Globaal bekeken
'Het bijzondere van Holland' is de titel van een bundel met 25 verhalen uit de geschiedenis van Holland (uitgave Verloren, Hilversum). Eén daarvan gaat over het stadhuis van Amsterdam, 'het achtste wereldwonder', dat in 1655 in gebruik werd genomen. Hier volgt het slotgedeelte:
Vanwege het ontbreken van een majestueus bordes - de ingang is gewoon een deur aan de straat - is wel eens gedacht dat het Amsterdamse stadhuis een uiting is van burgerlijke bescheidenheid. Niets is minder waar. De omvang van het gebouw, het nog nooit vertoonde gebruik van Carrara-marmer aan de buitenkant, de spanwijdte van de gebeeldhouwde timpanen (de grootste ter wereld): het was allemaal even extravagant en overdadig.
Zó overdadig, dat er al snel protesten klonken. 'Waar is de zuinige aard van onze Amstellanders gebleven?' verwoordde Vondel de kritiek op de 'praal en pracht en 't ruim begrijp der bouws'. Overigens ging het de critici (vooral rechtlijnige predikanten) niet echt om de verspilling van overheidsgeld. Ze zagen alleen liever dat er werd doorgebouwd aan de toren van de Nieuwe Kerk - een minstens zo pompeus project uit diezelfde tijd. Uiteindelijk besloot Amsterdam dat het wel zonder kerktoren kon. Het koos voor wereldse weelde.' 'Weelde en eigendunk. Want uit de opzet en inrichting van het gebouw blijkt dat de pretenties niet gering waren.
Waarschijnlijk is de unieke opzet van het stadhuis te verklaren als een poging om niets minder dan de Tempel van Salomo te reconstrueren. De jonge Republiek werd in die tijd wel vaker beschouwd als het nieuwe Israël. Vanuit die optiek was het logisch dat de bestuurders van Amsterdam zichzelf zagen als de Salomo's van hun tijd, die (met de Vrede van Munster in 1648) in heel Europa vrede hadden gesticht. Van Campen eerde deze machtige, maar vooral wijze heersers met een vredestempel van bijbelse allure.
En daar bleef het niet bij. Vooral de imponerende burgerzaal, indertijd het openbare hart van het gebouw, maakt duidelijk hoe Amsterdam over zichzelf dacht. De bezoeker wordt omringd door symbolen voor de windstreken, de sterrenhemel en de beide halfronden. Hier dringt zich maar één conclusie op: Amsterdam is het centrum van de schepping. Zelfs op het hoogtepunt van de Gouden Eeuw deelde Amsterdam in de wereld zeker niet als enige de lakens uit, laat staan dat het de navel van de kosmos was geworden. Maar dat Amsterdammers het in alle ernst zo konden beleven, zegt wel iets over de snelheid waarmee de stad zich had ontworsteld aan zijn provinciale status.
Woord en Dienst had een interview van Herman Ligtenberg met Willem Hardeman, vijftien jaar advertentiewerver voor dit blad maar vooral bekend door zijn periodiek Herdersporen, dat handelt over 'vacatures en beroepingswerk in de rechterflank van de Protestantse Kerk in Nederland'. Daarover vertelt hij:
Onder rechterflank versta ik confessioneel en Gereformeerde Bond. Er is sedert de afsplitsing van de hersteld hervormden - die me overigens wel wat lezers heeft gekost - meer overlap tussen die beide groeperingen ontstaan. Tussen haakjes, ik heb het gevoel dat veel van de nu afgescheiden predikanten ook een afgescheiden achtergrond hebben. Het zijn bijvoorbeeld predikanten die ooit bij de Gereformeerde Gemeenten zijn afgewezen of die veel familie in de kleine gereformeerde groeperingen hebben. Bij een aantal zit het afgescheiden-zijn al in het voorgeslacht.
Veel mensen zijn overgegaan op emotionele gronden. Vanwege de inzegening van homo's, of omdat hun familie het ook deed, of omdat de dominee er voor was. Maar de dominee is God niet! Begrijpelijk is dat natuurlijk wel; een jouw sympathieke predikant kan minder fout bij je doen dan anders. Dan krijg je zulke dingen.
'Herdersporen' heeft ongeveer vierhonderd lezers, waarvan honderd in Ede. Veertig procent van de lezers is predikant, daarnaast wordt het gelezen door particulieren met een meer dan gemiddelde interesse in beroepingswerk en jubilea. Tegenwoordig benut Hardeman zjjn blad tevens om in de marge iets van zijn liefhebberijen mee te delen. Hij werkt bijvoorbeeld aan een collage over de renovatie van de binnenstad van Ede. Onder andere vanaf de toren van de Oude Kerk worden door Hardeman foto's genomen, die sommigen versteld doen staan.'
'Ik begon met het bijhouden van vacatures toen een vriend mij vroeg om een lijstje vacante plaatsen. Daar ben ik toen ingedoken en dat is uitgegroeid; anderen wilden ook wel zo'n lijst hebben. Zoals je weet plaatsen bonders geen vacature-advertenties, onder het motto: dat doen we niet, want dat hebben we nooit gedaan. Mijn uitgave is behulpzaam voor mensen die toch willen zien wie er beroepbaar zijn. 'Herdersporen' bestaat nu ruim drieëntwintig jaar. Het is meer een kwestie van bijhouden van de mutaties geworden. Ik kan lijsten produceren van kerkordelijk beroepbare predikanten. Zeker nu het kerkeljjk jaarboek zo lang uitblijft, heeft dat zijn nut.
Hardeman weet 'alles' van dominees. Achter het maandelijkse rubriekje in dit blad Gedenkdagen van predikanten gaat ook zijn naam schuil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 2005
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 2005
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's