De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

In Ecclesia (Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge) schreef drs. M. den Admirant een lezenswaardig verhaal over Dr. H.F. Kohlbrugge en dr. T.W. Krummacher: contact, contrast, conflict. Een fragment:

F.W. Krummacher, die onder het gehoor van Kohlbrugge zat, was zeer onder de indruk van diens prediking. 'Het was een lust', schreef hij later, 'te baden in de frisse golfslag van dit getuigenis van de almachtige genade en van de heerlijkheid van haar eeuwig geborgen kinderen.
Zestien maal preekte Kohlbrugge, daartoe uitgenodigd door verschillende predikanten, in Barmen, Elberfeld en omstreken. Zijn bekendste preek is die over Rom. 7:14, gehouden woensdagavond 31 juli 1833 op de kansel van Gottfried Daniël Krummacher in Elberfeld. Hij trok steeds een groot aantal hoorders, zoals blijkt uit een brief, gedateerd 18 augustus 1833, van Lily Pilgeram aan haar zuster Lotte, die met Friedrich Wilhelm Krummachter getrouwd was:

“Kohlbrugge had altijd een geweldige toeloop, zodat de kerkbestuurders steeds vriendelijke gezichten zetten. Al zijn preken en zijn gehele prediking zijn niets anders dan een verkondiging van de vrije genade en volkomen rechtvaardiging van Jezus Christus. Ja, hij ging de laatste zondag zo ver, dat hij zei dat iedere andere leer, ze mocht met een nog zo dikke christelijke mantel omhangen zijn, een satansleer was, want ze versmalde de verdienste van Jezus Christus. Dit herhaalde hij meermalen. Hij wees onder andere ook op zijn dierbaar vaderland, waar ze de leer van de vrije genade niet wilden aannemen, en waar Gods wrekende hand opnieuw zo voelbaar was, dat in 30 dagen tijds 800 mensen aan de terig stierven. Hij maakte de Wuppertalers erop attent dat ze zich er niet op moesten beroemen dat Gods toorn hen had verschoond, want als de Heer hier al een groot volk heeft, ook de Antichrist sluipt hier rond, zoals hij met eigen ogen had gezien.Tussen de regels door is te lezen dat de briefschrijfster zich nogal geraakt voelde door Kohlbrugges vermanende woorden.
Ondanks de eerste diepe indruk die zijn preken maakten, gingen al spoedig stemmen op, dat de gastprediker 'maar één snaar op zijn instrument' had. Zijn prediking lokte steeds meer tegenspraak uit. Menigeen verweet hem dat hij niet de gehele Raad Gods tot zaligheid van zondaren verkondigde. Kohlbrugge reageerde hierop geprikkeld. Volgens F.W. Krummacher was deze reactie niet verstandig en had Kohlbrugge beter kunnen proberen, het misverstand over bepaalde uitdrukkingen in zijn preken uit de weg te ruimen. Maar in plaats daarvan ging hij met sommige uitspraken rakelings langs de grenzen van het antinomisme. Ook had hij een predikant, die zijns inziens teveel nadruk legde op het woord van Jacobus, dat geloof zonder werken een dood geloof is, een dwaalleraar' genoemd.
(…)

In Opbouw (Ned. Geref. Kerken) schrijft G.J. Oonk over persoonlijke ervaringen in buitenlandse kerken. Nu over Spanje:

• Over de moslims:
In 1492 werd na een eeuwenlange strijd de strijd tegen de moslims, de Moren beslist. Granada was hun laatste bastion. In de bloedige finale van deze reconquista werden de laatste moslims uit Spanje verdreven, tenzij ze zich alsnog wilden bekeren tot het christelijk geloof. Datzelfde gold overigens ook voor de Joden, waarvan de meesten toen uitweken naar Portugal. Nu, ruim vijf eeuwen later, wonen er al meer dan een miljoen moslims in Spanje. Toch een beetje de ironie van de geschiedenis. Ze komen weer over de straat van Gibraltar, nee niet massaal, zodat Europa beeft zoals in 711. Maar in kleine groepjes, in niet zeewaardige, wrakke bootjes. Velen halen de kust niet eens en verdrinken. Velen van hen zijn moslims. Veel Marokkanen, maar ook uit andere Afrikaanse landen. Ze kloppen aan de poort van het rijke Europa en die poort heet voor hen: Spanje.

• Over vakantiekerken:
Langs de Spaanse kusten en ook op Mallorca is massatoerisme ontstaan en veel Nederlanders hebben er zich een aardig optrekje verworven, anderen 'overwinteren er. Ze beleggen er in volle vrijheid hun Nederlandstalige diensten op diverse plaatsen. Er zijn ook predikanten, die daar overwinteren, preken en zo nodig ook pastorale zorg verlenen. Een jaar of wat geleden woonden we, tijdens een korte vakantie in een hotel in de Algarve, dus eigenlijk in Portugal, een dergelijke dienst bij. Allemaal echt Hollands en herkenbaar. Op de preek viel weinig af te dingen, dus wat wil je nog meer? Er was ook koffie na de dienst en toch zijn we er de volgende zondag niet weer geweest. Er heerste onder de overwinteraars een dermate sterk 'wij en ons kent ons' gevoel, dat we ons als toerist van 'er even tussen uit', er toch wat buiten voelden staan. Soms kom je in kerkdiensten in het buitenland, in hele kleine kerkjes, je kent de taal niet, je zingt woorden, waarvan je de inhoud niet kent en toch, je voelt er je welkom, je wordt gezien en opgemerkt. Hebben we het dan over 'middelmatige' dingen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's