De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ds. G. Boer en de charismata

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. G. Boer en de charismata

INGEZONDEN

6 minuten leestijd

Bij de lezing van het rijke boek over leven en werk van ds. G. Boer van de hand van dr.ir. J. van der Graaf, getiteld Passie voor het Evangelie, heb ik met meer dan gewone belangstelling kennisgenomen van de houding van Boer tegenover de charismata. Dit bracht me tot de volgende overwegingen. Eigenlijk een merkwaardige samenloop van omstandigheden: gelijktijdig met de verschijning van het Boer-boek is er ook die hernieuwde aandacht voor de charismata. Eigenlijk onafhankelijk van elkaar, voor zover ik kan nagaan. Daarom des te merkwaardiger. Je zou bijna gaan denken aan providentie. Geen wonder in ieder geval dat de mensen die onder ons enthousiast zijn geworden voor de charismatische vernieuwing, zoals die momenteel in zwang is, zich graag beroepen op Boer. Immers Boer zei het toch ook? ! Daarover zou ik het volgende willen opmerken:

1. Ds. G. Boer was een zeer begenadigd en rijk getalenteerd voorganger. Lezing van en over hem roept bij mij een brede herkenning op. Maar we gaan de fout in als we Boer canoniseren, evenmin als we dit mogen doen met Luther en Calvijn, al blijft er dan toch sprake van een zeker niveauverschil. Boer was diep en breed theologisch geïnteresseerd, maar (met alle respect) hij was geen theoloog in de meest strikte academische zin des woords. Als het gehele veld van de theologie niet gelijkmatig en gelijktijdig overzien wordt, kunnen er al gauw enkele panelen gaan schuiven. Ik wilde maar zeggen dat het beroep op Boer ten gunste van de charismatische vernieuwing enigszins gerelativeerd dient te worden.
2. Boer was een diep geestelijk en innig vrome man met een honger naar de vernieuwing van de kerk. Geen wonder dat het vernieuwende werk van de Geest al zijn aandacht had, als hij bij anderen daarover las. Hij probeerde dit op zijn eigen originele wijze af te schermen tegenover de Pinksterbeweging en heel persoonlijk te plaatsen in bijbelse kaders. Deze man was daar heel persoonlijk en betrokken mee bezig. Van kopiëren of napraten hield hij niet. Ondertussen vermoed ik dat hij onbewust toch heel sterk afhankelijk is geweest van ds. I. Kievit, die voor hem een vaderfiguur is geweest. Boer preekte een reformatorische slag anders dan Kievit, was rationeler en nuchterder dan Kievit met zijn warme en gevoelsmatige piëtistische inslag. Ondertussen stond Kievit met één been in de Reformatie en met het andere been in de Nadere Reformatie, soms zelfs heel dicht tegen Kersten aan. Van die zijde kwam en komt er vaak een grote mate van herkenning ten aanzien van Kievit.
Het 'klein Pinksteren' van Kievit komt sterk overeen met de 'vierschaarbeleving' in piëtistische kringen, in aanverwante gezelschapskringen en in dienovereenkomstige afgescheiden kerktypen. Dit betekent dat Kievit niet ontkwam aan een zekere verabsolutering van het geestelijk leven, al kon hij daar later weer op een verrassende wijze van terugkomen. Hij wist zich later congeniaal met zijn zoon Leendert, maar Leen-dert zou alle uitspraken en gedachtegangen van zijn vader later beslist niet voor zijn rekening nemen. Maar dat 'klein Pinksteren' van Kievit boeide Boer toch wel in hoge mate, vooral omdat hij daar zelf in zekere zin vreemd aan was. Ik vermoed dat Boer zich hier te veel heeft laten charmeren door de door hem hooglijk gerespecteerde Kievit en dat hij er zich niet van bewust is geweest op dit punt te weinig theologische distantie te hebben betracht. Het ook door hem felbegeerde 'klein Pinksteren' was hem een welkom alternatief voor de door hem afgewezen Geestesdoop van de Pinksterbeweging. Maar de verzegeling met de Heilige Geest (Ef. 1:13) mag niet worden verzelfstandigd. Zij is nadrukkelijk de verzegeling met de Heilige Geest der belofte. Dit betekent dat iedere akte van het geloven wordt verzegeld door de Geest van het beloven. Beloven en geloven zijn hier ten nauwste aan elkaar gerelateerd. Ook de minste en de kleinste akte van het geloven wordt verzegeld met de Heilige Geest der belofte of van het beloven. Wat dit betreft begint 'klein Pinksteren' al vroeg.
'Vol is vol' zei men vroeger in de kringen waar ik vandaan kom. Een emmer kan vol zijn, maar een klein theekopje ook. En daar wisten ze dit dus al. Gaandeweg wordt echter de verzegeling intensiever, naarmate het woord van de belofte intensiever en rijker wordt geloofd. En dit is de theologie van de Reformatie. Als de meest intensieve ervaring dienaangaande wordt gesystematiseerd of geschematiseerd en verbonden wordt met de 'vierschaarbeleving' dan zitten we in de Nadere Reformatie en in het piëtisme. En als we vinden dat het gereformeerd piëtisme méér is dan de Reformatie of de vervolmaking daarvan, dan zitten we bij dr. Op 't Hof. Maar op dit herstel zitten we niet te wachten!
Ik wil maar zeggen dat ik vermoed dat Boer zich van een en ander te weinig rekenschap heeft gegeven, toen hij 'klein Pinksteren' onbewust wilde charteren voor zijn verlangen naar een hernieuwde doorwerking van de charismata. Daar kon wel eens meer vlees bij zitten dan Geest, zou Kohlbrugge zeggen. Het beroep op Boer voor de Geestesgaven vind ik dus op zijn minst discutabel. Ook ik zet geen dikke streep onder de streeptheologie, waarbij een streep gezet werd onder de periode waarin de Geestesgaven zich manifesteerden, en wel zodanig dat ze daarna niet meer zouden kunnen voorkomen. Maar op z'n hoogst zou ik van de streeptheologie een stippellijntheologie willen maken, zodat er een streep getrokken wordt met perforaties die de bijbelstheologische lijn verbindt met het kerkhistorisch aspect dat de kerk der eeuwen voor deze gaven in de gemeente weinig of geen ruimte liet. In ieder geval behoort hier een heel sterke zeef te zijn, opdat we niet op de zeef komen van de satan.
3. Als men zich voor de Geestesgaven beroept op Boer, dan moet men hem wel heel diep integraal lezen. En als Boer dan zegt: 'Vervuld worden met de Geest veronderstelt de beleving, dat wij armer zijn dan een kerkrat ...', dan moeten we maar eens een uur lang naar dit zinnetje blijven staren voordat we overgaan tot de orde van vandaag. En na een uur lang staren naar dit ene zinnetje, zullen we ons pijnlijk bewust worden van een blinde vlek.
Toen ds. K. Exalto dit tot zich liet doordringen, begon hij toch wat geruster te worden over een en ander, althans zo heb ik Exalto in mijn herinnering, als weer een andere exponent en vaak opponent in tijden van weleer of in het land van ooit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 2005

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Ds. G. Boer en de charismata

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 2005

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's