Spannende week voor kerkrentmeesters
KERKBALANS: KERK IS HEEL WAT WAARD
Wie in eerste instantie een financiële verantwoordelijkheid in de plaatselijke gemeente heeft, beleeft een spannende week. Kerkbalans staat op de agenda, het gezamenlijke programma van geldwerving van onder andere de Protestantse Kerk in Nederland en de Rooms-Katholieke Kerk, waarbij ook veel hervormde gemeenten betrokken zijn. De tweede helft van januari wordt gevormd door dagen die de betrokkenheid bij de plaatselijke gemeente aan het licht brengen. Dan zien we dat met mínder mensen méér gegeven wordt – zolang het nog duurt.
Veel gemeenteleden zijn deze week voor de kerk op pad. Het gaat bij Kerkbalans immers om de grootste financiële inzamelingsactie in Nederland, waarbij meer dan 540.000 vrijwilligers betrokken zijn. Vanaf 1973 houden enkele kerken (momenteel vijf ) deze actie Kerkbalans, de grote jaarlijkse inzamelingsactie voor de plaatselijke gemeente. Voordeel hiervan is de gedeelde publiciteitscampagne, het samen laten vervaardigen van folders, terwijl de lokale kerken verantwoordelijk blijven voor een eigen invulling. Vorig jaar was Kerkbalans voor 1150 gemeenten in onze kerk het belangrijkste instrument om het werk ter plaatse bekostigd te krijgen.
Eigen gemeente
Het is altijd weer van belang te benadrukken dat deze geldwerving voor de eigen gemeente is, de plaats waar het hart van het kerk-zijn klopt, waar Woord en sacramenten bediend worden, waar pastoraat, catechese, diaconaat, kring- en jeugdwerk plaatshebben. De middelen voor de landelijke kerk komen uit de zogenoemde quota, de verplichte en door de synode vastgestelde afdracht vanuit elke gemeente.
Het is logisch dat een (al dan niet terecht) negatief imago van de landelijke kerk een reden – wellicht een excuus? – kan zijn niet voor de gemeente te geven. Als Balkenende en zijn ministersploeg het niet goed zouden doen, is dat op 7 maart bij de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen immers geen voordeel voor lokale CDA-politici. Het is daarom voor allen die bij de landelijke kerk werken, van belang te zorgen dat er geen negatieve factoren zijn die ter plaatse kunnen doorwerken. Vorig jaar bleek uit een enquête na de actie Kerkbalans dat in 25 gemeenten de lagere opbrengst te wijten was aan het dure interim-management op het Landelijk Dienstencentrum van de Protestantse Kerk. Nu ging er van Kerkbalans geen euro naar deze inmiddels vertrokken interim-manager, maar de koppeling werd door mensen wel gelegd. Toen prof. Van Overbeeke in oktober jl. de bel rinkelde over de financiële situatie van de Protestantse Kerk en sprak over een tekort van zeven miljoen euro – later bleek dat hiervan geen sprake was, maar dat het alarm vooral voortkwam uit ondoorzichtig boekhouden – zei synodelid ds. M.D. van der Giessen dat de kerk door alle negatieve publiciteit voor zeven miljoen euro schade leed. Al is de relatie er formeel niet, wijst de praktijk anders uit.
Liefde tot de gemeente
Het imago van de kerk is daarom van belang. Willen de inkomsten van de kerk in Nederland op peil blijven, zal de kerk een positieve uitstraling moeten hebben, is het niet goed als gedacht wordt dat de kerk de gemeenschap is van mensen die het onderling zo vaak oneens zijn. Afgelopen zomer heeft de voorzitter van de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer, mr. P.A. de Lange, het belang van een goed imago onderstreept.
Imago heeft te maken met uitstraling, met het beeld dat wordt opgeroepen. Dan is snel duidelijk dat aan dat imago nogal eens wat schort, waar de kerk in een gebroken gestalte haar weg gaat en er veel in haar gevonden wordt wat voor de Heere niet kan bestaan. Beter dan het te hebben over imago dat ons aanspreekt, kunnen we het daarom hebben over kerkelijke liefde waartoe we geroepen zijn. Die liefde komt niet voort uit wat we zien, op dit moment ervaren. We dienen de gemeente lief te hebben in de vorm waarin zij zich openbaart. Ook al is er tweedracht, zonde, onheiligheid, lauwheid, ze is de gemeente van Christus, waar we in het Woord, in de sacramenten, in de ambten, in de gemeenschap met elkaar, zoveel ontvangen. Gods verkiezing geldt ook die zichtbare gemeente, waartoe wij behoren. Dwars door al het menselijke heen mogen we de gemeente als Christus’ lichaam zien.
Daar ligt in de twee weken van Kerkbalans een belangrijke en beslissende overweging. Niet de in onze cultuur geroemde uitstraling kan het doen, maar de overtuiging dat het gaat om de gemeente van Hem, die in haar kruisgestalte door deze wereld gaat, die zoekt om in Zijn spoor te volgen.
Predikanteninteresse
Bewustwording inzake een bijbels zicht op wat de gemeente is, kan de predikant zijn gemeenteleden leren, ook met het oog op haar financiële situatie. In die zin is het een opvallend gegeven dat 33 jaar na de start van Kerkbalans uit onderzoek blijkt dat zestig procent van de predikanten geen interesse toont voor het werk van de plaatselijke geldwerving. Niet zo lang geleden lag dit percentage aanzienlijk hoger. Gezien het belang van het voortbestaan van het werk ter plaatse mag van dienaren van het Woord gevraagd worden hier belangstelling voor te tonen – wat geen tegenstelling is met het geestelijke karakter van hun opdracht.
Daarmee wil tegelijk gezegd zijn dat het beheer van de gelden in de gemeente allereerst een geestelijke zaak is. De Bijbel plaatst ons geven altijd in het kader van het offer van Christus, voortkomend uit het delen in Zijn genade. Dat blijkt ook uit de woorden, waarmee het geven in de Bijbel wordt aangeduid, zoals het spreken over het dienen van de heiligen, als er geld bijeen wordt verzameld. In die zin moeten we wat de intenties van het werk betreft het ambt van diaken en het ambt van ouderling-kerkrentmeester maar dicht bijeen houden, al is de spits van hun werk verschillend.
Spannend
We geven onze vrijwillige bijdrage in 2006. Dat is niet zomaar een willekeurig jaar, maar dat geeft aan dat we nú onze gaven geven, in de context van de tijd. Die tijd kenmerkt zich op veel plaatsen door neergang van het kerkelijke leven, als het gaat om het aantal leden dat is ingeschreven. Dat betekent dat Kerkbalans ook heel spannend kan zijn, in gescheurde hervormde gemeenten, in kleine gemeenten, in vakante gemeenten die hopen ooit weer een eigen predikant te krijgen. De inzet voor de lokale kerk brengt ons ook bij de verhouding tot het bovenplaatselijke werk, waarvoor er in de gemeenten veelal minder oog is. Mensen die dienst verlenen op grond van de vragen waarmee de gemeenten te maken hebben, kunnen in de toerusting veel betekenen. Het staat daarbij buiten kijf dat deze toerusters niets anders moeten willen dan de gemeenten iets aanreiken van wat ze zelf uit het Woord hoorden en in hun eigen kerkelijke setting leerden. Wil het bovenplaatselijke werk toekomst hebben, dan zal hier het hart moeten liggen: ondersteuning in datgene wat de gemeente nodig heeft.
Als de directeur van het Protestants Dienstencentrum Friesland gelijk krijgt – hij bracht in zijn nieuwjaarstoespraak naar buiten dat veertig procent van de werknemers van het landelijk dienstencentrum voor 2015 moet afvloeien – mag alle overblijvende inzet zich concentreren op versterking van het gemeentelijke leven. Dan zijn we tegenstellingen tussen plaatselijke gemeente en landelijke kerk te boven, blijvende discussies over bevoegdheden ten spijt.
Ledenverlies
Terug naar de gemeente, waar geld de kerkelijke betrokkenheid en het beleid mag volgen. Omgekeerd mogen de cijfers van de kerkrentmeesters tot bezinning op het beleid dwingen, bij voorbeeld als de gemeente constateert dat ook het afgelopen jaar veel mensen de gemeente (geruisloos) verlaten hebben. Als we niet onderdoen voor het landelijke gemiddelde van drie procent ledenverlies per jaar, geldt dit schokkende cijfer ook onze kerkelijke gemeenschap, waaruit zovele concrete mensen verdwenen zijn.
De kerk is heel wat waard! – het motto waaronder Kerkbalans momenteel gevoerd wordt. Maar elk lid van de gemeente is ook heel wat waard, elk schaap dat verstrikt raakt in de vragen van het leven en vastloopt, zonder zicht op een herder.
Ouderen
Zo mag heel de gemeente betrokken zijn bij geldwerving vanwege de toekomst van Gods gemeente onderweg. Ook om de jongeren te leren bij te dragen aan de voortgang van de kerk, waartoe ze behoren. Vorig jaar kwam veertig procent van het geld van degenen die zestig jaar of ouder waren, onder wie ook de mensen die van hun AOW rondkomen. Het is nodig dat ook hierin overdracht van verantwoordelijkheid op jongeren plaats heeft. Het is een spannende week voor kerkrentmeesters, maar niet alleen voor hen, ook voor elk mens die zich tegenover zijn Schepper rentmeester weet, die leeft vanuit het besef dat alles wat we hebben, we van Hem ontvingen. In bruikleen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's