Vorst, Grondlegger en Gids
CHRISTUS, DE LEIDSMAN
Het Kind dat op het Kerstfeest wordt geboren, krijgt heel wat namen mee. Het is met Jezus zoals met Zijn Vader. Hoeveel namen worden ook Hem niet gegeven. Wie het Oude Testament aandachtig leest, komt de ene na de andere tegen. Met een paar woorden is niet te zeggen wie de levende God is. Zo groot is Hij! Nu, dat is met Christus precies zo. We hebben heel wat namen nodig om te kunnen zeggen wie Hij is en met welk doel Hij op aarde is gekomen.
Een van die namen is 'Leidsman'. Voor alle duidelijkheid, zo noemen de Statenvertalers Hem en via hen hebben wij Jezus met deze naam leren kennen. Vier keer komen we deze naam in het Nieuwe Testament tegen. Vier bijbelteksten is niet veel. Ze leveren ondertussen heel wat op. Ze geven ons een heel bepaald zicht op Christus en Zijn verlossingswerk.
Met drie woorden
De eerste keer dat we de naam 'Leidsman' tegenkomen, is in het kerstevangelie (Matth. 2:6).
Vervolgens klinkt hij pas weer in het bijbelboek Hebreeën (Hebr. 2: 0 en 12:2).
Ten slotte komen we deze naam tegen op een van de laatste bladzijden van de Bijbel (Openb. 7:17). Wanneer we naast de Statenvertaling van deze verzen de Griekse tekst leggen, ontdekken we dat het Grieks drie verschillende woorden gebruikt voor deze ene naam. Het is de moeite waard deze woorden eens goed te bekijken. Zo komen we de betekenis van de naam 'Leidsman' op het spoor. Als de Griekse bijbeltekst drie woorden nodig heeft, kunnen we er gerust van uitgaan dat deze naam inhoud heeft!
Vorst
De overpriesters en Schriftgeleerden kunnen de wijzen uit het Oosten precies vertellen waar de koning der Joden geboren moet zijn. Ze kennen de profetie van Micha uit hun hoofd. Hoewel, ze gaan wel wat vrij met de oorspronkelijke bijbeltekst om. Of doet Mattheüs dat? De manier waarop in Mattheüs 2:6 naar Micha 5 verwezen wordt, is in elk geval opmerkelijk. De oude profetentekst komt nu zo uit de verf dat het licht valt op het woord 'weiden': 'En gij Bethlehem, land Juda! Zijt geenszins de minste onder de vorsten van Juda; want uit u zal de Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israël weiden zal.' Het woord weiden roept het beeld op van een herder. En dat is precies de bedoeling! De lezer van het evangelie moet weten dat Hij die komt een Herder is. Ondertussen gaat het over de Leidsman.
Als Mattheüs het over Hem heeft, kiest hij voor een Grieks woord dat 'heersen, leiden' betekent (hègeomai). In het eerste stukje van de tekst heeft hij hetzelfde woord gebruikt. Daar is de vertaling: 'vorst'. Die vertaling zou hier ook kunnen. De Leidsman is volgens Mattheüs een Vorst, een Heerser. Uit andere bijbelplaatsen kunnen we opmaken dat deze vorst onderscheiden moet worden van de koning (Matth. 10:18; 1 Petr. 2:14). Des te verrassender is het dat straks zal blijken dat deze Vorst niet van de koning is te onderscheiden. Hij zal blijken dé Koning te zijn, die gegeven is alle macht in hemel en op aarde. Om te verlossen van de zonden en de dood. Met bovengenoemd accent op het woord 'weiden' geeft Mattheüs ons mee dat de Leidsman deze macht uitoefent op de manier van een herder: niet met harde hand, maar liefdevol, zorgzaam. Zoals een herder niets anders op het oog heeft dan het leven van zijn kudde, zo ook Hij.
Grondlegger
Wanneer we verder lezen in het Nieuwe Testament, komen we de Leidsman pas weer tegen in Hebreeën 2 en 12. Beide keren schrijft de auteur van deze brief hetzelfde Griekse woord en heeft het dezelfde betekenis. Hij kiest voor een woord waarin het woord 'begin, oorsprong, grond' verborgen zit (archègon). De Leidsman is de Grondlegger. Waarvan? Van de zaligheid, de verlossing (2:10) en van het geloof (12:2). Zo komen we een heel andere kant aan de persoon en het werk van Christus op het spoor. Christus zelf is het begin en de grond van ons geloof en onze verlossing. Hierin ligt voor de lezers van de Hebreeën en voor ons een enorme troost. Want als Hij het begin is en de grond, kan dat geloof en kan die verlossing dan nog stuk? Nee, alle vervolging en aanvechting waarvan de Hebreeënbrief spreekt ten spijt. In Hebreeën 12:2 wordt er nog iets aan toegevoegd: Hij die begin en grond is, is ook de Voleinder. Dat wil zeggen: ons geloof en onze verlossing zijn van begin tot einde Zijn werk.
Lukas weet ons te vertellen dat Christus ook de Grondlegger van het leven is (Hand. 3:15). Hij gebruikt hier hetzelfde Griekse woord als de schrijver van Hebreeën. Maar de Statenvertalers vertalen hier 'Vorst' in plaats van 'overste Leidsman'. Onwillekeurig moet ik dan denken aan de Leidsman van Mattheüs 2. Was ook Hij niet een Vorst? Zouden de Statenvertalers met deze vertaling ons willen vertellen dat de Grondlegger geen ander is dan die Vorst? Ik weet niet of zij dit zo bedoeld hebben, maar het is wel waar. De Grondlegger van Hebreeën 2 en 12 is dezelfde als de Vorst van Mattheüs 2. Dit verband is niet zonder betekenis. Hij die de Grond is van ons geloof en onze verlossing, heeft alle macht dit geloof en deze verlossing te werken én te voleinden.
Gids
De derde betekenis van de naam Leidsman komen we in Openbaring 7:17 op het spoor. Over de schouder van de apostel Johannes krijgen we een blik in de hemel. We zien de imponerende troon van God en in het midden ervan een Lam. Over Hem schrijft Johannes het volgende: '...het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren ...' Opnieuw valt het woord 'weiden'. Zoals Mattheüs roept ook Johannes in dit vers het beeld op van een herder. We kunnen Openbaring 7 zien als een uitroepteken achter Mattheüs 2: de Leidsman is een Herder. En Hij is dat van begin (Matth. 2) tot eind (Openb. 7).
Ondertussen gebruikt Johannes voor 'Leidsman' een ander Grieks woord dan Mattheüs. Hij kiest voor een woord dat letterlijk vertaald betekent: 'de weg wijzen' (hodègeo). Is de Leidsman voor Mattheüs een Vorst en voor de schrijver van Hebreeën een Grondlegger, voor Johannes is Hij een Gids. De Leidsman wijst de weg. Hij is de Herder die de schapen de weg wijst naar de bronnen van levend water. Sterker nog, Hij gaat ze op die weg vóór. Door de diepe dalen van verdrukking en dood heen zorgt Hij dat ze het eeuwige leven ontvangen.
Maar als we goed kijken, zien we dat deze Leidsman een Lam is! Hij lijkt in de verste verten niet op de machtige Vorst van Mattheüs 2. Een lam is immers uiterst zwak en kwetsbaar. Dat is waar, maar met dit Lam met een hoofdletter ligt het anders. Het staat in het midden van de troon, lezen we. Dat wil zeggen: dit Lam heeft macht; het is niet zwak maar uitermate sterk! Deze macht van het Lam geeft ons moed. Niets kan dit Lam en zijn kudde tegenhouden, laat staan overwinnen! Waneer we Openbaring 7 en Mattheüs 2 vergelijken, doen we nog een ontdekking. Het volk dat de Leidsman weiden zal, is veel groter geworden! Is het in Mattheüs 2:6 niet groter dan het volk Israël, in Openbaring 7 is het inmiddels een schare geworden uit alle volken, tongen en natiën. Het geheim kon wel eens daarin liggen dat de Heerser Herder van Mattheüs 2 een Lam is. Paulus bevestigt dat. Christus heeft met Zijn bloed de muur tussen de volken weggeslagen. Hij is de Leidsman van allen overal vandaan die in Hem leerden geloven.
Zekerheid
De naam 'Leidsman' is een prachtige naam. Want deze zegt ons dat Christus onze Vorst, Grondlegger en Gids is. We hebben drie woorden nodig om te zeggen hoe omvattend zijn werk is. Hij is de Grond van ons geloof en van onze verlossing. Maar dat niet alleen. Hij is ook de Gids naar de volkomen verlossing. Zo wordt ons verkondigd dat ons behoud van begin tot einde in de handen van Christus ligt. En het ligt daar vast, want Hij is ook een, machtig Vorst. Niets en niemand houdt Hem op Zijn weg naar de voleinding tegen. Niets en niemand kan Zijn volk ook maar iets doen. Want als een Herder gaat en staat Hij voor zijn schapen.
Lijden
Ondertussen kost dit de Leidsman alles. Opmerkelijk is de verwijzing naar Zijn lijden en sterven in de bijbelgedeelten waarin we deze naam tegenkomen. De Vorst is het Kind dat vanaf het eerste begin de dood in de ogen kijkt (Matth. 2). De Grondlegger is Hij die het kruis krijgt opgelegd (Hebr. 2 en 12). De Gids is het Lam (Openb. 7). De Leidsman is de lijdende Man. De verlossing die Hij brengt, komt er niet dan dwars door Zijn lijden en zijn dood. Zó is Hij de Herder. Hij geeft Zijn leven. Opdat wij het ontvangen.
Ten slotte
Leidsman, een naam om nooit te vergeten! Want met zijn driedubbele betekenis is deze naam voor ons driedubbele zekerheid. Onze verlossing ligt vast in Hem die Vorst is, Grondlegger en Gids. Bij zo'n mooie naam past een driedubbele reactie. Welke? Voor de Leidsman als Vorst buigen we. Op de Leidsman als Grondlegger bouwen we. En de Leidsman als Gids volgen we.
Leidsman, een naam om te onthouden. Want als één naam ons zegt dat ons leven en geloven hangt aan Hem dan is het deze naam. Hij wordt ons op het Kerstfeest verkondigd. Opdat wij ook op deze naam vertrouwen, een van de namen heilig, groot en goed (Ps. 33).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 2005
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 2005
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's