het Kind van Bethlehem is de sterke Koning. Een solotrompetsymbool van het goddelijke en het transcendente - geeft dit stuk een glorieuze klank. In het middengedeelte van deze aria verandert de toon van majeur naar mineur om het element van de vernedering aan te geven om dan weer in de herhaling terug te buigen naar de stralende toon van het begin.

Een paascantate
Van de vele paascantates die Bach gecomponeerd heeft, noem ik hier Cantate 4: Christ lag im Todesbanden. De vertaling van dit lied van Luther in het Liedboek begint met de woorden: 'Die in de dood gebonden lag om ons en onze zonden, is opgestaan met groot gezag: Christus heeft overwonnen' (Gez. 203). Het opvallende in dit lied is de verbinding tussen Pasen en het pascha, de gedachtenis aan de verlossing door het bloed van het lam (Ex. 12:13). Het lied bezingt Christus, het ware Paaslam. De beeldende taal van dit lied - die in de Duitse tekst nog beter naar voren komt dan in de vertaling - is door Bach wonderschoon vertolkt.
Het voert te ver dit voor alle verzen te laten zien. Ik noem een enkel detail: De zeven verzen van het lied zijn symmetrisch heen gebouwd om strofe 4 Es war ein wunderlicher Krieg (Het was een wonderlijke strijd). Door de sobere begeleiding komt de tekst in al zijn kracht en hevigheid naar voren. In de regel Wie ein Tod den andern frass horen we canonachtige figuren om zo te laten uitkomen dat de dood van Christus onze dood verslindt. In strofe 5 wordt de regel over het bloed van het Lam aan de deurposten geaccentueerd, doordat Bach een instrumentaal tussenspel invoegt. Elke keer als ik die cantate beluister, word ik getroffen door de indrukwekkende manier waarop Bach het aspect van de overwinning en de bevrijding in het gebeuren van de verzoening vertolkt.

Een ander mooi voorbeeld vinden we in Cantate 85 over de goede Herder die zijn leven geeft voor de schapen.
Na een kort recitatief over de huurlingen volgt de tenor-aria Sehet was die Liebe tut. Het driemaal herhaalde 'Zie' accentueert de liefde van de herder. In het middendeel onderstrepen de verklanking van woorden als sein teures Blut (zijn kostbaar bloed) en am Kreuzesstamm (aan het kruishout) de betekenis van de kruisdood van Christus. De muziek van deze aria draagt het karakter van een pastorale, herdersmuziek waarvan componisten in de barok zich graag bedienden, vooral in de muziek voor de kersttijd.

In een laatste bijdrage willen we zien hoe Bach in enkele andere werken de betekenis van het kruis vertolkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vernedering en glorie treffend vertolkt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's