De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

U, ú is Hij geboren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

U, ú is Hij geboren

LUTHER OVER HET KERSTEVANGELIE [1]

10 minuten leestijd

Kerstfeest en kerstevangelie zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Het is feest vanwege het evangelie. De wereld weet dat niet, en wil het niet weten. Zij vult de dag met allerhande tijdverdrijf, omdat de dag ledig is zonder het Woord!

Wie Kerstfeest viert, echt Kerstfeest, die hoort, hoort het evangelie, dat wordt verkondigd. Hoort, als eenmaal de herders; hoort met de gemeente van alle tijden. Want door het Woord wordt het geheimenis onthuld, wordt de verborgenheid der godzaligheid geopenbaard, wordt het feestlied getoonzet, wordt de feestdag opgeluisterd.
En dit Kerstevangelie behoeft: niet door mensen te worden uitgedacht, noch minder uitgedost, neen, het is in de Heilige Schrift neergelegd, en het wordt - o wonder - telkens weer gepredikt tot mensenkinderen die een oneindig belang hebben bij Christus' geboorte en bij de tijding daarvan. Ja, de verborgenheid der godzaligheid is groot: 'God geopenbaard in het vlees, gepredikt onder de heidenen, geloofd in de wereld.' De dauw der eeuwige jeugd ligt over dit evangelie verspreid; het is een weldaad dit te ondervinden, in de eendere gang der dagen, als een verrassing, als een verse vreugde, als een feest. Wie recht luistert, viert feest.
Maarten Luther neemt onder de predikers van dit evangelie een eerste plaats in. Zijn hoogste begeerte was steeds: de Schrift te ontsluiten en Christus voor te stellen. Dat heeft God hem vergund, tot stichting van Zijn gemeente en tot eer van Zijn Naam. En nog heden mogen wij de Heere dankbaar zijn dat uit de schat van zijn leerredenen ook kerstpreken tot ons gekomen en voor ons bewaard zijn.
Hoe ontroerend is de eenvoud van dit evangelie, een eenvoud die juist Luther ontwaart en ervaart met zijn hart, als een geruststellende troost. Die eenvoud toont hij de gemeente.
'Laat ons bedenken dat alles echt zó is toegegaan, als wij het bij onze eigen kinderen zien. Niemand mene dat Christus al dadelijk een teken van Zijn majesteit liet blijken: in alles was Hij een kind, zoals onze kinderen dat zijn. U moet in Christus niet de Godheid beschouwen, u moet er geen majesteit vermoeden, maar wend de gedachten van uw ziel heen naar de Vleesgewordene, naar het Kindje Christus. De Godheid kan de mens slechts verschrikken, die onvergelijkelijke majesteit kan hem slechts doen sidderen. Daarom heeft Christus de mens aangetrokken, en alles wat tot het menselijke behoort, uitgenomen de zonden, opdat u niet schrikt, maar Hem met genegenheid en liefde omhelst, en u laat troosten en sterken. Zó moet men Christus aan alle mensen voor ogen stellen: als Degene Die gekomen is om zaligheid en genade te schenken. Vóór alles zeg ik tot de angstige, verontruste en treurige gewetens dat zij naarstig dit Kindeke aanzien en bedenken dat Hij het is Die voor ons genoegdeed. Ongetwijfeld moet daaruit veel troost in de ziel vloeien: waar de nood aan de man is, wordt men dat wel gewaar!
Let toch op Christus in de wieg, aan de borst van Zijn moeder. Wat is liefelijker dan dit Kind? Denk er ook aan, hoe onwetend dit Kind nog is. Dat dient daartoe dat u met een ontsteld geweten toch niet vreest tot dit Kind te naderen om van Hem troost te ontvangen. Twijfel niet, als u dit Kindje, dat daar aan de borst van Zijn moeder speelt en trappelt, omarmt, het prijst en er tegen lacht. Dat is: als u het als het allervredigste in u opneemt, dan zal uw ziel heel stil worden. Zie, hoe God u tot Zich lokt: Hij legt het Kind voor u neer, tot Wie u vluchten mag. Daar is niets liefelijkers voor een mens; laat staan, dat u voor Hem zou moeten vrezen. Bent u verschrikt, vlucht tot dit Kind! Let er op, hoe groot de goedheid Gods is, Die alles liever wil dan dat u vertwijfelt. Vertrouw dat toch! Ziedaar het Kind van wie u zaligheid moet verwachten en afbidden. Mij dunkt, er is voor ons mensen geen sterker troost als die dat Christus in alles mens, knaapje, kind geworden is. Wanneer u dit aanschouwt, is de macht van de zonde, van de hel, van het geweten, van de schande reeds overwonnen, als u tot dit spelende Kind vlucht. Geloof slechts; laat Zijn Woord gelden dat Hij niet is gekomen om te oordelen, maar om te redden. Laat ik het kort zeggen: Overdenk niet het een of ander teken van Zijn Goddelijke majesteit, opdat u niet schrikt, maar richt de gedachten van uw hart op de Vleesgewordene, naar Zijn glimlachjes, naar Zijn kindergestoei.'
Dat zegt Luther, wie er alles aan gelegen was, de Godheid van Christus vast te houden in de heilsfeiten, tot in de kruisdood toe. Maar hier vangt hij met de mensheid aan. Hij bespiegelt niet, Hij schetst met vaardige hand het tafereel in de stal en hij nodigt ons uit. Is het niet alsof hij de schuchtere en verschrikte zielen bij de hand neemt en meevoert? Wat een zielszorger is deze prediker. Hij vraagt zich voortdurend af: wat is de troost? En hij weet die tevoorschijn te brengen! Zijn prediking rekent met de noden en de angsten van het hart, is erop afgestemd en juist daardoor zo hartinnemend!
Breedvoerige uitleg acht hij hierbij haast overbodig. Nodig is de ontvankelijkheid van de ziel, de innige eenvoud van het hart.
'Het evangelie is zó helder dat het niet veel uitleg nodig heeft, het wil slechts terdege beschouwd en ter harte genomen worden. Niemand zal er meer nut van hebben als zij die hun hart stil houden, alle dingen uitdrijven en er naarstig op staren. Zoals de zon in stilstaand water zich licht vertoont en krachtig verwarmt, terwijl ze in ruisend, stromend water niet zo wordt gezien en ook niet zo kan verwarmen. Als u dus verlicht en verwarmd wilt worden, goddelijke genade en wonderen wilt zien, zó dat uw hart ontvlamd en verheugd wordt, zie toe dat u stil bent en dit beeld in het diepst van uw hart opneemt. Dan zult u wonderen voor en wonderen na vinden.'
Dat is geen stemming die als zodanig reeds goed doet, nee, dat is de toebereiding tot de ontvangst van het Woord. Een heilige kunst, waarin weinigen bedreven zijn, omdat men zo slordig leeft en luistert. Want om dat luisteren gaat het Luther. Luisteren naar wat hij zegt? O nee, zeker op Kerstdag niet! Maar oren en harten open hebben voor de onveranderde boodschap, die de engelen aan de herders brachten. Het Kerstevangelie is in de hemel opgesteld en wordt kant en klaar bekendgemaakt. Luther wil niet anders dan dit verkondigen, vertolken, toelichten, uitstallen.
En het is heden nog net als toen: het geldt de armen, de nederigen.
'Zie, hoe overrijk God hen eert die door de mensen veracht worden en zich laten verachten. Daaraan ziet u, waar Zijn ogen heen zien, namelijk in de diepte en in de nederigheid. Hadden zij niet de hogepriester, de geleerden te Jeruzalem kunnen aanspreken, die toch veel van God en de engelen wisten te vertellen? Maar nee, de arme herders, die op aarde niet meetelden, werden verwaardigd zo grote genade en eer bij de hemel te hebben. Hoe zeer verwerpt God toch wat hoog is. En wij, wij tieren en trachten naar niets anders, als naar nietswaardige hoogheid, opdat wij in de hemel niet tot ere komen. Altijd en altijd weer onttrekken we ons aan Gods blik, zodat Hij ons niet aanziet in de diepte, waar Hij toch alléén in neerziet.'
Treft de Heere er u aan, als het Kerstevangelie wordt verkondigd? Anders gaat het u stellig voorbij als zovele malen reeds! Het is immers uitsluitend bedoeld voor hen die het in ootmoedigheid en verslagenheid van het hart nodig hebben. Hoor hoe het begint: 'Vrees niet.' Tot wie wordt dat anders gericht dan tot verschrikten?
'Niet de rijke en de vrolijke treft dit evangelie in het hart; evenmin hen die schik hebben in geld en goed, of pret, zoals de meisjes die hebben in dans, (opschik, schelmenstreken); het is een vreugde voor die lieden die van het goddelijke schijnsel geschrokken zijn. Zo was het de herders te moede; al hadden ze ook alle schatten der aarde in bezit gehad, ze hadden er afstand van gedaan als ze die schrik maar kwijt raakten. Zo is het nog: zij die als de herders Gods licht en gericht gevoelen, die moeten het evangelie aannemen en het daarop van ganser harte wagen. Het is geen onderricht voor hen die zonder zorg en zonder gevoel van zonde, dood en ongeluk zijn. Die hebben geen eerbied voor God en zijn als de koeien. Trouwens, dit Kind is niet voor iedereen, maar voor hem die gevoelt dat hem iets ontbreekt, van een verhongerde, bekommerde, gemartelde ziel, die terneergeslagen is over zijn dwaasheid. Zulken geldt dit evangelie. Hen roept de engel toe: 'Vrees niet.'
Al predikende is Luther met de zielen bezig, deelt hij hun niet slechts het Woord Gods méé, hij deelt het hun uit. Hij snijdt het woord der waarheid recht, ieder krijgt wat hem toekomt. Het wordt de verzadigden onthouden, maar de hongerigen aangeboden, ja meer. Luther bearbeidt zijn toehoorders, hij weet van de kracht van het Woord. Hij bedient het, hij dringt het aan op de harten! Het merg van het Kerstevangelie is immers ook: u! Zo persoonlijk mogelijk, en daarmee is zijn prediking in overeenstemming. Welsprekend en overredend, met al de liefde van zijn ziel, met al de gloed van zijn hart past hij het toe.
'Hij zegt niet slechts: Christus is geboren, maar u, u is Hij geboren. Eveneens zegt hij niet: Ik verkondig blijdschap, maar: u, u verkondig ik grote blijdschap. Dat is de ware grond van alle zaligheid, welke Christus en het hart van de gelovigen zo verenigt dat alles wat zij ieder voor zich hebben, hun gemeenschappelijk wordt. Wat hebben zij echter? Christus heeft een reine, onschuldige geboorte. De mens heeft een onreine, zondige, verdoemde geboorte. Aan deze geboorte is niets te doen, tenzij door de loutere geboorte van Christus. Diens geboorte kan echter niet lichamelijk worden uitgedeeld, dat zou trouwens niet baten. Daarom wordt zij geestelijk door het woord uitgedeeld, zoals de engel het zegt, dat allen die vast geloven dat zij hun is geschonken, van hun onreine geboorte geen schade zullen hebben. Dat is de manier om van onze ellendige geboorte uit Adam af te komen. Zie, zo neemt Christus onze geboorte en doet ze verzinken in de Zijne, en geeft ons Zijn geboorte, opdat wij daarin rein en nieuw worden, als ware zij onze eigen geboorte. Wie dat niet gelooft of twijfelt, is geen christen. Zie daarom toe dat u bij het evangelie niet reeds in het verhaal genoegen schept; want dat duurt niet lang. Zonder geloof heeft het geen bestand. Zie dat u zich deze geboorte toe-eigent en ermee ruilt: dat u uw geboorte kwijtraakt en de Zijne verkrijgt. Dat gebeurt, als u gelooft. In dat geloof moet u zich oefenen en om dat geloof moet u bidden, uw leven lang.

Uit: Gereformeerd Weekblad, Kerstnummer 1946, blz. 413-415.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

U, ú is Hij geboren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's