Globaal bekeken
Hoe spreekt een (christelijke) burgemeester, gegeven de scheiding van kerk en staat, een dominee toe? Bij het afscheid van ds. A.J. Mensink van Emst sprak de (CDA-)burgemeester van Epe, de heer L. Eland:
‘Ik stel er prijs op, bij uw afscheid, ds. Mensink, enkele woorden tot u te mogen richten. Het is een bijzonder voorrecht dat wij in een land leven waar staat en kerk gescheiden zijn en waar de staat ook daadwerkelijk van de kerk afblijft. Waar dit anders is in onze wereld leven de gelovigen veelal in angst vanwege hun belijden. Toch sta ik hier als overheidsdienaar met vreugde in uw midden. Want het dubbele burgerschap van de gelovigen brengt ons bijeen. Naast het burgerschap van het Koninkrijk der Nederlanden mogen we immers burger zijn van het Koninkrijk der hemelen. En daarmee broeders en zusters zijn die meeleven in elkaars wel en wee.
Het is voor mij altijd weer treffend hoe Paulus die twee koninkrijken aan elkaar verbindt en hun eigen plaats geeft, wanneer hij in 1 Timotheüs 2 voorschrijft 'voorbidding te doen voor alle mensen, met name koningen en allen die in hoogheid gezeten zijn. Opdat wij een stil en gerust leven mogen leiden in alle godzaligheid en eerbaarheid.' Hij zegt dan: 'dit stille en geruste leven is aangenaam voor God, onze Zaligmaker, die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis der waarheid komen.'
In dat laatste ligt een belangrijke verbinding tussen het aardse en het hemelse koninkrijk. Beide hebben hun plaats: als het God belieft ons een stil en gerust leven te geven dan is dat ter wille van het Koninkrijk der hemelen. Dat is richtinggevend voor het hele leven, ook dat van de samenleving (die in de staat zijn organisatie heeft).
God wil dat wij zijn handen, zijn voeten, zijn ogen en zijn mond zijn voor de wereld in nood, de wereld die Hem niet kent.
Ds. Mensink, u hebt in de afgelopen 5 jaar als richtingwijzer van en naar uw hemelse Zender mogen werken in de gemeente van Emst. U hebt in deze jaren mogen zaaien en mogen nat maken (om met Paulus te spreken). God zal zelf de wasdom geven. Dat is een belofte. God verlaat niet wat zijn hand begon.
Dat is een troost voor de gemeente, die niet verweesd achterblijft, maar mag weten dat God zijn werk in uw midden voortzet en op het gelovig gebed ook werkers, voorgangers geeft. Het is ook voor u, nu u een nieuwe gemeente gaat dienen, een voorrecht te weten dat God uw werk in Emst gezien heeft. En het niet vergeet. Moge Hij daarop nog een rijke nalezing geven. En moge Hij u, uw gezin en uw werk daar in het hoge noorden ook zegenen. Opdat in Emst en in Driesum de kerk een licht mag zijn op een kandelaar, en de leden levende getuigen mogen zijn van Gods liefde voor alle mensen.
Want Hij wil immers dat álle mensen zalig worden!
Geve Hij u en uw gemeente een stil en gerust leven waarin dat getuigenis overtuigend mag klinken als zaad dat van God wasdom zal ontvangen.
Twee weken geleden noemden we in deze rubriek de naam van de Nijkerkse ds. S.J. de Hoest (1804- 1877). Ds. J.J. Knap citeerde hem, schrijft een lezer:
Het zaligmakend geloof sluit alle werk volkomen uit. Het zaligmakend geloof kan nooit zonder werken. Het zaligmakend geloof is een rusten van alle werk. Het zaligmakend geloof is een rusteloze werkzaamheid. De christen in de school van Jezus onderwezen, neemt elk van deze stellingen als waarheid aan en vindt generlei tegenstrijdigheid. Hij plaatst ieder van deze in het juiste licht; hij ziet verband en overeenstemming.
Aan de opening van de herbouwde Frauenkirche in Dresden werd her en der al breed aandacht gegeven. De heer W. Hardeman maakte de opening mee, schrijft hij in ‘zijn’ Herdersporen:
Daarvoor moeten we zestig jaar teruggaan, naar de nacht van 13 februari 1945. In die nacht trokken geallieerde bommenwerpers hun luiken boven het Duitse Dresden los en bombardeerden deze stad catastrofaal; er vielen meer doden dan tijdens het bombardement op Japan, ook 60 jaar geleden.
Alles werd herbouwd, behalve de Frauenkirche, de eerste protestantse kerk van Duitsland. Het restant is er bijna 40 jaar als ruïnegedenkteken blijven liggen. Na de val van de muur in 1989 werd het initiatief genomen de kerk te herbouwen. Dat gebeurde. Met 40% van de uit de ruïne gesorteerde stenen herrees een nieuwe, 91 meter hoge kerk uit de as.
In het 'Lutherweekend', dat er o.i. voor gereserveerd werd, mochten wij van de officiële ingebruikneming getuige zijn. Geachte lezers, emotionaliteit ligt niet elke dag op ons ontbijtbordje, maar hier aanwezig te zijn heeft ons zeer begeistert, ons zeer gegrepen! Het begon al na onze aankomst in ons hotel, waarvan wij de kamers al lang gereserveerd hadden. Bij een vorig bezoek vroegen wij of men kranten etc., van de Frauenkirche wilde bewaren. Bij aankomst in het hotel legde de eigenaar een duimdikke gids (100 pagina’s) op tafel die helemaal handelde over de Frauenkirche. Dat maakte ons zeer verlegen, hiermee is samen met foto’s, een fraaie collage tot stand gekomen. Samen met de 65.000 mensen in de Frauenkirche en op het kerkplein woonden wij de inwijdingsdienst bij. Daarin werden de kanselbijbel, het avondmaalsservies etc. naar voren gebracht. Een ontroerend gebeuren, omdat naast de officiële plichtplegingen het Woord Gods in een preek duidelijk aan de orde kwam. (…)
Aan Bernhard Burger, de 'Baudirector', een sympathiek mens, die we evenals de predikant persoonlijk mochten spreken, werd gevraagd: 'Welke boodschap heeft de Frauenkirche voor u persoonlijk?' Hij zei: 'Dat men zich meer op menselijke en ethische waarden bezint en de bijzonderheid van de zondag in acht neemt en geen X-dag in een kalenderweek. De boodschap is dat wij er voor de mensen willen zijn, met hulp, troost en toevlucht, verzoening, het geloof versterkend. De Frauenkirche vult het gesproken woord aan, daarvoor is hij weer opgezet'.
Ds. P.L. de Jong schreef in Het Kompas (maandblad van de Hervormde Gemeente Delfshaven te Rotterdam) een in memoriam over Henk Slabbekoorn:
Eind november jl. overleed plotseling in zijn woonplaats Wassenaar dhr. Henk Slabbekoorn, 64 jaar. Geen familie of vriend van ons, wel een man die al 25 jaar veel voor me betekende, doordat hij voor mij en mijn vrouw de aangifte voor de belasting klaarmaakte. Voor een hervormde dominee is dat nl. een heel ingewikkeld gedoe. Omdat je – anders dan vrijwel alle andere protestantse dominees – niet in loondienst bent. Je bent wel in dienst van de kerk, maar je plaats is bij de gemeente. En natuurlijk betalen die je honorarium (kerkrentmeesters), maar ze zijn niet je bazen. Ook de kerkenraad niet, al is het wel zo dat steeds vaker in ons land een kerkenraad probeert die rol te grijpen. Dat merk je bij beroepingswerk. Laatst vertelde een collega, dat een beroepingscommissie gezegd had: 'U bent een goede tweede!' En: 'We zullen u niet in de wachtstand laten zitten.' Dat soort gepraat over dominees vind ik vreselijk. De rollen zijn omgekeerd. Als dominee ben je een heel vrij en onafhankelijk mens vanwege je opdracht het evangelie te verkondigen zonder aanzien des persoons. Dat betekent ook dat je alleen bruto gelden ontvangt. En ja, kom er dan maar eens uit, hoe dat moet? Henk Slabbekoorn – aan de naam hoor je dat hij een echte Zeeuw was – had vele jaren samen met zijn vrouw Nel een belastingadvieskantoor voor dominees. Van alle gezindten, van diep zwart tot vrolijk gekleurde rode mantelpakjes. Want voor een belastinginspecteur ben je allemaal gelijk. Die mensen doen een aanslag op je inkomen. Daarover kun je al lezen in Romeinen 13: 'Daarom brengt gij ook belastingen op,' zegt Paulus, want zij – die belastingmensen – 'zijn dienaren Gods, die juist op dit punt voortdurend letten.' Helaas is dat inderdaad heel erg waar. Maar gelukkig hadden wij dominees Henk Slab. In vroeger jaren kwam hij één keer per jaar bij je langs. Met een knuffel als er weer een kind geboren was en een zwart koffertje waarop aan de binnenkant stond: 'Beter rood staan dan krap zitten.' Hij ging voor je in de slag met de belastingdiensten. Op een bepaald moment waren het er honderden die gebruik van hem maakten. Velen van hen heeft hij soms letterlijk van de ondergang en de openlijke schande weten te redden.
Hoewel hij geen echte vriend was, wist hij natuurlijk zo ongeveer alles van je. Want hij pluisde al je giro’s door en noem maar op. En hij zag natuurlijk waar je zoal je geld aan uitgaf. Of je vrouw. Als je bij Henk Slab kwam hoefde je je als dominee niets te verbeelden. In ‘t zwart of in ‘t rood, hij wist alles van je en wat je uitgaf voor jezelf en voor je naaste. Hij hield in de aangifte van grote lijnen trekken, maar kende precies de marges in Harderwijk, Gorinchem of Rotterdam. Ik rekende het nooit na, las alleen wat op het eerste blad stond. Henk had er een hekel aan als je je daarmee bemoeide, al helemaal had hij een hekel aan dominees die het zelf deden. 'Allemaal doe-het-zelvers', zei hij dan, terwijl ze toch elke zondag preken dat een Ander het moet doen!'; Hij hield van humor.
In een aangifte in Rotterdam voerde hij graag kandidaat P. Bel te Rotterdam op. Of een declaratie van dhr. O.N. Bekeerd. Ik mocht dat wel. Henk kwam uit de rechterhoek, strooide graag met tale Kanaäns. Dan sprak hij over 'schattingen' en'“verzwaring van de lasten door de aandrijvers van Farao.' Belde je hem op, dan hoorde je op de achtergrond psalmgezang op hele noten, of anders zette hij die meteen voor je op. 'Oe is’t in ‘t Mesech der ellende?', zei hij dan in plat Zeeuws. 'Misschien kom er nog een tied van verkoeling vo je. Ik za m’n best doe!' Henk had een echt bevindelijk hart. Haast altijd ging het ook even daarover. Over wie God is voor een arme tobber. Zingen, dat deed hij graag. Psalm 42 was zijn psalm, hoorde ik. Bij die psalm zong hij de voering uit z’n keel. Want ondanks al dat gepluis in al die financiële domineesintimiteiten, verloor hij zijn geloof toch niet. Dat mag je wel genade noemen, want als er een veel halfheid onder dominees gezien heeft, dan wel Henk Slab. Ineens kwam het einde. Heel, heel verdrietig. In september vertelde hij me dat hij nog ca. 2 jaar door wilde. Het heeft niet zo mogen zijn en nu moeten de dominees het zelf maar uitzoeken. In de rouwdienst in de Julianakerk in Scheveningen stond centraal Psalm 23. En we zongen o.a. 'Ja, mijn ziel dorst naar de HEER / God des levens, ach wanneer, zal ik naad’ren voor uw ogen / in uw huis uw naam verhogen. Merkwaardig: van al die honderden dominees was maar een klein clubje opgekomen om deze pleiter voor lagere lasten van Gods 'lieve knechten' naar zijn graf te begeleiden. Waar waren de negen? ‘t Is goed dat Henk het zelf niet meer zag. 'Hij is verlost van zonde en pijn', schreef zijn vrouw Nel. Als je dat weet, mag je eigenlijk niets meer zeggen. Maar vergeten zal ik Henk Slab niet gauw.
J. VAN DER GRAAF
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 2006
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 2006
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's