De eretitel van Jezus
CHRISTUS ALS ZALIGMAKER
Oude woorden kunnen zo vertrouwd worden dat we ze gebruiken zonder te beseffen wat een rijkdom erin opgesloten ligt. Zo'n woord is de naam Zaligmaker, afgeleid van het werkwoord zaligmaken. Deze eretitel van de Heere Jezus is de sleutel waarmee het hele evangelie voor ons wordt ontsloten. Zijn Naam is Jezus, dat betekent 'de HEERE redt', 'de HEERE maakt zalig', omdat Hij Zijn volk zalig zal maken van hun zonden. Het spellen vuan deze naam maakt Kerst werkelijk tot een Christusfeest.
Breed en diep
Zaligmaken is redden, verlossen, bevrijden. Dat zijn woorden die in het leven van elke dag in allerlei situaties passen. Een drenkeling wordt gered uit het water. Een volk wordt verlost van een bezettende macht. Iemand die psychisch vastloopt, kan een innerlijke bevrijding doormaken. Geschonden levens en gebroken verhoudingen kunnen worden geheeld.
In onze visie op het zaligmakende werk van de Heere Jezus is een verbreding gekomen. Er is meer aandacht gekomen voor de aardse aspecten van het heil. Hij redt niet alleen zielen, maar mensen die naast een ziel ook een lichaam hebben. Hij vergaf mensen niet alleen hun zonden, Hij genas hen ook van hun ziekten. Dat is Schriftuurlijk. Maar het verrassende is dat die breedte in de Schrift niet ten koste gaat van de diepte en van de concentratie op wat de zaligheid ten diepste is. Wie het bijbelse grondwoord 'zaligmaken' spelt, krijgt (weer) helder voor de geest waar het allereerst om gaat.
Dat is niet alleen in onze tijd nodig. Het was in de eerste eeuw van onze jaartelling al niet anders. Het lijkt er zelfs op dat de schrijvers van de boeken van het Nieuwe Testament terughoudend zijn geweest in het gebruiken van de naam 'Zaligmaker'. Het wordt eenentwintig keer gebruikt, waarvan elf keer in Titus en II Petrus en maar drie keer in de evangeliën. Waarom zo voorzichtig? Omdat de Joden dan al snel dachten aan een bevrijder met het profiel van de richteren. Zij zagen uit naar een verlosser die de Romeinse bezetter zou verjagen, zoals eens Gideon de Midianieten verjoeg en Simsom de Filistijnen. Zij wilden een koning die als David zijn tienduizenden verslaat. Op een zelfde manier dachten Romeinen en andere heidenen bij 'zaligmaker' (Grieks: sootèr) aan de keizer in Rome die in zijn grote rijk zorgde voor rust, vrede, welvaart en economische groei. Daartegenover is er in het spreken van de Bijbel sprake is van een sterke concentratie op de verzoening met God door het lijden en sterven van de Heere Jezus.
Zonder God
Dat de Heere Jezus de Bevrijder is, wordt soms eenzijdig betrokken op bevrijding van onrecht en onderdrukking. Het evangelie wordt dan een politiek evangelie, gericht op verandering van structuren in de wereld en op omverwerping van onderdrukkende systemen: 'Verbeter de wereld.' Dat de Heere Jezus verlost, wordt soms eenzijdig ingekleurd met begrippen uit de wereld van de hulpverlening. Het evangelie wordt dan een therapeutisch evangelie, gericht op psychisch welzijn en zelfaanvaarding: 'Jij mag er zijn.'
In het bijbelse spreken over het werk van Christus als Zaligmaker staan niet deze relaties voorop. Het gaat om wie wij zijn voor Gods aangezicht. Het gaat om onze verhouding tot Hem. Hij is onze Schepper. Wij kregen van Hem het leven om voor Hem te leven, in Zijn dienst en tot Zijn eer. Leven met God, dat is pas echt leven. Zo heeft Hij het bedoeld. En wij? Wij hebben het geweigerd.
Onze diepste nood en grootste ellende is dat wij God hebben verlaten. Alles wat er verder in deze wereld en in ons leven aan ellende is, gaat daarop terug. Dat wij tegen onze Schepper in opstand zijn gekomen en tegen Hem hebben gerebelleerd, daardoor raken allerlei andere relaties in ons leven keer op keer verstoord. Wij hebben tegen onze goede God gezondigd. Wij zijn van de generaties na Adam, die zelfs in zonde ontvangen en geboren zijn. De zonde is de kwaal waar we aan lijden en de kerker waarin wij gevangen zitten. Daardoor rust Gods toorn op ons en zijn wij van nature kinderen van de toorn, aan allerlei ellende en aan de verdoemenis onderworpen. Dat huiveringwekkende woord verdoemenis wil zeggen dat we het hebben verdiend om eeuwig zonder God te moeten zijn.
Behouden worden van de toorn
Over Gods toorn gaat het in de Schrift, als het verlossingswerk van de Heere Jezus ter sprake komt. In Romeinen 5:9-10 gaat het over 'behouden (= zaliggemaakt) worden van de toorn'. Dat wordt daar direct verbond met de rechtvaardiging door het geloof en de verzoening met God door de dood van Zijn Zoon. Op andere plaatsen, zoals in
1 Korinthe 5:5, gaat het om behouden worden op de dag van de Heere Jezus, de dag waarop Hij wederkomt om de hemel en de aarde te oordelen. Dat maakt duidelijk wat een ontzagwekkende lading de naam 'Zaligmaker' heeft. Het gewicht daarvan gaan we beseffen, als we tot in onze botten (Psalm 32:3) voelen wat het betekent dat wij hebben gezondigd tegen onze Maker. Als Hij met ons in het recht treedt, zullen wij voor Zijn aangezicht niet overleven (Ps. 130:3). Want onze God is een verterend vuur (Hebr. 12:29).
Dat de Heere Jezus Zaligmaker is, houdt in dat Hij in dat geding tussen de heilige God en ons, onheilige mensen, ertussen komt. Hij komt verlorenen redden. Hij komt schuldigen verlossen. Hij behoudt hen van de toorn. Hij doet hen staande blijven in het gericht voor God. Dat is Zijn werk. Zo wordt Hij ons geopenbaard in de Schrift. Zo brengt de engel in de Kerstnacht de blijde boodschap van Zijn geboorte: 'Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker ...' (Luk. 2:11). Zo belijden we: 'Maar omdat wij zelf geen genoegdoening kunnen geven en ons van de toorn van God bevrijden, heeft God uit oneindige barmhartigheid ons Zijn eniggeboren Zoon als Borg gegeven. Om voor ons genoegdoening te geven is de Zoon in onze plaats tot zonde en vervloeking aan het kruis geworden' (Dordtse Leerregels 11, 2).
Deze laatste woorden nemen ons mee naar Golgotha. Daar zien we welke hoge prijs de Zaligmaker moet betalen. Om zondaren te behouden van de toorn neemt Hij het oordeel van God over de zonde van de wereld op Zich. In plaats van mensen die God verlaten hebben en verdiend hebben dat God hen verlaat, doorlijdt Hij de eeuwige straf, dat is de hel, als Hij uitroept: 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?' Ons verstand staat stil als we proberen te bevatten wat daar is gebeurd tussen deze Zaligmaker en Zijn Vader in de hemel. En ons gemoed schiet vol als tot ons doordringt dat dit is wat wij hebben verdiend. Hij voor mij, omdat ik anders die straf eeuwig had moeten dragen.
Zalig
Het werk van Christus als Zaligmaker heeft dus voor alles betrekking op wat er tussen God en ons aan de hand is, dat wij door de zonde kinderen van de toorn zijn geworden. Dat geeft aan het woord 'zalig' ook in positieve zin een ongekende lading. Wat is het dan een verregaande oppervlakkigheid om dit woord te gebruiken om te zeggen dat het eten lekker was. Zaligheid is iets van een geheel andere orde. Dat betekent dat je niet meer een kind van de toorn bent, maar door God in genade als Zijn kind en erfgenaam aangenomen. Zalig, dat is dat je met God verzoend bent, dat er niets meer is dat scheiding maakt omdat het Lam van God je zonden wegdroeg en omdat je bent gewassen in Zijn bloed. Zaligheid, dat is dat de gemeenschap met God is hersteld en dat het weer is zoals het was in den beginne, in het paradijs, toen Adam en Eva de stem van God nog konden horen zonder zich te verbergen. Dat is vrede met God. Zaligheid dat is iets om van te zingen: 'Die God is onze zaligheid'. En: 'Hij schenkt uit goedheid zonder peil, ons 't eeuwig zalig leven'. Het is ook iets om naar uit te zien. Want wij zijn in hope zalig geworden (Rom. 8:24). Het volkomen verlost zijn van alle zonden en de ongestoorde gemeenschap met God is iets van de toekomst van de Heere Jezus. Hier blijft het bij een begin, een voorsmaak. Daarom blijft het advent, ook als straks het Kerstfeest weer voorbij is. Want de Zaligmaker, Die gekomen is, komt weer. Dan wordt de boze voorgoed en definitief verslagen. Dan wordt de erfenis verkregen. Dan deelt ieder die van Christus is voor eeuwig in Zijn heerlijkheid (Rom. 8:17). Op het komende Kerstfeest wordt deze Zaligmaker ons verkondigd. Dat is de manier waarop Hij ons benadert. Hij zendt verkondigers van Zijn blijde boodschap de wereld in. Wie de Zijne wil worden, hore het evangelie. 'Dat is een kracht van God tot zaligheid' (Rom. 1:16). 'De Schriften kunnen u wijs maken tot zaligheid' (2 Tim. 3:15). Christus wordt ons gepreekt als de enige Zaligmaker. 'De zaligheid is in geen ander' (Hand. 4:12). Wie in Hem gelooft, is behouden. Wie Hem afwijst, is verloren. 'Want hoe zullen wij ontvluchten als wij op zo grote zaligheid geen acht nemen' (Hebr. 2:3).
Zalig is hij of zij die op het komende Kerstfeest Christus, de Zaligmaker, in de armen neemt en met Simeon zingt: 'Mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien' (Luk. 2:30). Maar we komen er deze Kerstdagen niet mee klaar. Het gaat levenslang door. 'Maar wast op in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in de dag der eeuwigheid. Amen' (2 Petr. 3:18).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 2005
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 2005
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's