De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

Gerard van der Kooi: De Wijnberch des Heren, 'godsdienstige veranderingen op Texel 1514-1572'. Uitg. Verloren, Hilversum, 416 pag. , € 35,00. H.F. Kohlbrugge: Aanvechting. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen; 218 blz.; € 21,50

Gerard van der Kooi:
De Wijnberch des Heren, 'godsdienstige veranderingen op Texel 1514-1572.
Uitgave Verloren, Hilversum, 416 pag. € 35,00.

De aanhangers van Melchior Hoffman inde zestiende eeuw hebben verwacht dat de wederkomstvan Christus nog tijdens hun leven zou plaatsvinden. Hoffman had in Duitsland en in de Lage Landen aangekondigd dat die in Straatsburg zou plaatsvinden. Daar heeft hij zelf in de gevangenis, vanaf 1533 tot zijn dood in 1544, die dag afgewacht. Toen Hoffman gevangen was genomen, riep Jan Matthijs zich in Holland tot diens opvolger uit en voorspelde de dag van de wederkomst op eerste paasdag 1534 (5 april), niet in Straatsburg maar in Münster. In navolging van Hoffman bewoog hij de mensen tot herdoop. De (her)doop werd gezien als een 'verzegeling' van de uitverkorenen.' Deze doop had zo ook een eschatologische betekenis. Tal van aanhangers van de doperse beweging die zo ontstond, reisden naar Münster om daar de Jongste Dag te verwachten.
In het voor ons liggende boek is de oproep opgenomen (waarschijnlijk opgesteld door Jan van Leiden) om de tocht naar Münster te ondernemen. De auteur heeft een minutieus onderzoek verricht naar de uitwerking van de doperse beweging op Texel in de jaren 1514 tot 1572. De aanjagers van de reis zetten zware druk op mensen: 'dat diegheene die him nyet wilden laeten herdoopen verdoempt zouden zyn en de groote plagen verwachtende waren'. De gevangenneming van Melchior Hoffman betekende op zich al dat de wederkomst aanstaande was.
Intussen ging de overheid tot vervolging over. Aan de hand van processen tegen zesenveertig herdoopte Texelaars reconstrueert de auteur de doperse beweging op Texel, waarbij (gedwongen) herroepingen van hun standpunten, terechtstellingen, ballingschappen en door dit alles heen 'volharding' voor het voetlicht komen. De wederdoop komt in alle processen expliciet aan de orde.
Veel aandacht krijgt 'de meest spraakmakende' doper op Texel, Jan Gerritsz. Ketelaar, die al op de school in Delft verdacht werd van ketterse sympathieën en na zijn schooltijd een brief schreef 'aan de lutherse paap', een pastoor met lutherse trekjes. Die brief diende ter bemoediging van zijn broeders en zusters op Texel. Hij wijst er de kinderdoop in af, evenals het gebruik van wapens. De brief is opgenomen in de zogeheten Martelaarsspiegel. Maar intussen is zijn taalgebruik niet zachtzinnig. Hij scheidde overigens van zijn vrouw. Op de vraag of ook zijn vrouw tot de dopers behoorde antwoordde hij: 'Neen sy, 't welk my leid is'.
De 'oudste' Leenaert Bouwens (een van de vier van deze naam, allen afkomstig uit Sommelsdijk) heeft in die tijd meer dan tienduizend mensen gedoopt, van Noord-DuitsIand tot in Vlaanderen. Jan Gerritsz. zou ook tot zijn dopelingen hebben behoord. Na het concilie van Trente in 1563 moesten de pastoors jaarlijks aan de magisters de doopregisters tonen. Jan Gerritsz. Ketelaer heeft in Den Haag gevangengezeten, waar hij na drie jaar werd geëxecuteerd. Maar intussen groeide de doperse gemeente door alle verdrukking en vervolging heen, uit tot een grote 'Wijnberch des Heren' (naar een woord van Bouwens). De bestraffing van Jan Gerritsz. bracht juist een opbloei van de gemeenschap alsook een publiek debat in de kerk teweeg. Zeer gedetailleerd heeft de auteur de ontwikkeling van de doperse beweging op Texel beschreven. Dat gedetailleerde betekent dat we hier niet met ontspanningslectuur hebben te maken. Maar wie het boek bestudeert, krijgt wel een uitstekende indruk van de impact die deze beweging op mensen heeft gehad. Het doperdom is een begeleidende beweging van de Reformatie geweest, die niet op de beginselen der Reformatie is terug te voeren, hoewel lutherse en calvinistische elementen daarin wel om de voorrang streden. Het martelaarschap van de dopersen maakte weliswaar deel uit van het martelaarschap van veel aanhangers van de Reformatie, maar heeft daarin toch een eigen plek. Intussen vindt men doperse trekken binnen de traditie van de Reformatie tot vandaag. Daarom is dit boek behalve lerend op allerlei punten, ook ontdekkend.

H.F. Kohlbrugge:
Aanvechting.
Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen; 218 blz.; € 21 50.
Een volgend fraai deeltje verscheen er in de Kohlbrugge-reeks, geredigeerd door (de broeders Boele en Van Es). Fraai qua uitgave, maar vooral fraai qua inhoud. Een veertiental preken is erin opgenomen. De twee laatste stammen uit 1874, een jaar voor Kohlbrugges sterfjaar, de overige uit 1857- 1859. De meeste zijn nog niet eerder in druk verschenen.
De bundel begint met een verhandeling van Van Es over Kohlbrugge en de dankbaarheid. Helder en evenwichtig wordt uiteengezet hoe Kohlbrugge denkt over de dankbaarheid: niet als een prestatie van onze kant, maar als gratie van Gods kant! Om het in één zin te zeggen, door Van Es uit een preek van Kohlbrugge geciteerd: 'Waar de Geest van God komt, daar houdt ons werk op en alles vindt vrijwillig plaats' (blz. 29).
De eerste twee preken en de laatste preek zijn 'belijdenispreken', gehouden in het kader van de aanneming van (zeer) jonge lidmaten. Ernstige preken. Kohlbrugge Iaat namelijk blijken dat belijdenis doen geenszins betekent dat men er is. Enerzijds is er volop de belofte van het evangelie. Naar aanleiding van het 'uw enige troost' zegt hij: 'De algenoegzame God, de eeuwige zaligheid en heerlijkheid is van jou, wordt jou in de hand gelegd, zodra jij slechts de catechismus openslaat' (blz. 38). Maar hij bindt zijn jonge gemeenteleden ook op het hart: 'Maar de grond die geheel buiten ons ligt, moet toch voor zover in ons liggen, zodat (...) wij ook voor onszelf weten dat wij een zekere grond hebben' (blz. 209vv).
De prekenbundel ontleent zijn naam aan drie preken over Psalm 77. Met name de eerste van de drie is indrukwekkend. Ik herinner me weinig preken van Kohlbrugge die zozeer vanuit het nochtans opkomen: 'Mijn ziel weigert zich te laten troosten met al Uw heilsfeiten en beloften, o God, met al Uw zo krachtige woorden; zij blijven niet meer hangen, ik moet Uzelf hebben!' (blz. 152)
Ontroerend is de preek die Kohlbrugge houdt vlak na het overlijden van Daniël von der Heydt. 'Bijna veertig jaar was hij mijn intiemste vriend, die mij begreep. Eén ding wil ik u echter zeggen: ik ben vervuld, vervuld van dank' (blz. 198), voor alles wat God in hem schonk, maar nog meer voor wat Jezus is voor een arme zondaar.' Nog meer zou uit deze preek te citeren zijn, evenals uit andere preken. Beter kan ik eindigen met de woorden waarmee veel recensies besluiten: Neem en lees!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's