Globaal bekeken
Uit Ecclesia het volgende adventslied:
Uw Koning komt!
Verhaast uw schreden,
als Vredevorst komt Hij gereden;
Jeruzalem, begroet uw HeerI
Eer nu uw Vorst met jubelpsalmen,
bestrooi zijn pad met vredespalmen,
zo geeft gij Hem de hoogste eer.
O machtig Heerser,Heer der heren,
Held, niet door kracht van zwaard of speren,
Verwinnaar, maar door liefdesmacht,
hoezeer uw vijanden beletten,
dat Gij U op uw troon zoudt zetten,
Gij overwint hen door uw kracht.
Uw Rijk is niet uit de aard gesproten,
toch worden alle aardse groten,
o Heer, U, eenmaal onderdaan,
Gewapend met uw levenswoorden,
trekt uwe schaar naar alle oorden
der wereld en bereidt U baan.
En waar Gij binnen komt gereden,
daar liggen haat en nijd vertreden,
daar zwijgen storm en zeeën stil.
Gij komt op 't dode, het ontwrichte,
uw nieuwe levensbond te stichten,
waarin slechts heerst Gods heilige wil.
Heer Jezus, toon ons uw genade!
O kom met haast, nu weer het kwade
zijn macht ons toont met ruw geweld.
Gij zelf moet komen tot ons, armen,
Gij zelf moet onzer U erbarmen,
want droevig is 't op aard gesteld.
Heer, doe uw licht op aarde dagen;
de macht der duisternis, verslagen,
zich buigen voor het heilig kruis;
opdat wij, volkeren en tronen,
vereend als broeders mogen wonen
in 't ene, grote Vaderhuis.
(Friedrich Rückert 1788-1866; vert. M.A.A. Renes-Boldingh. Gezang 79 in Gezangboek van de Evangelische Broedergemeente in Nederland.)
In de serie Kerkelijk leven in beeld (uitgave Den Hertog, Houten) verscheen het tweede deel over De Gelderse vallei. Enkele fragmenten over predikanten ten tijde van Afscheiding en Doleantie:
• Aan Nijkerk is de naam van Callenbach verbonden. In 1828 verbond ds. Cornelis Carel Callenbach (1803-1873) zich aan de gemeente. Korte tijd diende hij Nijkerk samen met zijn bevestiger ds. B. Moorrees, lange tijd met ds. S.J. de Hoest. Ds. Callenbach werd de 'profeet van de Veluwe' genoemd. Door onder meer zijn 'rechtzinnige' prediking ging de Afscheiding Nijkerk grotendeels voorbij. In februari 1861 nam hij afscheid wegens vertrek naar Elburg. Zijn in Nijkerk woonachtige zoon gaf vele preken en prekenbundels uit.
• Samuël Johannes de Hoest (1804-1877) was een rechtzinnig predikant. Hij diende Nijkerk van 1831 tot zijn overlijden op 13 februari 1877. Veel preken van ds. De Hoest verschenen in druk. De Hoest behoorde tot de vriendenkring van dr. H.F. Kohlbrugge, de bekende theoloog uit Elberfeld. Toen ds. Callenbach afscheid nam van Nijkerk, noemde hij ds. De Hoest: "Mijn gewenschte ambtgenoot, men wien ik eene reeks van 30 jaren in de bediening des Evangelies lief en leed gedeeld heb'
• Ds. Joan Jacob Gobius du Sart (1818-1894), gekomen uan Raamsdonk, zette zich te Nijkerk in voor het onderwijs. Onder zijn leiding kwam het tot de oprichting van de 'Vereeniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs te Nijkerk op de Veluwe'. In 1874 werd een protestants-christelijke school gesticht. Gobius du Sart - evenals ds. De Hoest behoorde hij tot de vriendenkring uan dr. H. F. Kohlbrugge - diende Nijkerk tot zijn emeritaat in 1893, waarna hij verhuisde naar Putten. Op zijn graf herinner de ds.J.C.C. Gobius du Sart aan de woorden die zijn oom gesproken had toen deze zijn einde voelde naderen: 'De krachten vloeien weg, maar ik ben gezonken op de rotssteen van Gods naakte Woord.'
• 'Ds. Pieter Jacobus van Melle (1855-1943) stond in hervormd Nijkerk van 1888 tot 1932. Lange tijd diende hij de gemeente met ds. J.H. Wensink (1854-1923), van 1889 tot 1898, een man die stil en bescheiden zijn weg ging. Van Melle was een bekende confessionele predikant. Toen zijn afscheidsdatum naderde, verzocht een groot deel van de gemeente (530 lidmaten en 370 doopleden boven de 21 jaar) tevergeefs om in de vacature weer een confessionele predikant te beroepen. Tijdens zijn afscheidspreek op 2 oktober 1932 zei Van Melle met het oog op zijn gevorderde leeftijd: 'Ik begon veel meer dan vroeger op te zien tegen het werk, het zogenaamde lopende werk niet alleen, maar ook en niet 't minst tegen de catechisaties, en meende, ook in 't belang der gemeente, niet te mogen wachten tot ik beslist niet meer kon. Daarbij komt dat de partijstrijd, die er wel altijd geweest is, en ook wel altijd blijven zal, zolang het heerlijk Vrederijk dat wij verwachten, niet uiteindelijk zal gekomen zijn, sinds, laat mij zeggen 1914, zó zeer verscherpt is, dat de toestand begint te gelijken op dien, die aan de doleantie voorafging. En tegen dien strijd ben ik niet opgewassen.' Hij riep de kerkenraad op acht te geven op de hele kudde.
J. VAN DER GRAAF
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's