De stem van een profeet
PREDIKING IN DE CRISIS
Inleiding
Onlangs verscheen van dr. C.A. van der Sluijs Prediking in de crisis. De ondertitel van het boek luidt: Over de scheiding der geesten. Wie de afgelopen tijd de kerkelijke pers volgde, weet dat dit boek eraan kwam. Meer nog: weet dat de Veenendaalse emeritus zich grote zorgen maakt over de prediking. De bekende stelling 'de nood der kerk is de nood der prediking' is hem op het hart gebonden. Ds. Van der Sluijs zelf spreekt over een 'geestelijke crisis' met 'onheilspellende vormen'. Dat alles wil hij door zijn publicatie benoemen en aantonen. Op voorhand laat hij ons weten dat met het oog daarop zijn boek een 'uitermate confronterend karakter' heeft; niet om aanstootgevend te zijn, maar wel om te kunnen doorstoten tot de kern van de zaak.
Preek
Het boek begint met een soort preek: over de profetenmantel van Elia (2 Kon. 2). Zal Elisa deze kunnen dragen? Zal hij - met andere woorden - met hetzelfde gezag en met dezelfde Geest kunnen optreden als zijn voorganger? Hij moet immers de Jordaan over. Met Elia kwam hij er droogvoets doorheen. Nu ook? Daarvoor is weer een wonder nodig. 'Ook wij geloven vandaag niet voor het eerst. Maar het voorgeslacht in de Kerk der Hervorming valt weg. Als dan de geestelijke aansluiting maar niet wegvalt. (...) Laten we als ambtsdragers belijdend en bezwerend bezig zijn voor Gods aangezicht, als we staan voor het water van de Jordaan.' Dan mogen we wonderen verwachten van de God van Elia, de God van Luther en Calvijn, de God van de Kerk der eeuwen en der vaderen. De 'preek' loopt uit op de vurige bede: 'God van de Kerk van de Reformatie in Nederland, U bent toch Dezelfde vandaag?'
Profetische prediking
Het volgende hoofdstuk gaat over profetische prediking. Ds. Van der Sluijs omschrijft deze 'als een machtige en onweerstaanbare doorbraak van het Woord van God in een bepaalde crisissituatie van het volk van God in het Oude Testament en van de gemeente des Heeren in het Nieuwe Testament.' We lezen ook de scherpe zin: 'Zonder profetie is prediking doodvermoeiend en ten diepste dodelijk.' Want dan worden we naar beneden gezogen in een kolk van nietszeggende woorden. 'Verbalisme' noemt de auteur dit. Alom neemt hij dat waar.
Tegelijkertijd heft hij uiterst waarschuwend zijn vinger op. In bepaalde kringen wordt namelijk sterke nadruk gelegd op de gave van de profetie. Maar is dat geen symptoom van een 'glorietheologie', die aan het kruis voorbij is? 'Wanneer men meent dat de theologie van de Reformatie aanvulling behoeft met het oog op de leer van de Heilige Geest, en wel met het oog op het tota Scriptura, ten aanzien waarvan de Reformatie in gebreke zou zijn gebleven, dan zet men een uiterst gevaarlijke ontwikkeling in gang.' Met een beroep op de gaven van de Geest zingt men 'het oude doperse liedje.' Erg? Verschrikkelijk, omdat dan 'de rechtvaardiging van de goddeloze ten diepste wordt omgewisseld voor de rechtvaardiging van de vrome.' Dan is 'het einde aller gereformeerde dingen zeer nabij.' Slechts waar het werk van Christus centraal staat, spreekt en preekt men recht over de Heilige Geest. Ds. Van der Sluijs vraagt zich af in hoeverre wij onszelf als gereformeerden nog goddelozen weten. Of doen we het met een 'zelfgekoesterde vroomheid', en laten we ons denken en theologiseren bepalen door de secularisatie en het gedachtegoed van de Verlichting? Een 'kerkelijk verdringingsproces' noemt hij dat.
Reformatorische prediking
Hoe moet er dan wel gepreekt worden? Volgens Van der Sluijs kunnen we dat niet beter leren dan door terug te gaan naar de bronnen. Daarbij gaat het hem allereerst om de bron bij uitstek: de Schrift zelf. Hij maakt er echter geen geheim van dat in de kerkgeschiedenis deze bron vooral is aangeboord door reformatoren zoals Luther en Calvijn. Van hen hebben we te leren waar het om gaat in de prediking om de eer van God en om de gemeenschap met Christus.
Waardevolle opmerkingen maakt ds. Van der Sluijs in dit verband. Bijvoorbeeld over Gods verbond, over Zijn verkiezing, over Zijn soevereiniteit. In dit alles is God gericht op het behoud van mensen. Hij durft echter met de Dordtse Leerregels ook te stellen dat God mensen in de algemene ellende kan laten liggen.
Ook een ander niet meer zo gangbaar thema stelt hij aan de orde, namelijk Gods heiligheid. In hoeverre hebben hoorder en prediker daar nog weet van? Deze onwetendheid heeft voor de auteur alles te maken met de crisis in de prediking. En weten we ook nog van de negatieve uitwerking van Gods heiligheid: Zijn toorn?
De auteur beseft dat we bij dit alles te maken hebben met onoverbrugbare en onbegaanbare taalvelden. Niettemin, 'reformatorische prediking baant zich een weg, waar geen weg is!' Dankzij het feit dat God aan het woord is. Sterk ageert ds. Van der Sluijs tegen de zogenaamde 'wedergeboortetheologie'. We kennen dat uit andere publicaties van hem. De wedergeboorte dient te staan in het bredere kader van de rechtvaardiging van de goddeloze. Zo niet, dan verabsoluteert en verwordt ze, 'met alle desastreuze gevolgen van dien voor het geestelijk leven en het gemeenteleven.'
Prediking van verzoening door voldoening: deze 'heeft alles aan zich om ook de postmoderne en de postchristelijke mens vrij te maken van een gewaande en verwaande vrijheid als pure gebondenheid. Zij bindt aan Jezus Christus in het verbond der genade.' Daarom, 'kom, Schepper, Geest!'
Verkiezing, remonstrants, voorzienigheid
Vervolgens wijdt ds. Van der Sluijs belangwekkende hoofdstukken aan de prediking vanuit het perspectief van de verkiezing. Overal ontwaart hij remonstrantse trekken in preken. Want wordt de mens radicaal afgebroken? 'Hij kan altijd nog wat. Hij kan nog geloven. En hij moet o zo veel! Hij moet in ieder geval geloven, zij het dan met behulp van de genade.' Niet dat er geen verantwoordelijkheid is voor zowel prediker als hoorder. Het gaat echter om het juiste luisteren, waardoor we Christus met een waarachtig en levend geloof omhelzen; wat iets anders is dan het activistische aannemen van Jezus. Tot zulk gelovig luisteren brengt de prediking. Sterk benadrukt de auteur hier de dingen. Ook vandaag de dag ziet hij namelijk volop 'de zuigkracht van de menselijke medewerking in zake het verkrijgen van het heil' aan het werk. 'Remonstrants!', zo roept talloze malen uit.
In een apart hoofdstuk gaat ds. Van der Sluijs uitgebreid in op het voorzienigheidsgeloof. Tal van theologen en literatoren hebben daartegen de wapens opgenomen. Hoe kunnen we een relatie hebben 'met een God, die Auschwitz - zo niet beschikte - dan toch toeliet?' Ook deze vraag heeft diepe, nadelige sporen getrokken ten aanzien van de prediking. Met behulp van Calvijn probeert Van der Sluijs het voorzienigheidsgeloof weer in het juiste perspectief te zetten. We moeten net als Abraham 'vluchten in de schuilplaats van de goddelijke voorzienigheid.' Want daarin 'strekt God Zijn hand tot ons uit.'
Klatergoud
In het langste hoofdstuk brengt Van der Sluijs naar voren wat de ondertitel van zijn boek al aangaf: Prediking vandaag als scheiding der geesten. Daarin werkt hij nader uit wat hij in het voorafgaande aan de orde stelde. Hij strijdt op twee fronten: enerzijds wijst hij aan de inkapseling van het Woord in de traditie, die leidt tot een dode rechtzinnigheid; anderzijds gaat hij in tegen het - juist ook in gereformeerde kring veel gehoorde - pleidooi voor charismatische vernieuwing, welke echter leidt tot het oplossen van de onlosmakelijke band tussen Woord en Geest.
Ds. Van der Sluijs bezweert ons om ons niet in te laten met 'het klatergoud' van de evangelische beweging. Diverse jongerendagen en ontmoetingsdagen in evangelische stijl, en daarom met veel opwekkingsliederen, moeten de schijn ophouden dat er zoiets als een opgewekt geestelijk leven is of dat men daar althans heel dichtbij is. Maar even streng is zijn waarschuwing tegen prediking die een aaneenschakeling van bekende waarheden is. Voor het aangezicht van God is dat echter geen prediking meer. 'Zij dient alleen ter bevestiging van de status quo in plaats van tot verheerlijking van God en tot zaligheid van onze zielen.'
Slothoofdstukken
Een prachtig hoofdstuk schrijft Van der Sluijs over een aantal opwekkingspredikers en - theologen: Spurgeon (hoe kan het anders bij iemand die op hem promoveerde), Dwight Moody, Martyn Lloyd-Jones en Alister McGrath. Bij hen klopt zijn hart. Met een hoofdstuk vol homiletische (preektechnische) grondgedachten en aanwijzingen besluit ds. Van der Sluijs zijn geschrift. Hij heeft het over thema's als 'Uitdeler', 'Volmacht in onmacht', 'Eigentijds', 'Voordracht', 'Beeldend vermogen'.
De slotalinea luidt: 'Laat Christus transparant in ons worden en zo ook in onze verkondiging, en wij hebben gepreekt! En anders is er straks niemand meer die het evangelie in de kerk kan uitzeggen en het ons volk kan aanzeggen.
Waar de prediking afsterft en uitsterft, sterft een volk bij het leven.'
Hartstochtelijk
Een hartstochtelijk boek heeft collega Van der Sluijs overal op tafel gelegd. Wie het leest, merkt: hier is iemand aan het woord die geleerd heeft wat prediking is. Van wat hij zegt, kan en mag ik me niet zo maar afmaken. Zelf heb ik het gevoel dat wie zich aan dit inderdaad confronterende boek onttrekt, zich aan de stem van een profeet onttrekt. Hoe langer hoe meer hoorde ik die er namelijk in doorklinken. Daardoor neem je bepaalde dingen voor lief, bijvoorbeeld de talloze woordspelingen, de herhalingen, de moeilijke zinnen. Maar is dat ergens ook niet het kenmerk van een profeet: dat hij herhaalt en dat je hem niet altijd kunt volgen?
De twee fronten waarop ds. Van der Sluijs opereert, zijn zonder meer de linies waartegen opgetrokken moet worden. Dreigen kerken en gemeenten die een voorliefde aan de dag leggen voor de zaak van de Reformatie niet ten onder te gaan hetzij aan een uiterst uitgeplozen leer hetzij aan een veel te grote openheid voor wat de evangelicale beweging biedt?
Met Van der Sluijs zie ik maar één remedie: ons oriënteren op de bronnen, met name die van de Reformatie. Wie merkt niet meer dan eens dat allerhande literatuur wordt doorgenomen over een doelgericht leven enz., terwijl men nog nooit kennis heeft genomen van wat Calvijn in zijn Institutie schreef over het christenleven? We denken met name aan wat hij schrijft over het kruisdragen en de zelfverloochening. Of heeft het marketing christendom thema's als deze aan de kant geschoven?
Een aardige verschrijving kwam ik tegen op bladzij 41. Als vertaling van Deus predicatus staat daar: 'de God die predikt'. Dat moet natuurlijk zijn: de God Die gepredikt wórdt. Maar het is tegelijk allebei waar. Immers, omdat onze God een Deus predicans, een (s)prekende God is, is Hij ook de Deus predicatus, de God Die verkondigd wordt. Zo vindt de bediening der verzoening plaats en worden goddelozen zelfs gereformeerde, behouden.
Al met al, we zijn blij voor wat de prediker uit Veenendaal ons biedt in zijn scherpe, maar met liefde geschreven crisisboek. We hopen en bidden dat het doorwerkt, tezamen met wat de Gereformeerde Bond aan gespreksstof over dit onderwerp momenteel biedt. Op de ambtsdragersvergaderingen in september ging het erover, bij de studenten volgende week en op de contio in januari zal erover gesproken worden. Tevens verschijnt er binnenkort een brochure over de prediking als schat der kerk. Opdat de scheiding der geesten helder is.
H.J. LAM, RlJSSEN
N.a.v. Dr. C.A. van der Sluijs:
Prediking in de crisis. Over de scheiding der geesten.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 200. blz.; € 18,90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's