De Gemeente
N.a.v. Lukas 18:1-8
In deze prediking wil ik graag eens in het middelpunt stellen, wat mij in toenemende mate ter harte gaat: de Gemeente. Zij is niet af te bakenen, niet te omlijnen, niet te organiseren, niet af te scheiden. Zij is een verborgen grootheid, maar een werkelijkheid! Bilderdijk sprak van: de smalle Gemeente. Naar aanleiding van het verborgen karakter van de Gemeente, wil ik nu twee dringende vragen aan u voorleggen: Kent u eigenlijk die Gemeente wel? En: hoort u zelf bij die Gemeente?
Het evangelie van de tekst uit Lucas helpt ons hierover tot klaarheid te komen. Als wij ons afvragen, hoe die verborgen Gemeente er uitziet, dan antwoordt Christus daarop met het beeld: ‘En er was een zekere weduwe in de stad.’ Volgens dit woord van de Heer heeft dus de Gemeente in de wereld weduwe-gestalte. Misschien doet dat beeld ons vreemd aan. Wij kennen immers allen uit de Bijbel de aanduiding van de Gemeente als de Bruid. En tóch heeft nu de Gemeente, die de Verloofde, de Bruid van Christus is, in de wereld weduwegestalte! Hoe mist de Gemeente in de stad haar Bruidegom! Hoe treurt zij om Hem, hoe ziet zij naar Hem uit!
Door dat gemis is zij zichzelf niet, is zij maar een half mens; neen, minder dan dat! Zij voelt zich berooid, ontluisterd, armzalig. En daarom is het dat zij onwillekeurig in de wereld gaat vasten (Mark. 2:19). Zij mijdt de weelde, de uitbundigheid, het vele, en beperkt zich tot het noodzakelijke. Zij is immers weduwe en mist haar hemelse Bruidegom. Dat gemis kan niets en niemand haar vergoeden. ‘Ik zocht Hem des nachts, ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet’ (Hgl. 3:1). En zo zweeft zij tussen hemel en aarde.
Maar waarom laat de Bruidegom Zijn Gemeente dan zo deplorabel achter in de stad, in de wereld? Waarom anders dan om haar weduwe te doen zijn, en als weduwe een getuige en teken van Hem en Zijn toekomst! Als weduwe is zij immers anders; anders dan alle anderen. Zij is anders door de droefheid van haar liefde, die haar iets doet missen, wat zij in de stad niet vindt. In haar droefheid, in haar armzaligheid, in haar ontluistering, in haar vasten, in haar onwereldse schoonheid, in haar steeds jonger worden door de verwachting, in dat alles is zij getuige van Hem, haar Bruidegom! In haar weduwschap spreekt zij zonder woorden, doch met heel haar bestaan uit, wie Hij voor haar is. Dat zij in de stad treurt en vast, en alle dingen ‘schade en drek’ acht, doet alle anderen om haar heen zich verwonderd en geërgerd afvragen: ‘Wat is het toch, dat zij mist in deze stad, in deze wereld? ’ Haar enige antwoord is: ‘Ik mis Christus, mijn Bruidegom!’ Om dat antwoord, dat het machtigste getuigenis is van de liefde van Christus, is zij door de Bruidegom in de wereld achtergelaten. En daarom is de enige bestaansgrond van de Gemeente in de wereld: trouw te blijven in haar verdriet aan Hem, die zij mist!
Er is nog meer in deze tekst wat ons helpt om de verborgen, de smalle Gemeente te herkennen. Wij lezen in de gelijkenis dat de weduwe roept tot degene die haar recht kan doen, over onrecht dat wederpartijders haar aandoen. Wat dat onrecht is, wordt niet genoemd en wordt dus als vanzelfsprekend in samenhang met haar weduwschap gezien. Haar wederpartijders miskennen en misgunnen haar het recht van: weduwe te zijn! Zij doen haar geweld aan in datgene, wat haar wezenlijke leven, haar bestaansgrond is: haar gemis en haar rouw! Kortom, men gunt haar haar Bruidegom niet! En juist die behandeling van haar tegenpartijders ervaart de Gemeente als een onrecht, als een niet begrijpen van haar eigenlijke leven tussen hemel en aarde. Zij voelt er zich door gekrenkt in haar liefde en trouw. Wat men van haar eist, ziet zij als overspel.
En nu kom ik terug op die twee vragen. Kent u eigenlijk die Gemeente wel? Verstaat u iets van haar verborgen bestaan? Of hoort u in slapheid en meegaandheid tot de partij van haar schenners en vijanden; tot degenen die haar bestaan verwereldlijken willen? Ik kan u dan alleen maar met grote nadruk zeggen: het gaat om de Bruid van Christus! Wie haar onrecht aandoet, bezondigt zich aan Christus! Wie haar schendt, God zal hem schenden!
En dan, hoort u zelf tot die Gemeente? Of leeft u alleen maar in valse zekerheid in de kerkordelijke gemeente? Leeft u alleen maar in de roes van al haar wereldse activiteiten? Bedenkt, dat als u zo kerkelijk leeft, u met al uw ambtelijke arbeid, al uw functies, al uw werkdrift, nog staat buiten de Gemeente van Christus, buiten de liefde van de Bruidegom, buiten Zijn toekomst. Want ‘binnen’ is alleen, wie ‘buiten’ de wereld is geraakt. ‘Binnen’ is alleen, wie zich persoonlijk heeft laten arresteren door het evangelie. ‘Binnen’ is alleen, wie door de stem van Christus bij name geroepen en uitgeleid is. ‘Binnen’ bent u alleen, als uw hart zwevende is geworden tussen hemel en aarde.
DR. W. AALDERS
Enkele fragmenten uit de preek die dr. W. Aalders opnam aan het begin van zijn boek Theologie der verontrusting.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 2006
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 2006
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's