De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoor, de engelen zingen!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoor, de engelen zingen!

5 minuten leestijd

'In de mensen een welbehagen.' [Luk. 2:14]

Het eerste Christuslied werd gezongen, toen het nacht was. De aarde lag in donkerheid gehuld, herders hielden immers de nachtwacht en, zoals zo vaak in de Bijbel, is nacht niet een tijdsaanduiding, maar vooral een kwaliteitsbegrip. Het wil zeggen hoe het er met de wereld en met de mensen die daar wonen, voor staat en dat klinkt niet bijster positief. Jezus zal later zeggen: 'De mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht.' Zij zijn verzot op zichzelf en hebben een hekel aan God. Wij zijn nachtmensen geworden, die van onze mensengeschiedenis een nachtmerrie hebben gemaakt.
Het lijkt me niet moeilijk daarvan anno 2005 voorbeelden te geven. Hoe kan er dan tóch zo'n opwekkend lied gezongen worden? Ik herinnerde me enkele regels van een gedicht dat de onvergetelijke dr. A.A. Koolhaas ooit citeerde:

'Zij, die een avond zeer van goede wille
de rest van 't jaar bar ongehoorzaam zijn,
die honger naar Uw eeuwig zonlicht stille
met eenmaal 's jaars een portie kaarsenschijn.'

Is dat zo? En kunnen alleen engelen, buitenstaanders, zingen, omdat zij niet op de hoogte zijn van de werkelijke toestand op aarde?
Toch vervulde in die eerste Kerstnacht de glorie-sprake van God de donkere nacht 'als een klare val van zuiver water langs de gewelven van de hemel'. Ja, want God stuurt Zijn engelen, Zijn knechten, om aan mensen van de n nacht Zijn heilsboodschap te laten horen. Hij, de HEERE, heeft een welbehagen, heeft goede bedoelingen, met mensen. Wat zijn dat voor mensen, op wie de HEERE God zo gesteld is dat Hij er een menigte van engelen voor inzet?
Het zijn 'mensen van het welbehagen', zingen de engelen. Mensen dus. En het bijzondere van mensen is, zo heb ik het geleerd van de Bijbel, dat de HEERE God met hen een bijzondere verhouding wil. De mens is niet het hoogst ontwikkelde zoogdier, maar iemand met wie God kan communiceren, met wie Hij contact heeft; aan wie Hij Zijn Woord kwijt kan; van wie Hij een weerwoord krijgt. Het enige schepsel dat op God lijkt. Maar ja, u weet hoe dat is gegaan: één grote mislukking, één grote ellende. Wat moet dat voor God een enorme teleurstelling zijn geweest. Nou ja, dat staat trouwens ook in het begin van de Bijbel, dat het Hem berouwde dat Hij de mens geschapen had. Wat een verdriet moet de HEERE God hebben gehad bij het (weg)vallen van Zijn kinderen. En wat zou er, naar de mens gesproken, meer voor de hand hebben gelegen dat God van Zijn kant ook een eind had gemaakt aan die bijzondere verhouding?
Maar nee, dat is niet gebeurd. God geeft in deze nacht, waarin mensenkinderen slapen en zwijgen, Zijn eigen Zoon aan een wereld, verloren in schuld. God Zelf komt wonen tussen de mensen. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond, zo dat je aan de buitenkant niet meer kunt zien dat het God is. God hoog boven ons is geworden God diep beneden ons.
Zo diep kunnen wij niet gevallen zijn of God is daar aanwezig om ons op te vangen en te dragen in, wat hier genoemd wordt, Zijn welbehagen. Daarom wordt Jezus ook genoemd 'de Zoon van Gods welbehagen'. (2 Petr. 1:17)
Nu begrijp ik dat de engelen hun lied begonnen met: 'Ere zij God'. Ja, want Hem komt de eer toe: A toi la gloire! In mensen een welbehagen, kijk maar naar Jezus. Die mensen zijn echt geen vroom opgeleide mensen of goedbedoelende mensen, met wie God het goed heeft getroffen. Let er in het evangelie maar eens op welke mensen naar Hem toe zijn gekomen. Hier in Lukas 2 zijn het de herders, de mensen van de nacht - later de hoeren en de tollenaren: kortom, de zondaren. Het evangelie is er vol van: de Hoogstgeborene saamhorig met de diepst verlorenen.
Wat niets voorstelt, kan bij Hem terecht, komt bij Hem terecht. Kennelijk kun je voor de Zoon van Gods welbehagen wel te goed, maar nooit te slecht zijn.
Van de herders lezen we dat ze 'heengaan om te zien'. Letterlijk staat er zoiets als: ze gingen van de ene naar de andere kant. Dat is de voltooiing, de bevestiging van hun heil. Daarmee komt de evangelieboodschap van de engelen ook ons wel heel dichtbij. Ze roept ons die het horen, immers op niet te blijven waar we zijn, bij de nacht, bij Adam en bij de zonde. Laten we gaan naar de andere zijde, naar Hem, die Heiland heet en is, zo wekken ze elkaar op. En dat alles op grond van woorden uit de hemel, die, zoals sommigen van beneden ons wel eens willen doen geloven, in strijd zijn met de wetenschap en met het gezonde verstand. Er komt inderdaad heel wat tegenop, tegen dit engelenlied. Lees het maar na: keizer Augustus, koning Herodes en, niet te vergeten, wijzelf met ons weerbarstige hart; maar Hij weet er raad mee. Als die grote God zo klein wordt, hier in de kribbe en straks aan het kruis, wie zou dan niet knielen en Hem vertellen alles wat zo zwaar kan wegen, de raadselen in het kleine en grote leven.

'0 grote God, o goede Heer,
ik val voor uwe voeten neer,
en roepe tot U nacht en dag,
want zonder U ik niets vermag'
. (Jacobus Revius)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 2005

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Hoor, de engelen zingen!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 2005

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's