Armen, lammen, kreupelen genodigd
DRIE PREDIKERS UIT HET WUPPERTAL [4]
Kohlbrugge en Krummacher waardeerden elkaar in hoge mate. Ze begrepen elkaar, die twee. Toen de vaak zwaarmoedige Krummacher aan Kohlbrugge vroeg om een bemoedigend woord, bleef het even stil. Daarop zei Kohlbrugge: 'De beste onder ons is als een doornstruik'. Krummacher vatte het. Ze waren aan elkaar gewaagd, niet als rivalen in een heiligingsstreven, maar als deelgenoten in het besef dat heiligen onheiligen blijven. En juist zo waren ze profeten. Profeten die met profetische zekerheid wisten dat God Gód is dat en wij ménsen zijn, en dat de kloof slechts overbrugd wordt door genade alleen. Genade voor een goddeloos en pretentieloos mens. Paupers in het koninkrijk der genade haalden aan hun prediking het hart op. 'Junge - zei Wilhelm Notjung in zijn platduits tegen zijn buurman die naast hem onder het gehoor van Krummacher zat - hier es wat te hahlen'. En wie het verstond, moest erkennen: 'Der Mann hat uns ins Herz gesehen'. Over Kohlbrugge als prediker is opgemerkt: 'Men kan hem gewoon niet beoordelen als andere predikers. Men voelt zozeer de kracht van de Geest uit zijn woorden en uit heel de ernst van zijn heilig voorkomen dat men niet kan zeggen: het was mooi of niet mooi, maar: het was waar'. Toen een jonge kandidaat Kohlbrugge zelf vroeg wat de beste preekmethode is, was zijn antwoord: 'Dat is een goede prediker, die voor de Heere met een oprecht hart zijn zonde belijdt, die wegzinkt voor Gods Woord en gebod. Houdt u niet voor iets aparts, voor iets anders dan alle andere mensen. En als je niet verder kunt, zit dan niet op je penhouder te kauwen, maar buig je knieën en zeg: "Mijn God, ik wil preken, en ik ben de allerdomste, en ik zie niets in Uw Woord. Wees mij genadig en ontferm U over mij, omdat ik meende iets te kunnen ..." Drie dingen maken de godgeleerde: gebed, beproeving en overdenking, telkens herhaald'. Ja, die trits van Luther was voor Kohlbrugge levende werkelijkheid: oratio, tentatio, meditatio.
Welsprekendheid
Loopt deze leerschool uit op 'mooie' preken? Het is maar wat men onder mooi verstaat. Rudolf Bohren heeft ooit de opmerking gemaakt dat de prediking, waarin toch de Schoonste van de mensenkinderen verkondigd wordt, altijd iets van Zijn schoonheid dient uit te stralen. Zeker bij Krummacher en Kohlbrugge gaat dit op. Kohlbrugge adviseert om de hulpmiddelen van welsprekendheid niet te versmaden, maar te benutten als dienstmaagden van de waarheid. De hoofdzaak echter blijft het Quintiliaanse woord: 'Het is het hart dat welsprekend maakt'. Dus, geen vertoon van retoriek, maar betoon van Geest en kracht, puttend uit het hart van de Schrift, die door het hart van de verkondiger is heengegaan, en mikkend op het hart van de gemeente. In eenvoudige, directe stijl.
Dat kan betekenen dat de regels van de retorica omwille van het kruisevangelie gekruisigd worden.
Het meest karakteristieke van Kohlbrugge's preken is misschien wel wat Bohren omschrijft als de synchronisatie van Christus' tijd met onze eigen tijd. In zijn preken wordt de distantie opgeheven tussen wat tweeduizend jaar geleden werd volbracht en wat vandaag wordt verkondigd en geloofd. In deze gelijktijdigheid met Christus (een kernbegrip in het denken van Kierkegaard) wordt het geloof geboren en getogen.
Minimaal contact
Jammer dat Kohlbrugge en zijn jongere collega Geyser geen contact met elkaar onderhielden. Dat kwam niet door gebrek aan waardering van Geysers kant. Op zijn bureau lag Kohlbrugge's prekenbundel Zwanzig Predikten.
Wat hij ervan vond? 'Das ist das Grösste was im Wuppertal gepredigt worden ist'!
Wat hen verbond, was niet alleen de leer van pure en vrije genade, maar ook een grote liefde voor de talen. Dagelijks las Geyser een uur lang in zijn Hebreeuwse bijbel. Eveneens in de tekst van de Septuagint en de Vulgaat was hij bedreven. Net als Kohlbrugge was hij een fenomeen in de oude talen. Men vraagt zich af wat de oorzaak is geweest van hun minimaal contact. Was het Geysers wat overspannen eschatologische visie, of wellicht zijn massieve verkiezingsleer? Of heeft de kerkelijke gescheidenheid hier een rol gespeeld? In een fascinerend hoofdstuk, dat uitblinkt door historisch-homiletische informatie, laat dr. Kommers zien wat het geheim was van de Wuppertaler Erweckungsbeweging. Het was niets anders dan de krachtige doorwerking van het levende Woord Gods. Daarin moest men maar 'onderduiken', vond Kohlbrugge. Dan doet de Geest Zijn werk. Deze mannen beseften dat het Woord Gods meer is dan een verzameling literaire oorkonden uit de antieke oudheid, meer zelfs dan een onfeilbare canon. Het Woord was voor hen een dynamisch gebeuren, in gebod en belofte. Hoe diep hun besef van eigen onvermogen en onwaardigheid ook was, zij gingen schuil in het gezag van dit Woord. Het gaf hun het roepingsbesef om met profetische stelligheid te spreken. Het 'Alzo zegt de Heere' was hun in het hart gezonken.
Laat ze dan weinig oog hebben gehad voor de sociale vragen van hun tijd, dit op zich betreurenswaardige manco werd gecompenseerd door het besef op de snijlijn te staan van eeuwigheid en tijd, bemiddelend tussen de heilige God en de onheilige zondaar.
Laat ze dan weinig gevoel hebben gehad voor de historiciteit van de Schrift, die ene Historie van God, Die in de Gekruisigde goddelozen rechtvaardigt om niet, stond in hun ziel gegraveerd. En daarvan legden zij een klaar getuigenis af.
Geschenkkarakter van de prediking
'God zoekt de mens' - zo typeerde S. Gerssen ooit de prediking van Kohlbrugge - Christus zoekt een hart dat zo leeg en arm is, dat Hij er helemaal in kan wonen; de Heilige Geest zoekt een klankbodem voor al Zijn troostvolle woorden. En Hij begint om zo te zeggen van onderop: waar de armoede het grootst is en de verlorenheid het diepst, daar begint het evangelie. Het is net alsof de antenne wordt uitgezet om toch vooral het geroep van de armen op te kunnen vangen'.
Dat was Kohlbrugge's separatie! De armsten gaan voor; laatsten blijken de eersten. 'Ich predige nicht weil ich glaube fromme Leute vor mir zu haben, sondern ich sehe alle für verlorene Sünder an. Keiner ist um ein Haar besser als Sie. Keiner um ein Haar schlechter wie ich'. Waar zo wordt gepreekt, daar gebeurt wat. Met recht heet dat Erweckungsprediking. Doden zullen horen het Woord van de levende God, levenwekkend, richtend en reddend.
Indicatieve prediking noemt dr. Kommers dat. Het is een prediking waarin het geschenkkarakter van de genade zo duidelijk betuigd wordt, dat elke dwangmatige oproep overbodig is. 'Dem Evangelium ist jeder Zwang fremd', vond Krummacher. Niet op de menselijke beslissing komt het aan, maar op de beslissing die God op Golgotha heeft genomen. De paraenese wordt hier gedragen door de paraklese, zegt dr. Kommers fraai, dat wil zeggen dat de vermaning wordt gedragen door de vertroosting. En dan is er tóch de dwang: de heilige drang om Christus in de armen te vallen. Het een prediking, zoals Kohlbrugge het uitdrukt, 'waarin met de bazuin van het Woord armen, lammen, blinden, kreupelen, hoeren en tollenaren worden genodigd, ja gedwongen om in te gaan door de Deur, dat is Christus'.
Buiten op de legerplaats
En wat is nu geloven? Het Woord waar laten zijn en daaraan meer vertrouwen schenken dan aan eigen twijfels. Wat zich er van binnen en van buiten ook tegen verzet, het is nochtans waar. In dit geloofsklimaat gaat het paradoxaal toe. Ook hierover zijn de drie Elberfelders het roerend eens. De wasdom van dit geloof is niets anders dan minder worden in zichzelf en zich verlaten op genade alleen. Krummacher verwoordt dit als volgt: 'Het gaat (in het slot van Jesaja 40) niet van wandelen tot lopen, en van lopen tot opvliegen met arendsvleugelen, maar precies andersom. Arm, armer, armst. Steeds even arm, maar op een steeds even rijke Jezus gezien! Niet op iets eigens, maar op Hem gezien! Iedere morgen met een lege kruik naar buiten op de legerplaats, om opnieuw het manna in te zamelen'.
Hier breek ik af. Veel, nee, het meeste moest ik laten liggen. Het ligt op u te wachten! Nog één ding. Van Kohlbrugge's preken is wel eens kritisch opgemerkt dat ze medicijn zijn, maar geen voedsel. Nu weet ik natuurlijk niet hoe het met de honger van deze critici gesteld is en over hun gezondheid kan ik niet oordelen. Maar dit weet ik wel: dat deze prediking voor iedere tobber die hongert naar genade, geneeskrachtig voedsel bevat. Om met een soortgelijke beeldspraak te besluiten, geef ik nog eenmaal Kohlbrugge het woord: 'O meine Theuersten, das ist das Wunder der Brünnlein Gottes: wo man davon getrunken hat, da schmeckt es Einem so gut, dass man immer wieder bittet um einen neuen Trunk'.
N.a.v. dr. Johan Kommers:
Ontwaakt gij die slaapt! Het reformatorisch getuigenis van Gottfried Daniël Krummacher, Hermann Friedrich Kohïbrugge en Paul Geyser.
Uitg. Groen, Heerenveen; 592 blz.; € 29,95.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's