De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Breuk tussen Humanisme en Reformatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Breuk tussen Humanisme en Reformatie

DE THEOLOGIE VAN MAARTEN LUTHER [9]

13 minuten leestijd

Het humanisme van Wittenberg
Meestal wordt gesteld dat Luther uit de laat-middeleeuwse scholastiek, het zogenaamde nominalisme stamt en dat het bijbels humanisme de bakermat van Calvijn en Zwingli is. De werkelijkheid is zoals zo vaak genuanceerder. In de vijftiende en zestiende eeuw staat de retoriek als ‘kunst van het goede onderricht’ (ars bene docendi) hoog genoteerd. In overeenstemming met Aristoteles’ retorica wordt het doel gedefinieerd als ‘het overdragen van waarheid met de bedoeling van overtuigen’. Het genoemde werk Retorica van Aristoteles, alsmede de boeken van Cicero Over de redenaar’(De oratore) en van Quintilianus: Onderricht in de welsprekendheid (Institutio oratoria) behoren tot de gangbare literatuur voor de studenten.
In de vijftiende eeuw ontstaat er in het Italiaanse humanisme een tegenstelling tussen de scholastici, die vooral Cicero volgen en de humanisten die de voorkeur geven aan Quintilianus. Het verschil is voornamelijk dat Cicero het verstand (ratio) op de eerste plaats stelt, terwijl het voor Quintilianus er op aankomt op om zo te spreken dat de gevoelens opgewekt en bewogen worden. In de onderwijsvernieuwing van de universiteit te Wittenberg in 1518 wordt het werk van Quintilianus in het leerplan opgenomen. Luther beveelt het aan, ‘want hij dringt in het hart binnen’. In 1518 begint ook Melanchthon met zijn optreden in Wittenberg. Zo wordt in het begin van de zestiende eeuw in Erfurt en Wittenberg humanistisch onderwijs en onderzoek voorgestaan in een directe aansluiting met het Italiaanse humanisme. Een andere Italiaan, Laurentius Valla, wordt ook vlijtig gelezen in Erfurt. Valla had een retorisch leerboek geschreven over De elegantie van de Latijnse taal (De linguae latinae elegantia) en hij was van mening dat alleen hij die Hebreeuws en Grieks kan lezen het recht heeft om de bijbelteksten te interpreteren. Zowel Luther als Melanchthon deelt deze opvatting.

De grote invloed van Augustinus
Ook het werk van Augustinus De doctrina christiana was heel bekend. Het is moeilijk om deze titel te vertalen. Doctrina betekent volstrekt niet ‘leer’ of dogmatiek in onze zin. Het wordt ook wel vertaald als Over de christelijke wetenschap of Over de christelijke prediking. In het vierde hoofdstuk behandelt Augustinus de regels van de retoriek, aangepast aan de eisen van de prediking. Dit gedeelte werd in 1465 in Straatsburg gedrukt met als titel: Kunst van de prediking van de heilige Augustinus (Ars predicandi Sancti Augustini). Daardoor kreeg de speciale christelijke welsprekendheid, ‘nederig woord’ (sermo humilis), een brede verspreiding.
Luther heeft tijdens zijn verblijf in het klooster dit boek gelezen en met vele opmerkingen in de marge voorzien. Men kan de invloed van Augustinus op Luther niet hoog genoeg inschatten. Die laat zich al traceren vanaf 1509. Hierdoor stelt Luther zich op de bodem van de Heilige Schrift en tegen Aristoteles. Hij verbaast zich erover dat de scholastieke theologen denken dat Aristoteles niet in tegenspraak is met de christelijke waarheid. Het ware wezen van de mens, dat hij schepsel van God is, dat kan de filosofie volstrekt niet begrijpen. ‘De hele Aristoteles verhoudt zich tot de theologie als de schaduw tot het licht’, zei Luther. Met de humanisten delen de reformatoren een hoogschatting van de taal als een specifiek menselijke eigenschap. Voor Luther komt er nog een belangrijke dimensie bij. De hoogste waardigheid verkrijgt de taal als Woord van God, als werktuig van de Heilige Geest. God werkt alles door Zijn Woord. Spreken en doen zijn voor God hetzelfde. Het gaat om het levende Woord, om de levende stem. De stem is de ziel van het woord. God maakt ons door Zijn Woord levend, brengt ons tot aanzijn; Hij voedt, beschermt en bewaart ons en leidt ons tot het eeuwige leven, alles door Zijn Woord. Luther heeft kritiek op de uitdrukking ‘De Heilige Schrift’. Christus heeft niets geschreven, alleen gesproken. Hij heeft Zijn leer niet Schrift genoemd maar evangelie, verkondiging. Daarom moet het niet met de pen maar met de mond verbreid worden.

Erasmus, de humanist van Europees formaat
Het humanisme bereikt in het begin van de zestiende eeuw een hoogtepunt. Het is overigens een wijdvertakte en ingewikkelde beweging met een grote geografische spreiding en vertoont daardoor een bonte veelkleurigheid. Er leeft onder de humanisten veel kritiek op de traditionele kerk, vooral op de vele zedelijke misstanden, op het middeleeuwse bijgeloof en op de tirannie van het pausdom.
Tegelijkertijd gedragen verschillende pausen zich als Renaissance-vorsten die het humanisme bevorderen. Maar toch komt het bij de meeste humanisten niet tot een echte botsing, laat staan tot een breuk met het pausdom. Rome heeft het heel diplomatiek met de meeste volgelingen van het humanistisch ideaal op een akkoordje weten te gooien, een verbinding, waarbij van weerskanten water in de wijn wordt gedaan, aldus W.J. Kooiman.
De grote figuur van het humanisme is Erasmus. Hoewel hij altijd Nederlander gebleven is en het liefst in zijn vaderland had willen sterven, is hij een man van Europees formaat. ‘Uit alle streken der wereld wordt mij dagelijks door velen dank gebracht, dat zij door mijn werken, hoe die ook mogen zijn, ontvlamd zijn tot de ijver voor een goede gezindheid en de heilige letteren; en zij die nooit Erasmus gezien hebben, kennen en beminnen hem toch uit zijn boeken’. In een citaat als: ‘Overal woont Christus; onder ieder kleed wordt de vroomheid gediend, als maar de gezindheid niet ontbreekt’, wordt de hele Erasmus getekend. Hij is een echte humanist van het geloof in het goede van de menselijke natuur, van vredelievende welwillendheid en verdraagzaamheid. Hij heeft een grote invloed gehad en tegelijk vertoont zijn leven een zekere tragiek. ‘Hij was de man, die het nieuwe en komende beter zag dan iemand anders, die met het oude overhoop moest geraken en het nieuwe toch niet kon aanvaarden. Hij trachtte te blijven in de oude Kerk, na haar buitengewoon geschaad te hebben, en verloochende de Hervorming, en tot zekere hoogte zelfs het Humanisme, na beide ontzaglijk bevorderd te hebben’, schreef J. Huizinga. Overigens kan men niet zoals Huizinga doet, Erasmus vieren als een kampioen van tolerantie; met zijn bange natuur probeert Erasmus met iedereen goede vrienden te blijven en elke keuze te ontlopen. Dat kan men moeilijk echt tolerant noemen.

Luther en Erasmus
Aanvankelijk lijkt het dat Luther en Erasmus door hun gezamenlijke kritiek op de schandelijke toestanden in de kerk zij aan zij staan. Al gauw vervreemden zij van elkaar. Luthers optreden gaat Erasmus veel te ver. Hij ziet er een bedreiging in voor de studie van de schone letteren, de beoefening van filosofie en moraal, waarvan hij zich voor de toekomst van de kerk zoveel voorstelt. Na het gevecht tussen beiden over De vrije wil en De geknechte wil is er een diepe en bittere antithese. Zij zijn ook totaal verschillend van karakter. Erasmus was een bedeesde teruggetrokken geleerde, die elke moeilijkheid probeerde te ontgaan; altijd bedachtzaam, geen man van uitersten, fijnzinnig en stijlvol. Luther was een totaal ander mens, die eenmaal in de strijd der geesten betrokken niets en niemand ontziet, soms eenzijdig en onbillijk, zeer scherp en soms onbehouwen. Een citaat uit een brief van Erasmus aan Johannes Lang, medestander van Luther, maakt dit direct duidelijk. Erasmus oordeelt zeer gunstig over Luther’s werk. De stellingen tegen de aflaat hebben iedereen behaagd. ‘Ik zie, dat de monarchie van de paus te Rome, gelijk zij thans is, de pest van het Christendom is (...) maar ik weet niet of het nuttig is, die zweer openlijk aan te raken. Dat zou eer de zaak der vorsten zijn, maar ik vrees, dat dezen met de paus onder één deken liggen, om een deel van de buit binnen te halen.
'Ik begrijp niet, wat Eck bezielt, om het tegen Luther op te nemen’. Erasmus was goed geïnformeerd. De keurvorst van Brandenburg, die tegelijk aartsbisschop van Mainz was, stak de helft van de opbrengst van de aflaathandel in eigen zak met toestemming van de paus.

De keurvorst tussen Luther, Erasmus en de paus
Interessant is het verhaal dat Spalatinus vertelt. Het is 1520. Duitsland is in beroering. Drie grote strijdschriften van Luther steken de wereld in vlam. De paus heeft Luther in de ban gedaan. De keurvorst van Saksen verblijft in Keulen vanwege de kroning van Karel V in Aken. Op dat moment is Erasmus daar ook. De nuntius van de paus wil op audiëntie bij de keurvorst, die steeds de boot afhoudt. Uiteindelijk na afloop van een kerkdienst overhandigt de nuntius aan de keurvorst een brief van de paus, waarin deze er op aandringt dat de geschriften van Luther verbrand worden, dat Luther gevangen genomen wordt en op transport gezet naar Rome. De faculteit te Leuven had op 8 oktober reeds de boeken van Luther plechtig verbrand.
De keurvorst geeft daar niet aan toe, maar ontbiedt Erasmus en wil diens mening over Luther horen. Erasmus is voorzichtig en zegt: ‘Luther heeft in twee opzichten gezondigd, hij heeft de paus naar de kroon en de monniken bij de buik gegrepen’. Na afloop zegt de keurvorst: ‘een merkwaardig mannetje, je weet niet wat je aan hem hebt’. Spalatinus, secretaris van de keurvorst, vergezelt Erasmus naar diens verblijf en krijgt een verklaring zwart op wit: ‘De oorzaak van de haat tegen Luther is de vijandschap tegen de wetenschap en de fanatieke aanmatiging van de monniken. Luther heeft recht op een openbaar verhoor en eerlijke verdediging. Zijn tegenstanders zijn verdachte lieden’. De pauselijke nuntius kreeg lucht van dit gesprek en gaat naar Erasmus: ‘Hebt u aan de keurvorst een advies over Luther gegeven? ’ Erasmus: ‘Ik heb niets gezegd, ik bemoei me niet met Luther’s zaak’. Hij beweert zelfs nauwelijks iets van Luther gelezen te hebben. Dat klopt natuurlijk niet; hij heeft alles wat Luther schreef gelezen. Maar Erasmus, bang als hij is, wil zich er zich buiten houden.

Erasmus tegen Luther
Maar dat lukt hem niet: ‘zolang hij weigert tegen Luther te schrijven, houden wij hem voor een Lutheraan’, zegt men in Leuven, bolwerk van de roomse orthodoxie. Zo wordt Erasmus gedwongen tegen Luther de pen op te nemen en hij doet dat in 1524 met een verhandeling over de vrije wil. Hij lichtte uit alle strijdpunten precies het punt van de vrije wil er uit, een typisch scholastiek en humanistisch beginsel om Luther te bestrijden. Daarmee wordt de breuk tussen Humanisme en Reformatie een feit. Erasmus wilde de grondgedachten van de Reformatie – door het Woord alleen, door genade alleen en door het geloof alleen – beslist niet aanvaarden. Hij blijft ondanks alles binnen het veilige traditionele raam van het pausdom, alleen nadruk leggend op de studie van de schone letteren en de opvoeding van de mensen tot betere vroomheid en zeden. Het blijkt dat Luther en Erasmus ieder een volstrekt andere kijk op de mens hebben. Erasmus denkt optimistisch over de mens. Als een mens echt het goede wil, kan hij door oefening en volharding zichzelf verbeteren en zich omhoog werken op het steile pad van vroomheid en deugd. De antieke wijsbegeerte en het Nieuwe Testament zijn de bron voor ware vroomheid, de philosophia christiana.
Voor Erasmus evenals voor alle roomsen is het evangelie een nieuwe wet. De geloofsstrijd van Luther is hem vreemd. Hij is meer moralist met zijn uitleg van de Bergrede dan Paulinisch theoloog. De heftigheid van de hervormer irriteert hem bovenmate. Hij is altijd zeer voorzichtig; hij had, zoals hij zei, geen druppel martelaarsbloed in de aderen.

Luther tegen Erasmus
Luther antwoordt met zijn Over de knechtelijke wil heftig en scherp op het strijdschrift van Erasmus. Luther is geen determinist, hij verdedigt geen moment dat de mens in dagelijkse beslissingen geen vrije wil zou hebben. Maar wat in het geding was, was de vraag of de mens vrij staat tegenover God. Voor Luther is het ideaal van de humanitaire opvoedbaarheid onbestaanbaar en irreëel. Niet de mens, maar God staat in het middelpunt. ‘Als dit vast staat, dat God door zijn eeuwige, onwrikbare raad en wil alles voorzien heeft, werkt en doet, dan slaat deze donderslag de vrije wil tegen de grond en verplettert hem totaal. De vrije wil in de mens is het rijk van de duivel.’ De wil van de mens is niet vrij, maar door God of de satan bereden, in de letterlijke zin, als een rijdier, dat nu eens door God op weg naar de hemel dan weer door de duivel op weg naar de hel bereden wordt. ‘De mens is niet eens vrij om uit te maken, wie van de twee hij kiezen zal of trouw blijven, maar deze twee sterken vechten en worstelen er om, wie hem bezitten zal.’ Niet wij kiezen God, maar God kiest ons.

Het onbegrip van Erasmus
Erasmus met zijn antropocentrische en Luther met zijn theocentrische instelling, of beter gezegd: zich voor de majesteit van God buigend, hebben elkaar niet kunnen bereiken. Erasmus zei: ‘Luther hecht heel weinig waarde aan de opvoeding en heel veel aan de Heilige Geest.’ Erasmus heeft Luther niet begrepen. Hij gebruikt een beeld om Luther te weerleggen. Niemand kan schuldig zijn aan dat, waartoe hij wordt gedwongen, zegt hij. Stel dat een vrouw wordt verkracht, dan wordt haar dat niet als schuld aangerekend. ‘t Is wel een schande voor haar, maar geen schuld, want het was een gedwongen zonde.
Maar Luther moet dit beeld als ondoeltreffend afwijzen. Erasmus heeft volgens hem niet onderscheiden tussen uiterlijke dwang en innerlijke gebondenheid! Bij onze menselijke zonde gaat het niet om iets waartoe wij uiterlijk gedwongen worden tegen onze eigen wil, maar om de innerlijke geneigdheid, die ons de zonde met vreugde doet bedrijven. Wij voelen ons waarlijk niet onbehagelijk in ons ongeloof. Erasmus had moeten spreken van een vrouw, die misschien weliswaar verleid wordt, maar die zich, als is het misschien uiterlijk weerstrevend, maar al te graag verleiden laat. Erasmus blijft met al zijn weifelingen met al zijn kritiek op Rome toch hangen in scholastische sofismen en is tegelijk een voorloper van de moderne scepsis. Met zijn halfslachtigheid – God wat en de mens wat – hoort hij inderdaad in het roomse kamp thuis. Voor hem kwam het er op aan dat een mens zijn plicht moet doen om goed en vroom te leven en daarbij zal God hem dan met Zijn genade te hulp komen.

De geloofszekerheid van Luther
Daartegenover stelt Luther de zekerheid van het Woord van God. ‘De Heilige Geest is geen scepticus.’ Hij voert ons niet in het halfdonker van tegenstrijdige meningen over fundamentele vragen die op voorname wetenschappelijke wijze open gehouden moeten worden. De Heilige Geest laat een helder licht schijnen over Gods heilsdaden. Daarbij onderscheidt Luther scherp tussen Schepper en schepsel. De duidelijkheid van het Woord van God geeft rechte kennis van de mens en van zijn onlosmakelijke gebondenheid aan één van beiden: of aan God zijn Verlosser, of aan de duivel zijn verderver. Daar is geen midden tussen. Luther heeft zwaar geworsteld met de vraag van Gods regering en de macht van de duivel en van het kwaad. Voor hem ging het om een God die werkelijk God is en door Zijn Geest in allen en alles werkt. Tegenover Hem bezit de mens geen enkele vrijheid. Luther vond vrede door het geloof in de volstrekt ondoorgrondelijke en tegelijk in Christus volstrekt genadige God. Gods genade is niet een hulpmiddel en aanvulling bij wat de mens tekortkomt, maar is het één en al waarbij een mens kan leven en waarmee hij kan sterven. Sola gratia.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's

Breuk tussen Humanisme en Reformatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's