De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Blij met de schepping

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Blij met de schepping

HET WERK VAN DE GEEST BIJ DS. G. BOER [1]

6 minuten leestijd

1. Verbond en Geest (Gouda, 1956)
a. In Gouda hield ds. Boer preken over Abraham, de stamvader van Israël: ‘In dat volk zal God door Zijn Geest wonen om de Vleeswording des Woords voor te bereiden.’
‘Toen God Abram riep, begon hij pas te leven, evenals het geval is bij een christen wanneer hij voor de tweede maal wordt geboren. Dat is niet ‘een wegstervende roep’, maar ‘de Heilige Geest hanteert het evangelie als een zwaard, dat ingaat in het hart.’
Ds. Boer verwijst dan naar het belijden van Dordt over de wedergeboorte. Maar God roept ieder. De verkiezing wordt achteraf verstaan. ‘Het eerste bewijs van uw verkiezing is dat wij geroepen zijn, het tweede bewijs van onze verkiezing is rechtvaardiging uit genade.’ Dat vraagt zelfonderzoek: enerzijds dreigt het gevaar van lichtvaardigheid, anderzijds van ontkenning ‘van de wortel van de vreze Gods’. Bij zielsvragen komt in de prediking ‘zeer gewis het antwoord’. Bij lichtvaardigheid zal ons zogenaamd geloof als een zeepbel uit elkaar spatten. Maar bij voorzichtigheid, met de bede van Psalm 43 zal al naar de uitslag van dit zelfonderzoek onrust, vreze, veroordeling, heenwending tot God het gevolg zijn. Bij Abraham gaat God met Zijn Woord de geschiedenis in, zodat deze heilsgeschiedenis wordt. Maar ook met het Israël van nu heeft God nog een plan. ‘Dat heeft Hitler ervaren met zijn gaskamers, waarin hij miljoenen Joden heeft vergast. God heeft hem weggesmeten’. Wat gebeurt hier nu? In één diepe zin vat Boer het Oude Testament samen. In de heilshistorie zit de heilsorde. Het onderscheid tussen in- en uitwendige roeping wordt niet losgelaten maar geladen. Vervolgens wordt de lijn doorgetrokken naar de eigen tijd: Hitler wordt geduid tot op God!
b. Een belijdenisdienst (1955) ging over Deuteronomium 29: ‘Gij staat heden allen voor God - om over te gaan in het verbond.’ Wij worden ‘met koorden van het verbond der genade omvangen vanaf onze geboorte’. Nu gaat het om ‘verbondsinwilliging’. God belooft Ezechiël een nieuw verbond: ‘Ik zal Mijn Geest in u geven’.
c. In een postille over Jesaja 44: ‘Ik zal Mijn Geest op Uw zaad gieten,’ zegt Boer: die belofte is op Pinksteren niet uitgeput, maar blijft met de gemeente meegaan. ‘De Geest is erbij, wanneer de Geest wordt meegedeeld’.
d. In een lezing over Verbond en prediking voor de Mannenbond (1956) zei Boer dat men ‘uit de tijd tot Gods eeuwige raadslag’ moet opklimmen en niet omgekeerd. Calvijn leerde wel ‘tweeërlei kinderen des verbonds’, maar het gaat hem erom dat het gehele volk tot volk des verbonds is aangenomen en daarop wordt aangesproken. Het leeft onder het aanbod van genade en onder de beloften. De noodzaak van geloof en bekering wordt ‘met bijzondere klem op hun harten gebonden’. Daarom is de samenkomst der gemeente niet ‘een willekeurige hoop hoorders', maar de gemeente van de Heere Jezus Christus. Vandaar ‘de schriftuurlijk en verbondsmatige taal in de formulieren'. In de gemeente werkt de Geest ‘broedend en levenwekkend’ om het Woord Gods als ‘zaad der wedergeboorte’ in de harten van mensen te planten.

Wat gebeurt hier? Belijdenis doen was een gebeuren: geen belijdenis der waarheid, evenmin haastige handoplegging. Gods belofte staat recht overeind, maar dan uitgewerkt door de Geest. Met de term ‘aanbod van genade’ koos ds. Boer positie tegen dr. C. Steenblok in Gouda, maar zó dat de noodzaak van de bekering op het hart wordt gebonden. De gemeente is gemeente van Christus, maar zó dat de Geest op haar broedt.

2. Pastoraat en Geest (Lunteren, 1959)
Na de synodale aanvaarding van de vrouw in het ambt (1958) onderbouwde ds. Boer het blijf-standpunt: in de ruïne der kerk bleven toch Woord en Geest! Maar hoe blijven? Daarover ging de bundel Roeping en belofte (Den Haag 1959) en daarin schreef ds. Boer het hoofdstuk over pastoraat. ‘Ook en juist op de kansel is de leraar herder. Ook de catechese dient met dit pastorale doortrokken te zijn.’ En er is onderlinge zorg. ‘Wanneer het abc van de Bijbel in de gezinnen en de families met voeten wordt getreden, wordt de bredere werkingssfeer van de Heilige Geest vertroebeld en verduisterd. Dan gaat de kweekbodem van de vreze Gods eraan!’ Er zijn vragen van de gemeente, maar ook van God: ‘Is er vrucht? Is er geestelijk leven? Hier is dus sprake van het onderzoek van de staat van de mens.’ Met het mes en de belofte Gods. God alleen is de Kenner der harten. ‘Maar wanneer wij het kostelijke van het snode niet scheiden en een algemene zielszorg plegen, die niemand pijn doet en niemand troost, dan kunnen wij Gods mond niet zijn tot het volk’ (p. 42).
Daarbij komt ‘het beproeven van de stand van het geestelijk leven. Is daar voortgang in? Hier gaat het om de vruchten des Geestes’.

3. Schepping en Geest (Huizen, 1964)
In Huizen preekte Boer over Genesis 1 (Ik ben de Alpha - 1964). ‘De toepassing, ’ zegt het voorwoord, 'is ditmaal breder over het gehele mensenleven uitgevallen dan gewoonlijk in de prediking gebeurt. Gods Woord blijft bij de tijd. Wee ons, wanneer wij deze tijd losmaken van Gods Woord.’ De sleutel tot de schepping ligt in het Nieuwe Testament (1 Kor. 1:21 en 2 Kor. 4:6, Joh. 1 en Hebr. 11:3). ‘Daarom is het wonder van de herschepping nog groter dan het wonder van de schepping.’
Bij de broedende Geest (Gen. 1:2) trekt ds. Boer de lijnen door: ‘Deze Geest draagt de werking van recht en genade in ons. Hij maakt ons gevoelig voor het Woord Gods. Hij maakt levend, wat dood is. Hij ruimt de tegenstand in ons op en stelt ons God voor ogen. Wat is dit wonder onuitsprekelijk groot! Daar staan wij naakt voor God. Daar wordt de zondaar in ons geboren, die voor God leert buigen en Zijn woorden leert beamen. In de diepste verootmoedigingen slaat Hij ons niet weg, maar trekt ons naar Zich toe. Hij opent de ogen voor de volkomen Zaligmaker, die ons ontdekt wordt vanuit het evangelie. Zalige tijd, wanneer dit genadewerk in u wordt uitgewerkt en de liefde Gods in uw hart wordt uitgestort. Dan wordt het lente in uw leven en gaat de Heilige Geest Zijn versierende arbeid beginnen. Wat is er van dit alles ook in de gemeente te vinden? Is ze een bloeiende lentetuin? Of een tuin die ligt te verdorren? Desniettemin mogen wij ook nu biddend verlangen naar een vollere doorwerking van de Pinkstergeest. Wat is de gemeente vaak kaalgeschoren en beroofd van haar versierselen’. Wanneer deze Geest u vreemd is - wee u!’ Het is voor ieder nodig. ‘Ga regelrecht tot Hem. Zeg maar dat niemand raad voor u weet. Een ongeestelijke gemeente is de ontbinding nabij. Laat ik u opwekken met deze Geest vervuld, gezalfd, doortrokken te worden, opdat ge de geur van Christus moogt verspreiden.’ (p. 28)

Tijdens de presentatie van de biografie Passie voor het Evangelie over het leven en werk van ds. G. Boer hield drs. C. Blenk een inleiding over de plaats van het werk en de gaven van de Heilige Geest in het denken van ds. Boer. In enkele afleveringen plaatsen we deze bijdrage.

RED. DE WAARHEIDSVRIEND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's

Blij met de schepping

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's